3T 7.4 Dichtheid

1 / 38
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 3

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wanneer dichtheid belangrijk is bij de keuze van materialen.
  • Je kunt de massa en het volume van vaste stoffen en vloeistoffen bepalen.
  • Je kunt berekeningen uitvoeren met dichtheid, massa en volume.
  • Je kunt op basis van de dichtheid uitleggen wanneer een voorwerpt zinkt, zweeft en drijft.

PLUS-stof
  • Je kunt uitleggen welke twee factoren invloed hebben op de dichtheid van water.

Slide 2 - Slide

Leerdoelen alleen doorlezen aangeven dat we aan het eind van de les checken of ze dit ook echt kunnen.
Dichtheid

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat is dichtheid?
We weten allemaal dat bepaalde stoffen zwaar zijn of licht. Wil je een doos met ijzeren spijkers optillen of een even grote doos met veren?


Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Video

This item has no instructions

Misschien is het jou op gevallen dat in de vraag "een even grote doos" stond.

Wat is zwaarder?
1 kg spijkers of 1 kg veren?

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Dichtheid heeft dus niets te maken met 

massa of volume

maar met

massa en volume

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Dichtheid berekenen

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Massa
De massa bepaal je met een weegschaal.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Volume
Volume kun je bepalen met de onderdompelmethode

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Onderdompelmethode

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld
Bereken de dichtheid van het blokje.

m = 324 g
V = 4 x 3 x 10 = 120 cm3
ρ = m:V = 324 : 120 = 2,70 g/cm3

Dit is dus waarschijnlijk aluminium

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Video

This item has no instructions

Formule
Ingevuld
Een steen weegt 24,3 g en heeft een volume heeft van 9,0 cm3
Wat is de dichtheid?

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Wat als je de massa wil berekenen?

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Truc: gebruik een eenvoudige som die klopt!
Plak de som in de formule

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Plaats de te bereken variabele voor het 
=-teken en maak de som kloppend
Vul de andere variabele op de juiste plaats in

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Verdiepingsstof
De dichtheid berekenen:

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Wat is de dichtheid van het ‘blokje’?

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

De bouwmarkt verkoopt vurenhout. Je wil er een stoel van maken die stevig en toch licht is. Zoek de dichtheid van vurenhout op in de Binas.
Schrijf het antwoord in je schrift.
A
ρ = 0,58 g/cm3
B
ρ = 2,70 g/cm3
C
ρ = 0,58 cm3
D
ρ = 0,78 g/cm3

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Bereken de massa van een blok vurenhout dat een volume heeft van
2 dm3
A
3,44 g
B
0,29 g
C
1,16 cm3
D
1160 g

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Je zaagt het stuk hout in 3 stukken.
Wat kan je nu zeggen over de dichtheid van de 3 stukken
A
De dichtheid van de stukken hangt af van de lengte van elk stuk
B
De dichtheid van alle drie de stukken is hetzelfde
C
De dichtheid per stuk is kleiner geworden
D
Geen idee

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Maak in je schrift

Noem in de volgende opgave steeds de naam van iedere stap.

In een bekerglas zit 100 cm3 spiritus met een dichtheid van 0,84 g/cm3. 
Bereken de massa.
1. Gegeven

2. Gevraagd

3. Formule (Binas)

4. Berekening

5. Antwoord + eenheid
1

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Dichtheid
Stoffen hebben een verschillende dichtheid. Hoe lager de dichtheid, hoe makkelijker iets blijft "drijven". 

Links een glas met veel stoffen met een verschillende dichtheid.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

De dichtheid van de badeend is ...... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

De dichtheid van de sleutel is ......... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

De dichtheid van de zeep is ......... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

De dichtheid van de vis is ......... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Karin kookt pasta. Ze doet een beetje olijfolie bij het water en ziet dit drijven bovenop het water.
Heeft de olie een hogere, of lagere dichtheid dan water?
A
Hoger
B
Lager

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Als een voorwerp drijft op water is de dichtheid van het voorwerp...de dichtheid van water.
A
groter dan
B
gelijk aan
C
kleiner dan
D
weet ik niet

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

De dichtheid van water is .... die van ijs
A
groter dan
B
gelijk aan
C
kleiner dan
D
weet ik niet

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Als een voorwerp zweeft in water is de dichtheid van het voorwerp...
A
groter
B
gelijk
C
kleiner
D
weet ik niet

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wanneer dichtheid belangrijk is bij de keuze van materialen.
  • Je kunt de massa en het volume van vaste stoffen en vloeistoffen bepalen.
  • Je kunt berekeningen uitvoeren met dichtheid, massa en volume.
  • Je kunt op basis van de dichtheid uitleggen wanneer een voorwerpt zinkt, zweeft en drijft.

PLUS-stof
  • Je kunt uitleggen welke twee factoren invloed hebben op de dichtheid van water.

Slide 37 - Slide

Leerdoelen alleen doorlezen aangeven dat we aan het eind van de les checken of ze dit ook echt kunnen.
Zelfstandig werken
Hoe?
Zelfstandig 
Waar en wat?
Hoofdstuk 7.4
Opdr.
1 t/m 11 blz 176,177,178

Klaar?
* Keuzeopdracht
* Check jouw antwoorden
Zelfstandig werken

Slide 38 - Slide

This item has no instructions