Lesweek 5 - HC V&B.pptx

maart 2027

Mondzorgkunde

Visie & Beroepshouding

Handelingen/gedrag &
uitleg interview met HF1 student

1 / 45
next
Slide 1: Slide
New lesson editorCommunicatieHBOStudiejaar 1

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

maart 2027

Mondzorgkunde

Visie & Beroepshouding

Handelingen/gedrag &
uitleg interview met HF1 student

Hoe is het met je energie gesteld vandaag?

Voorbereiding

  • Lees Hoofdstuk 1, hoofdstuk 11 en hoofdstuk 12 uit het boek ‘Mondzorg en beroepshouding’ van J. Dupont




GELUKT?


Lesdoelstellingen

  • Je weet wat Visie & Beroepshouding inhoudt


  • Je kunt het verschil tussen soft skills en hard skills benoemen


  • Je kunt de begrippen primaire, secundaire en tertiaire preventie uitleggen


  • Je kunt benoemen welke facetten er vallen onder een professionele uitstraling


  • Je weet het verschil tussen verstandigheid en iemand betuttelen


  • Je kunt het verschil tussen aandachtspunten en concrete handelingen uitleggen


  • Naar aanleiding van dit college kun je de gewenste (huiswerk)opdrachten zelfstandig uitvoeren



Waar denk je aan bij Visie & Beroepshouding?

Inleiding: Wat is ‘visie’ en wat is ‘beroepshouding’?

  • Als mondhygiënist behandel je patiënten in samenwerking met professionals, zoals tandartsen, orthodontisten, tandartsassistenten en andere mondhygiënisten etc.


  • Je voert je werk uit op een manier die bij jou past, binnen het kader dat professionaliteit stelt.


  • In het propedeusejaar start je met het ontwikkelen van je eigen visie op het beroep.


  • Je gaat (vooral theoretisch) uitwerken door welke handelingen je aandachtspunten voor een adequate beroepshouding naar patiënten kunt realiseren.


Visie

  • Visie is de opvatting over hoe je als mondhygiënist het beste met mensen (patiënten, collega’s) kan omgaan om een goed resultaat te bereiken.

  • Visie is ‘theoretisch’ dus wat je denkt.

  • Je visie heeft te maken met vragen als: hoe denk je dat een goede mondhygiënist (d.w.z. een professional) zich moet gedragen in allerlei alledaagse, maar soms ook moeilijke situaties met patiënten en later ook met collega’s?

  • Hoe denk je dat je het beste kunt reageren op gedrag, verwachtingen, vragen en soms eisen van patiënten en collega’s?

  • Hoe denk je dat een mondhygiënist het beste kan omgaan met een bepaalde patiënt om je belangrijke doel te bereiken: dàt de patiënt gaat werken aan een goede mondgezondheid door jouw adviezen en instructies op te volgen!  


Beroepshouding

  • Manier waarop professional reageert op gedrag, verwachtingen, vragen en soms eisen van patiënten en collega’s om de ‘visie’ te bereiken.

  • Beroepshouding laat zien hoe een professional staat in het beroep.

  • Beroepshouding is ‘praktisch’: het is wat je doet. Je attitude naar patiënten en collega’s.

  • Hoe je daadwerkelijk handelt als je werkt. Keuzes die je maakt in de omgang met mensen.

  • Beroepshouding is ‘persoonlijk’.

  • Je theoretische visie waarmaken in de praktijk.

  • ‘Visie’ en ‘beroepshouding’ zijn dus nauw verbonden.


Wat zijn soft skills?

A

Wiskundige vaardigheden

B

Interpersoonlijke vaardigheden

C

Communicatievaardigheden

D

Technische vaardigheden

Wat zijn hard skills?

A

Sociale vaardigheden

B

Specifieke kennis

C

Technische vaardigheden

D

Creatieve vaardigheden

Soft skills en hard skills

  • Om patiënten succesvol te kunnen behandelen dien je te beschikken over soft skills en hard skills.


  • Hard skills = Bezitten van kennis en vaardigheden om de harde kern van het beroep uit te oefenen. Bijvoorbeeld het geven van voorlichting, uitvoeren van parodontale therapie of restauratieve vaardigheden.


  • Het onderscheidt het beroep van andere beroepen en dus ook wat de verschillen zijn. Bijvoorbeeld verschil tussen tandarts en mondhygiënist.


  • Soft skills = Eigenschappen die het mogelijk maken op een adequate manier met mensen om te gaan. Ze geven de beroepshouding inhoud. Bijvoorbeeld eerlijkheid, doorzettingsvermogen en assertiviteit.


  • Professionaliteit vereist beide skills om zo het doel van de behandeling te bereiken: een optimale mondgezondheid.


  • De medisch-technische expertise (hard skills) staat nooit los van de beroepshouding (soft skills) van de behandelaar.


  • Houd je vakkennis goed om peil, dit bepaalt een deel van jouw zelfverzekerdheid en attitude en dus je beroepshouding. Je vakkennis bepaalt je comfortzone.







Wat is het doel van primaire preventie?

A

Verlichten van pijn

B

Behandelen van tandbederf

C

Voorkomen van tandheelkundige aandoeningen

D

Versterken van tandglazuur

Wat is secundaire preventie in de mondzorg?

A

Educatie over mondhygiëne

B

Vroegtijdige opsporing van tandproblemen

C

Voorkomen van tandheelkundige aandoeningen

D

Behandelen van bestaande tandproblemen

Wat houdt tertiaire preventie in?

A

Voorkomen van tandheelkundige aandoeningen

B

Educatie over mondhygiëne

C

Behandeling van bestaande mondproblemen

D

Regelmatige controles bij de tandarts

Preventie

  • Een belangrijk onderdeel van deskundigheid is preventie door patiënten te motiveren tot gedragsverandering. Voorkomen is beter dan genezen!


  • Primaire preventie = Het geven van voorlichting en instructie (tell-show-do methode). Bijvoorbeeld over mondhygiëne en/of voeding.


  • Secundaire preventie = Zo vroeg mogelijk ingrijpen (curatief en preventief). Bijvoorbeeld tandsteen en andere retentiefactoren verwijderen en polijsten.


  • Tertiaire preventie = Erger proberen te voorkomen. Bijvoorbeeld primaire caviteiten behandelen.


  • Om primaire preventie te laten slagen is een adequate attitude (beroepshouding) t.o.v. collega’s en patiënt nodig.


  • Door passend op de patiënt te reageren en goed samen te werken met collega’s kun je gedragsverandering bij de patiënt tot stand brengen die leidt tot structurele mondzorg.

Wat valt volgens jou onder een professionele uitstraling?

Professionele uitstraling

  • Uitstraling = indruk die professional maakt op de patiënt, los van wat er inhoudelijk wordt gezegd en vaktechnisch gedaan wordt.


  • Één van de middelen om het doel ‘primaire preventie’ te laten slagen, is een professionele uitstraling.


  • Onder professionele uitstraling vallen bijvoorbeeld:


- Positieve uitstraling
- Zelfverzekerde uitstraling
- Verzorgde uitstraling
- De stem van de professional

Positieve uitstraling

  • Je geeft de patiënt het gevoel heeft dat hij in goede handen is.


  • Zorg dat je aandacht hebt voor de patiënt.


  • Oogcontact maken is essentieel (het gevoel van ‘gezien worden’).


  • Zorg dat je de patiëntstoel rechtop zet als je in contact bent en let hierbij ook op je eigen positie en houding.


  • Zorg voor enthousiasme en vriendelijkheid, maar voorkom dat je té vriendelijk overkomt (gemaakt aardig zijn).






Hoe kom je zelfverzekerd over?

Zelfverzekerde uitstraling

  • Zelfverzekerdheid van de professional creëert vertrouwen voor de patiënt.


  • Onzekerheid van de professional kan een onveilig gevoel oproepen bij de patiënt, waardoor spanning, onrust, ongemakkelijkheid of angst kan ontstaan.


  • Sta stevig in je schoenen en straal uit dat je weet wat je aan het doen bent en dat je kennis hebt, zodat je het beroep goed kunt uitoefenen.


  • Hoe kom je zelfverzekerd over?
    - Zorg voor een goede eerste indruk
    - Kijk de patiënt recht in de ogen aan en op dezelfde hoogte als je een gesprek voert en vermijd het woord 'uhm'
    - Zorg voor rust en spreek op een rustig en duidelijk tempo
    - Verstop je handen niet, maar houd ze in het zicht
    - Let op een stevige houding: schouders rechtop en iets naar achteren en (glim)lach veel
    - Vertrouw op je kennis en blijf op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen
    - Accepteer complimenten en verontschuldig je niet te veel en zeg niet te vaak ‘sorry'



Wat hoort volgens jou bij een verzorgde uitstraling?

Verzorgde uitstraling

  • Uitstraling wordt ook bepaald door kleding, uiterlijke verzorging en geur.


  • Zorg voor verzorgde nagels, zonder nagellak.


  • Zorg dat je niet teveel parfum op hebt of ruikt naar zweet of een andere onaangename geur.


  • Zorg dat je je haren vast hebt.


  • Zorg dat je baard er verzorgd uitziet.




Stemklank en stemgebruik

  • Een lage stem straalt rust, autoriteit en vertrouwen uit. Vermindert spanning van de patiënt bij de behandeling en houdt de aandacht vast.


  • Spreek niet te snel (onrustig), niet monotoon en gebruik geen kinderachtige stem.


  • Te snel spreken kan ervoor zorgen dat je moeilijk te volgen bent en dat de patiënt zich niet op zijn gemak voelt.


  • Praat duidelijk en helder. Niet te zacht. Voorkom dialect en ‘straattaal’.


  • Maak geen geluiden die je verbazing uitdrukken bij iets wat je constateert in de mond.


  • Let op dat je ook goed verstaanbaar blijft als je een mondkapje op hebt.


  • Vermijd lange, aaneengeschakelde zinnen.


  • Vermijd het praten wanneer je met instrumenten werkt die veel lawaai maken.

Wat betekent 'iemand betuttelen'?

A

Iemand overbeschermen

B

Iemand helpen

C

Controle uitoefenen

D

Iemand negeren

Verstandigheid en belerend handelen

  • Iemand betuttelen = iemand als onmondig behandelen.


  • Verstandigheid = Een professional weet in een bepaalde situatie het juiste doel te kiezen (wijsheid) en de juiste middelen (slimheid) om het doel te bereiken.


  • Betuttelen ontstaat als de professional het bevattingsvermogen van de patiënt of zijn vermogen om zelf keuzes te maken, te laag inschat of negeert.


  • Een betuttelende benadering is een belerende benadering: de professional geeft de patiënt een lesje dat voorbijgaat aan de zorgvraag van de patiënt.


  • Zorg dat je de patiënt niet kinderachtig toespreekt. Gebruik geen verkleinwoorden. Vertel niet te veel en herhaal niet te veel.


  • Betuttelen heeft wél een gewenst effect bij: jonge kinderen, (sommige) geestelijk beperkte patiënten en patiënten die betuttelen als een prettige vorm van aandacht ervaren.


  • Betuttelen kun je voorkomen door jezelf te verplaatsen in de patiënt.


Niet te veel herhalen

  • Patiënten ervaren het alsof hun bevattingsvermogen laag wordt ingeschat, dat zij als onmondig beschouwd worden, als de professional herhaalt wat al eerder tijdens de behandeling is gezegd.


  • Behandel een volwassen patiënt niet als een kind.


  • Vraag niet steeds opnieuw of de patiënt het heeft begrepen en of het nog goed gaat, dit kan als storend ervaren worden.


  • Zeg ook niet steeds dat de patiënt zijn hand op kan steken als het niet gaat.


  • Iets één keer benoemen is in principe voldoende, de patiënt heeft en voelt dan zelf de regie.


Houd rekening met wat de patiënt al weet

  • Neem de patiënt serieus.


  • Zorg dat je geen informatie geeft die bij de patiënt al bekend is.


  • Zorg dat je aansluit bij de kennis over de mondgezondheid van de patiënt en vermijd overbodige informatie


  • Hoe weet je of je onnodig herhaalt wat de patiënt al weet?
    - Let op mimiek en andere non-verbale reacties van de patiënt
    - Vraag aan een patiënt of hij de informatie die je wilt geven ook wil horen


  • Het is belangrijk je te realiseren dat veel mensen lang niet zo veel bezig zijn met de mond zoals jij en ik dat zijn.


  • Blijf zorgen dat je geïnteresseerd bent in de patiënt en de mondgezondheid en dat je geen standaardriedeltje afspeelt.

Speel vanuit je eigen expertise niet de baas

  • Patiënten willen zich gezien en gehoord voelen.


  • Inspraak geven voorkomt een betuttelende benadering.


  • Doe naar eer en geweten je werk goed: Luister naar wat de patiënt wil en bespreek vervolgens wat mogelijk en onmogelijk is.


  • Zorg dat de patiënt ook iets te zeggen heeft en wek niet de indruk dat je als expert alles beter weet.


  • Voorkom een betweter te zijn door de patiënt te vragen wat hij wil gaan doen. Dus vraag aan de patiënt zelf wat voor ideeën deze heeft. Zo speel je niet de baas vanuit je kennis.


  • Stel vooral veel vragen aan de patiënt en leg eventueel uit waarom je iets wil weten om niet betuttelend over te komen


  • Let op de positie van je hand en vingers. Bijvoorbeeld dat je niet gaat wijzen met je wijsvinger.


  • Gebruik zo min mogelijk het werkwoord ‘moeten’. De patiënt beslist uiteindelijk zelf.


  • Breng informatie feitelijk en neutraal. En vraag eventueel: ‘Mag ik u iets uitleggen?’




Wat is een aandachtspunt?

A

Een belangrijk aspect om te overwegen

B

Een persoonlijke voorkeur

C

Een onbelangrijk detail

D

Een willekeurige opmerking

Wat is een concrete handeling?

A

Een specifieke actie die je onderneemt

B

Een algemene opmerking

C

Een vage suggestie

D

Een theoretische discussie

Aandachtspunten

  • Een ‘aandachtspunt voor de beroepshouding’ is een benadering van patiënten (en later ook van collega’s) die je door concrete handelingen uit te voeren realiseert.

  • Een aandachtspunt is een globale beschrijving van een aspect van de beroepshouding dat echter nog niet aangeeft wat je precies moet doen of zeggen (of wat je juist niet moet doen of zeggen).

  • Voorbeeld: ‘zorg voor een zelfverzekerde uitstraling’. Dat maakt echter nog niet duidelijk hoe je dat gaat doen. Daarom is het een aandachtspunt en geen concrete handeling.


Concrete handelingen

  • Een concrete handeling laat zien wat je precies moet/kunt doen in de praktijk / bij een patiënt om het aandachtspunt te realiseren.


  • ‘Concreet’ betekent hier: ‘duidelijk is beschreven hoe jij gaat handelen’. 


  • Concrete handelingen (die zeggen hoe je het aandachtspunt ‘zorg voor een zelfverzekerde uitstraling’ realiseert) zijn bijvoorbeeld:
    ‘Je moet je niet te veel verontschuldigen’ óf ‘Niet gaan frummelen aan je haren of je masker’.


  • Een concrete handeling om het aandachtspunt ‘niet betuttelen’ te realiseren is bijvoorbeeld ‘geen verkleinwoorden gebruiken’.


  • Concrete handelingen die het aandachtspunt ‘een verzorgde uitstraling’ realiseren zijn bijvoorbeeld: ‘Gebruik niet te veel parfum of deodorant’ óf ‘Doe niet voor de behandeling nog even snel parfum/deodorant op’.



Wat is het verschil tussen een aandachtspunt en een concrete handeling?

A

Handeling is altijd negatief

B

Aandachtspunt is altijd positief

C

Aandachtspunt is theoretisch, handeling praktisch

D

Ze zijn hetzelfde

Uitleg en uitwerking opdracht 1A

  • Selecteer uit hoofdstuk 11 en hoofdstuk 12 van het boek Mondzorg en beroepshouding totaal twaalf concrete handelingen die horen bij vijf aandachtspunten voor een goede beroepshouding naar patiënten die:
    1. Niet héél vanzelfsprekend zijn
    2. Volgens jou het belangrijkste zijn om een goede beroepshouding te realiseren naar een patiënt

  • Je kiest:
    - Twee concrete handelingen voor het aandachtspunt ‘een positieve uitstraling’ uit paragraaf 11.2
    - Twee concrete handelingen voor het aandachtspunt ‘een zelfverzekerde uitstraling’ uit paragraaf 11.3.
    - Twee concrete handelingen bij het aandachtspunt ‘een verzorgde uitstraling’ uit paragraaf 11.4.
    - Twee concrete handelingen bij het aandachtspunt ‘stemklank en stemgebruik’ uit paragraaf 11.5.
    - Vier concrete handelingen bij het aandachtspunt ‘niet betuttelen’ uit paragraaf 12.1 t/m paragraaf 12.6.


Uitleg en uitwerking opdracht 1B

  • Ga in op drie van de twaalf concrete handelingen uit opdracht 1A waarbij je verwacht dat jij deze – gezien hoe jij bent – het minst eenvoudig vindt om uit te voeren bij een patiënt.

  • Leg uit waarom je dit denkt of verwacht. 

  • Wat kan er bijvoorbeeld mislukken bij jou als je de handeling uitvoert?  Ook mag je ingaan (maar dat moet niet) op een moeilijkheid die door een reactie van een patiënt op jouw handeling kan ontstaan.


Uitleg opdracht 2A

  • Je neemt een interview af met de tweedejaarsstudent waaraan je bent gekoppeld.

  • Je stelt aan de tweedejaarsstudent vragen over zes van de twaalf handelingen die je hebt gekozen bij opdracht 1A.

  • Doel van je interview is méér te weten te komen over deze zes handelingen.

  • Vereist is dat je dóórvraagt bij oppervlakkige, korte antwoorden van de student die je interviewt. Stel dus per hoofdvraag één of meer vervolgvragen waardoor je meer interessante informatie krijgt.

  • Het interview dient mondeling te worden afgenomen (bijvoorbeeld, in een ontmoeting (‘fysiek’) of via MS teams (online).

  • Neem het interview op als de student dat ‘geen probleem’ vindt, zodat je de interessante delen rustig kunt uittypen. Mag dat niet, dan zal je veel moeten noteren en daarvoor pauzes moeten inlassen tijdens je interview.


Hoe beïnvloeden waarom-vragen gesprekken?

A

Ze leveren geen tip op over een handeling.

B

Ze zijn altijd constructief.

C

Ze bevorderen open communicatie.

D

Ze maken gesprekken productiever.

Voorbeelden van vervolgvragen stellen

  • Stel weinig ‘waarom-vragen’. Bijvoorbeeld: Waarom is …. belangrijk?

    Waarom- vragen leveren namelijk meestal geen tip op over een handeling die jij kunt gaan uitvoeren als je patiënten behandelt.

    Voorbeelden van vervolgvragen:

  • Dit … lijkt mij moeilijk om te doen, heb je aan advies aan mij?

  • Wat doe je als de patiënt zo …  op ... reageert?

  • Dit … lijkt me vrij eenvoudig, is dat altijd zo?

  • Waar moet ik daarbij nog meer op letten?

  • Wat kan er daarbij fout gaan? 

  • Doe je dit (is dit) altijd zo?

  • Is dit bij álle patiënten het geval? / Bij welke patiënten doe je dit niet?

  • Wat zou je mij wat dit betreft (nog meer) willen adviseren?

Uitwerking opdracht 2A

  • Type je vragen met de interessante delen van de antwoorden van de tweedejaarsstudent uit. Voor je beroepshouding oninteressante delen laat je dus weg.

  • Orden je vragen en antwoorden onder de zes handelingen die je nummert van 1 t/m 6.

  • Je mag zelf bepalen hoe groot de 'tekst met vragen en antwoorden' per handeling is.

  • Je werkt bijvoorbeeld over handeling 2 veel meer tekst met vragen en antwoorden uit dan over handeling 4, omdat je gesprek met de tweedejaarsstudent over handeling 2 interessantere antwoorden heeft opgeleverd dan over handeling 4.
     

  • Je moet wel minimaal één vraag met antwoord voor alle zes handelingen uitwerken.
     

  • De naam van de student die je hebt geïnterviewd noem je bij deze opdracht. Ook noem je de datum dat je elkaar hebt gesproken: ‘interview afgenomen met …. op ….’.


Uitleg en uitwerking opdracht 2B

  • Beschrijf voor alle zes handelingen die je hebt besproken in je interview, per handeling wat je hebt geleerd over deze handeling in het interview.
    Orden je antwoorden onder de zes handelingen die je nummert van 1 t/m 6.

  • N.B.: Je beschrijft de kern van wat je geleerd hebt door de opdrachten te maken uiteindelijk in je mediumstake (eindpresentatie) van S2.
    Je ontwikkeling/reflectie vanuit de V&B opdrachten moet dus ook helder in deze eindreflectie naar voren komen.

Wanneer dienen de opdrachten af te zijn?

  • Kalenderweek 19 (lesweek 12).


  • Dit is de week van 10 mei t/m 14 mei.


  • Begin op tijd. Vertoon geen uitstelgedrag. Zoek ook op tijd contact met de tweedejaars student d.m.v. MS Teams of e-mail.


  • Tijdens de leerteambijeenkomst bespreek en presenteer je jouw bevindingen n.a.v. het maken van de opdrachten en het afnemen van het interview.


  • Let op: Hier is een datapunt aan gekoppeld!! Dit telt mee in je digitaal portfolio en dus je eindbeoordeling om je studiepunten te kunnen verzilveren.

Waar vind je wat?

Koppeling propedeuse student aan HF1 student voor het interview:

  • Ga naar MS Teams --> APS-MZK-studenten --> Leerteams leerjaar 1 studenten --> bestanden --> map V&B --> ‘Interview - koppeling propedeuse – HF1 student’


Hoorcollege Visie & Beroepshouding:

  • Ga naar MS Teams --> APS-MZK-studenten --> Leerteams leerjaar 1 studenten --> bestanden --> map Powerpoints --> ‘Lesweek 5 – ‘HC V&B’


Opdrachten Visie & Beroepshouding

  • Ga naar MS Teams --> APS-MZK-studenten --> Leerteams leerjaar 1 studenten --> bestanden --> map V&B --> ‘Opdrachten V&B’

  • Of op Brightspace bij EVL3 - OPSUIB



Vragen?

Vragen?