CEL · BOUW EN TRANSPORT
Quiz
Terugblik: Cellen en transport
CEL · BOUW EN TRANSPORT
Quiz
Terugblik: Cellen en transport
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Trương Minh Khải / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Welk onderdeel van een bacterie kan extra genen bevatten?
Een eiwitmantel
Een celkern
Een mitochondrie
Een plasmide
Plasmiden zijn kleine ringetjes DNA. Verwachte fout: eiwitmantel, dat is van een virus.
Vul in
Een virus bestaat uit DNA of RNA in een eiwitmantel; een bacterie is wel een cel met celwand.
Een virus is geen cel. Verwachte fout: bacterie invullen op de eerste plek.
Welk organel breekt stoffen in de cel af met enzymen?
Golgi-systeem
Lysosoom
Ribosoom
Mitochondrie
Lysosomen bevatten enzymen voor afbraak. Verwachte fout: golgi-systeem kiezen omdat ook dat blaasjes maakt.
Zuurstof gaat van het bloed een cel in. Hoe komt het door het membraan?
Door diffusie, zonder energie
Door actief transport met energie
Door endocytose in een blaasje
Door osmose met water mee
Zuurstof gaat van hoge naar lage concentratie door diffusie. Verwachte fout: osmose, dat is alleen voor water.
Zet op volgorde: wat gebeurt er bij plasmolyse?
Eerst de oplossing, dan het waterverlies, dan krimp, dan het loslaten. Verwachte fout: loslaten voor het krimpen.
Vul in
Door wateropname drukt de celinhoud tegen de celwand. Deze stevigheid heet turgor; bij waterverlies ontstaat plasmolyse en wordt de cel slap.
Verwachte fout: turgor en plasmolyse omdraaien.
Welke cel heeft zeker bladgroenkorrels?
Een spiercel van de mens
Een rode bloedcel
Een cel uit een groen blad
Een cel uit de huid van een kikker
Bladgroenkorrels horen bij planten. Verwachte fout: denken dat alle eukaryote cellen ze hebben.
Een witte bloedcel neemt een bacterie op. Welk transport?
Exocytose
Endocytose
Diffusie
Osmose
Een groot deeltje gaat via een blaasje naar binnen: endocytose. Verwachte fout: exocytose, de omgekeerde richting.
Noem een functie van het celmembraan.
Het membraan begrenst de cel en bepaalt welke stoffen erin en eruit gaan (selectief permeabel). Ook goed: receptoreiwitten vangen signalen op.
Een rode bloedcel ligt in een isotonische oplossing. Wat gebeurt er?
Water gaat de cel in en de cel zwelt
Water gaat de cel uit en de cel krimpt
Opgeloste stoffen gaan actief de cel in
Er gaat netto geen water in of uit
Gelijke osmotische waarde: geen netto verplaatsing van water. Verwachte fout: denken dat er dan helemaal niets beweegt.
Wat houdt homeostase in een cel in?
De cel deelt zich zodat er meer cellen komen
De cel vervoert alle stoffen zonder energie
De cel maakt zelf energie uit zonlicht
De cel houdt de omstandigheden in de cel gelijk
Cellen reguleren zichzelf. Verwachte fout: homeostase zien als celdeling.
Welk onderdeel van het membraan vangt signaalstoffen op?
Ribosoom
Receptoreiwit
Plasmide
Golgi-systeem
Receptoreiwitten zitten in het celmembraan. Verwachte fout: ribosoom kiezen omdat dat ook een eiwit-organel is.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
CEL · BOUW EN TRANSPORT
Goed gedaan!
Goed gedaan. Je kunt nu de bouw van cellen beschrijven en uitleggen hoe stoffen en water het celmembraan passeren.
This item has no instructions