lesson plan

Reis door de ethiek

Ready to use this lesson plan? Use the button below to save a copy of this lesson plan in your account. After doing so, you will be able to modify the lessons as you wish.

In deze module duiken leerlingen dieper in ethische theorieën zoals utilitarisme, plichtethiek en deugdethiek, en leren ze deze toe te passen op beroepsethiek en ethische dilemma's.
Doelgroep:
Leerlingen van de middelbare school, bovenbouw.

Tijdsduur:
6 lessen van 45 minuten.

Inclusief toets.


Burgerschapsdoelen die aan bod komen:
  • Zelfbewustzijn: Reflectie op eigen waarden, normen, plichten en professionele keuzes.
  • Kritisch Denken: Analyse van morele begrippen, dilemma's en ethische theorieën.
  • Maatschappelijke Betrokkenheid: Discussie over ethische dilemma's en professionele verantwoordelijkheden.
  • Respect & Intercultureel Bewustzijn: Begrip voor diverse ethische perspectieven.
Deze lessenserie biedt ook de mogelijkheid voor zelfstandig leren door de leerlingen. Elk onderdeel van de les is ingesproken en beschikbaar gesteld, waardoor leerlingen de les zelfstandig kunnen beluisteren indien gewenst. 

Les 1. Ethiek en Moraal: Basisbegrippen en Verschillen

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen wat ethiek betekent.
  • De leerling kan uitleggen op welke manieren je over ethiek kunt nadenken.
  • De leerling kan de belangrijkste begrippen van ethiek noemen en gebruiken.
  • De leerling kan het verschil uitleggen tussen persoonlijke moraal en gemeenschappelijke moraal.
  • De leerling kan uitleggen wat LHBTQ+ betekent.
  • De leerling kan de belangrijkste verschillen uitleggen tussen christelijke ethiek en wijsgerige ethiek.


Inhoud:
  • Ethiek: nadenken over wat goed en fout is.
  • Manieren van denken over ethiek: bijvoorbeeld regels volgen, gevolgen bekijken en kijken naar wat goed voelt.
  • Belangrijke begrippen bij ethiek: moraal, waarden en normen.
  • Persoonlijke moraal: wat jij zelf goed of fout vindt.
  • Gemeenschappelijke moraal: wat een groep of samenleving samen goed of fout vindt.
  • LHBTQ+: betekenis en uitleg.
  • Verschil tussen christelijke ethiek en wijsgerige ethiek: christelijke ethiek is gebaseerd op geloof en de Bijbel, wijsgerige ethiek op nadenken en redeneren zonder religie.

Les 2. Utilisme: Pleziertheorie en Morele Keuzes

Leerdoelen:
  • De leerling kan de twee grote stichters van het utilisme noemen en ze plaatsen in hun tijd.
  • De leerling is in staat om de inhoud van het utilisme te benoemen en uit te leggen.
  • De leerling is in staat om het onderscheid tussen lagere en hogere vormen van plezier volgens John Stuart Mill uit te leggen.
  • De leerling weet wat het "tramdilemma" inhoudt.
  • De leerling kan duidelijk uitleggen wat zijzelf van deze stroming vindt en waarom.

Inhoud:
  • Stichters van Utilisme: Jeremy Bentham en John Stuart Mill.
  • Inhoud van Utilisme: Principes en toepassingen.
  • Lagere en Hogere Vormen van Plezier: Uitleg volgens John Stuart Mill.
  • Tramdilemma: Uitleg en morele implicaties.
  • Persoonlijke Reflectie: Eigen mening over het utilisme.

Les 3. Plichtethiek: Plichten en Morele Wetten

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen wat Deontologie (plichtethiek) betekent.
  • De leerling kan uitleggen dat Immanuel Kant deze manier van denken heeft ontwikkeld en wie hij was.
  • De leerling kan uitleggen dat het belangrijkste van plichtethiek is dat je regels en plichten volgt.
  • De leerling kan belangrijke begrippen uitleggen, zoals de gulden regel, plichten en regels en respect voor mensen.
  • De leerling kan het verschil uitleggen tussen Utilisme en plichtethiek.
  • De leerling kan uitleggen wat vrijheid betekent in ethiek.
  • De leerling kan een eigen mening geven over plichtethiek en uitleggen waarom hij of zij dat vindt.

Inhoud:
  • Plichtethiek (Deontologie): een ethische stroming waarin het volgen van morele regels en plichten centraal staat, ongeacht de gevolgen van een handeling.
  • Immanuel Kant: filosoof die deze theorie heeft ontwikkeld en stelde dat morele handelingen gebaseerd moeten zijn op universele, rationele regels.
  • Belangrijkste van plichtethiek: het moreel juist handelen volgens vaste principes en plichten, onafhankelijk van het resultaat.
  • Belangrijke begrippen: de gulden regel, plichten en regels en respect voor de menselijke waardigheid.
  • Verschil met Utilisme: utilisme beoordeelt handelingen op basis van het grootste geluk voor het grootste aantal mensen, terwijl plichtethiek uitgaat van principes en regels.
  • Vrijheid in ethiek: het vermogen om morele keuzes te maken binnen de grenzen van plichten, regels en verantwoordelijkheid.
  • Eigen mening over plichtethiek: een onderbouwde beoordeling van deze ethische stroming.

Les 4. Deugdethiek: Het Goede Leven

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen dat Aristoteles de deugdethiek heeft ontwikkeld.
  • De leerling kan uitleggen wat Deugdethiek inhoudt en hoe deze verschilt van andere ethische stromingen.
  • De leerling kan uitleggen wat het belang is van deugden en karaktereigenschappen bij moreel handelen.
  • De leerling kan belangrijke begrippen van de deugdethiek uitleggen, zoals deugden, karaktereigenschappen, kwaliteiten en ondeugden.
  • De leerling kan de kardinale deugden van Aristoteles noemen en uitleggen: moed, verstandigheid, rechtvaardigheid en maat.
  • De leerling kan voorbeelden geven van deugdzaam handelen in het dagelijks leven, gebaseerd op deugdethiek.
  • De leerling kan een beargumenteerde eigen mening geven over deugdethiek en uitleggen waarom hij of zij deze manier van denken wel of niet overtuigend vindt.

Inhoud:
  • Deugdethiek: een ethische stroming die niet focust op regels of gevolgen, maar op het ontwikkelen van een deugdzaam karakter.
  • Aristoteles: filosoof die deze theorie heeft ontwikkeld en stelde dat een goed leven draait om het vormen van een deugdzaam karakter.
  • Deugdethiek: richt zich op het vormen van moreel goede karaktereigenschappen door oefening en gewoonten.
  • Belangrijke begrippen: deugden, karaktereigenschappen, kwaliteiten en ondeugden.
  • Kardinale deugden: moed, verstandigheid, rechtvaardigheid en maat als basis van een goed leven.
  • Voorbeelden van deugden: eigenschappen zoals eerlijkheid, geduld en vriendelijkheid die bijdragen aan goed handelen.
  • Eigen mening over deugdethiek: een beargumenteerde en onderbouwde beoordeling van deze ethische stroming.

Les 5. Beroepsethiek: Morele Principes op de Werkvloer

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen wat Beroepsethiek betekent en waarom dit belangrijk is op het werk.
  • De leerling kan uitleggen welke regels en normen belangrijk zijn om eerlijk, zorgvuldig en verantwoord te werken.
  • De leerling kan uitleggen wat Gewetensbezwaar betekent en een voorbeeld geven.
  • De leerling kan belangrijke begrippen binnen beroepsethiek uitleggen, zoals eerlijkheid, respect, verantwoordelijkheid, zorgvuldigheid en betrouwbaarheid.
  • De leerling kan uitleggen hoe gedrag op het werk invloed heeft op anderen en op het vertrouwen in jou als werknemer.

Inhoud:
  • Beroepsethiek: regels en normen die bepalen wat goed en fout gedrag is binnen een beroep.
  • Belangrijke regels op het werk: eerlijkheid, respect, verantwoordelijkheid, zorgvuldigheid en betrouwbaarheid.
  • Gewetensbezwaar: iets niet willen doen omdat het niet past bij je overtuiging of geweten.
  • Gedrag op het werk: hoe iemand zich gedraagt en handelt in werksituaties en hoe dat invloed heeft op vertrouwen en samenwerking.
  • Werk: activiteiten die iemand uitvoert om geld te verdienen of een taak te volbrengen.

Les 6. Ethische Dilemma's: Herkennen en Aanpakken

Leerdoelen:
  • De leerling kan herkennen wanneer iets een ethisch dilemma is (een lastig probleem over goed en fout).
  • De leerling kan uitleggen hoe je een ethisch dilemma kunt analyseren door te kijken naar de gevolgen (Utilisme).
  • De leerling kan uitleggen hoe je een ethisch dilemma kunt benaderen vanuit de deugdethiek, door te kijken naar wat een goed mens zou doen (Deugdethiek).
  • De leerling kan uitleggen hoe je een ethisch dilemma kunt benaderen vanuit regels en plichten (Deontologie).
  • De leerling kan de verschillen tussen deze drie manieren van denken over ethische dilemma’s benoemen.
Inhoud:
  • Ethische dilemma’s: wat ethische dilemma’s zijn en hoe je ze herkent in voorbeelden en cases.
  • Utilisme: aanpak van ethische dilemma’s door te kijken naar de gevolgen en het grootste geluk.
  • Deugdethiek: aanpak van ethische dilemma’s door te kijken wat een goed en deugdzaam persoon zou doen.
  • Deontologie: aanpak van ethische dilemma’s door te kijken naar regels en plichten.
  • Persoonlijke reflectie: een eigen manier van nadenken over en aanpakken van een ethisch dilemma.