Sociale psychologie

Sociale psychologie 3de graad
Hoe wordt ons gedrag beïnvloed?


1 / 86
next
Slide 1: Slide
GedragswetenschappenSecundair onderwijs

This lesson contains 86 slides, with interactive quiz, text slides and 9 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Sociale psychologie 3de graad
Hoe wordt ons gedrag beïnvloed?


Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Thema 1
Sociale cognitie (denkvermogens)

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Functies sociale cognitie:

1. kunnen we het gedrag van andere voorspellen
2. wisselen we ervaringen uit 
3. communiceren we effectief met onze omgeving

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Kan vanuit verschillende standpunten bestudeerd worden

  1. Cognitieve dissonatie
  2. Causale attributie
  3. Vertekening bij attributie

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Cognitieve dissonantie

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Cognitieve dissonantie...
is het gevoel dat je kunt ervaren bij dingen die je doet, denkt of voelt die in strijd zijn met je eigen overtuigingen. Daarnaast kan dit gevoel voorkomen wanneer twee van jouw gedachten of gedragingen elkaar tegenspreken.
Ook wanneer je ergens veel moeite voor doet, maar dit vervolgens weinig oplevert kan je cognitieve dissonantie ervaren. 


Dit gevoel is vervelend en kan zorgen voor onrust.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

OPDRACHT

Bespreking casussen

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Cognitieve dissonantie...
Mensen willen dat er overeenstemming bestaat tussen overtuigingen, attitudes en gedrag (anders onrust).


  • Een cognitieve component: wat je weet en denkt
  • Een affectieve component: wat je voelt
  • Een conatieve component: wat je doet en waar je naar streeft


Slide 8 - Slide

This item has no instructions

OPDRACHT
cursus pagina 9

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Leon Festinger 
De theorie cognitieve dissonantie zegt dat we de neiging hebben om heel onze houding en ons denken over een onderwerp zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met ons gedrag. Zo vermijden we een vervelende spanning, een vervelend gevoel, een dissonantie.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld
Iemand die rookt en zich ervan bewust is dat roken slecht is voor de gezondheid, kan cognitieve dissonatie ervaren. Volgens L. Festinger ligt de oplossing in een attitudeverandering. Je houding kan je gemakkelijker aanpassen dan je gedrag. Met andere woorden is het voor een roker gemakkelijker te ontkennen dat roken slecht is voor je gezondheid dan om effectief te stoppen met roken.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Experiment Leon Festinger 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Cognitieve dissonatie verminderen
(pagina 12)

Slide 13 - Slide

geruststellende leugens - onaangename waarheden
Cognitieve dissonatie verminderen
  • Je past je mening/attitude aan
  • Een voorwaarde toevoegen
  • Het alternatief minder aantrekkelijk maken
  • Het belang minimaliseren
  • Gedrag aanpassen
  • Externe attributie
  • Communiceren


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Opnieuw voorbeeld roker
Je past je mening/attitude aan: Roken is niet zo slecht voor mijn gezondheid.
Een voorwaarde toevoegen: Ik mag roken, omdat ik gezond eet.
Het alternatief minder aantrekkelijk maken: Als ik niet rook, raak ik gestrest en dat is ook niet goed voor mijn gezondheid.
Het belang minimaliseren: Door niet meer te roken, word ik niet gezonder. Denk maar aan de luchtvervuiling.
Gedrag aanpassen: Ik rook nog maar drie sigaretten per dag. En hoop op termijn te stoppen.
Externe attributie: Ik doe mijn best om te stoppen, maar mijn werkgever zet me zo onder druk, waardoor ik nood heb aan een sigaret. Het is zijn schuld dat ik rook.
Communiceren: Je praat met anderen over je probleem.


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Link met studieschuld

Hoe hoger de studieschuld, hoe positiever studenten worden omtrent hun schuld.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Cognitieve dissonantie in de marketing
Cognitieve dissonantie in de psychologie en psychiatrie

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

OPDRACHT
Podcast 'Bevriend raken met je ontvoerder.  Hoe is het mogelijk?'
cursus pagina 17

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Causale attributie

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Causale attributies...

zijn denkprocessen waarbij iemand op zoek gaat naar verklaringen voor geobserveerd gedrag (= attributie)


Fritz Heider, een Oostenrijkse psycholoog werkte een attributietheorie uit.


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Onderverdeling causale attributies...
  1. Interne attributie = persoonsgebonden: we leggen de oorzaak van het gedrag bij de persoon zelf (emoties, motieven, karaktertrekken...)
  2. Externe attributie = situatiegebonden: we leggen de oorzaak van het gedrag buiten de persoon (context/omgeving)
  3. Stabiele attributie: we leggen de oorzaak van het gedrag bij factoren die niet enkel nu aanwezig zijn, maar ook in de toekomst gelden
  4. Instabiele attributie: we leggen de oorzaak van het gedrag bij factoren die éénmalig voorkwamen.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

OPDRACHT
cursus pagina 19

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Matrix van vier verschillende soorten attributies

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Correlatie tussen interne stabiele attributie en intrinsieke motivatie
Bernard Weiner’s: Attributietheorie in het Onderwijs


Attributietheorie gaat ervan uit dat leerlingen hun succes of falen toeschrijven aan bepaalde oorzaken, die intern of extern kunnen zijn.



Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

OPDRACHT
cursus pagina 21

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Covariatiemodel volgens Harold Kelley
Het model stelt dat mensen drie soorten informatie gebruiken om te bepalen of iemands gedrag wordt veroorzaakt door interne factoren (zoals persoonlijkheid) of externe factoren (zoals de situatie):
 
  1. Distinctiviteit/kenmerkendheid
2 Consistentie
3.Consensus

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Hoek 1: Casus


De leerkracht LO ziet dat Lana niet wil meeturnen.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Vertekeningen bij attributie

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Vertekeningen bij attributie: 
Hoek 2: Mindset volgens Carol Dweck






Statische mindset versus groeimindset

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Video

This item has no instructions

Hoek 3: Attributiefouten
Zelfdienende attributie:  gedragingen van onszelf foutief verklaren door de interne of externe factoren te over- of onderschatten.

Voorbeeld: Je haalt een goed cijfer voor een examen en denkt: “Ik ben slim en heb hard gestudeerd.”  Je schrijft het succes toe aan jezelf (interne factoren), terwijl er ook externe factoren kunnen zijn (bijv. een makkelijk examen of hulp van anderen).

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Hoek 3: Attributiefouten
Fundamentele attributiefout: gedragingen van anderen foutief verklaren door de interne of externe factoren te over- of onderschatten.

  • Voorbeeld 1: Je ziet iemand struikelen op straat en denkt “Die persoon is echt onhandig.” Je negeert mogelijke externe oorzaken (bijv. een losse stoeptegel) en schrijft het gedrag toe aan de persoonlijkheid.
  • Voorbeeld 2: Iemand reageert kortaf tegen je en je denkt: “Zij is onvriendelijk.” Je onderschat externe factoren (bijv. stress, slechte dag...)

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Hoek 3: Attributiefouten
Beïnvloedt jouw zelfwaardering je attributies? Of is het omgekeerd: je attributies beïnvloeden je zelfwaardering?

Beide beïnvloeden elkaar , het is een wisselwerking:
Als je een hoge zelfwaardering hebt, zal je sneller succes aan jezelf toeschrijven (“ik kan dit”) en falen aan externe factoren. Bij lage zelfwaardering gebeurt vaak het omgekeerde: succes wordt geminimaliseerd (“gewoon geluk”) en falen wordt aan jezelf toegeschreven (“ik ben niet goed genoeg”).  Anderzijds beïnvloeden je attributies je zelfwaardering: Als je herhaaldelijk succes intern verklaart, groeit je zelfvertrouwen. Als je falen steeds intern verklaart, kan je zelfwaardering dalen.

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Vertekeningen bij attributie

Verklaar verslavingsgedrag en een tienerzwangerschap: 
cursus pagina 30 - 31 en 32

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Oorzaken van vertekeningen bij attributie
1. gedrag van onszelf en gedrag van anderen foutief verklaren door interne of externe factoren te over- of onderschatten
2. Vooroordelen (medeleerlingen tegen over tienerzwangerschap)
3. Empathie en betrokkenheid (leerkracht t.o. tienerzwangerschap)
4. Geloof in een rechtvaardige wereld (darmkanker versus levensstijl)

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Slide 39 - Video

This item has no instructions

Waarom geloven we in een rechtvaardige wereld?
Bescherming voor onszelf: orde en controle (anders worden we panisch)

NADELEN
  1. gebrek aan empathie
  2. instandhouding van sociale ongelijkheid
  3. victim blaming - slachtofferbeschuldiging: we verwijten het slachtoffer mee schuldig te zijn               ook zijn wij zelf slachtoffer , dan zijn we geneigd om te denken dat we leed mee veroorzaakt hebben.  

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Slide 41 - Video

This item has no instructions

Oorzaken van vertekeningen bij attributie
1. gedrag van onszelf en gedrag van anderen foutief verklaren door interne of externe factoren te over- of onderschatten
2. Vooroordelen (medeleerlingen tegen over tienerzwangerschap)
3. Empathie en betrokkenheid (leerkracht t.o. tienerzwangerschap)
4. Geloof in een rechtvaardige wereld (darmkanker versus levensstijl)

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Alle oorzaken vertekeningen bij attributie

5. Het effect van de valse consensus
(canabisgebruik, seksueel actief zijn, indienen van schoolopdracht...)

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Het effect van de valse consensus
We zijn geneigd om te denken dat anderen dezelfde mening, kenmerken en gedragingen hebben als wijzelf. Maar in werkelijkheid overschatten we soms die overeenkomsten met anderen. Vandaar dat we spreken van een valse consensus

Voorbeeld onderzoek van Wolfson

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

OPDRACHT


Attributiefouten in de actualiteit
5 punten

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Invloed van sociale cognitie op mentaal welzijn

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Onderzoek Lydia Krabbendam
BELANGRIJKE FACTOREN:
1. Sociale netwerken
2. Kwaliteit van sociale relaties en sociale steun
3. Sociale cohesie
4. omgevingsfactoren
5. sociale cognitie
6. Cognitieve en neurocognitieve ontwikkeling 
7. Stress (vooral chronische stress)

• MINDER STRESS → BEVORDERT GEZONDE ONTWIKKELING







Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Thema 2
Groepsprocessen versus sociale beïnvloeding

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

De mens...

  • meest sociale diersoort 
  • we hebben elkaar nodig
  • eenzaamheid en uitsluiting willen we absoluut vermijden

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Sociale beïnvloeding
In de sociale psychologie spreekt men over sociale beïnvloeding wanneer het gedrag, de gevoelens, attitudes of gedachten van een persoon worden beïnvloed door de aanwezigheid of acties van anderen. 

Dit kan zowel bewust als onbewust gebeuren en kan leiden tot conformiteit of juist non-conformiteit. 

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

Twee soorten van sociale beïnvloeding
1) Informatieve sociale beïnvloeding: Het aannemen van de mening of het gedrag van anderen omdat ze als bron van informatie worden gezien (in onduidelijke situaties ontstaat het omstanderseffect)

2) Normatieve sociale beïnvloeding: Het aannemen van de mening of het gedrag van anderen om geaccepteerd te worden of afwijzing te voorkomen.

Let op: automatische beïnvloeding, kameleoneffect kan ook! 

Slide 51 - Slide

This item has no instructions

Omstanderseffect

Niemand vervolgd omdat ze stervende man niet hielpen op markt van Kortrijk 
Radio 2, Michael Janart
Gepubliceerd op do 11 jun. 2020 19u56

Er zal niemand worden vervolgd voor de dood van een 45-jarige man vorig jaar op de Grote Markt in Kortrijk. De man zakte 's nachts in elkaar. Verschillende mensen zijn hem voorbij gelopen, maar niemand heeft geholpen.


Slide 52 - Slide

This item has no instructions

Verschillende manieren om te reageren op sociale beïnvloeding: continuüm van sociale beïnvloeding

Slide 53 - Slide

This item has no instructions

Reactievormen 
naargelang we toegeven aan beïnvloeding

1. Conformiteit
2. Inwilliging
3. Gehoorzaamheid
Reactievormen naargelang we weerstand bieden aan beïnvloeding

1. Onafhankelijkheid
2. Assertiviteit
3. Trotseren

Slide 54 - Slide

This item has no instructions

Reactievorm: Conformisme
Conformisme is de neiging om je gedrag en opvattingen te laten beïnvloeden door de heersende opvattingen en normen van een groep of de maatschappij.

Voorbeelden: de mode volgen, het aannemen van gewoontes van een nieuw cultuur...

Slide 55 - Slide

This item has no instructions

Solomon Eliot Asch

Slide 56 - Slide

This item has no instructions

Slide 57 - Video

This item has no instructions

Complex sociaal fenomeen
Positief: 
Het kan bijdragen aan sociale cohesie en het vermijden van conflicten 

Negatief: 
Het kan ook leiden tot het onderdrukken van individualiteit en creativiteit 

Slide 58 - Slide

This item has no instructions

Slide 59 - Video

This item has no instructions

Alike
De kortfilm Alike benadrukt de waarde van creativiteit en het belang van het behouden van persoonlijke expressie in een wereld die conformiteit bevordert. Het roept vragen op over opvoeding, onderwijs en de impact van sociale normen op het individu.

Slide 60 - Slide

This item has no instructions

Conformeren in onzekere situaties
Een mogelijke verklaring is mensen gaan het gedrag van anderen volgen omdat ze die als bron van juiste informatie beschouwen (informatieve sociale beïnvloeding)

Voorbeeld: onbekende stad, een restaurant zoeken

Slide 61 - Slide

This item has no instructions

OPDRACHT
Pas deze theorie toe op het nieuwsbericht 'needle spiking op tienerfestival in Hasselt (2022)'

Zijn de jongeren onwel geworden en is daarna paniek uitgebroken? Of zijn ze onwel geworden omdat er paniek is uitgebroken?

Slide 62 - Slide

This item has no instructions

Slide 63 - Link

This item has no instructions

Reactievorm: Inwilliging

Je stemt in op een verzoek van iemand anders, zelfs als je dat eigenlijk niet echt wil doen:
  •   je wil aardig zijn
  • je voelt je verplicht
  • je denkt dat het zo hoort  

Slide 64 - Slide

This item has no instructions

Conformisme

Geen sprake van rechtstreekse druk of dwang
Inwilliging

Een reactie op een expliciete vraag

Je verandert je gedrag, maar niet per se je mening

Men gebruikt van vaak beïnvloedingstechnieken (sociale manipulatie)


Slide 65 - Slide

This item has no instructions

Beïnvloedingstechnieken bij inwilliging

  • Voet-tussen-de deur-techniek
  • Deur-in-het-gezicht-techniek
  • Zodra-de-bal-aan-het-rollen-is-techniek
  • Dat-is-nog-niet-alles-techniek 

Slide 66 - Slide

This item has no instructions

Slide 67 - Video

This item has no instructions

Reactievorm: Gehoorzaamheid
  • Gehoorzaamheid is de hoogste trap in de het toegeven aan sociale beïnvloeding
  • De druk wordt opgedreven
  • Verzoek = bevel
  • We gehoorzamen vaak uit angst voor sancties of om geaccepteerd te worden 

Slide 68 - Slide

This item has no instructions

Belangrijke vragen
  • Waarom begaan mensen verschrikkelijke wreedheden?
  • Hoe is het zover kunnen komen tijdens WOII?
  • Zijn enkel nazi's in staat tot zulke daden of zijn we dit allemaal?

Slide 69 - Slide

This item has no instructions

Experiment van Stanley Milgram
  • Asistent van Asch (conformisme) 
  • Uitgevoerd in de jaren '60
  • Hij deed onderzoek naar de ontwikkeling van prestaties onder druk van straf 
  • Uitgevoerd op gewone mensen
  • A.d.h.v. elektrische schokken (experiment max. 450 volt/ mens kan je doden van 220 volt)

Slide 70 - Slide

This item has no instructions

Slide 71 - Video

This item has no instructions

Resultaten
  • 65 procent van de mensen gingen door tot het maximum toedienen van 450 volt.
  • 2/3 van de mensen, wel in grote gewetensnood en altijd met goedkeuring van de experimentleider
  • De leider van het experiment gaf aan dat de deelnemers hun verantwoordelijkheid moesten nemen 

Slide 72 - Slide

This item has no instructions

Waarom geeft iemand zijn autonoom denken op? En waarom verandert zijn gedrag?

Slide 73 - Open question

This item has no instructions

Waarom geeft iemand zijn autonoom denken op?  En waarom verandert zijn gedrag?
  1. Het gaat om legitieme macht: de macht wordt als goed beschouwd en wordt aanvaard. Als een agent je vraagt om uit je wagen te stappen, vind je dit normaal. Als iemand anders dit vraagt, zul je dit negeren.
  2. Het verantwoordelijkheidsgevoel verdwijnt. De beslissing komt van bovenaf, ik ben dus niet verantwoordelijk voor mijn daden.
  3.  De druk van de autoriteit: uitspraken zoals doe voort, ik sta erop…
  4. Een gecontroleerde setting is bevorderlijk om te gehoorzamen: proefpersonen redeneren dat het geen kwaad kan.

Slide 74 - Slide

This item has no instructions

Weetje ' Le jeu de la mort'
  • gelijkaardig als het experiment
  • in het jaar 2010
  • 81% van de mensen gaven meer dan 400 volt aan de andere spelers

Slide 75 - Slide

This item has no instructions

Verschillende manieren om te reageren op sociale beïnvloeding: continuüm van sociale beïnvloeding

Slide 76 - Slide

This item has no instructions

Reactievorm 'onafhankelijkheid'

Het vermogen om eigen keuzes te maken en je gedrag niet automatisch te laten bepalen door de mening of het gedrag van anderen.

'andersdenkenden of dissidenten'

Theorie van Serge Moscovici


Slide 77 - Slide

This item has no instructions

Slide 78 - Video

This item has no instructions

De meerderheid kan je beïnvloeden door innovatie in plaats van conformisme.
 Om dit te bereiken, moet de minderheid een specifieke gedragsstijl hanteren die wordt gekenmerkt door:
Consistentie: vasthouden aan haar standpunt over een langere periode
Betrokkenheid: bereid zijn offers te brengen voor hun standpunt. 
Flexibiliteit (Niet star zijn): niet rigide of dogmatisch overkomen
Autonomie en betrouwbaarheid: De minderheid moet geloofwaardig overkomen en laten zien dat ze onafhankelijk denken en niet handelen uit eigenbelang of externe druk.


Slide 79 - Slide

This item has no instructions

MAAR
Wil je tegen de meerderheid ingaan, dan kun je je beter eerst conformeren met de groep. 
Door je te conformeren met de groep krijg je een soort krediet, zo kan je een machtspositie verwerven, de normen te overtreden of zelfs te wijzigen. 
 Deze strategie heet in de psychologie het eigenzinnigheidskrediet.

Slide 80 - Slide

This item has no instructions

Reactievorm 'assertiviteit'

Assertief zijn betekent eigenlijk opkomen voor jezelf met respect voor de andere

Gebruik daarvoor ik-boodschap


Slide 81 - Slide

This item has no instructions

De vijf conflictstijlen van Thomas-Kilmann

Slide 82 - Slide

This item has no instructions

OPDRACHT


Schrijf een situatie/casus uit met een conflictstijl
20 min.

Slide 83 - Slide

This item has no instructions

 PERSOONLIJK OPDRACHT 5p
Reflecteer over een persoonlijk conflict en schrijf dit uit in je levensloopboek. Welk conflictstrategie had je toen toegepast? Welk conflictstrategie zou je vandaag toepassen? Reageer met de ik-boodschap.
Benoem duidelijk je gevoel, behoefte of probleem. Het storend gedrag van de andere moet je benoemen. Geef ook een suggestie van het gedrag dat je van de ander verlangt.

Slide 84 - Slide

This item has no instructions

Reactievorm 'Trotseren'
23 varianten van het Milgramexperiment

Tactieken:
  1. Empathie 
  2. Verzet

Slide 85 - Slide

This item has no instructions

Slide 86 - Slide

This item has no instructions