Wonen, werken en ruimte (Aardrijkskunde vmbo), les 2: Examentraining

BEVOLKING EN RUIMTE · NL EN DE

Examentraining

Wonen, werken en ruimte: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
suivant
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Examentraining met kaarten, luchtfoto's en plannen: beschrijven, verklaren en waarderen, met stappenplan en tips.

Éléments de cette leçon

BEVOLKING EN RUIMTE · NL EN DE

Examentraining

Wonen, werken en ruimte: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Avda / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

BEVOLKING EN RUIMTE · NL EN DE

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over wonen, werken en ruimte beantwoorden met een kaart, een luchtfoto of een plan.

Cet élément n'a pas d'instructions

BEVOLKING EN RUIMTE · NL EN DE

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag? Beschrijven, verklaren of waarderen?

  • 2. Kijk: lees titel en legenda van de kaart of kijk goed naar de foto.

  • 3. Zoek: gebruik een gegeven uit de bron en noem het juiste begrip.

  • 4. Schrijf: maak je antwoord af met omdat of daardoor, en noem bij waarderen voor- en nadelen.

Cet élément n'a pas d'instructions

BEVOLKING EN RUIMTE · NL EN DE

Vraagtype 1: beschrijven en verklaren

  • Bij beschrijven zeg je wat je ziet of wat er is: wat is daar, waar is dat?

  • Bij verklaren leg je uit waarom dat zo is, met een oorzaak.

  • Een goed antwoord op een verklaarvraag bevat een begrip en het woord omdat.

Alle leerwegen. Laat leerlingen eerst de vraagwoorden onderstrepen: noem, beschrijf, verklaar, leg uit. Verwachte fout: bij een verklaarvraag alleen beschrijven wat er is.

Lisa woont in een dorp en werkt in Utrecht. Hoe heet dat?

A

Herinrichting

B

Krimp

C

Een verzorgingsgebied

D

Forensisme

Goed: wonen en werken op verschillende plaatsen is forensisme. Verwachte fout: krimp kiezen omdat het dorp buiten de stad ligt.

Verklaar waarom een basisschool in een krimpregio kan sluiten.

Goed antwoord: er wonen minder kinderen, omdat jongeren vertrekken en er minder kinderen worden geboren, dus zijn er te weinig leerlingen. Verwachte fout: alleen schrijven dat de school sluit zonder oorzaak.

Kaart van de Randstad met plaatsnamen en landschap

BEVOLKING EN RUIMTE · NL EN DE

Vraagtype 2: een thematische kaart lezen

  • Op een kaart van ruimtegebruik staan kleuren voor wonen, werken, natuur en verkeer.

  • Lees eerst de legenda en zoek daarna het gebied dat in de vraag staat.

  • Beschrijf wat je ziet met een plaatsnaam en een kleur of gegeven.

Alle leerwegen. Kaartlezen: eerst titel, dan legenda, dan het gebied. Verwachte fout: de legenda niet lezen en op kleur raden. Let op: de kaart op de dia is een algemene kaart met plaatsnamen en landschap, geen kaart met een legenda. Image credit: OpenStreetMap contributors / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Je ziet op de kaart rond Gouda veel open groen. Waar ligt dat?

A

In het Waddengebied, in het noorden

B

In het Groene Hart, tussen de vier grote steden

C

Aan de kust, waar de zee begint

D

In de Randstad zelf, in het drukke centrum

Goed: het Groene Hart. Verwachte fout: het groen rekenen tot de Randstad. Het Groene Hart ligt wel binnen de Randstad, maar is juist het open, weinig bebouwde deel.

Noem twee grote steden die je op de kaart in de Randstad ziet.

Goed antwoord: twee uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Verwachte fout: een plaats uit een andere regio noemen, zoals Groningen.

Luchtfoto van de voormalige kolenmijn Zollverein in Essen

BEVOLKING EN RUIMTE · NL EN DE

Vraagtype 3: luchtfoto en kaart (KB, GL/TL)

  • Een luchtfoto laat zien hoe een gebied er van boven uitziet: gebouwen, groen en wegen.

  • Zoek de gebouwen en de ruimte ertussen. Kijk of het bebouwd of open is.

  • Vergelijk met een kaart: welke functie hoort bij wat je ziet?

Alleen KB en GL/TL. BB slaat dit vraagtype over. Verwachte fout: gebouwen op een luchtfoto allemaal als woningen zien. Let op de vorm: grote hallen en torens duiden op industrie. Image credit: Tuxyso / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Op een luchtfoto zie je grote hallen, een toren en veel open terrein. Wat past het best?

A

Een industrieterrein of oud mijnterrein

B

Een nieuwe woonwijk met eengezinswoningen

C

Een natuurgebied met bos

D

Een winkelstraat in een binnenstad

Goed: grote hallen en een toren horen bij industrie, zoals Zollverein. Verwachte fout: woonwijk kiezen omdat er gebouwen staan.

Zollverein in Essen was een mijn. Wat is een nieuwe functie?

Goed antwoord: museum, cultuur, evenementen of kantoren en bedrijven. Verwachte fout: antwoorden dat het nog een kolenmijn is.

Sloop van een flatgebouw in Rostock-Evershagen

BEVOLKING EN RUIMTE · NL EN DE

Vraagtype 4: een plan waarderen (KB, GL/TL)

  • Waarderen is: is dit plan gewenst? Je geeft voor- en nadelen en kiest.

  • Kijk vanuit verschillende kanten: economisch, sociaal, cultureel en milieu.

  • Eindig met een keuze met een reden, bijvoorbeeld: ik vind het goed, omdat ...

Alleen KB en GL/TL. In Rostock en andere Oost-Duitse steden stonden na 1990 veel flats leeg door vertrek van bewoners, en een deel is gesloopt. Verwachte fout: alleen een nadeel noemen of geen keuze maken. Image credit: Jan Rehschuh / Wikimedia Commons, CC BY-SA

Een stad sloopt lege flats. Wat is een voordeel voor de wijk?

A

Er komen meer inwoners in de wijk

B

De huren stijgen voor alle bewoners

C

Er komt ruimte voor groen of nieuwe functies

D

Er komt meer verkeer in de wijk

Goed: een voordeel van sloop is vrije ruimte voor iets anders, en een kleiner aanbod van leegstaande flats. Verwachte fout: meer inwoners kiezen, terwijl sloop er juist bij krimp wordt gedaan.

Noem een nadeel voor bewoners als hun flat wordt gesloopt.

Goed antwoord: ze moeten verhuizen, verliezen hun buurt of buren, of er zijn kosten. Verwachte fout: een voordeel noemen of een antwoord zonder verband met bewoners.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Beschrijven en verklaren

2

Een kaart lezen

3

Een luchtfoto lezen

4

Een plan waarderen

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen na. BB-leerlingen kiezen alleen uit de eerste twee.

BEVOLKING EN RUIMTE · NL EN DE

Tips voor op het examen

  • Lees eerst de vraag en onderstreep het vraagwoord: beschrijf, verklaar of waardeer.

  • Gebruik altijd een begrip uit de les, zoals forensisme of krimpregio.

  • Bij een kaart of foto: noem een gegeven uit de bron in je antwoord.

  • Bij een vergelijking noem je beide gebieden, bijvoorbeeld Nederland en Duitsland.

Cet élément n'a pas d'instructions