3.5 - Soorten reacties

Startklaar
Startopdracht
3. Begin met ‘startopdracht’
1. Zitten volgens plattegrond.
2. Boek, schrift, agenda en pen op tafel.
Open je boek op blz. 76
1 / 26
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Startklaar
Startopdracht
3. Begin met ‘startopdracht’
1. Zitten volgens plattegrond.
2. Boek, schrift, agenda en pen op tafel.
Open je boek op blz. 76

Slide 1 - Slide

  • L3-17 Je kent de verschillende soorten reacties.
  • L3-18 Je kunt de verschillende soorten reactie herkennen op micro en macroniveau.
Leerdoelen § 3.5

Slide 2 - Slide

3.5 Soorten chemische reacties

Slide 3 - Slide

Opdracht
Je krijgt deze tabel
Ga in tweetallen de tabel invullen
Gebruik 3.5 als informatiebron
timer
12:00

Slide 4 - Slide

Soorten chemische reacties
  1. Ontledingsreactie: uit één beginstof ontstaan meerdere reactieproducten.
  2. Vormingsreactie: uit twee of meer beginstoffen ontstaat 1 reactieproduct. 
  3. Verbrandingsreactie: reactie waarbij een stof reageert met zuurstof. Altijd vuurverschijnselen. Ontstaat een oxide
  4. Oxidatie: Reactie van zuurstof met metalen. Oxidatie van ijzer noem je roesten. Hoeven geen vuurverschijnselen te zijn, kan wel.
  5. Synthese reactie: uit meerdere beginstoffen ontstaan meerdere reactieproducten 

Slide 5 - Slide

Ontleding 
1 beginstof en 2 of meer reactieproducten

  • patroon: A --> B + C 
  • Voorbeeld: CaCO3 (s) --> CaO (s) + CO2 (g)

3 vormen van ontleding: fotolyse, themolyse, electrolyse 

Slide 6 - Slide

Vormingsreactie
Één reactieproduct uit twee beginstoffen
  • patroon: A + B --> C

Voorbeeld = Salmiak 
  • NH3 (g) + HCl (g) --> NH4Cl (s)

Slide 7 - Slide

Verbranding
Vuurverschijnselen!
  • patroon: A + O2 --> AxO   (dit betekent een oxide= molecuul die een zuurstofatoom bevat)

Voorbeeld:
  • CH4 (g) + 2 O2 (g) --> CO2 (g) + 2 H2O (l)

Slide 8 - Slide

Oxidatiereactie 
Zonder vuurverschijnselen
  • patroon: Metaal + O2 --> AxO  
  • Altijd een metaal dat reageert met zuurstofmetalen
  • Voorbeeld: 4 Fe (s) + 3 O2 (g) --> 2 Fe2O3 (s)
Voorbeeld= roesten (oxidatie van ijzer)

Slide 9 - Slide

Synthese reactie
Meerdere beginstoffen worden meerdere reactieproducten

  • patroon: A + B --> C + D
Voorbeeld = verbranding van methaan 
CH4 (g) + 2 O2 (g) --> CO2 (g) + 2 H2O (l)



Slide 10 - Slide

Soorten chemische reacties met voorbeelden

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

A + B → C.
Welk type reactie is dit?
A
Ontledingsreactie
B
Verbrandingsreactie
C
Oxidatiereactie
D
Vormingsreactie

Slide 13 - Quiz

Ijzer reageert met zuurstof tot ijzeroxide.
Welk type reactie is dit?
A
Ontledingsreactie
B
Verbrandingsreactie
C
Oxidatiereactie
D
Vormingsreactie

Slide 14 - Quiz


Welk type reactie is dit?
2H2O(l)2H2(g)+O2(g)
A
Ontledingsreactie
B
Verbrandingsreactie
C
Oxidatiereactie
D
Vormingsreactie

Slide 15 - Quiz


Geef de systematische naam van de volgende formule.
BaCl

Slide 16 - Open question


Welk type reactie is dit?
N2(g)+3H2(g)2NH3(g)
A
Ontledingsreactie
B
Verbrandingsreactie
C
Oxidatiereactie
D
Vormingsreactie

Slide 17 - Quiz


Welk type reactie is dit?
4HNO3(aq)2H2O(l)+2N2(g)+5O2(g)
A
Ontledingsreactie
B
Verbrandingsreactie
C
Oxidatiereactie
D
Vormingsreactie

Slide 18 - Quiz


Welk type reactie is dit?
2Al(s)+3O2(g)2Al2O3(s)
A
Ontledingsreactie
B
Verbrandingsreactie
C
Oxidatiereactie
D
Vormingsreactie

Slide 19 - Quiz


Geef de systematische naam van de volgende formule.
PCl3

Slide 20 - Open question


Welk type reactie is dit?
CH4(g)+2O2(g)2H2O(g)+CO2(g)
A
Ontledingsreactie
B
Verbrandingsreactie
C
Oxidatiereactie
D
Vormingsreactie

Slide 21 - Quiz

Welke coëfficiënten moeten er staan om de vergelijking kloppend te maken?
....Mg3N2(s)+....H2O(l)....MgO(s)+....NH3(l)
A
1 - 3 - 3 - 2
B
2 - 6 - 6 - 4
C
1 - 2 - 2 - 3
D
1 - 6 - 3 - 2

Slide 22 - Quiz


Welk type reactie is dit?
CaO(s)+H2O(l)CaO2H2(s)
A
Ontledingsreactie
B
Verbrandingsreactie
C
Oxidatiereactie
D
Vormingsreactie

Slide 23 - Quiz

Welke getallen mag je aanpassen om een reactievergelijking kloppend te maken?
A
De coefficienten
B
De index
C
De coefficienten en de index
D
De coefficienten en de index van de producten

Slide 24 - Quiz

We hebben nu alle stof behandeld.
Maandag wil ik nog tijd nemen om te oefenen met het opstellen en kloppend maken van een reactievergelijking. Wat zou jij de rest van de tijd willen doen?

Slide 25 - Open question

Aan de slag

  • Huiswerk= Maak van 3.5 opdracht 54 t/m 60
  • Kijk deze opdrachten na!

Klaar? Ga je voorbereiden op de toets (samenvatting maken, Oefentoets maken op boek blz 83, ....)

Slide 26 - Slide