lesson plan

TisTaal | VO1 | thema 4 | Eten en drinken

Ready to use this lesson plan? Use the button below to save a copy of this lesson plan in your account. After doing so, you will be able to modify the lessons as you wish.

In thema 4 werken leerlingen aan het begrijpen en gebruiken van taal rond eten en drinken. De lessen sluiten aan bij het dagelijks leven van jongeren en bij herkenbare situaties zoals eten op school en thuis. Leerlingen ontdekken dat taal niet alleen kan informeren, maar ook kan sturen en beïnvloeden.

In dit thema staat voor het eerst het tekstdoel overhalen centraal. Leerlingen bouwen voort op het fundament uit eerdere thema’s, waarin zij hebben geleerd teksten te lezen met aandacht voor doel en opbouw. In thema 4 leren zij herkennen hoe woordkeuze en formulering een lezer kunnen aanzetten tot een keuze.

Het thema bestaat uit twee lessen met een vaste opbouw.

Les 1 – Begrijpen

Leerlingen lezen twee teksten over eten en drinken met verschillende tekstdoelen. De focus ligt op het herkennen van het verschil tussen informeren en overhalen. Leerlingen ontdekken dat teksten met een overhalend doel andere woorden gebruiken dan informatieve teksten en dat bijvoeglijke naamwoorden en vergelijkingen hierbij een belangrijke rol spelen. Door teksten te vergelijken leren leerlingen niet alleen wat er staat, maar vooral wat de schrijver wil bereiken en hoe dat zichtbaar wordt in de taal.

Les 2 – Gebruiken

Leerlingen schrijven zelf een korte overhalende tekst over eten of drinken. Zij werken procesmatig: eerst mondeling ideeën verkennen, daarna plannen maken en vervolgens schrijven. De schrijfsituatie is concreet en realistisch: leerlingen schrijven een tekst voor de schoolkantine. Zij maken bewuste keuzes in woordgebruik om een lezer te laten denken: dit wil ik proberen. De focus ligt op betekenis en effect, niet op foutloosheid.

Binnen beide lessen wordt stilzwijgend gedifferentieerd. Alle leerlingen werken aan dezelfde doelen, met verschillen in ondersteuning en verdieping waar nodig. Differentiatie vindt plaats via instructie, antwoorddiepte en begeleiding tijdens het proces. Routes worden niet benoemd richting leerlingen.

Thema 4 versterkt het inzicht dat woorden effect hebben op de lezer en vormt een belangrijke stap richting latere thema’s waarin overtuigen, meningen en argumentatie verder worden uitgewerkt.

Les 1 - begrijpen

Doel

In deze les leren leerlingen het verschil herkennen tussen de tekstdoelen informeren en overhalen. Zij ontwikkelen inzicht in hoe woordkeuze bijdraagt aan het doel van een tekst en leren dat teksten met verschillende doelen andere taal inzetten om de lezer te sturen.

Wat wordt aangeboden?

Inhoud
Leerlingen lezen twee teksten over eten en drinken met een verschillend tekstdoel. De eerste tekst is informatief en beschrijft eetgewoonten op een neutrale manier. De tweede tekst is overhalend en probeert de lezer aan te zetten tot een keuze.

De les richt zich op:
• het herkennen van het tekstdoel,
• het vergelijken van twee teksten over hetzelfde onderwerp,
• het signaleren van woordkeuze, met name bijvoeglijke naamwoorden en vergelijkingen,
• het begrijpen van tekststructuur (alinea’s en tussenkopjes) in informatieve teksten.

Leerlingen ontdekken dat informatieve teksten overzichtelijk zijn opgebouwd en dat overhalende teksten bewust woorden gebruiken die het onderwerp aantrekkelijk maken.

Werkvormen
• Activeren van voorkennis via gesprek over eten en drinken
• Voorspellen op basis van tussenkopjes
• Begrijpend lezen van een informatieve tekst
• Begripsvragen en meerkeuzevragen gericht op tekstdoel
• Lezen van een overhalende tekst
• Vergelijken van beide teksten in een klassikale tabel
• Korte mondelinge reflectie met persoonlijke koppeling

tips voor de docent

• Stuur steeds op de vraag: wat wil de schrijver bereiken? en niet op inhoud alleen.
• Laat leerlingen woorden noemen; verwoord en structureer zelf de observaties.
• Gebruik leerlingtaal bij het bespreken van woordkeuze (bijvoorbeeld: woorden die ervoor zorgen dat je iets wilt).
• Vermijd grammaticale uitleg; focus op functie en effect van taal.
• Differentieer stilzwijgend door te variëren in vraagdiepte en ondersteuning bij het lezen.

kerntekst

Document

les 2 - gebruiken

Doel van de les

In deze les passen leerlingen hun inzicht in tekstdoel en woordkeuze toe door zelf een overhalende tekst te schrijven. Zij leren bewust woorden te kiezen om een lezer te laten denken: dit wil ik proberen.

opbouw van de les

Inhoud
Leerlingen schrijven een korte tekst over eten of drinken vanuit een concrete schrijfsituatie: een gerecht onder de aandacht brengen in de schoolkantine. De nadruk ligt op het maken van schrijverskeuzes en het effect van taal op de lezer.

De les is procesmatig opgebouwd:
• mondeling ideeën verkennen,
• plannen maken met een vast schrijfplan,
• schrijven van een korte tekst met een duidelijk doel.

Leerlingen gebruiken bijvoeglijke naamwoorden en één vergelijking om hun tekst aantrekkelijker te maken. Correctheid is ondergeschikt aan begrijpelijkheid en communicatief effect.

Werkvormen
• Terugblik op Les 1 (tekstdoel overhalen)
•  Mondelinge brainstorm over eten en drinken
• Formuleren van schrijversintentie
• Werken met een schrijfplan (steekwoorden)
• Schrijven van een korte overhalende tekst
• Delen van teksten en reageren als lezer
• Klassikale afronding met focus op woordkeuze

Schrijfopdracht

In thema 4 schrijven leerlingen een korte overhalende tekst over eten of drinken. Zij doen dit vanuit een concrete en herkenbare schrijfsituatie: een gerecht onder de aandacht brengen in de schoolkantine. Leerlingen ervaren dat woordkeuze invloed heeft op de lezer en dat taal kan aanzetten tot een keuze.

Leerlingen kiezen zelf een gerecht of drankje dat zij willen presenteren. De focus ligt op het effect van de tekst: zorgt de tekst ervoor dat de lezer denkt dit wil ik proberen?

Verwachting van het schrijfproduct
• een korte overhalende tekst
• 6 tot 8 zinnen
• duidelijke beschrijving van het gerecht
• gebruik van bijvoeglijke naamwoorden
• één vergelijking (bijvoorbeeld lekkerder dan)

De tekst hoeft geen vaste alinea-indeling te volgen. De nadruk ligt op betekenis, woordkeuze en communicatieve functie, niet op foutloosheid of volledige tekststructuur.

Beoordeling en begeleiding

Het schrijfproduct wordt formatief besproken. De beoordeling is gericht op:
• begrijpelijkheid van de tekst,
• passend woordgebruik bij het tekstdoel,
• het effect op de lezer (wil je dit proberen?),
• en in beperkte mate op spelling wanneer dit het begrip belemmert.

Er wordt nog geen volledige rubric ingezet. Feedback wordt gebruikt om leerlingen bewust te maken van hun schrijverskeuzes en om hen voor te bereiden op latere thema’s waarin overhalen en overtuigen uitgebreider en toetsbaar worden uitgewerkt.

lesoverzicht les 1 en les 2

Document
Document

Dutchily e.e. ©