Cellen en transport (Biologie havo), les 3: Terugblik quiz

CEL · BOUW EN TRANSPORT

Quiz

Terugblik: Cellen en transport

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met twaalf vragen over prokaryoten en virussen, organellen, transport door het celmembraan, osmose, turgor en plasmolyse en homeostase.

Items in this lesson

CEL · BOUW EN TRANSPORT

Quiz

Terugblik: Cellen en transport

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Trương Minh Khải / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Welk onderdeel van een bacterie kan extra genen bevatten?

A

Een eiwitmantel

B

Een celkern

C

Een mitochondrie

D

Een plasmide

Plasmiden zijn kleine ringetjes DNA. Verwachte fout: eiwitmantel, dat is van een virus.

Vul in

Een virus bestaat uit DNA of RNA in een eiwitmantel; een bacterie is wel een cel met celwand.

virus
eiwitmantel
cel
bacterie
plasmide

Een virus is geen cel. Verwachte fout: bacterie invullen op de eerste plek.

Welk organel breekt stoffen in de cel af met enzymen?

A

Golgi-systeem

B

Lysosoom

C

Ribosoom

D

Mitochondrie

Lysosomen bevatten enzymen voor afbraak. Verwachte fout: golgi-systeem kiezen omdat ook dat blaasjes maakt.

Zuurstof gaat van het bloed een cel in. Hoe komt het door het membraan?

A

Door diffusie, zonder energie

B

Door actief transport met energie

C

Door endocytose in een blaasje

D

Door osmose met water mee

Zuurstof gaat van hoge naar lage concentratie door diffusie. Verwachte fout: osmose, dat is alleen voor water.

Zet op volgorde: wat gebeurt er bij plasmolyse?

1

Water verlaat de cel door osmose

2

De cel ligt in een hypertonische oplossing

3

De vacuole en de celinhoud krimpen

4

Het celmembraan laat los van de celwand

Eerst de oplossing, dan het waterverlies, dan krimp, dan het loslaten. Verwachte fout: loslaten voor het krimpen.

Vul in

Door wateropname drukt de celinhoud tegen de celwand. Deze stevigheid heet turgor; bij waterverlies ontstaat plasmolyse en wordt de cel slap.

celwand
turgor
plasmolyse
vacuole
homeostase

Verwachte fout: turgor en plasmolyse omdraaien.

Welke cel heeft zeker bladgroenkorrels?

A

Een spiercel van de mens

B

Een rode bloedcel

C

Een cel uit een groen blad

D

Een cel uit de huid van een kikker

Bladgroenkorrels horen bij planten. Verwachte fout: denken dat alle eukaryote cellen ze hebben.

Een witte bloedcel neemt een bacterie op. Welk transport?

A

Exocytose

B

Endocytose

C

Diffusie

D

Osmose

Een groot deeltje gaat via een blaasje naar binnen: endocytose. Verwachte fout: exocytose, de omgekeerde richting.

Noem een functie van het celmembraan.

Het membraan begrenst de cel en bepaalt welke stoffen erin en eruit gaan (selectief permeabel). Ook goed: receptoreiwitten vangen signalen op.

Een rode bloedcel ligt in een isotonische oplossing. Wat gebeurt er?

A

Water gaat de cel in en de cel zwelt

B

Water gaat de cel uit en de cel krimpt

C

Opgeloste stoffen gaan actief de cel in

D

Er gaat netto geen water in of uit

Gelijke osmotische waarde: geen netto verplaatsing van water. Verwachte fout: denken dat er dan helemaal niets beweegt.

Wat houdt homeostase in een cel in?

A

De cel deelt zich zodat er meer cellen komen

B

De cel vervoert alle stoffen zonder energie

C

De cel maakt zelf energie uit zonlicht

D

De cel houdt de omstandigheden in de cel gelijk

Cellen reguleren zichzelf. Verwachte fout: homeostase zien als celdeling.

Welk onderdeel van het membraan vangt signaalstoffen op?

A

Ribosoom

B

Receptoreiwit

C

Plasmide

D

Golgi-systeem

Receptoreiwitten zitten in het celmembraan. Verwachte fout: ribosoom kiezen omdat dat ook een eiwit-organel is.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

CEL · BOUW EN TRANSPORT

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kunt nu de bouw van cellen beschrijven en uitleggen hoe stoffen en water het celmembraan passeren.

This item has no instructions