Verhoudingen 8.1 en 8.2

Rekenen
Verhoudingen
1 / 19
next
Slide 1: Slide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Rekenen
Verhoudingen

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
- Ik weet wat een verhouding is
- Ik kan een verhoudingstabel invullen
- Ik kan berekeningen maken met verhoudingen

Slide 2 - Slide

Verhouding
Een verhouding bestaat uit twee of meer getallen.

Je komt verhoudingen tegen bij hoeveelheden, prijzen en aantallen.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Rekenen met verhoudingen
Je kunt met een verhouding vergroten. 
Je moet beide getallen vermenigvuldigen met hetzelfde getal.

  • 2 liter frisdrank kost € 2,30. 
       Hoeveel kost 6 liter frisdrank?

  • 3 kilo appels kost € 1,80.                                                                                                            Hoeveel kost 9 kilo appels?
liter
2
6
prijs
2,30
kilo
euro
x3
x3

Slide 5 - Slide

Rekenen met verhoudingen
Je kunt met een verhouding verkleinen
Je moet beide getallen door hetzelfde getal delen.

  • In 2 uur rijd je 180 kilometer
     Hoeveel kilometer rij je per uur?

  • 500 gram walnoten kost €5,50
     Hoeveel kost 100 gram walnoten?
uur
2
1
km
180
90
gewicht walnoten
prijs
:2
:5

Slide 6 - Slide

Rekenen met verhoudingen
Soms heb je een extra stap nodig en moet je eerst verkleinen en daarna vergroten.
  • Je koopt 3 flessen shampoo voor €6
     Hoeveel kosten 5 flessen shampoo?
                                                                                                              ?
flessen shampoo
3
1
prijs
6
:3

Slide 7 - Slide

potten pindakaas
4
1
Prijs
8
CONTROLE VRAAG LIAM EN NIELS
Je koopt 4 potten pindakaas voor €8.
Hoeveel kosten 5 potten pindakaas?
Schrijf ook de pijltjes bij je tabel!

Slide 8 - Slide

2 bioscoopkaartjes kosten 16 euro. Hoeveel kosten 10 kaartje?
Aantal kaarten
2
10
Aantal euro's
16
?

Slide 9 - Slide

Er zitten 30 koekjes in 2 pakken. Hoeveel koekjes zitten er in 8 pakken?
Aantal koekjes
30
?
Aantal pakken
2
8

Slide 10 - Slide

tubes
prijs
8 tubes tandpasta kosten 12 euro. 
Hoeveel kosten 2 tubes?

Slide 11 - Slide

6 meter stof kost 36 euro. Hoeveel kost 2 meter stof?
meters stof
6
2
prijs
36

Slide 12 - Open question

1 liter melk is genoeg voor 16 pannenkoeken.Hoeveel liter heb je nodig voor pannenkoeken?
1 liter
16 pannenkoeken

Slide 13 - Open question

Je koopt 3 flessen shampoo voor 6 euro. Hoeveel kosten 5 flessen?

Slide 14 - Open question

Een bedrijf bestelt 8 lampen voor 120 euro. Het bedrijf wil nog 5 lampen bestellen. Hoeveel moeten ze bijbetalen?

Slide 15 - Open question

Petri heeft een kat. De kat eet in 4 weken tijd 24 zakjes kattenvoer. Petri gaat 3 weken op vakantie. Haar buurvrouw geeft de kat te eten. Hoeveel zakken moet Petri klaarleggen voor de buurvrouw?

Slide 16 - Open question

Marieke rijdt 60 kilometer. Haar auto verbruikt daarbij 4 liter benzine.
Hoeveel kilometer kan de auto met een tank van 50 liter rijden?

Slide 17 - Open question

Aan de slag
Niels en Liam
H8 blz 159
Opdracht 1 - 16 

Levi en Jordinio
Samen met de juf aan de opdrachten werken

Slide 18 - Slide

Hoe ging het deze les?

Slide 19 - Slide