PSY-A les 1

Rachael Demir-Mutlu
PSY-A Periode 4 les 1 H4
1 / 17
next
Slide 1: Slide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Rachael Demir-Mutlu
PSY-A Periode 4 les 1 H4

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Planning
  • Presto
  • Terugblik H6 Sociaal-emotionele ontwikkeling
  • Periode 4: H4/5 creatieve ontwikkeling (4.1/5.1)
  • Opdracht
  • Afsluiten

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

1

Slide 3 - Video

This item has no instructions

02:47
Welk ontwikkelingsgebied komt duidelijk naar voren uit dit filmpje?
A
Lichamelijke ontwikkelingsgebied
B
Cognitieve ontwikkelingsgebied
C
Sociaal-emotionele ontwikkelingsgebied
D
Seksuele ontwikkelingsgebied

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Om zich goed staande te kunnen houden in de maatschappij moet een kind bijv. leren om voor zichzelf op te komen, beslissingen te nemen, anderen te vertrouwen en vriendschappen op te bouwen en te behouden.
Dit nomen we ................
A
Losmakingsproces
B
Socialisatie
C
Sociale vaardigheden
D
Egocentrisme

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wie ..................... is, heeft een verminderd vermogen om zich in een ander of diens standpunten of gevoel te verplaatsen. Dit wordt onbewust gedaan
A
Manipulerend
B
Socialistisch
C
Empathisch
D
Egocentrisch

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Tussen 9 - 12 jaar leren kinderen zich aanpassen aan de maatschappij. Ze begrijpen groepsnormen steeds beter en passen zich aan. Dit noemen we ............
A
Losmakingsproces
B
Socialisatie
C
Empathie
D
Egocentrisme

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noemen we de test die op deze afbeelding weergegeven wordt?

Slide 8 - Slide

Rouge test: vanaf 1.5 jaar gaat de dreumes zijn eigen spiegelbeeld herkennen. Dat kan alleen maar als een dreumes zijn eigen 'ik' ook herkent. Het herkennen van de eigen 'ik' is ontdekt door een experiment met rouge te doen: rouge-test. Veegje rouge op gezicht - herkennen in spiegel. 
Periode 4
  • H4 of H5: Creatieve ontwikkeling
  • Studiewijzer (volgende pagina)
  • TOETS alle hoofdstukken PSY-A (spiektabel gebruiken)
  • Werkboek en spiektabel inleveren eind periode

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Bedenk 3 voorbeelden waarbij een jong kind een voorwerp of speelgoed anders gebruikt dan waarvoor het eigenlijk bedoeld is.

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

4.1 Op zoek naar creativiteit
Uniek kenmerk creativiteit (alleen mens kan dit)
  • maken van nieuwe dingen.
  • vinden van nieuwe oplossingen voor bestaande problemen.

Creativiteit bij veel activiteiten
  • tekenen
  • handvaardigheid
  • beeldend onderwijs
  • muziek
  • beweging (drama en dans)                             Rekenles creativiteit

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Kunnen uiten
omzetten van gedachte, gevoel of beeld.

  • Gedicht (wat zeg je?)
  • Dans (wat doe je?)
  • Tekening (wat maak je?)


Starten met een schone lei

jong kind weet niet beter (kent geen andere oplossing of aanpak)

stimuleren creativiteit:
  • ruimte geven om oplossingen te ontdekken
  • onthouden dat niets 'fout' is
  • in fantasiewereld zijn er geen beperkingen

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Zelfvertrouwen maakt creatief en andersom ook.
Groot gevoel van eigenwaarde = meer vrij om creatief te zijn (en andersom)
mensen die creatief zijn hebben vaak ook de volgende eigenschappen
  • Nieuwsgierig zijn
  • Onafhankelijkheid
  • Ontvankelijkheid
  • Openheid
  • Flexibiliteit (zie blz. 96)

Creatief leren: Nieuwsgierigheid, vindingrijk, vasthoudendheid, samenwerken, discipline (blz 96)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Begeleiden van creatieve activiteiten
Ruimte creëren om creatief te zijn:
  • Prikkelende en uitnodigende omgeving
  • Ruimte voor experimenteren en ontdekken
    opdracht in 4 weken maken (denkruimte)
  • Eisen stellen (stappenplan maken)
  • Tussentijds evalueren

  1. Wat wil je doen? 
  2. Hoe wil je het doen? (kom je er niet uit - laat het dan even rusten)
  3. Idee? Schrijf op
  4. Kan je idee werken? maak een plan, voer uit.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Werkboek H4/ H5
Maak nu in het werkboek de vragen bij paragraaf 4.1 / 5.1

Slide 17 - Slide

This item has no instructions