8.2 Radioactief verval 3KB GT

Welkom
snelbinder met boek op tafel
etui op tafel
laptop op tafel
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Welkom
snelbinder met boek op tafel
etui op tafel
laptop op tafel

Slide 1 - Slide

Radioactief verval

Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?
- Opdracht elementen uitzoeken
- Herhalen 8.1 Atomen als stralingsbron
- Uitleg 8.2 Radioactief verval
- Aan de slag met de opdrachten van 8.2 Radioactief verval

Slide 3 - Slide

Iedereen krijgt een element om uit te zoeken
Reindert: Helium
Krijn: koolstof
Hidde: stikstof
Sygrid: zuurstof
Thijs: natrium
Anne-jan: magnesium
Anna: calcium
Gisele: zwavel
Daqeautha: chloor


Slide 4 - Slide

Wat ga je uitzoeken?
Op welke plaats het element in het periodieksysteem staat
Hoeveel protonen, neutronen en elektronen het heeft
Het Bohr model van het element
En de stofeigenschappen die het element heeft
In welke moleculen zitten deze elementen

Maak hier een powerpoint presentatie van

Slide 5 - Slide

Moleculen en atomen

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

2 isotopen van koolstof

Slide 8 - Slide

Radioactieve stoffen

Henri Becquerel ontdekt dat sommige stoffen ioniserende straling hebben in 1896.

Hij noemt dit Radioactief.



Slide 9 - Slide

Ioniserende straling
Sommige isotopen stralen ioniserende straling (radioactief) uit. Bv C-14, dit is een radioactieve isotoop van koolstof C.
Deze straling zorgt ervoor dat de bouwstenen van de moleculen veranderen : de atomen veranderen.
Dit leidt tot dna schade.

Slide 10 - Slide

8.2 Radioactief verval

Slide 11 - Slide

Instabiele kernen

Slide 12 - Slide

Leerdoelen 8.2
  • Je kunt toelichten wat er met de atoomkern gebeurt als een atoom radioactief vervalt.
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen ioniserende straling en straling die niet ioniserend is.
  • Je kunt een meetinstrument beschrijven waarmee ioniserende straling wordt gemeten.
  • Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met de halfwaardetijd van een radioactieve isotoop.

Slide 13 - Slide

Ioniserende straling
Ioniserende straling schadelijke straling, het kan een molecuul kapot maken.

Slide 14 - Slide

Halfwaardetijd / Halveringstijd
De hoeveelheid radioactieve stof wordt na verloop van tijd steeds kleiner. 

De halfwaardetijd is van een radioactieve stof is de tijd die het duurt totdat nog de helft van de instabiele atoomkernen over is.


Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Geigerteller
Een geigerteller meet de activiteit van een radioactief voorwerp in Becquerel (Bq).




                                                           1 Bq is 1 kern vervallen per seconde.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Als de halfwaardetijd verstreken is, is de hoeveelheid straling
A
Verdubbeld
B
Gehalveerd
C
Nog maar een kwart
D
Dat weet je niet

Slide 19 - Quiz

radioactiviteit
A
Een stof met een lange halfwaardetijd is zeer radioactief
B
De radioactiviteit van een stof halveert als de tijd verdubbelt
C
Een stof met een korte halfwaardetijd is ongevaarlijk
D
Radioactiviteit neemt af met de tijd

Slide 20 - Quiz

Wat wordt bedoeld met de halfwaardetijd van een radioactieve stof?
A
het aantal moleculen dat per seconde wordt kapotgemaakt
B
het aantal atoomkernen dat per seconde verandert
C
de tijd waarin de hoeveelheid straling wordt gehalveerd
D
de tijd waarin een radioactieve stof straling uitzendt

Slide 21 - Quiz

IJzer-55 heeft een halfwaardetijd van drie dagen.

Hoeveel radioactiviteit is er na zes dagen nog over?

A
de helft
B
een kwart
C
een achtste
D
niets meer

Slide 22 - Quiz

IJzer-55 heeft een halfwaardetijd van drie dagen.

Hoeveel radioactiviteit is er na negen dagen nog over?

A
50%
B
25%
C
33,3%
D
12,5%

Slide 23 - Quiz

Aan de slag!


Maak 8.2 Radioactief verval  
                vragen 1 t/m 8 blz 211-215 




timer
20:00

Slide 24 - Slide

Vragen over de les?

Slide 25 - Slide