Nederlands
Fictie
Taalverzorging
Nederlands
Fictie
Taalverzorging
Huiswerk bespreken
Woordsoorten
Werkwoord
Lidwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Woordsoorten
Wat weet je nog?
Grammatica woordsoorten
Je kijkt naar elk woord apart.
Ik heb gisteren een chocoladereep gegeten.
ik
heb
gisteren
een
chocoladereep
gegeten
werkwoorden
Een werkwoord kan in verschillende vormen in je zin terugkomen:
brengen > infinitief (hele werkwoord)
bracht > verleden tijd (of in een andere tijd)
gebracht > voltooid deelwoord
Geef een voorbeeld van een werkwoord.
lidwoorden
de, het, een
Let op: 'een' en niet 'één'
'het' van 'het huis' is wel een lidwoord, 'het' van 'het regent' niet
zelfstandig naamwoorden
Een zelfstandig naamwoord gebruik je voor:
mensen en eigennamen (man, Jan)
dieren (olifant, muizen)
dingen (tafel, regenpijp)
Maak zelf een korte zin met daarin alleen een lidwoord, een werkwoord en een zelfstandig naamwoord. Je zin heeft dus maar drie woorden!
Bijvoeglijk naamwoorden
Deze zeggen iets over een zelfstandig naamwoord.
De nieuwe Netflix-serie.
znw (zelfstandig naamwoord): Netflix-serie
bnw (bijvoeglijk naamwoord): nieuwe
Het bnw kan voor een znw staan, maar ook erna.
Ik heb een appel gegeten. Voeg zelf een bijvoeglijk naamwoord toe aan deze zin.
Huiswerk
Maak vanaf blz. 36:
opdracht 3, 4, 8 en 13