Variatie en improvisatie (Muziek havo), les 3: Terugblik quiz

VAKTHEORIE · VARIATIE

QUIZ

Terugblik: Variatie en improvisatie

1 / 16
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 16 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met een quiz van tien vragen, waarvan drie luistervragen, over improvisatie, soorten variatie, ostinate bas en het bluesschema.

Éléments de cette leçon

VAKTHEORIE · VARIATIE

QUIZ

Terugblik: Variatie en improvisatie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: FingerWiki / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Wat is variatie?

A

Muziek die ter plekke wordt bedacht.

B

Een patroon in de bas dat blijft.

C

Twaalf maten met vaste akkoorden.

D

Een gegeven klinkt opnieuw, met veranderingen.

De afleiders zijn de begrippen improvisatie, ostinate bas en bluesschema.

Video: Brahms: Variaties op een thema van Haydn, variatie 2 (Più vivace), Berliner Philharmoniker (kanaal: Berliner Philharmoniker - Topic). Wat leerlingen horen: dezelfde melodie als in het thema, maar nu in mineur en veel sneller. Het gegeven is herkenbaar, de toonsoort is veranderd: een tonale variatie. Kijkvraag: welke noten van het thema hoor je terug?

Het thema klonk in majeur. Hoe klinkt het in deze variatie?

A

In majeur

B

In mineur

C

Zonder herkenbare melodie

D

Alleen door de bas gespeeld

Variatie 2 klinkt in mineur: tonale variatie. De melodie is herkenbaar. Wie majeur kiest, let alleen op de snelheid.

Vul in

Bij een ritmische variatie blijven de tonen hetzelfde, maar het ritme verandert.

ritmische variatie
tonen
ritme
tempo
melodie

Ritmische variatie: tonen gelijk, ritme anders.

Video: Brahms: Variaties op een thema van Haydn, finale (Andante), Berliner Philharmoniker (kanaal: Berliner Philharmoniker - Topic). Wat leerlingen horen: het finale begint met alleen het basthema, rustig in de lage instrumenten. Daarna klinkt hetzelfde thema steeds opnieuw terwijl er erboven nieuwe melodieën bij komen. Goede antwoord: er komen nieuwe melodieën bij terwijl de bas blijft.

Het fragment begint met een basthema. Wat gebeurt er daarna?

A

Het basthema wordt steeds een ander thema.

B

Het orkest stopt met spelen.

C

Er komen nieuwe melodieën bij terwijl de bas blijft.

D

De bas gaat improviseren.

Het basthema klinkt steeds opnieuw, erboven komt telkens iets nieuws: variatie op een ostinate bas.

Een muzikant speelt de melodie met extra versieringen. Welke variatie is dat?

A

Melodische variatie

B

Ritmische variatie

C

Tonale variatie

D

Harmonische variatie

Extra tonen rond de melodie: melodische variatie.

Video: Keith Jarrett: Köln, January 24, 1975, Part II c (kanaal: Keith Jarrett - Topic). Wat leerlingen horen: een pianist die zonder partituur speelt. Het hele Köln Concert is ter plekke bedacht. Goede antwoord: er bestond vooraf geen partituur.

Waarom kun je dit fragment niet meelezen in een partituur?

A

De pianist speelt te snel.

B

Er was geen partituur: de muziek is ter plekke bedacht.

C

Het fragment is een ostinate bas.

D

Het gegeven is gevarieerd.

Het hele Köln Concert is geïmproviseerd. Wie te snel kiest, zoekt een technische reden.

Noem één verschil tussen thema en variatie.

Een goed antwoord: het thema is het begin en de variatie is de veranderde versie, met bijvoorbeeld andere tonen, een ander ritme of een andere toonsoort. Verwachte fout: alleen herhalen wat een thema is.

Twaalf maten beginnen steeds opnieuw, elke ronde een andere solo. Wat is dit?

A

Variatie op een ostinate bas

B

Tonale variatie

C

Ritmische variatie

D

Variatie op een akkoordenschema

Twaalf maten met vaste akkoorden zijn het bluesschema. Wie ostinate bas kiest, verwart schema en baspatroon.

Wat is het verschil tussen een ostinate bas en een bluesschema?

A

Patroon van tonen tegenover reeks akkoorden

B

Mineur tegenover majeur

C

Geïmproviseerd tegenover opgeschreven

D

Hoge stem tegenover lage stem

Een baspatroon en een akkoordenreeks zijn twee verschillende gegevens die kunnen worden gevarieerd.

Welke bewering over improvisatie klopt?

A

Improvisatie staat altijd uitgeschreven in de partituur.

B

Improvisatie komt alleen voor in orkestmuziek.

C

Improvisatie kan plaatsvinden boven een akkoordenschema.

D

Improvisatie is hetzelfde als een ostinate bas.

Jazz en blues gebruiken een schema als afspraak voor de improvisatie.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

GOED GEDAAN!

Je kunt nu improvisatie en variatie herkennen en een thema volgen als het verandert.

Cet élément n'a pas d'instructions