Aardrijkskunde: Poolgebieden (VVV)

Aardrijkskunde: Poolgebieden:
Leerstof voor de toets: Arctica en  Antarctica  


1 / 118
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 118 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Aardrijkskunde: Poolgebieden:
Leerstof voor de toets: Arctica en  Antarctica  


Slide 1 - Slide

Paragraaf 1

Slide 2 - Slide

Polaire zone
( ofwel het poolgebied). Dit is een gebied op aarde dat heel koud is. Het ligt dicht bij de Noordpool of de Zuidpool.

Slide 3 - Slide

Arctica
(Noordpoolgebied)
Het noordpoolgebied is een (arctische) oceaan  omringd door landen. De blauwe stippellijn is de noordpoolcirkel, de rode lijn is de 10°C-juli-isotherm

                    Antarctica 
         (Zuidpoolgebied )
               
Antarctica is een continent is omringd door een oceaan (de Antarctische Oceaan).  

Slide 4 - Slide

Boomgrens
De boomgrens is de grens op een berg of in een koud gebied waar bomen niet meer kunnen groeien.

Hoe hoger je op een berg komt, hoe kouder het wordt. Boven een bepaalde hoogte is het te koud, te winderig of ligt er te lang sneeuw. Daardoor kunnen bomen daar niet overleven.

Slide 5 - Slide

                          Arctica
  • Noordpoolgebied inclusief zee, ijs, ijsbergen en omliggende landen (Russia, Groenland, Canada, ijsland)
  • invloed warme zeestroom, natter klimaat
  • Zee-ijs 
  • Pakijs 
  • inwoners in dorpen  (Inuit)
  • Koud, maar minder extreem dan Antarctica
  • Zomer: 24 uur licht, winter: 24 uur donker
  • IJsberen,  poolvos,-haas,-wolf
  • Zomer: Minder ijs  +  meer planten    


                      Antarctica 
  • Ligging: Rond de zuidpool 
  • 98% ijs bedekte continent met bergen 
  • extreem droog gebied met  weinig regen
  • geen warme invloed zeestroom 
  • Geen vaste bewoners, alleen wetenschappers
  • koudste gebied op aarde.
  •  Zomer: 24 uur licht, winter 24 uur donker, tegenovergestelde seizoenen
  • pinguin, zeehond, walvissen,vogels 
  • Bijna geen planten, bedekt met ijs

Slide 6 - Slide

Pakijs 
als veel ijsschollen dicht bij/over elkaar liggen


Zee ijs 

(paar meters dik) = zeewater bevriest= los drijvende ijsschollen.  Een deel zee-ijs verdwijnt tijdens de zomer


Slide 7 - Slide

Het Pool klimaat
  • De polaire zone / poolstreek: begint bij 66½ N.B. en 66½⁰ Z.B. - veel kouder dan de gemiddelde temperatuur op aarde (15 ⁰C)

Hoe komt het dat het in de Polen zo koud is?

  • De zon schijnt schuin op de Polen, dus de zon moet een groter oppervlak verwarmen en duurt het dus ook langer voordat het warm is.

Slide 8 - Slide

Middernachtzon (Pooldag)
Middernachtzon betekent dat de zon voor een lange periode in de zomer maanden niet ondergaat, ook niet 's nachts. Het blijft dan de hele dag en nacht licht buiten.

Het komt  voor in de  noordpoolcirkel, zoals Noord-IJsland en Noord-Scandinavië. 

Slide 9 - Slide

Poolnacht 
een periode waarin de zon helemaal niet opkomt. Het blijft dus 24 uur per dag donker of schemerig, soms voor dagen, weken of zelfs maanden, afhankelijk van hoe dicht je bij de pool bent

Slide 10 - Slide

Wat is een breedteligging?

Dit geeft aan hoe ver een plaats zich ten noorden of ten zuiden van de evenaar bevindt, uitgedrukt in graden noorderbreedte (N) of zuiderbreedte (S).
Voorbeelden
-De evenaar ligt op 0° breedte.
-De polen liggen op 90° noorderbreedte (Noordpool) en 90° zuiderbreedte (Zuidpool).

Voorbeeld:
-Nederland ligt ongeveer op 52° noorderbreedte.
-Kaapstad (Zuid-Afrika) ligt ongeveer op 34° zuiderbreedte

Slide 11 - Slide

Breedte ligging en temperatuur 

Slide 12 - Slide

Waarom is het zo koud in Poolgebieden ?( uitleg via afbeelding)
  1.  scheve aardas.
  2.  hoek van 23½ ⁰ ten opzichte van de zon
  3. Zonnestralen leggen veel langere weg af naar 90 graden N.B. of Z.B. --> dus minder zonnekracht. 
  4. Grote verschillen in zonlicht tussen zomer en winter op de polen
4.  Zonnestralen die de Poolgebieden bereiken, worden teruggekaatst (85%) door al het sneeuw en ijs
(= Albedo-effect).


Slide 13 - Slide

Wat is albedo?

hoeveel licht of zonlicht een oppervlak terugkaatst



Weerkaatsing:
85% van de warmte wordt bij sneeuw terug gekaatst
20% van de warmte wordt bij bos teruggekaatst
10% van de warmte wordt door water teruggekaatst

Slide 14 - Slide

Albedoeffect: Voorbeelden
Sneeuw is wit en kaatst veel zonlicht terug. De albedo effect is hoog

Het bos en water zijn donker (als je van bovenaf kijkt). Ze nemen bijna al het zonlicht op en kaatsen weinig terug. Het albedo effect is laag 

Slide 15 - Slide

                       Kreeftkringen
Kreeftskeerkring (Noordelijk) 
-Steenbokskeerkring (Zuidelijk) 

- Kreeftkringen zijn belangrijke parallellen op de Aarde.  Tussen de kreeftkring heb je de evenaar 

- Kreeftkringen zijn belangrijk voor het begrijpen van seizoenen en de verdeling van zonlicht op de Aarde


Slide 16 - Slide

Seizoenen
De aarde maakt:
- in één jaar een baan rond de zon
- in één dag een baan rond de aardas
 - de aardas staat scheef
juni: zomer noordelijk halfrond door
  loodrechte zonnestralen
  december: zomer zuidelijk halfrond door loodrechte zonnestralen
• In een jaar beweegt de zon tussen de 23½⁰ 
• Midzomernacht (21 juni) en poolnacht (22 december

Slide 17 - Slide

Dus........
Als de zon gericht is op de kreeftkring,  dan is het zomer



Dus.........
Als de zon gericht is op Steenbokskeerkring, dan is het winter. 

Slide 18 - Slide

Temperatuur boven land en zee 

Slide 19 - Slide

Aanlandige en aflandige winden

Slide 20 - Slide

Waar komt Methan vandaan : Benoem 3 bronnen

Slide 21 - Open question

                  Wat is de dampkring?


 Antwoord: Dit is  de aardatmosfeer 


Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Hoogdrukgebied

Een hoogdrukgebied is een gebied in de atmosfeer waar de luchtdruk hoger is dan in de omgeving. 

Slide 24 - Slide

Lucht
De lucht stijgt, koelt af en de waterdamp in de lucht condenseert: er valt dus regen. 
Bij dalende lucht is er hoge luchtdruk: de dalende lucht drukt als het ware op het aardoppervlak. De lucht daalt, warmt op en er is geen condensatie: het blijft dus droog.gebied. 

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Paragraaf 2 
Jura en krijt worden in paragraaf 2 behandeld.  De tijdperken van dino's en erg warm klimaat. 
Jura periode201.3 tot 145.0 miljoen jaar geleden  
Krijt periode:  145 tot 66 miljoen jaar geleden. 

Slide 27 - Slide

Waaruit bestaat uit het continent Antarctica?
-  bestaat uit 2 hoofdgebieden:  Oost Antarctica +  West Antarctica 
- Tussen deze 2 hoofgebieden  ligt  de Trans- Antarctische gebergte
- Antarctica is droog en koud.  
- Antarctica Maar is niet altijd zo koud geweest.  Boormetingen bewijzen dit 




Slide 28 - Slide

Oost - Antarctica 

Slide 29 - Slide

West - Antarctica 

Slide 30 - Slide

Wat is subductie?

- betekent dat de ene aardplaat onder de andere schuift.

- De zwaardere oceaanplaat duikt onder de lichtere plaat.

Bijvoorbeeld: Bij de westkust van Zuid-Amerika duikt de Nazcaplaat onder de Zuid- Amerikaanse plaat.


Gevolgen van inductie

Hierdoor ontstaan vulkanen en aardbevingen doordat magna naar boven komt 

Slide 31 - Slide

                         Stratovulkaan


Een stratovulkaan is een vulkaan  opgebouwd uit lagen van gestolde lava, as en stenen.
Hoe ontstaat een stratovulkaan?

- Bij een subductiegebied (zoals bij de Nazcaplaat).
- magma en gassen stijgen op.
- afwisselende explosieve uitbarstingen (veel as en stenen) en rustige uitstroming van lava.
- Dit bouwt lagen op elkaar, waardoor een hoge, kegelvormige vulkaan ontstaat.

Slide 32 - Slide

                         West-Antarctische rift

Slide 33 - Slide

De Westenwinddrift
- Zeestroom  heeft invloed op de klimaten op aarde 
- Westenwinddrift = extreme koude zeestroom die rondom Antarctica stroomt.

- De Westenwinddrift ontstond toen Australie losraakte van Antartica. 

- Zee werd gedwongen om een bocht naar de tropen te maken

- De zeestroom werd kouder en kouder en er ontstond een ijskap.

Slide 34 - Slide

Paraaf 3: Klimaatverandering 

Slide 35 - Slide

Groenland: 1 na grootste ijskap ter wereld.
vroeger
-evenwicht aangroei van ijs en
 -smelten van ijs.

nu: sneller smelten door klimaatverandering
 + aan de randen
+ maar ook door ‘moulins’

zeespiegelstijging van 7 m

Slide 36 - Slide

              Wat is a moulin? 

Antwoord:  grote,  diepe, ronde holte (gat)  in een gletsjer. 
- ijs smelt als het regent/zonnig.  
- smeltwater gaat haar beneden naar de onderkant van het ijs. 
- het ijs smelt en in stukken breekt.  
- Dan krijg je een gat (holte. Dit heet een moulin. 

D

Slide 37 - Slide

Bron 2 Methaan, het sterke neefje van CO₂

Slide 38 - Slide

Permafrost
Permafrost is grond die altijd bevroren is – minstens twee jaar achter elkaar.

Permafrost zit vooral in hele koude gebieden, zoals de Noordpool, 

De bovenste laag kan in de zomer een beetje ontdooien, maar daaronder blijft alles bevroren. 

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Slide

Broeigassen
-oorspronkelijk van nature voorkomende gassen in de atmosfeer. 

-Door een deel van het zonlicht en van de door de aarde uitgestraalde warmte te absorberen, garanderen zij de voorwaarden voor het leven op onze planeet. 

Slide 44 - Slide

Versterkt broeigaseffect
Dit  betekent dat de aarde extra opwarmt doordat er meer broeikasgassen in de lucht komen, vooral door mensen.  
Dit heeft gevolgen voor de natuur.

Slide 45 - Slide

Interglaciaal
Een glaciaal is een ijstijd, een interglaciaal is een warmere periode tussen twee ijstijden in.

Slide 46 - Slide

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide

B146 Positieve Terugkoppeling

Slide 49 - Slide

B146  negatieve Terugkoppeling

Slide 50 - Slide

Paragraaf 4: Kansen en bedreigingen

Slide 51 - Slide

 van wie is de Noordpool?
  • Verschillende claims van de aangrenzende landen.
  • Officieel van niemand. 

Slide 52 - Slide

Waarom belang bij noordpool?



  • Grote onontdekte voorraden van gas en olie. 

Slide 53 - Slide

Slide 54 - Slide

Slide 55 - Slide

Slide 56 - Slide

Slide 57 - Slide

Slide 58 - Slide

Paragraaf 1   t/m 4

Slide 59 - Slide

Waar leeft de pinguïn?
A
Noordpool
B
Zuidpool

Slide 60 - Quiz

Op de Noordpool wonen mensen
A
B

Slide 61 - Quiz

Zee ijs: als veel ijsschollen dicht bij/over elkaar liggen
A
B

Slide 62 - Quiz

Magma is....
A
de hete vloeistof in een vulkaan
B
de hete vloeistof dat bij een uitbarsting uit de vulkaan komt

Slide 63 - Quiz

Poolnacht
A
De zon gaat niet onder de horizon
B
De zon komt niet boven de horizon

Slide 64 - Quiz

In beide poolgebieden leven ijsberen
De andere naam voor de noordpool is Artica
Op de zuidpool wonen geen mensen
Pinguïns leven wel op de zuidpool en niet op de noordpool
Juist
Onjuist

Slide 65 - Drag question

Wat is het albedo effect?




A
Een warme zeestroming
B
de mate waarin een oppervlak zonlicht weerkaatst
C
Een bergachtig gebied
D
Een hoeveelheid zonlicht op iets

Slide 66 - Quiz

Het albedo van een .... landschap is het grootst
A
gras
B
Bos
C
Woestijn
D
IJs en sneeuw

Slide 67 - Quiz

Voedselbronnen: Benoem 2 gevolgen van Klimaatverandering

Slide 68 - Open question

Weer + Zee: Benoem 2 gevolgen van klimaatverandering

Slide 69 - Open question

Noem 3 mogelijkheden van een ijsvrije poolzee in de zomer

Slide 70 - Open question

Middernachtzon (Pooldag)
A
De zon gaat niet onder de horizon
B
De zon komt niet boven de horizon

Slide 71 - Quiz

Wanneer moet je rekening houden met het verschil van de magnetische noordpool en de echte Noordpool?
A
Als je in een atlas de landen die ten noorden van NL liggen, opzoekt.
B
Als je proefjes doet met een magneet.
C
Als je met een kompas de juiste richting bepaalt.

Slide 72 - Quiz

Hoe heet dit land?
A
America
B
Canada
C
Ijsland
D
Groenland

Slide 73 - Quiz

Welk kenmerk van het zuidpoolgebied klopt NIET?
A
De zomer begint daar in juni
B
De zomer begint daar in december
C
Op 21 juni is het daar poolnacht
D
Het zuidpoolgebied is een landmassa

Slide 74 - Quiz

Bij subductie schuift de oceanische plaat onder de continentale plaat omdat...?
A
de continentale plaat zwaarder is
B
de oceanische plaat zwaarder is

Slide 75 - Quiz

Een riftzone ontstaat door...
A
Convergentie
B
Subductie
C
Divergentie
D
Transforme beweging

Slide 76 - Quiz

Er zijn 3 redenen waarom het zo koud is op Antarctica: het is een landmassa, de schuine stand van de zon. Wat is de 3e reden? (één woord)

Slide 77 - Open question

Methaan is een broeikasgas
A
goed
B
fout

Slide 78 - Quiz

Hoe heet zo'n grote ronde holte in het ijs waar het smeltwater in wegstroomt? (één meervoudig woord)

Slide 79 - Open question

Pakijs: (paar meters dik) = zeewater bevriest= los drijvende ijsschollen. Een deel zee-ijs verdwijnt tijdens de zomer.
A
B

Slide 80 - Quiz

Als roetdeeltjes (dark snow) op het ijs terecht komen, wordt het albedo-effect
A
Verhoogd
B
Verlaagd

Slide 81 - Quiz

Wat is het continentaal plat?
A
Het deel van de zeebodem dat aan een land grenst en tot dat land behoort.
B
Energie uit de ondergrond (dieper dan 500 meter).
C
Een continent dat ligt afgelegen van andere continenten.
D
Een continent met relatief weinig bergen.

Slide 82 - Quiz

Wat zijn delfstoffen?
A
Dit zijn stoffen die uit de grond worden gehaald.
B
Die vind ik aan de oppervlakte van land.
C
Die groeien in de natuur.
D
Die drijven op zee.

Slide 83 - Quiz

Groenland is onderdeel van het koninkrijk ....
A
Noorwegen
B
Canada
C
Denemarken
D
IJsland

Slide 84 - Quiz

De onderzoekers hebben het schip niet aangeraakt. Dit is bepaald in het Antarctisch Verdrag. Wat is in dat verdrag ook afgesproken?
A
Dat het een wetenschappelijk reservaat is
B
Dat er geen mensen mogen komen
C
Dat er geen militaire activiteiten mogen plaatsvinden
D
Dat de oorspronkelijke bewoners niet gestoord mogen worden

Slide 85 - Quiz

Leg uit hoe een riftzone ontstaat

Slide 86 - Open question

Lava is....
A
de hete vloeistof in een vulkaan
B
de hete vloeistof dat bij een uitbarsting uit de vulkaan komt

Slide 87 - Quiz

Wat is een ecosysteem?

Slide 88 - Open question

Verstoring van de ecosysteem. Welke optie hieronder is 'opzettelijk'
A
Konijnen & rendieren
B
grassen & ratten

Slide 89 - Quiz

Verstoring van de ecosysteem. Welke optie hieronder is 'onopzettelijk'
A
muizen, grassen, wormen & muizen
B
konijnen & rendieren

Slide 90 - Quiz

Wat zijn de twee regels van de dampkring?

Slide 91 - Open question

Een schild is een heel oud, stabiel stuk van de aardkorst.
A
B

Slide 92 - Quiz

West- Antartica bestaat uit een schild.
A
B

Slide 93 - Quiz

Op de Noordpool is het kouder dan op de Zuidpool
A
B

Slide 94 - Quiz

Een ander woord voor het noordpoolgebied is...
A
Arctica
B
Antarctica

Slide 95 - Quiz

Een positieve terugkoppeling ................. de klimaatverandering ( extra warm)
A
versterkt
B
verzwakt

Slide 96 - Quiz

Een negatieve terugkoppeling ................. de klimaatverandering ( temperatuur omlaag)
A
versterkt
B
verzwakt

Slide 97 - Quiz

Wat is een ander woord voor het Zuidpoolgebied?
A
Arctica
B
Antarctica
C
Artica
D
Antartica

Slide 98 - Quiz

De naam Arctica komt van het Griekse woord:. Arktikos" (ἀρκτικός). Betekent: "van de beer" of "noordelijk"
Waar is deze foto gemaakt?
A
Antarctica
B
Arctica

Slide 99 - Quiz

Waar is deze foto gemaakt?
A
Arctica
B
Antarctica

Slide 100 - Quiz

Geef 1 voorbeeld van een positieve terugkoppeling

Slide 101 - Open question

Dit zijn landscappen met een..................... albedo
A
hoge
B
lage

Slide 102 - Quiz

Geef 1 voorbeeld van een negatieve terugkoppeling

Slide 103 - Open question

Wat veroorzaakt de seizoenen?
A
het weer
B
de temperatuur
C
de neerslag
D
De scheve aardas

Slide 104 - Quiz

Wat is het albedo effect?
A
Het vermogen van het aardoppervlak om zonlicht terug te kaatsen
B
Het vermogen van de oceaan om broeikasgassen op te nemen
C
Het vermogen van een bos om broeikasgassen om te zetten in zuurstof

Slide 105 - Quiz

Het albedo van een .... landschap is het grootst
A
Gras
B
Water
C
Woestijn
D
IJs en sneeuw

Slide 106 - Quiz

Op de noordpool is het kouder dan op de zuidpool
A
waar
B
niet waar

Slide 107 - Quiz

De zuidpool is een woestijn
A
waar
B
niet waar

Slide 108 - Quiz

Dit zijn landscappen met een..................... albedo
A
hoge
B
lage

Slide 109 - Quiz

Hoe verklaart dit plaatje dat het zo koud is op de Polen?

Slide 110 - Open question

Dit supercontinent heet ....
A
Arctica
B
Antarctica
C
Pangea
D

Slide 111 - Quiz

De geologie van West-Antarctica heeft veel overeenkomsten met die van het Andesgebergte in Zuid-Amerika
A
Waar
B
Niet waar

Slide 112 - Quiz

Welk soort vulkaan hoort hierbij?

Vulkaan met steile hellingen die opgebouwd is uit lagen lava en pyroclastisch materiaal
A
Schilvulkaan
B
Stratovulkaan
C
Caldeira

Slide 113 - Quiz

Moulins zorgen ervoor dat smeltwater aan de onderkant van het ijs komt, waardoor het ijs smelt en afbreekt
A
Waar
B
Niet waar

Slide 114 - Quiz

Als roetdeeltjes (dark snow) op het ijs terecht komen, wordt het albedo-effect
A
Verhoogd
B
Verlaagd

Slide 115 - Quiz

Het smelten van de permafrost
A
Is prettig want dan is er meer landbouwgrond
B
Is niet prettig want dan komen er minder toeristen
C
Is prettig want dan kunnen we naar olie boren
D
Is niet prettig want dan komt er methaangas vrij

Slide 116 - Quiz

Slechter voor het milieu is
A
CO2
B
Methaangas

Slide 117 - Quiz

In de exclusieve economische zone (EEZ) heeft de kuststaat geen visserijrechten meer of rechten om grondstoffen te winnen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 118 - Quiz