Thema: Moraal en ethiek - normen en waarden -deel 1

Moraal en ethiek
1 / 48
next
Slide 1: Slide
FilosofieLevensbeschouwingSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 4,5

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 123 min
Report this lesson

Items in this lesson

Moraal en ethiek

Slide 1 - Slide

Begrippenkader

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Vind jij dat dit kan? Waarom wel/waarom niet?

Slide 4 - Open question

Welke gevoelens roept dit bij jou op?

Slide 5 - Open question

Mag/moet de overheid hier regels voor opstellen?

Slide 6 - Open question

Mag de overheid dit verbieden?

Slide 7 - Open question

Maak oefening 1 

Slide 8 - Slide

Wat doe je in volgende situaties

Slide 9 - Slide

Je wandelt door een drukke winkelstraat en ziet een bedelaar zitten.

Slide 10 - Open question

Je komt tijdens de middagpauze het schoolgebouw binnen en ziet dat een leerling uit het zesde middelbaar belaagd wordt door twee andere leerlingen. Je hebt nog nooit een woord met hem gewisseld.

Slide 11 - Open question

Je loopt op een verlaten pleintje als je een portefeuille ziet liggen.

Slide 12 - Open question

Maak oefening 2 en 3 

Slide 13 - Slide

Is wat je zou doen in elk van die situaties goed of slecht? Waarom is dat goed of slecht?

Slide 14 - Open question

Wat betekent het goede doen?

Slide 15 - Open question

Moraal

Slide 16 - Slide

MORAAL
  • Moraal: geheel van gebruiken, waarden en normen die verbonden zijn met het goede leven en het juiste handelen. 
  • Ontwikkeld zich al in de kinderjaren cfr. Piaget en Kohlberg: 
  1. 1 tot 10 jaar overweging van goed of kwaad met straf of belonen
  2. bij jongeren vooral gericht op sociale verwachtingen (hoe zien de anderen mij? Wat wordt er van mij verwacht...)
  3. worden gevormd vanuit eigen referentiekader

Slide 17 - Slide

Iedere dag maken we keuzes. Wat je kiest, wordt gestuurd door je moraal:

•Moraal: Het geheel van waarden, normen en gewoonten die bepalen wat een groep of maatschappij als 'goed' ziet
• Waarde: Een ideaal of iets wat we belangrijk vinden (bijv. Eerlijkheid, Privacy, Respect).
• Norm: De gedragsregel die voortvloeit uit een waarde (bijv. "Je leest niet stiekem iemands berichten").
Ezelsbruggetje:
Waarde = Idealistisch begrip (één woord).
Norm = Regel voor gedrag (wat je wel/niet moet doen)

Slide 18 - Slide

Geef een voorbeeld van een waarde die jongeren belangrijk vinden

Slide 19 - Open question

Geef een voorbeeld van een norm die jongeren belangrijk vinden

Slide 20 - Open question

Geef een voorbeeld van een gebruik die jongeren belangrijk vinden

Slide 21 - Open question

Door wie of wat laat je je beïnvloeden in je morele keuzes?

Slide 22 - Open question

Deontologie
  • = geheel van plichten die bij een bepaalde beroepsgroep bepaalt hoe men zich moet gedragen, synoniem: plichtenleer  vb Eed van Hippocrates

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Toon met twee voorbeelden uit de tekst aan dat moraal kan veranderen.

Slide 26 - Open question

Geef een gelijkenis met vandaag.

Slide 27 - Open question

Waardeconflicten

Slide 28 - Slide

Waardeconflicten
  • Niet iedereen vindt dezelfde waarden even belangrijk.
  • Hierdoor kunnen er conflicten ontstaan. 

Slide 29 - Slide

Intrapersoonlijk waardeconflict
Conflict waarbij de waarden van één persoon met elkaar botsen.
vb.: Ik vind geweldloosheid belangrijker dan veiligheid.  Wanneer ik echter 's avonds op straat me bedreigd voel, zal ik mezelf toch wel verdedigen

Slide 30 - Slide

Interpersoonlijk conflict
Conflict waarbij de waarden van verschillende mensen met elkaar botsen.
vb.: In de jeugdbeweging is er een conflict tussen twee leiders over het uur waarop de leden op kamp moeten gaan slapen. De ene leider vindt dat de leden hierin vrij zijn en zelf mogen kiezen. De andere leider vindt gehoorzaamheid belangrijk en stelt dat de leden nog te jong zijn om zelf te bepalen wanneer ze gaan slapen.

Slide 31 - Slide

Maatschappelijk waardeconflict
Conflict waarbij maatschappelijke waarden met elkaar botsen.
vb.: In Amerika staan de twee grote politieke groepen, de democraten en de republikeinen, tegenover elkaar wat betreft het wapenbezit. De democraten vinden dat wapenbezit omwille van de veiligheid van de Amerikanen moet beperkt worden. De republikeinen vinden dat alle Amerikanen vrij moeten zijn om wapens te kunnen bezitten.

Slide 32 - Slide

Welke waardeconflicten herken je in de volgende situaties?
Vermeld telkens welke waarden worden afgewogen. 

Slide 33 - Slide

De zestigjarige Roger verneemt dat hij ongeneeslijk ziek is. Bij zijn wekelijkse bezoek aan zijn moeder merkt die op dat haar zoon er bedrukt uitziet. Op haar vraag of er iets scheelt, brengt Roger het gesprek op een ander onderwerp, uit angst dat de waarheid haar bezorgd zou maken.

Slide 34 - Open question

De Vlaamse plastisch chirurg Jeff Hoeyberghs deed in 2019 een aantal vrouwonvriendelijke
uitspraken tijdens een lezing voor de Gentse studentenclub KVHV. Hij werd veroordeeld tot
een celstraf van tien maanden (waarvan de helft met uitstel), voor onder meer seksisme en
discriminatie. Naast de vele positieve reacties op de uitspraak, waren er verschillende stemmen te
horen die ontgoocheld waren over de uitkomst van het proces.

Slide 35 - Open question

Maak de oefeningen in je bundel rond morele waarden in tijd en ruimte

Slide 36 - Slide

Keuzes
  • Enkel rekening gehouden met je persoonlijke voorkeuren = amoreel handelen 
  • Bij sommige onderwerpen kon je toch moreel kiezen

Slide 37 - Slide

Welke morele afwegingen zou je kunnen maken?

Slide 38 - Open question

Welke waarden kun je daaraan koppelen?

Slide 39 - Open question

Keuzes
Als we handelen op een manier die ervoor zorgt dat we juist handelen of daardoor een goed mens zijn, is er sprake van moreel handelen. We kiezen voor die optie die moreel de beste is. Handelen we op een manier die niet hoort, omdat het gedrag bijvoorbeeld ingaat tegen een bepaalde norm, dan gaat het om
immoreel handelen.

Slide 40 - Slide

Beantwoord de vragen bij het filmfragment op p18 - 19

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Link

Wat wordt bedoeld met de 3 P’s?

Slide 43 - Open question

Wat is fast fashion?

Slide 44 - Open question

Welke morele afwegingen kun je maken bij de aankoop van kleren?

Slide 45 - Open question

Is de keuze voor tweedehandskleren altijd een goede keuze? Motiveer je antwoord.

Slide 46 - Open question

Is de aankoop van kleding volgens jou een morele of een amorele handeling? Motiveer je antwoord.

Slide 47 - Open question

Keuzes
Filosofen wijzen erop dat er ook voorbeelden zijn van de omgekeerde beweging, namelijk van beslissingen die vandaag amoreel zijn, maar vroeger een moreel karakter hadden. Zo werd de keuze om kinderen te krijgen een aantal decennia geleden onder invloed van de kerk beschouwd als een morele
keuze.

Slide 48 - Slide