Theorie deel 2 lj1 dltk4 25/26

Theorie deel 2 lj1 deeltaak 4
Wat moet je allemaal weten voor de toets (in de toetsweek)
Deel 2
1 / 15
next
Slide 1: Slide
DramaMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quiz, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Theorie deel 2 lj1 deeltaak 4
Wat moet je allemaal weten voor de toets (in de toetsweek)
Deel 2

Slide 1 - Slide

Begin-midden-eind
Een voorstelling, een scène, een film. Allemaal hebben ze een begin, midden en een einde. Deze kun je weer onderverdelen in de onderdelen van de spanningsboog.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

 Spanningsboog
Hoe creëer je spanning in je scène, zodat je publiek wil weten:
Hoe loopt dit af?

Jij moet als maker dan weer juist bedenken: Wat wil ik mijn publiek in deze scène laten weten?

Slide 4 - Slide

spanningsboog
expositie; De spelgegevens worden duidelijk: wie, waar wanneer 

motorisch moment; Start conflict (Wat)

ontwikkeling; Hoe wordt het conflict aangepakt/ geprobeerd op te lossen? 

climax; Hoogtepunt van de spanning, het is duidelijk of/ hoe het conflict is opgelost. 

afloop; Hoe eindigt de scène 

Slide 5 - Slide

Spanningsboog invullen
Zet in de volgende slide de foto's op de juiste plek in de spanningsboog.
Het zijn foto's uit het Disney sprookje Assepoester.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Drag question

Eindes
Er zijn drie soorten eindes.
  1. Gesloten einde --> het verhaal is afgerond, het kan een goede of een slechte afloop zijn.
  2. Open einde --> het verhaal is nog niet klaar, er kan nog een vervolg komen, of het wordt aan de fantasie van de kijker overgelaten hoe het afloopt.
  3. Cliffhanger --> het stopt op een spannend moment. Het doel: de kijker te boeien, zodat ze de volgende aflevering/film/voorstelling gaan kijken.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Flashback
Een flashback vertelt een stukje van het verhaal uit het verleden.



Op de volgende slide zie je een voorbeeld van flashback

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Flashforward
Het tegenovergestelde van een flashback.

Slide 12 - Slide

Flash....
Eigenlijk kun je dus zeggen dat een flashback en flashforward sprongen in de tijd zijn om meer informatie te geven die nodig is voor het verhaal.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Tableau vivant
Tableau vivant

Betekent letterlijk: levend schilderij.
Het is een stilstaand beeld op toneel.
Alle acteurs staan bevroren en creëren samen een beeld.
Hier is mise-en-scene belangrijk
Freeze

De spelers staan bevroren. En maken geen geluid. Dit is een spelactie. Vaak is dit vanuit een impuls (iemand zegt freeze o.i.d.)

Slide 15 - Slide