Rekenen tot 100: optellen, aftrekken en tafels
Rekenen tot 100: optellen, aftrekken en tafels
Wat weet jij al over optellen, aftrekken en tafels?
Leerdoel van deze les
Aan het einde van de les kun je zonder rekenmachine getallen tot 100 optellen en aftrekken. Je kent de tafels van 1 t/m 10 uit je hoofd. Je past deze kennis toe in het dagelijks leven.
Hoofddoel: optellen en aftrekken
Je leert hoe je getallen tot 100 optelt en aftrekt zonder rekenmachine.
Subdoelen bij optellen en aftrekken
Optellen
Aftrekken
Je kunt twee getallen onder de 100 optellen.
Je kunt twee getallen onder de 100 aftrekken.
Zonder rekenmachine werken
Vaak heb je geen rekenmachine bij de hand. Daarom is het handig om zelf snel te kunnen rekenen.
Voorbeeld optellen
23 + 17 = ? Hoe los je dit op? Eerst 23 + 10 = 33, dan 33 + 7 = 40.
Voorbeeld aftrekken
54 - 18 = ? Eerst 54 - 10 = 44, dan 44 - 8 = 36.
Toepassing in de praktijk
In de winkel koop je iets van € 35 en iets van € 28. Hoeveel betaal je samen? Hoeveel geld hou je over als je € 50 uitgeeft?
Opgave 1
Los de som op: 46 + 29 = ?
Opgave 2
Los de som op: 81 - 36 = ?
Hoofddoel: onthouden en lenen
Je leert rekenen met onthouden en lenen bij getallen onder de 100.
Subdoelen: onthouden en lenen
Soms moet je een tiental ‘lenen’.
Soms moet je een tiental ‘onthouden’.
Onthouden bij optellen
Lenen bij aftrekken
Voorbeeld: optellen met onthouden
38 + 27. 8 + 7 = 15. Je schrijft 5 op en onthoudt 1 tiental bij de tientallen.
Voorbeeld: aftrekken met lenen
42 - 18. Bij de eenheden kun je niet 2 - 8 doen, dus je leent 1 tiental (12 - 8 = 4).
Waarom onthouden en lenen belangrijk is
Deze manier gebruik je ook bij grotere sommen. Handig voor later!
Opgave 3
Los de som op met onthouden: 56 + 39 = ?
Opgave 4
Los de som op met lenen: 71 - 46 = ?
Hoofddoel: tafels 1 t/m 10
Je leert de tafels van 1 tot en met 10 uit je hoofd. Dat maakt rekenen sneller en makkelijker.
Subdoel: tafelkennis
Tafels oefenen
Herhaal de tafels. Zeg ze hardop en maak er een spel van.
Toepassing tafels
Handig bij rekenen in het dagelijks leven, zoals snel hoofdrekenen.
Voorbeeld tafels
Wat is 7 x 8? Antwoord: 56.
Opgave 5
Wat is 6 x 9?
Opgave 6
Wat is 5 x 7?
Reflectie: wat heb je geleerd?
Noem drie dingen die je vandaag hebt geleerd.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.