NT2 Nova College les 8

Welkom!
Welkom!
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom!
Welkom!

Slide 1 - Slide

NT2 Nova College les 8

Slide 2 - Slide

Programma vandaag
Dokter (1 uur)
Werken in boekjes (rest van de dag)

Slide 3 - Slide

Arts (1 uur)

Slide 4 - Slide

klachten

ziek
pijn
koorts

Slide 5 - Slide

plaatsen

huisarts
ziekenhuis
apotheek

Slide 6 - Slide

zinnen
Ik ben ziek.
Ik heb pijn aan mijn …
Ik wil een afspraak maken.
Ik heb koorts.
Ik krijg medicijnen.

Slide 7 - Slide

zinnen
Ik ben ziek.
Ik heb pijn aan mijn hoofd.
Ik heb pijn aan mijn buik.
Ik heb koorts.
Ik voel me niet goed.

Slide 8 - Slide

Waar heeft u last van?
Ik heb pijn aan mijn rug.
Ik heb pijn aan mijn keel.
Ik heb koorts.

Slide 9 - Slide

Afspraak maken
Ik wil een afspraak maken.
Wat is uw naam?
Wat is uw geboortedatum?
Wat zijn de klachten?
U heeft morgen een afspraak.

Slide 10 - Slide

helpen
Ik help hem
Jij helpt hem
Hij helpt hem
Zij helpt hem
Wij helpen hem
Jullie helpen hem
Zij helpen hem

Slide 11 - Slide

Je moet veel niezen. Wat heb je?
A
moe
B
verkoudheid
C
blij
D
boos

Slide 12 - Quiz

Je belt de doktersassistente. Wat zeg je als eerst?
A
Hallo, met (je naam)
B
Ik ben ziek.
C
Wie bent u?
D
Ik wil naar huis.

Slide 13 - Quiz

Je bent ziek. Je hebt...
A
tomaat
B
koorts
C
ziekenhuis
D
blij

Slide 14 - Quiz

Je bent ziek. Je belt je werk. Wat zeg je?
A
Ik kan niet werken.
B
Ik ben boos.
C
Ik ben verdrietig.
D
Ik ben energiek.

Slide 15 - Quiz

Waar werkt de dokter?
A
In de bakkerij
B
In een school
C
In het ziekenhuis
D
In de apotheek

Slide 16 - Quiz

Wat doet de doktersassistente?
A
Ze heeft een dokter.
B
Ze is boos op de dokter.
C
Ze is een dokter.
D
Ze helpt de dokter.

Slide 17 - Quiz

Het is maandag. Op dinsdag heb je een afspraak. Je hebt ... een afsrpaak.
A
nooit
B
vandaag
C
morgen
D
gisteren

Slide 18 - Quiz

Wanneer ga je naar het ziekenhuis?
A
Als je boos bent
B
Als je ziek bent
C
Als je blij bent
D
Als je verdrietig bent

Slide 19 - Quiz

Conversaties oefenen

Slide 20 - Slide

Pauze 10:00-10:15.

Slide 21 - Slide