H 7.1: De vraag

H7: Markt en macht

1 / 21
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

H7: Markt en macht

Slide 1 - Slide

Uitleg...

Slide 2 - Slide

Markt en vraag 
Wie kan dit uitleggen:

  • Als de vraag naar producten afneemt, zal de prijs dalen.

  • Als de vraag naar producten toeneemt, zal de prijs stijgen.

Slide 3 - Slide

Vraagfactoren
Waar is de vraag van afhankelijk?
  • Prijs
  • budget (inkomen)
  • voorkeuren
  • aanwezigheid van substitutiegoederen (vervangende goederen)

Slide 4 - Slide

Vraag is ook afhankelijk van.....
De betalingsbereidheid:
Niet alles is voor iedereen evenveel waard.
Wat een persoon voor een product of dienst wil betalen noemen we zijn of haar betalingsbereidheid.

Slide 5 - Slide

Soorten goederen...
  • Primaire goederen: Noodzakelijke goederen, bijvoorbeeld: brood, aardappels;

  • Secundaire goederen: Luxe goederen, bijvoorbeeld: sieraden, ipad;
---> Deze worden pas gekocht na het bereiken van een zeker inkomen: het drempelinkomen;

  • Inferieure goederen: Goederen die na het bereiken van een zeker inkomen minder worden gekocht. Men kan zich dan duurdere en kwalitatieve betere goederen veroorloven (bv spek-> biefstuk);

  • Giffen-goederen: goederen waarvan de consument het idee heeft dat de prijs iets zegt over de kwaliteit ----> Hoe duurder hoe beter denkt de consument....

Slide 6 - Slide

Twee vraaglijnen
  • Inkomensvraaglijnen: verband besteedbaar inkomen  en de vraag naar een product  (zie bron 1 bladzijde 163)
Weergegeven goederen: Primaire, secundaire en inferieure goederen

  • Prijsvraaglijnen: verband prijs en de gevraagde hoeveelheid van een product (zie bron 2 bladzijde 164)
Weergegeven goederen: Primaire, luxe en giffen-goederen







Slide 7 - Slide

Prijsvraagvergelijking
De vraag wordt weergegeven met de volgende vergelijking:



qv = de gevraagde hoeveelheid van product x
p = prijs van product x
a= de mate waarin de vraag reageert op veranderingen in de prijs
b = het gedeelte van de vraag dat niet afhankelijk is van de prijs
qv=ap+b

Slide 8 - Slide

Verschuiving van de vraaglijn naar rechts
Betekenis van deze vraaglijn?
  • Bij dezelde prijs is de gevraagde hoeveelheid groter geworden.
Oorzaken van grotere vraag?
  • hoger inkomen
  • concurrentie is duurder geworden
  • goede reclame


  • Kortom: er is een oorzaak geweest waardoor de gevraagde hoeveelheid is toegenomen.

Slide 9 - Slide

Consumentensurplus
Het consumentensurplus is het verschil tussen de betalingsbereidheid en de marktprijs.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Even oefenen...

Slide 12 - Slide

Als de vraag naar een product stijgt...
A
... verschuift de vraaglijn naar rechts
B
... verschuift de vraaglijn naar links
C
... De vraaglijn verschuift omhoog
D
...De vraaglijn verschuift omlaag

Slide 13 - Quiz

Als het inkomen van mensen met 10% stijgt dan...
A
schuift de vraaglijn naar rechts
B
schuift de vraaglijn naar links
C
verandert alleen het punt op de vraaglijn
D
verandert er niets

Slide 14 - Quiz

Door het coronavirus daalt het inkomen van veel mensen. Ze hebben niet veel geld meer over voor een nieuwe auto. Hierdoor:
A
Vindt er een verschuiving plaats naar rechts van de hele vraaglijn
B
Vindt er een verschuiving plaats naar links van de hele vraaglijn

Slide 15 - Quiz

Wat gebeurt er bij hamsteren?
A
De vraaglijn verschuift naar rechts en er ontstaat een (zeer tijdelijk) vraagoverschot
B
De vraaglijn verschuift naar links en er ontstaat een (zeer tijdelijk) vraagoverschot

Slide 16 - Quiz


Waarom gaat de vraaglijn altijd omlaag?
A
Hoe hoger de prijs, hoe hoger de vraag
B
Hoe hoger de prijs, hoe lager de vraag
C
Omdat de vraaglijn omhoog gaat
D
Omdat er altijd evenwicht is.

Slide 17 - Quiz

De vraaglijn verschuift naar links, dit kan het gevolg zijn van:
A
een hogere koopkracht
B
een prijsdaling
C
een daling van het aantal inwoners
D
het verdwijnen van concurrenten

Slide 18 - Quiz

Gegeven is de vraaglijn
Qv = –15p + 75. De prijs is € 3,00

Wat is de gevraagde hoeveelheid?
A
82,5
B
18
C
92,5
D
30

Slide 19 - Quiz

Verschuiving vraaglijn
Stel dat de vraaglijn evenwijdig naar links verschuift. 
Wat kan hiervan de oorzaak geweest zijn? 

Slide 20 - Slide

Vraagfunctie: qv = -0,2p + 75. Wat is de gevraagde hoeveelheid als de prijs EUR 200,- is?

Slide 21 - Open question