1.1 Hoe werkt je brein?

1 / 19
next
Slide 1: Slide
MentorlesMiddelbare schoolvmbo lwoo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Wat weten we al?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Onthouden?
Probeer zoveel mogelijk lettercombinaties te onthouden in 30 sec.


QQD- CBF-RVD-LOL-PPT-RDR-STV-HWB


timer
0:30

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Welke lettercombinaties
heb je onthouden?

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Onthouden?
Probeer zoveel mogelijk lettercombinaties te onthouden in 30 sec.


timer
0:30
BBC - PHF - OMG - PXJ - KZQ - VTG - VXW - BMW - BDU

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Wat je weet, bepaalt wat je leert!





Je ziet dat je de woorden die je al kende, sneller kunt onthouden. En niet enkel sneller, je zal ze ook beter onthouden. 
BBC - PHF - OMG - PXJ - KZQ - VTG - VXW - BMW - BDU

Slide 7 - Slide

Welke van de
woorden uit de vorige lijst kon je je het
gemakkelijkst herinneren? We doen
een poging: BBC, BMW en OMG. Dat is geen toeval. Je kende die letterwoorden
namelijk al. Je ziet dat je de woorden
die je al kende, sneller kunt onthouden. En niet enkel sneller, je zal ze ook
beter onthouden. Iets leren heeft dus
niet enkel zin om de volgende toets te
halen, maar zal er ook voor zorgen dat
je later sneller en beter nieuwe dingen
kunt bijleren

Nog eens proberen...
Wat zie je op het plaatje?

Slide 8 - Open question

Laten we opnieuw proberen; je ziet een
notenbalk, een partituur, een solsleutel … Misschien kan je de noten
zelfs lezen? Of heel misschien ben jij
een van de weinigen die nog iets anders zien. Een aantal mensen ziet in
één oogopslag Für Elise, het klassieke stuk van Ludwig von Beethoven.
Wat je weet, bepaalt dus ook wat je
ziet. Vreemd toch, niet iedereen ziet
hetzelfde, nochtans hebben we allemaal hetzelfde blaadje papier vast?
1.1 Hoe werkt je brein?
We duiken dieper in de wetenschap over hoe een brein leert,
onthoudt en vergeet. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

        Leerdoelen 1.1
  1. Je weet hoe het brein zintuiglijke, werk- en langetermijngeheugen gebruikt. (R)
  2. Je begrijpt dat nieuwe informatie beter onthouden wordt als deze aan bestaande kennis gekoppeld kan worden. (T1)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Twee belangrijke lessen...
Uit de twee experimenten waar we deze les mee startten, kunnen we twee belangrijke inzichten afleiden over hoe jouw brein werkt:
  1. Nieuwe informatie wordt sneller én beter onthouden als je die kunt koppelen aan iets wat je al weet.
  2. Wat je weet, bepaalt wat je ziet.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions


Hoe werkt je brein?
In jouw brein zitten drie soorten geheugens:
  1. Je zintuiglijke geheugen slaat informatie uit je omgeving (prikkel die je ziet, voelt, hoort, ruikt en proeft) op.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions


Hoe werkt je brein?
In jouw brein zitten drie soorten geheugens:
  1. Je zintuiglijke geheugen slaat informatie uit je omgeving (prikkel die je ziet, voelt, hoort, ruikt en proeft) op.
  2. Je werkgeheugen gaat aan de slag met de informatie die je zintuiglijk geheugen selecteerde, maar dat werkgeheugen is zeer beperkt. 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions


Hoe werkt je brein?
In jouw brein zitten drie soorten geheugens:
  1. Je zintuiglijke geheugen slaat informatie uit je omgeving (prikkel die je ziet, voelt, hoort, ruikt en proeft) op.
  2. Je werkgeheugen gaat aan de slag met de informatie die je zintuiglijk geheugen selecteerde, maar dat werkgeheugen is zeer beperkt. 
  3. Alles wat je weet, alles wat je kan en alles wat je hebt meegemaakt, zit opgeslagen in je langetermijngeheugen.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions


Welk deel van dit model denk je dat het meest
invloed heeft op jouw studeren?
Selecteren
Organiseren
Integreren

Slide 15 - Poll

Organiseren, omdat hoe beter de informatie georganiseerd is, hoe makkelijker het is om te begrijpen en onthouden
    Even in het kort...
  1. Nieuwe informatie wordt sneller én beter onthouden als je die kunt koppelen aan iets wat je al weet.
  2. Wat je weet, bepaalt wat je ziet.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions


Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd over hoe inspanning je helpt om beter te studeren, en hoe ga je dit toepassen?

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

        Begrippen
        uit deze les
  • Zintuiglijk Geheugen
  • Werkgeheugen
  • Langetermijngeheugen
  • Voorkennis
  • Aandacht

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions