Eiwitsynthese en genexpressie (Biologie vwo), les 3: Terugblik quiz

EIWITSYNTHESE · GENEXPRESSIE

Quiz

Terugblik: Eiwitsynthese en genexpressie

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met twaalf vragen over transcriptie, translatie, de codontabel, eiwitstructuur, eiwitfuncties en niet-coderend DNA.

Items in this lesson

EIWITSYNTHESE · GENEXPRESSIE

Quiz

Terugblik: Eiwitsynthese en genexpressie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Louisa Howard / Wikimedia Commons, publiek domein

In welke richting leest RNA-polymerase de matrijsstreng?

A

Van 3' naar 5'

B

Van 5' naar 3'

C

In beide richtingen tegelijk

D

Vanaf het midden naar buiten

De matrijsstreng wordt van 3' naar 5' afgelezen, het mRNA ontstaat van 5' naar 3'. Verwachte fout: de richting van het mRNA kiezen.

Waar worden eiwitten gemaakt die uit de cel worden uitgescheiden?

A

In het golgi-systeem zelf

B

Door RNA-polymerase in de celkern

C

Aan ribosomen op het ruw ER

D

Aan het celmembraan

Eiwitten voor uitscheiding worden gemaakt aan ribosomen op het ruw ER en gaan daarna naar het golgi-systeem. Verwachte fout: het golgi-systeem kiezen omdat daar de blaasjes ontstaan.

Zet op volgorde, van groot naar klein.

1

Codon

2

Gen

3

Chromosoom

4

Nucleotide

Een chromosoom bevat genen, een gen bestaat uit codons en een codon uit drie nucleotiden. Verwachte fout: gen en chromosoom omdraaien.

Welk codon is géén stopcodon?

A

UAA

B

UAG

C

UGG

D

UGA

UGG codeert voor Trp. UAA, UAG en UGA zijn de stopcodons. Verwachte fout: UGG overslaan omdat het op UGA lijkt.

Tussen welke aminozuren ontstaat een zwavelbrug?

A

Tussen twee cysteïne-aminozuren

B

Tussen twee methionine-aminozuren

C

Tussen twee tRNA-moleculen

D

Tussen een aminozuur en het mRNA

Een zwavelbrug ontstaat tussen twee cysteïne-aminozuren in de tertiaire structuur. Verwachte fout: methionine kiezen omdat het ook zwavel bevat.

Hemoglobine bestaat uit vier aminozuurketens. Welke structuur beschrijft dat?

A

Primaire structuur

B

Secundaire structuur

C

Tertiaire structuur

D

Quaternaire structuur

De samenstelling uit meerdere ketens is de quaternaire structuur. Verwachte fout: tertiaire structuur kiezen, die de vouwing van één keten beschrijft.

Wat doet een transporteiwit in een membraan?

Een goed antwoord: het vervoert stoffen door het membraan. Verwachte fout: zeggen dat het een reactie versnelt (dat is een enzym).

Vul in

Translatie vindt plaats aan een ribosoom, waar tRNA aminozuren aanvoert die bij het mRNA passen, in het cytoplasma.

ribosoom
tRNA
mRNA
RNA-polymerase
intron

Aan het ribosoom voert tRNA aminozuren aan die passen bij de codons van het mRNA. Verwachte fout: RNA-polymerase invullen, dat hoort bij transcriptie.

Welk triplet is het startcodon?

A

UAA

B

AUG

C

GCU

D

UUU

AUG is het startcodon en codeert voor Met. UAA is een stopcodon. Verwachte fout: UAA kiezen.

Een membraaneiwit bindt adrenaline en geeft een signaal door. Wat voor eiwit?

A

Een receptor

B

Een enzym

C

Een structuureiwit

D

Een transporteiwit

Een eiwit dat een signaalstof herkent en een signaal doorgeeft is een receptor. Verwachte fout: transporteiwit kiezen omdat het in het membraan zit.

Hoe is het DNA van eukaryoten globaal opgebouwd?

A

Bijna al het DNA codeert voor eiwitten

B

Alleen de introns coderen voor eiwitten

C

Het grootste deel is niet-coderend DNA

D

Het DNA bestaat voor de helft uit exons

Bij eukaryoten is het grootste deel van het DNA niet-coderend. Verwachte fout: denken dat vrijwel al het DNA voor eiwitten codeert.

Hoe bepaalt de aminozuurvolgorde de werking van een eiwit?

A

De volgorde bepaalt alleen hoe lang het eiwit is

B

De volgorde bepaalt de vouwing, en de vorm de werking

C

De volgorde bepaalt in welke cel het eiwit werkt

D

De volgorde heeft geen invloed op de werking

De aminozuurvolgorde (primaire structuur) bepaalt hoe de keten vouwt, en de vorm bepaalt de werking. Verwachte fout: denken dat alleen het aantal aminozuren telt.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EIWITSYNTHESE · GENEXPRESSIE

Goed gedaan!

Je kunt nu uitleggen hoe een gen via transcriptie en translatie een eiwit oplevert en met de codontabel de aminozuurvolgorde bepalen.

This item has no instructions