Les 6 Infectieziekten + stap 1 klinisch redeneren

Infectieziekten+ 
fase 1 Klinisch redeneren

Semester 4
1 / 40
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 40 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Infectieziekten+ 
fase 1 Klinisch redeneren

Semester 4

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Infectieketen
Ziekteverwekker: plantaardig, dierlijk
Besmettingsbron: mensen, dieren, omgeving
Porte de sortie: manier waarop de ziekteverwekker de besmettingsbron verlaat.
Besmettingsweg:
  • door een drager (besmet voedsel, water, apparaten en inrichtingen);
  • via vectoren (muggen, vlooien, teken);
  • contact (direct of indirect);
  • druppeltjes;
  • via de lucht.
Porte d’entrée: plaats waar ziekteverwekker lichaam binnendringt.
Gevoelige gastheer




Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Epidemie:  infectieziekte breidt zich snel en sterk uit + groot aantal ziektegevallen. 
Endemie: als de ziekte regelmatig in een bepaald gebied voorkomt. 
Pandemie: als een epidemie zich over de gehele wereld uitbreidt.

Bij het optreden van bepaalde infectieziekten bestaat een aangifteplicht. Dit betekent dat de instellingsarts de infectieziekte moet melden aan de arts infectieziektebestrijding van de GGD: groepen A, B1, B2 en C

Groep A: gedwongen opname tot isolatie of thuisisolatie, gedwongen onderzoek, gedwongen quarantaine (inclusief medisch toezicht), verbod van beroepsuitoefening

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Link

This item has no instructions

Veelvoorkomende infectieziekten
  • gekenmerkt door exantheem (niet-blijvende huiduitslag), zoals roodvonk, rodehond, mazelen, vijfde en zesde ziekte, erysipelas (wondroos);
  • gekenmerkt door exantheem en blaasjes, zoals waterpokken, herpes zoster (gordelroos), herpes labialis (koortslip);
  • van de mondholte, zoals tonsillitis, difterie;
  • van de luchtwegen, zoals griep, verkoudheid, longontsteking, tuberculose, kinkhoest, vogelziekte, papegaaienziekte, SARS;
  • van de lymfeklieren, zoals toxoplasmose, ziekte van Pfeiffer;
  • met geelzucht, zoals hepatitis (leverontsteking), gele koorts, ziekte van Weil;
  • van het maag-darmkanaal, zoals buiktyfus, dysenterie (ziekte van de dikke darm), cholera;
  • van het centrale zenuwstelsel, zoals tetanus, poliomyelitis anterior acuta, meningitis;
  • van de geslachtsorganen, zoals lues, gonorroe.
  • andere infectieziekten, zoals bof, candidiasis (schimmelinfectie van huid en slijmvliezen), malaria, pest en lepra.

In de VVT veelal: wondroos, gordelroos, verkoudheid, griep, maag-darminfecties, longinfecties, urineweginfecties en schimmelinfecties








Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Erysipelas = wondroos
Oorzaak: streptokokken bacterie
Klachten: acuut koude rillingen en zeer hoge koorts. Scherpbegrensde, rode, warme en pijnlijke huiduitslag (exantheem) en blaarvorming.  
Behandeling: antibiotica, rust, ACT

port d ‘entrée

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Herpes Zoster = gordelroos
Oorzaak: zelfde virus als waterpokken, bij verminderde weerstand virus actief -> ontsteking zenuwknoop (ganglion) van de achterhoorncellen in het ruggenmerg.

Klachten: brandende pijn, jeuk, blaasjes in een langwerpig gebied (gordel) aan 1 kant van het lichaam. 

Meestal onder de ribbenboog, schouder, heup en het gezicht.  

Na genezing soms nog plaatselijke zenuwpijn 

Let op: besmettelijk bij blaasjes/open wond via lucht en vocht uit blaasjes. Uit de buurt blijven van pasgeboren baby's, en ernstige zieke patiënten met een gestoorde afweer!

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Verkoudheidsvirus
Virale infectie die wordt verspreid via druppelinfectie. 
De virussen hebben bijna honderd verschillende typen antigeen. 

 Symptomen: niezen, neusloop, een pijnlijke keel en een onbehaaglijk gevoel van hoofdpijn. Dit wordt gevolgd door een verstopte neus en wat hoesten. 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Influenza, griep
Virale luchtweginfectie. 
Besmetting aërogeen
Incubatietijd: 1-3 dagen
Influenzavirus A, B en C 

Het virus heeft twee belangrijke antigenen die een geringe variatie (mutatie) kunnen ondergaan. 

Symptomen:  plotseling optredende koorts, hoofdpijn en spierpijn. Daarna droge hoest en een verstopte neus. 

Complicatie kan pneumonie zijn.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Maag-darminfecties (gastro-enteritis, buikgriep)
Oorzaak: een bacterie (Salmonella) of een virus (rotavirus, norovirus) of een parasiet (Entamoeba) zijn, die via bedorven of niet-hygiënisch bewaard voedsel het lichaam kan binnendringen. 
Incubatietijd: meestal binnen 6-36 uur

Klachten:  verminderde eetlust, buikpijn, misselijkheid, overgeven, diarree en koorts. 

Behandeling: aanvulling van het vocht en antibiotica als het gaat om een bacterie. 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Pneumonie (ontsteking longblaasjes)
Oorzaak: bacteriën, virussen of andere micro-organismen. 

Symptomen: hoesten, koorts, kortademigheid, pijn in de borststreek en een snelle oppervlakkige ademhaling. 
 
Een pneumonie is een levensbedreigende aandoening, vooral bij mensen met een verminderde weerstand en een slechte conditie.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Tuberculose
Oorzaak: tuberkelbacterie verspreidt zich via bloed en lymfe -> ontstekingen in lichaam.
 
Meestal in longen.
Tuberculose kan open of gesloten zijn. 
Bij open tuberculose is de zorgvrager besmettelijk voor anderen. 

Klachten: vaak sluipend begin met moeheid, algemene malaise en een lichte temperatuurverhoging. Pas later gaat men hoesten. 
Diagnose: röntgenonderzoek van de longen of door de positief geworden tuberculine huidtest (voorheen Mantouxreactie). 
Behandeling: antibiotica, 6 maanden.
 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Hepatitis
Ontsteking lever. 
Oorzaak: meestal virus
Hepatitis A: 2-6 weken incubatietijd, vooral via ontlasting (en evt urine, bloed)
Hepatitis B: 2-6 maanden, virus zit in bloed, speeksel, urine, feces, sperma, vaginaal vocht en moedermelk
Hepatitis C: veelal chronisch

Zeer besmettelijk
Bij contact met bloed is het hepatitis B-virus honderd keer besmettelijker dan hiv.

Klachten: icterus (geelzucht), slechte eetlust, moeheid, misselijkheid en braken. Urine donker door aanwezigheid van bilirubine en urobiline. De ontlasting is lichtgekleurd of soms ontkleurd. (stopverf)

Behandeling: bedrust en een vetarm, eiwitrijk en koolhydraatrijk dieet

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Meningitis (nekkramp)
Hersenvliesontsteking die bij kinderen vaak wordt veroorzaakt door de meningokok. Verspreiding via de neus-keelholte. 
Meningitis kan ook veroorzaakt worden door andere ziekteverwekkers, zoals bacteriën, virussen en protozoën. 

Symptomen: onverwacht snel ziek worden, met hoge koorts, hoofdpijn, misselijkheid, eventueel braken, nekpijn en nekstijfheid, moeite met licht, verward en abnormaal prikkelbaar.

Complicaties kunnen zijn: hersenontsteking (encefalitis), blindheid, doofheid en hydrocefalie (te veel hersenvocht in de hersenventrikels). 
Diagnose: lumbaalpunctie, die een troebele liquor laat zien. 
Behandeling: antibiotica

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Legionellose
acute infectie van de luchtwegen veroorzaakt door de legionellabacterie die zich ophoudt in een waterig milieu en vochtige bodem. 
Soorten:
  •  legionellapneumonie (veteranenziekte), een ernstige vorm van longontsteking. 
  • Pontiac-koorts, een minder ernstige, griepachtige aandoening. 

Alleen met een specifieke test kan de diagnose worden gesteld. 

Slide 15 - Slide

 In Nederland is een zeer grote legionella-uitbraak geweest in maart 1999 onder bezoekers van de West-Friese Flora in Bovenkarspel. De bron van de bacterie bleek volgens onderzoek te liggen in twee bubbelbaden en een vernevelaar. Er zijn tweeëndertig mensen overleden aan de gevolgen van de veteranenziekte en meer dan tweehonderd mensen werden ernstig ziek.
Resistentie van micro-organismen
 ongevoelig geworden voor antimicrobiële middelen
Infecties zijn dan moeilijk te bestrijden. 
Voorbeeld ziekenhuisinfecties:
  • MRSA-bacterie (Meticilline-resistente Staphylococcus aureus-bacterie) 
  • ESBL (Extended-spectrum bèta-lactamase)

MRSA-bacterie en de ESBL-vormende bacteriën zijn resistent geworden voor de gebruikelijke antibiotica!
Verspreiding en epidemieën zoveel mogelijk voorkomen.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

MRSA
Symptomen: 
koorts, roodheid, warmte, zwelling en pijn op de plaats van de infectie
Bij dragerschap: geen symptomen

De MRSA is op zichzelf een ongevaarlijke bacterie, die bij gezonde personen weinig problemen geeft. Drie of vier op de tien mensen draagt deze bacterie bij zich.

Diagnose: standaardkweken van bijvoorbeeld wond, sputum of insteekopening van een intravasculair katheter

MRSA-dragerschap moet, om verspreiding te voorkomen, behandeld worden met zowel desinfecterende scrub en/of shampoo en antibacteriële neuszalf als antibioticadrank

Als iemand wordt opgenomen vanuit een ziekenhuis in het buitenland, zal hij in eerste instantie geïsoleerd verpleegd worden.

Slide 17 - Slide

Over het algemeen zijn infecties met MRSA effectief te bestrijden, behalve als de zorgvrager brandwonden, diabetes mellitus, chronische luchtweginfectie, chronische urineweginfectie of huidproblemen heeft.
ESBL
  • ESBL is een enzym dat bepaalde soorten antibiotica (penicillines en cefalosporines) kan afbreken. 
  • Bepaalde bacteriën, die onschadelijk zijn zolang ze zich in de darm bevinden van gezonde personen, kunnen ESBL produceren. 
  • Als iemand een infectie heeft die wordt veroorzaakt door ESBL-producerende bacteriën, zijn de mogelijkheden om de infectie met antibiotica te bestrijden beperkt. 
  • Ruim driekwart van de urineweginfecties, maar ook een derde van de bloedbaaninfecties, worden namelijk door deze bacteriën veroorzaakt. 
  • Het ESBL zorgt dat de bacteriën resistent worden tegen deze antibiotica.
  • Contactisolatie

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Soorten isolatie
  •  contactisolatie 
  • druppelisolatie (FFP1 mondneusmasker)
  • druppel- en contactisolatie 
  • aërogene isolatie (FFP2 mondneusmasker)
  • strikte isolatie (ook schort, zo min mogelijk spullen verlaten kamer)
  • beschermende isolatie


Slide 19 - Slide

Bv bij tuberculose (aerogene isolatie)
VVT 1 N4
Module 9: Zorgvragers met ontstekingen en infecties

9.28 Zorgvrager met aids

Verwerkingsopdrachten 1 t/m 8

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Toets
5 april 8.30 uur: Bloed- en lymfevatenstelsel+ afweersysteem en infectieziekten

Vanaf 29 maart staat oefentoets open

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Stappen Klinisch redeneren
Wat is klinisch redeneren ook alweer?

Slide 22 - Slide

This item has no instructions


Klinisch redeneren is een denkproces waarin je op een gestructureerde manier de gezondheidssituatie van een zorgvrager beoordeelt. Zodra je merkt dat er iets aan de hand is met de zorgvrager, is het jouw taak om deze signalen serieus te nemen. Je moet beredeneren welk gezondheidsprobleem er mogelijk speelt

Slide 23 - Slide

This item has no instructions





Vandaag stap 1: Oriëntatie op de situatie
In de oriëntatiefase verzamel je meetgegevens en relevante informatie over de gezondheidstoestand van de zorgvrager.

Hoe ga je dit doen?

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Eerst zal je een afwijkende situatie moeten herkennen.
Dit doe je meestal door een niet pluis gevoel.
Neem deze gevoelens altijd serieus!

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Lichamelijk niet pluissignalen:
Vaak ontstaat een niet pluisgevoel over de fysieke toestand van de zorgvrager. Dingen die je dan kunt waarnemen zijn bijvoorbeeld veranderingen in ademhaling, gelaatskleur of temperatuur van de zorgvrager. Ook kan de zorgvrager (pijn)klachten uiten, onrustig zijn of geagiteerd overkomen.
Deze gegevens kun je ordenen door middel van redeneerhulpmiddelen. 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Psychische niet pluisgevoel
Ontstaat wanneer een zorgvrager een psychisch gezondheidsprobleem lijkt te ontwikkelen

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Thieme Meulenhoff 
Praktijksituatie Willem maken vraag 1 t/m 10
MBO Verpleegkunde KD2020,
Klinisch redeneren N4
Module 1: Introductie op klinisch redeneren- Praktijksituatie Willem

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Nabespreken opdrachten
1. Beschrijf je redeneerproces in de praktijksituatie van Willem. Wat had je anders kunnen doen in deze situatie?
2. Josje zegt dat er volgens jou meer aan de hand is met Willem, vraagt ze: 'Waaruit blijkt dat hij niet lekker is? Wat zie of merk je aan Willem?'
3. Welke controles zou je willen doen om je beter te oriënteren op de situatie van Willem?

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Nabespreken
4. Welk (redeneer)hulpmiddel is geschikt in deze situatie?
- EMV
- VALTIS model
- SCEGS-model 

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Valtis
V= voorgeschiedenis
A= Aard van de klacht (welk soort pijn)
L= Lokalisatie ( waar zit het)
T= Tijd ( hoelang bestaat de klacht
I= Intensiteit/ Invloeden ( hoe hevig)
S= Samenhangende klachten ( nog andere klachten)

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

EMV: neurologische toestand beoordelen
SCEGS: bij vermoeden psychische problemen

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Nabespreken:
Welke aanvullende onderzoeken kan Willem verwachten in het ziekenhuis?

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Lesopdracht 2.4.4 Redeneerhulpmiddelen


Uiterste inleverdatum 14 juni 2024
Opzoeken in semesterwijzer 4

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Uitvoering
Redeneerhulpmiddelen verzamelen:
4 op somatisch gebied
4 op psychisch gebied
2 op sociaal gebied

Je maakt een verslag over je redeneerhulpmiddelen en beschrijft hierbij het doel, instructie voor het invullen+ afbeelding toevoegen. Zorgplan niv 3 module 8 Klinisch redeneren staan voorbeelden van redeneerhulpmiddelen

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Niv 3
Maak de praktijksituatie over Anna in Thieme Meulenhoff. Voeg printscreen toe aan je verslag

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Niv 4
adhv een casus ga je klinisch redeneren. Zie bijlage 3 
Individueel inleveren, mag overleggen
Elke week worden 2 stappen uit deze casus nabesproken.
Voeg de uitgewerkte stappen toe aan je verslag

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Beoordelingscriteria niv 3
Max 15 punten
8 punten of minder= onvoldoende
9-11 punten= voldoende
12-15 punten= goed

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Beoordelingscriteria niv 4
Max 30 punten
18 punten of minder= onvoldoende
19-25 punten- voldoende
26-30 punten=goed

Slide 40 - Slide

This item has no instructions