What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
§1.4 - Meten
Startklaar
Startopdracht
3.
Begin met ‘startopdracht’
1
. Zitten volgens plattegrond.
2.
Boek, schrift, agenda en pen op tafel.
2A
2B
Nu nog even niets
1 / 44
next
Slide 1:
Slide
Natuurkunde / Scheikunde
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 2
This lesson contains
44 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
1 video
.
Lesson duration is:
60 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Report this lesson
Items in this lesson
Startklaar
Startopdracht
3.
Begin met ‘startopdracht’
1
. Zitten volgens plattegrond.
2.
Boek, schrift, agenda en pen op tafel.
2A
2B
Nu nog even niets
Slide 1 - Slide
Deze les:
- Je kunt van een aantal meetapparaten uitleggen waarvoor je ze gebruikt.
- Je kunt het verschil uitleggen tussen analoge en digitale meetapparatuur.
- Je kunt beschrijven wat een grootheid en wat een eenheid is.
- Je kunt enkele meetapparaten aflezen.
- Je kunt enkele eenheden aar elkaar omrekenen.
Pak je boek blz 23
- Uitleg paragraaf 4
- Uitvoeren proef 5 blz. 37 - 38
- Zelfstandig werken aan huiswerk 1.4 vraag 1 t/m 15
Slide 2 - Slide
Wat hebben deze drie 'dingen' met elkaar gemeen?
Slide 3 - Open question
Meetinstrumenten
Meetapparatuur of meetinstrumenten is gereedschap om te meten.
Slide 4 - Slide
Wat kun je allemaal meten?
Slide 5 - Mind map
Slide 6 - Video
Grootheden
Een grootheid kan je meten
volume (inhoud)
tijd
massa
lengte
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
❗Grootheid en eenheid❗
Grootheid:
de eigenschap die je meet
bijvoorbeeld: lengte, hoogte, temperatuur, tijd, massa
Eenheid:
de maat waarin je de eigenschap meet
bijvoorbeeld: meter, centimeter, graden Celsius, uur, kilogram
Meetinstrument
is waarmee je meet.
Slide 9 - Slide
Schrijf zoveel mogelijk
grootheden
op.
Slide 10 - Mind map
Schrijf zoveel mogelijk
eenheden
op.
Slide 11 - Mind map
In welke eenheden kan je de tijd allemaal meten?
Slide 12 - Mind map
Tijd meten:
- seconde (s)
- minuut (min)
- uur (h)
1 minuut = 60 seconde
1 uur = 60 minuut
dus 1 uur = 60 x 60 = 3600 seconde
Slide 13 - Slide
Stelling 1: Een grootheid is een eigenschap waarin je meet.
Stelling 2: Een eenheid is de maat waarin je de grootheid meet.
Welke stelling is juist?
A
1 en 2 zijn juist
B
1 en 2 zijn onjuist
C
1 is juist, 2 is onjuist
D
1 is onjuist, 2 is juist
Slide 14 - Quiz
De breedte van de tafel meet je op met een meetlint.
Wat is een grootheid in de bovenstaande zin?
A
meetlint
B
tafel
C
breedte
D
op meten
Slide 15 - Quiz
Wat is de grootheid in deze zin?
Jos rijdt met een snelheid van 20 km/h naar school op zijn fiets.
Slide 16 - Open question
Wat is een grootheid?
A
De maat waarin je iets meet
B
hetzelfde als een eenheid
C
Alles wat je kunt meten
D
een reeks getallen
Slide 17 - Quiz
Wat is geen grootheid
A
snelheid
B
meter
C
gewicht
D
lengte
Slide 18 - Quiz
Wat is een grootheid?
A
Lengte
B
Meter
C
Kilo
D
Liter
Slide 19 - Quiz
Wat is GEEN grootheid?
A
Oppervlakte
B
Inhoud
C
Temperatuur
D
meter per seconde
Slide 20 - Quiz
Een eenheid is....
A
Een eigenschap van iets die je kunt meten
B
De maat waarin je iets kunt meten
C
Hoe groot iets is
Slide 21 - Quiz
Wat is GEEN eenheid?
A
Kilogram
B
Are
C
Licht
D
Liter
Slide 22 - Quiz
Wat is geen grootheid?
A
km/uur
B
gewicht
C
lengte
D
breedte
Slide 23 - Quiz
Wat is een grootheid en wat is een eenheid?
Grootheid
Eenheid
lengte
oppervlakte
millimeter
meter
breedte
centimeter
decimeter
diepte
dikte
hoogte
Slide 24 - Drag question
Met een weegschaal meet je de grootheid
A
inhoud
B
hoeveelheid
C
massa
D
kilogram
Slide 25 - Quiz
Welke grootheid meet je met een stopwatch?
A
snelheid
B
tijd
C
temperatuur
D
seconden
Slide 26 - Quiz
De eenheid van massa kan zijn...
A
liter
B
centimeter
C
gram
D
seconde
Slide 27 - Quiz
Waar of niet waar:
dm³ is een grootheid
A
waar
B
niet waar
Slide 28 - Quiz
Waar of niet waar:
de dichtheid is een grootheid
A
waar
B
niet waar
Slide 29 - Quiz
Welke rij heeft alleen maar eenheden
A
seconde, gram, liter, centimeter
B
kilogram, gram, massa, milligram
C
volume, uur, meter, milligram
D
massa, lengte, volume, tijd
Slide 30 - Quiz
Slide 31 - Slide
Welke grootheden staan er in deze tekst?
(blz. 25 uit je boek)
Slide 32 - Open question
Temperatuur
Schaalverdeling
: een wijzer die draait langs een plaat met streepjes en getallen.
Dit noem je
analoog
Een meetapparaat met cijfers op een scherm noem je
digitaal
Slide 33 - Slide
Slide 34 - Slide
De eenheid kun je vervangen door een andere eenheid, de manier van omrekenen blijft gelijk!
Slide 35 - Slide
centrale eenheid
Slide 36 - Slide
Eenheden omrekenen
Slide 37 - Slide
Slide 38 - Slide
Slide 39 - Slide
25 cm = ...... m
Slide 40 - Open question
33 mg = ........g
Slide 41 - Open question
1,34 L = ... mL
Slide 42 - Open question
163 g = 0,163 ...
welke eenheid moet op de puntjes?
Slide 43 - Open question
Huiswerk
woensdag 2 september
Maken §1.4 opdracht 1 t/m 15 (blz. 26)
Maken rekenen de helft (blz. 31 en 32)
Slide 44 - Slide
More lessons like this
Meten
April 2018
-
42 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 1
Rekenen met tijd en temperatuur quiz
April 2025
-
20 slides
Rekenen
Middelbare school
mavo, havo
Leerjaar 1,2
Quiz!
SCORE Rekenen, Meten, Klokkijken, 0F
January 2022
-
18 slides
Rekenen
Middelbare school
Praktijkonderwijs
vmbo, mavo
Leerjaar 1
SCORE Rekenen vo/mbo
§8.1 Geluid als trilling
June 2025
-
67 slides
Natuurkunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 2
Les 5: maquette maken van jouw ideale, groene schoolplein
March 2021
-
8 slides
Biologie
Basisschool
Groep 7,8
Vogelbescherming Nederland
Inhoud en oppervlakte
April 2018
-
30 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 3
5H Examentraining 2 - 21/22
March 2023
-
21 slides
Biologie
Middelbare school
havo
Leerjaar 5
Les 5: maquette maken van jouw ideale, groene schoolplein
January 2022
-
8 slides
Biologie
Basisschool
Groep 7,8
Vogelbescherming Nederland