Mercredi le 18 mai

Salut!
1 / 24
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Salut!

Slide 1 - Slide

Le programme
- Uitleg grammatica EN en Y
- Chapitre 5 & maken leçon 1

Doelen: Ik maak kennis met nieuwe grammatica en kan deze toepassen.
Ik begrijp eenvoudige leesteksten.

Slide 2 - Slide

Y en EN

Slide 3 - Slide

Y / EN
 - Verwijst altijd naar iets anders​

 - Je vertaalt met er (erover, erheen, ernaar, erin...)​

Wanneer Y? Wanneer EN? 

Slide 4 - Slide

Traduction 'Y' & 'EN'

Slide 5 - Slide

y/en
- EN vervangt de + zelfstandig naamwoord
Je mange des bananes. J´en mange.

- Y vervangt alle andere voorzetsels + zelfstandig naamwoord
Il habite dans une maison. Il y habite.

Slide 6 - Slide

Y

Slide 7 - Slide

De plek van "en/y"
- en / y --> altijd voor het hele werkwoord.

- staat er geen heel werkwoord in de zin? --> direct voor de persoonsvorm

- on va en  faire deux. | on en  fait deux.
- on peut y  aller en bus. | on y  va en bus.

Slide 8 - Slide

Wat betekent 'y' in de zin "Oui, je vais y aller" ?
A
dat
B
het
C
erheen
D
daar

Slide 9 - Quiz

Vervang door: en of y:
Nous voulons aller en France
A
nous y voulons aller
B
nous voulons y aller
C
nous voulons en aller
D
nous en voulons aller

Slide 10 - Quiz

Vervang door: en of y:
Je vais à Paris
A
J' y vais
B
J'en vais
C
Je lui vais
D
Je la vais

Slide 11 - Quiz

Vervang door: en of y:
Je veux manger des bonbons.
A
j'en veux manger
B
je veux en manger
C
j'y veux manger
D
je veux y manger

Slide 12 - Quiz

(sleep blauw over rood)
Tu vas à la médiathèque? 
Oui, j'...vais pour faire mes devoirs.
Tu bois du thé?
Oui, j'.... bois tous les matins. 
As-tu mangé des fraises? 
Oui, j'.... ai mangé. 
Tu vas au cinéma?
Bien sûr j'.... vais cet après-midi.
Tu es allé sur la piste noire? 
Oui, j’..... suis allé.
Vous êtes au café? 
Non, nous n’..... sommes pas encore.
Nous allons acheter des fleurs, je vais......en acheter.
y
en
en
y
y
y
en

Slide 13 - Drag question

Verschil tussen alle pers. vnmwd
-Als onderwerp:
Je suis petit.
-Met nadruk:
Moi, je suis petit.
-Als vervanging van LV:
Je donne une fleur. Je la donne.
-Als vervanging van MV (mensen):
-Je donne une fleur à ma mère. Je lui donne une fleur.
- Vervanging door EN:
Je mange des pommes. J´en mange.
- Vervanging door Y (dingen of plaats):
Je vais aller à Paris. Je vais y aller.

Slide 14 - Slide

Ik begrijp hoe ik in het Frans delen van de zin kan vervangen door 'y' en 'en'.
A
Ja, dit lukt al goed.
B
Ja, maar ik vind het nog moeilijk.
C
Nee, ik heb extra hulp/uitleg nodig.

Slide 15 - Quiz

Waar ligt Marokko volgens de tekst

Slide 16 - Open question

Wanneer is Marokko een kolonie van Frankrijk geweest?
A
16de eeuw
B
17de eeuw
C
18de eeuw
D
19de eeuw

Slide 17 - Quiz

Waarom is Marokko Maroc in het Frans?
A
Klinkt mooier
B
De Franse koning kon Marocco niet uitspreken
C
Gewoon de vertaling

Slide 18 - Quiz

Wie is de huidige koning van Marokko?
A
Macron
B
Elizabeth 2
C
Mohammed de 6de
D
Hassan 2

Slide 19 - Quiz

vertaal: welke taal spreekt men in Marokko?

Slide 20 - Open question

Wat zijn Casablanca en Tanger voor steden?
A
Oude steden
B
Toeristische steden

Slide 21 - Quiz

Wat is l' Atlas? Een...

Slide 22 - Open question

Et maintenant, au travail....
- Faire chapitre 5 la leçon 1 ex 1 jusqu´à 11 
- Apprendre les mots leçon 1 & 2  du chapitre 5



Slide 23 - Slide

Les devoirs
- Leren voca 1 en 2 chp 5
- Leçon 1 afmaken chp 5

Slide 24 - Slide