VORM · SYMFONIE EN SONATE
SYMFONIE EN SONATEVORM
Examenstof muziek havo
VORM · SYMFONIE EN SONATE
SYMFONIE EN SONATEVORM
Examenstof muziek havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 n (symfonische structuren). Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan de hoofdvorm van een symfoniedeel volgen, de klassieke vierdeling noemen en contrastwerking in een luisterfragment benoemen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Welke woorden gebruik je voor de opbouw van een film of verhaal?
Verwachte woorden: begin, midden, einde, inleiding, spanning, hoogtepunt, afloop, terugkeer. Zet ze op het bord en vraag: hoe zou muziek zo'n verhaal vertellen? In deze les ontdek je dat een symfoniedeel ook een opbouw heeft: iets presenteren, ermee spelen, het laten terugkeren en afsluiten. Dat zijn expositie, doorwerking, reprise en coda.
Het Liepāja Symphony Orchestra in de Grote Amberzaal, Liepāja (Letland)
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
WAT IS EEN SYMFONIE?
Een symfonie is een groot werk voor symfonieorkest: strijkers, blazers en slagwerk samen.
Een symfonie bestaat uit meerdere delen met elk een eigen tempo en karakter.
Haydn, Mozart en Beethoven schreven symfonieën in de tijd van de klassieke periode.
Syllabus A1/A2 n: begrip symfonie. Laat leerlingen zeggen wat ze al van een symfonie weten. Veelgemaakte fout: een symfonie een liedje noemen of denken dat het één doorlopend stuk is. De delen kun je los beluisteren, en tussen de delen klinkt een korte stilte. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0
De Grote Zaal van het Musikverein in Wenen, een beroemde zaal voor symfonieën
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
DE KLASSIEKE VIERDELING
Deel 1: snel, in hoofdvorm.
Deel 2: langzaam, vaak liedachtig.
Deel 3: menuet, een dans in driekwartsmaat.
Deel 4: snel, het slotdeel met veel vaart.
Syllabus: klassieke vierdeling van een symfonie. Snel, langzaam, menuet, snel. Veelgemaakte fout: denken dat het menuet het tweede deel is of dat het eerste deel langzaam is. Beethoven vervangt het menuet later door een scherzo; dat hoeft in deze les niet aan bod. Image credit: C.Stadler/Bwag / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
HET MENUET ALS DERDE DEEL
Het menuet is een statige dans in driekwartsmaat.
In de klassieke symfonie is het menuet het derde deel.
Luister en tel mee: een-twee-drie, met een accent op de eerste tel.
Syllabus: menuet als derde deel van een symfonie. De dans zelf is een apart onderwerp (dansen en suite), hier gaat het om de plaats in de symfonie. Veelgemaakte fout: het menuet een wals noemen. Een menuet is statiger en minder rondtollend.
Video: Mozart: Symfonie nr. 40 in g-mineur, K. 550, III. Menuetto (kanaal: Wolfgang Amadeus Mozart - Topic). Leerlingen horen het derde deel van de symfonie: een stevig menuet in driekwartsmaat met een sterk accent op de eerste tel van elke maat. Laat ze meetellen: een-twee-drie. Vraag na: welke maatsoort hoor je en welk deel van de symfonie is dit? Goede antwoord: driekwartsmaat, het menuet als derde deel.
Zet de delen van de klassieke symfonie op volgorde
Volgorde: snel, langzaam, menuet, snel. Fout: het langzame deel vooraan zetten of het menuet als slotdeel kiezen.
Vul in: de vierdeling
Een klassieke symfonie heeft vier delen, en het tweede deel klinkt langzaam van tempo.
Symfonie, vier, langzaam. Verwachte fout: drie delen invullen omdat een suite of sonate soms minder delen heeft.
Wolfgang Amadeus Mozart, onvoltooid portret door Joseph Lange, rond 1782
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
DE HOOFDVORM: HET EERSTE DEEL
De hoofdvorm is de opbouw van het eerste deel van een symfonie.
Eerst presenteert de expositie de thema's, daarna volgt de doorwerking.
Dan keert alles terug in de reprise, en de coda sluit af.
Een andere naam voor hoofdvorm is sonatevorm.
Syllabus: hoofdvorm met expositie, doorwerking, reprise en coda. Teken de vier blokken op het bord: expositie, doorwerking, reprise, coda. Veelgemaakte fout: de hoofdvorm voor een heel stuk houden. Het gaat om de vorm van meestal het eerste deel. Image credit: Joseph Lange / Wikimedia Commons, publiek domein
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
DE EXPOSITIE: DRIE ONDERDELEN
De expositie begint met thema I, de hoofdmelodie van het deel.
De overgangszin leidt naar een andere toonsoort.
Dan klinkt thema II, meestal met een ander karakter.
Luister naar thema I van Mozarts symfonie in g-mineur.
Syllabus: expositie met thema I, overgangszin en thema II. De overgangszin verandert van toonsoort, thema II staat daardoor in een andere toonsoort dan thema I. Veelgemaakte fout: de overgangszin als eigen thema zien. Het is een verbindend stuk.
Video: Mozart: Symfonie nr. 40 in g-mineur, K. 550, I. Molto allegro (kanaal: Wolfgang Amadeus Mozart - Topic). Leerlingen horen het allereerste begin van het eerste deel: een zacht, onrustig thema in mineur, gespeeld door de strijkers. Er is geen inleiding: thema I begint meteen. Vraag na: in welk onderdeel van de hoofdvorm zit je? Goede antwoord: de expositie, thema I.
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
DOORWERKING, REPRISE EN CODA
In de doorwerking worden thema-onderdelen bewerkt, met veel wisselende toonsoorten.
In de reprise keren thema I, de verbindingszin en thema II terug.
De verbindingszin blijft in de beginstoonsoort, de overgangszin niet.
De coda is het naspel dat het deel afsluit.
Syllabus: doorwerking, reprise (thema I, verbindingszin, thema II) en coda. In de reprise staat ook thema II in de beginstoonsoort. Veelgemaakte fout: de reprise een exacte kopie van de expositie noemen. Thema II staat anders in de toonsoort.
Zet de onderdelen van de hoofdvorm op volgorde
Volgorde: expositie, doorwerking, reprise, coda. Fout: de doorwerking na de reprise zetten.
In welk onderdeel worden de thema's bewerkt, in steeds andere toonsoorten?
De expositie
De reprise
De doorwerking
De coda
In de doorwerking spelen componisten met het materiaal uit de expositie en wisselen ze snel van toonsoort. Wie reprise kiest, denkt aan terugkeer in plaats van bewerking.
Wolfgang Amadeus Mozart, onvoltooid portret door Joseph Lange, rond 1782
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
TOONSOORTEN IN DE HOOFDVORM
In de expositie staat thema I in de beginstoonsoort (de tonica).
Thema II staat in een kwint hoger (de dominant), of in de parallelle majeur bij een mineurdeel.
In de reprise staan thema I en thema II allebei in de beginstoonsoort.
Voorbeeld: g-mineur geeft thema II in Bes-majeur.
Syllabus: toonsoorten gekoppeld aan hoofdvorm. Majeurdeel: thema II in de dominant, bijvoorbeeld C-majeur naar G-majeur. Mineurdeel: thema II in de parallelle majeur, bijvoorbeeld g-mineur naar Bes-majeur. Veelgemaakte fout: denken dat thema II in de reprise nog in de andere toonsoort staat. Dat verandert juist. Image credit: Joseph Lange / Wikimedia Commons, publiek domein
Ludwig van Beethoven, geschilderd door Joseph Karl Stieler, 1820
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
CONTRASTWERKING
Contrastwerking is het verschil tussen muzikale delen.
Voorbeelden: blazers-strijkers, hard-zacht, homofoon-polyfoon, majeur-mineur, snel-langzaam.
Ook tutti-solo en unisono-meerstemmigheid zijn contrasten.
Luister naar het unisono motief aan het begin van Beethovens vijfde.
Syllabus: contrastwerking vaststellen met blazers-strijkers, hard-zacht, homofoon-polyfoon, majeur-mineur, snel-langzaam, tutti-solo en unisono-meerstemmigheid. Bij unisono spelen alle instrumenten dezelfde noten. Veelgemaakte fout: unisono en tutti door elkaar halen. Tutti betekent: het hele orkest speelt mee, ook als ze verschillende noten spelen. Image credit: Joseph Karl Stieler / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Beethoven: Symfonie nr. 5 in c-mineur, op. 67, I. Allegro con brio (kanaal: Ludwig van Beethoven - Topic). Leerlingen horen het beroemde openingsmotief: drie korte noten en een lange. Alle strijkers en de klarinetten spelen dezelfde noten: unisono. Daarna klinkt het motief nog een keer, een toon lager. Vraag na: spelen de instrumenten dezelfde noten of verschillende? Goede antwoord: dezelfde, dus unisono.
In een stuk in C-majeur begint thema II in de expositie in welke toonsoort?
G-majeur, de dominant
C-majeur, de tonica
F-majeur, een kwint lager
a-mineur, een kleine terts lager
Bij een majeurdeel staat thema II in de expositie een kwint hoger: de dominant. In C-majeur is dat G-majeur. Wie C-majeur kiest, vergeet dat de overgangszin van toonsoort verandert.
Vul in: contrast
Het verschil tussen hard en zacht is een voorbeeld van contrastwerking. Klinken alle instrumenten unisono, dan spelen ze dezelfde noten.
Contrastwerking en unisono. Verwachte fout: tutti invullen, maar tutti zegt niets over of de noten gelijk zijn.
Wat vond je het lastigst?
De klassieke vierdeling onthouden
De onderdelen van de hoofdvorm uit elkaar houden
De toonsoorten bij thema I en thema II
Contrastwerking benoemen
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.
Wat doet de reprise? Leg het uit.
Een goed antwoord: thema I en thema II keren terug, en thema II staat nu in de beginstoonsoort. Let op leerlingen die alleen zeggen dat het een herhaling is zonder de toonsoort te noemen.
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
BEGRIPPEN (1/2)
symfonie: groot werk voor symfonieorkest in meerdere delen
klassieke vierdeling: snel, langzaam, menuet, snel
menuet: statige dans in driekwartsmaat, derde deel van de symfonie
hoofdvorm: opbouw van het eerste deel: expositie, doorwerking, reprise en coda
expositie: presentatie van thema I, overgangszin en thema II
Cet élément n'a pas d'instructions
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
BEGRIPPEN (2/2)
doorwerking: deel waarin de thema's worden bewerkt, met veel wisselende toonsoorten
reprise: terugkeer van thema I, verbindingszin en thema II
coda: naspel dat het deel afsluit
toonsoorten gekoppeld aan hoofdvorm: thema II staat in de expositie in een andere toonsoort, in de reprise in de beginstoonsoort
contrastwerking: verschil tussen muzikale delen, zoals hard-zacht of majeur-mineur
Cet élément n'a pas d'instructions