Les 2 taalverzorging blok 2

Nederlands


Fictie

Taalverzorging 

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Nederlands


Fictie

Taalverzorging 



Huiswerk bespreken


Woordsoorten


Werkwoord

Lidwoord

Zelfstandig naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord



Woordsoorten



Wat weet je nog?



Grammatica woordsoorten

Je kijkt naar elk woord apart.


Ik heb gisteren een chocoladereep gegeten.


ik 

heb

gisteren

een 

chocoladereep

gegeten 

werkwoorden

Een werkwoord kan in verschillende vormen in je zin terugkomen:


brengen > infinitief (hele werkwoord)

bracht > verleden tijd (of in een andere tijd)

gebracht > voltooid deelwoord


Geef een voorbeeld van een werkwoord.

lidwoorden

de, het, een


Let op: 'een' en niet 'één'

'het' van 'het huis' is wel een lidwoord, 'het' van 'het regent' niet

zelfstandig naamwoorden

Een zelfstandig naamwoord gebruik je voor:


mensen en eigennamen (man, Jan)

dieren (olifant, muizen)

dingen (tafel, regenpijp)


Maak zelf een korte zin met daarin alleen een lidwoord, een werkwoord en een zelfstandig naamwoord. Je zin heeft dus maar drie woorden!

Bijvoeglijk naamwoorden

Deze zeggen iets over een zelfstandig naamwoord.


De nieuwe Netflix-serie. 

znw (zelfstandig naamwoord): Netflix-serie

bnw (bijvoeglijk naamwoord): nieuwe


Het bnw kan voor een znw staan, maar ook erna. 

Ik heb een appel gegeten. Voeg zelf een bijvoeglijk naamwoord toe aan deze zin.

Huiswerk


Maak vanaf blz. 36:


opdracht 3, 4, 8 en 13