Inleiding Natuurkunde klas 1 H0, H1 & H2

TEX, klas 1

1 / 41
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurkundeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

TEX, klas 1

H0: Wetenschappelijke notatie

  • Grote of kleine getallen worden in de wetenschap ordelijk genoteerd.

a,bc . 10d




Voorbeeld:

45678 = 4,5678 . 104

0,00256 = 2,56 . 10-3

H0: Wetenschappelijke notatie

  • Je kan ook met de komma schuiven


komma naar links dan wordt de exponent +

Voorbeeld: 45678 = 4,5678 . 10+4




H0: Wetenschappelijke notatie

  • Je kan ook met de komma schuiven


komma naar rechts dan wordt de exponent -

Voorbeeld: 0,00452 = 4,52 . 10-3



Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie: 

45

Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie: 

0,45

Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie:  1234000

Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie:  0,00023

Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie: 

0,12 . 10 2

Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie: 

739,3 . 10 -12

H0: Significantie

  • Is 0,500 kg. hetzelfde als 0,5 kg.?





Nee. Met de extra 2 nullen achter de 5 geef je aan dat je extra nauwkeurig hebt gemeten. Het getal staat ook zo op de balans

0,5 kg. = 500 g.

De 0’en achter de 5 bepalen de significantie

H0: Significantie


  • 12,3000 heeft 6 significante cijfers


  • 0,00123 heeft 3 significante cijfers


  • 1,20 . 104 heeft 3 significante cijfers

Naloop nullen tellen WEL mee in de significatie

Voorloop nullen tellen NIET mee in de significantie

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

3 cm

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

84840596 km

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

1,0000 . 10 -6 mol

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

49 mA

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

0,036 V

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

0,0100 µmol

H0: Significantie


  • Regels bij het optellen en aftrekken:


  • De nauwkeurigheid van het antwoord is gelijk aan de nauwkeurigheid van de minst nauwkeurige meting.


Bijv: 1,3 + 0,2534 = 1,5534 ? Nee. Dit wordt:

1,3 + 0,2534 = 1,6



Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)

12,23 + 12,2 + 12

Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)

0,023 - 0,0004

Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)

183,5 + 0,5 - 142

Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)

(32,45 + 6,0) - (3 + 9,003764)

H0: Significantie


  • Regels bij het vermenigvuldigen en delen:


  • De nauwkeurigheid van het antwoord is gelijk aan de nauwkeurigheid van de minst nauwkeurige meting.


Bijv: 2,4 x 1,5678 = 3,76272? Nee. Dit wordt:

2,4 x 1,5678 = 3,8


Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)

2,5 x 34,009

Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)

0,0001 x 100000

Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)

(1,68 x 10-6 x 145) / 0,005

Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)

2,00000 / (3,0 x 103 x 9,01010)

H2: massa, zwaartekracht en gewicht

Massa: dit is de maat voor de hoeveelheid materie: kilogram.

  • Wat is zwaartekracht?

    • De kracht waarmee (meestal) planeten aan alle voorwerpen in de buurt trekt.

  • Welke wetenschapper “ontdekte” zwaartekracht?

    • Isaac Newton

  • Wat is de basiseenheid van zwaartekracht (Fz)?

    • Newton (N)


H2: massa, zwaartekracht en gewicht

H2: massa, zwaartekracht en gewicht

Zwaartekracht: dit is afhankelijk van de massa van een voorwerp.


Op een voorwerp van 1,00 kg werkt een zwaartekracht

van 9,81 N (Newton) Op 2 kg: 2 * 9,81 = 19,62 N


Zwaartekracht: Fz = m x 9,81

9,81 = zwaarteveldsterkte of gravitatieversnelling (g)


Fz = m x g

H2: massa, zwaartekracht en gewicht

Zwaartekracht: Fz = m x g


Fz = de zwaartekracht (N)

m = de massa waarop de zwaartekracht werkt (kg)

g = de zwaarteveldsterkte van de aarde (=9,81 N.kg-1)





  • Wat is gewicht (G)?

    • De kracht die een voorwerp uitoefent op ondersteunend oppervlak (dat gene wat onder het voorwerp zit).


  • Wat is de basiseenheid van gewicht (G)?

    • Newton (N), want het is een kracht.


H2: massa, zwaartekracht en gewicht

  • Gewicht lijkt erg veel op zwaartekracht, maar is toch net anders. Hoe zit dat?

    • Zwaartekracht heeft alleen betrekking op stilstaande voorwerpen. Bij gewicht houden we ook rekening met de beweging van het voorwerp.

H2: massa, zwaartekracht en gewicht

De aarde oefent op een steen een aantrekkingskracht uit van 59,6 N

Bereken de massa van de steen.

Op Pluto heeft een massa van 43 kg een zwaartekracht van 31 N.

Bereken de zwaartekrachtveldsterkte van Pluto.

In Nederland ligt een voorwerp van 2,00 kg dat uit koper bestaat.

Bereken: a.) het gewicht van het voorwerp; b.) de zwaartekracht op het voorwerp; c.) de massa van het voorwerp.