VORM · SYMFONIE EN SONATE
SYMFONIE EN SONATEVORM
Examenstof muziek vwo
VORM · SYMFONIE EN SONATE
SYMFONIE EN SONATEVORM
Examenstof muziek vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 n (symfonische structuren). Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan een hoofdvorm analyseren met en zonder partituur, de toonsoorten van thema I en II koppelen en contrastwerking vaststellen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Hoe maakt een componist een lang stuk muziek begrijpelijk voor luisteraars?
Verwachte woorden: herhaling, terugkeer, contrast, thema, opbouw, spanning, afwisseling. Zet ze op het bord en vraag: hoe kun je een stuk van twintig minuten volgen zonder tekst? In deze les ontdek je dat de klassieke componisten daarvoor een vaste vorm gebruikten: de hoofdvorm.
Joseph Haydn, geschilderd door Thomas Hardy, 1792
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
DE SYMFONIE EN HAAR VIERDELING
Een symfonie is een meerdelig werk voor symfonieorkest.
De klassieke vierdeling is: snel, langzaam, menuet, snel.
Het eerste deel staat vrijwel altijd in hoofdvorm.
Het menuet als derde deel staat in driekwartsmaat en heeft een danskarakter.
Syllabus: symfonie, klassieke vierdeling en menuet als derde deel. Vwo: het ontstaan en de opbouw van symfonie en sonate komen terug in de volgende blokken. Veelgemaakte fout: denken dat elke symfonie vier delen heeft. De klassieke vierdeling is een norm uit de klassieke periode, niet een wet. Image credit: Thomas Hardy / Wikimedia Commons, publiek domein
De Grote Zaal van het Musikverein in Wenen, een beroemde zaal voor symfonieën
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
DE OUVERTURE
Een ouverture is een orkeststuk dat een opera of toneelstuk opent.
Veel ouvertures zijn geschreven in hoofdvorm.
De ouverture van Mozarts Le nozze di Figaro begint meteen met thema I.
Luister naar het begin: er is geen langzame inleiding.
Syllabus vwo: ouverture. Een ouverture staat los van de symfonie, maar leent graag de hoofdvorm. Veelgemaakte fout: een ouverture een eerste symfoniedeel noemen. Het is een zelfstandig orkeststuk bij een opera of toneelstuk. Image credit: C.Stadler/Bwag / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Video: Mozart: Le nozze di Figaro, K. 492, Ouverture (kanaal: Herbert von Karajan). Leerlingen horen het begin van de ouverture van Mozarts opera: een razendsnel tempo, zacht en gejaagd. Het stuk opent de opera en heeft de opbouw van een hoofdvorm. Vraag na: waarmee begint het stuk, met een langzame inleiding of meteen met thema I? Goede antwoord: meteen met thema I.
Zet de delen van de klassieke symfonie op volgorde
Volgorde: snel, langzaam, menuet, snel. Fout: het menuet als tweede of als laatste deel zetten.
Vul in: de ouverture
Een ouverture is een orkeststuk dat een opera opent en kan in hoofdvorm staan.
Ouverture en hoofdvorm. Verwachte fout: symfonie invullen omdat het ook een orkestwerk is.
Joseph Haydn, geschilderd door Thomas Hardy, 1792
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
INLEIDING EN EXPOSITIE
Soms opent een deel met een langzame inleiding, daarna begint de expositie.
De expositie heeft thema I, een overgangszin, thema II en een slotgroep.
Luister naar de langzame inleiding van Haydns Londense symfonie.
Syllabus vwo: inleiding, expositie met thema I, overgangszin, thema II en slotgroep. De inleiding is geen onderdeel van de expositie en wordt in de reprise niet herhaald. Veelgemaakte fout: de langzame inleiding als thema I zien. Image credit: Thomas Hardy / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Haydn: Symfonie nr. 104 in D-majeur (Londen), I. Adagio - Allegro (kanaal: London Classical Players - Topic). Leerlingen horen het begin van het eerste deel: een langzame, plechtige inleiding. Het snelle Allegro, met thema I van de expositie, begint pas daarna. Het fragment eindigt nog binnen de inleiding. Vraag na: waaraan hoor je dat dit nog niet de expositie is? Goede antwoord: het tempo is langzaam en er is nog geen thema I.
Wolfgang Amadeus Mozart, onvoltooid portret door Joseph Lange, rond 1782
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
THEMA I EN THEMA II
Thema I staat in de beginstoonsoort (tonica), de overgangszin moduleert.
Thema II staat in de dominant, of in de parallelle majeur bij mineur.
De slotgroep rondt de expositie af, vaak met herhaling van een korte formule.
Luister naar thema I van Mozarts symfonie in g-mineur.
Syllabus: expositie met thema I, overgangszin, thema II en slotgroep, en toonsoorten gekoppeld aan hoofdvorm. Veel symfonieën herhalen de expositie. Veelgemaakte fout: de overgangszin als thema zien. De overgangszin is er om de toonsoort te veranderen. Image credit: Joseph Lange / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Mozart: Symfonie nr. 40 in g-mineur, K. 550, I. Molto allegro (kanaal: Berliner Philharmoniker). Leerlingen horen het begin van het eerste deel zonder inleiding: thema I begint meteen, zacht en onrustig, in g-mineur. Vraag na: welk onderdeel van de hoofdvorm is dit en in welke toonsoort staat het? Goede antwoord: expositie, thema I in de beginstoonsoort g-mineur.
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
DOORWERKING, REPRISE EN CODA
De doorwerking bewerkt materiaal uit de expositie en moduleert veel.
De reprise brengt thema I, de verbindingszin, thema II en de slotgroep terug.
In de reprise blijven alle onderdelen in de beginstoonsoort.
De coda sluit het hele deel af.
Syllabus: doorwerking, reprise (thema I, verbindingszin, thema II, slotgroep) en coda. Het grote verschil met de expositie: thema II staat in de reprise in de beginstoonsoort, de verbindingszin moduleert niet. Veelgemaakte fout: de reprise een kopie noemen. De toonsoortplanning is juist het kenmerk.
Zet de onderdelen van de expositie op volgorde
Volgorde in de expositie: thema I, overgangszin, thema II, slotgroep. Fout: de overgangszin na thema II zetten.
Wat is kenmerkend voor de toonsoorten in de reprise?
Thema II blijft in de dominant staan
Thema I staat in de dominant
Alle onderdelen staan in de beginstoonsoort
De toonsoorten wisselen voortdurend
In de reprise staan thema I, de verbindingszin en thema II in de beginstoonsoort. Wie "wisselen voortdurend" kiest, beschrijft de doorwerking.
Ludwig van Beethoven, geschilderd door Joseph Karl Stieler, 1820
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
TOONSOORTEN EN CONTRAST
Majeur: thema I in de tonica, thema II in de dominant.
Mineur: thema II in de parallelle majeur, zoals g-mineur naar Bes-majeur.
Het verschil tonica-dominant is zelf ook contrastwerking.
Andere contrasten: hard-zacht, blazers-strijkers, majeur-mineur, tutti-solo.
Syllabus vwo: contrastwerking met onder meer tonica-dominant; verder blazers-strijkers, hard-zacht, homofoon-polyfoon, majeur-mineur, snel-langzaam, tutti-solo en unisono-meerstemmigheid. Veelgemaakte fout: tonica-dominant verwarren met majeur-mineur. Bij tonica-dominant gaat het om de toonsoortrelatie, niet om de toonaard. Image credit: Joseph Karl Stieler / Wikimedia Commons, publiek domein
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
VOLGEN MET DE PARTITUUR
Zoek eerst de tempo-aanduiding en de toonsoort bij maat 1.
Een herhalingsteken aan het eind van de expositie betekent: nog eens van voren af aan.
Thema-inzetten laten zien welk instrument het thema speelt.
Nieuwe voortekens duiden op modulatie, bijvoorbeeld in de overgangszin en doorwerking.
Syllabus vwo: met behulp van een partituur hoofdvormstructuren volgen en analyseren. Oefen met het aanwijzen van waar de expositie eindigt (herhalingsteken) en waar thema I terugkeert (reprise). Veelgemaakte fout: denken dat de reprise begint bij de eerste terugkeer van het thema; kijk naar de beginstoonsoort.
Thema I staat in D-majeur. In welke toonsoort staat thema II in de expositie?
A-majeur, de dominant
D-majeur, de tonica
G-majeur, een kwint lager
b-mineur, een kleine terts lager
Bij een majeurdeel staat thema II in de dominant: voor D-majeur is dat A-majeur. Wie G-majeur kiest, telt een kwint naar beneden in plaats van naar boven.
Aan het eind van de expositie staat een herhalingsteken. Wat betekent dat?
De reprise begint direct daarna
Het hele deel wordt van voren af aan gespeeld
De coda wordt overgeslagen
De expositie wordt herhaald voordat de doorwerking begint
Het herhalingsteken stuurt terug naar het begin van de expositie. De doorwerking volgt pas na de tweede keer. Wie "het hele deel" kiest, vergeet dat het teken alleen de expositie omvat.
Wat vond je het lastigst?
Inleiding en slotgroep plaatsen
Toonsoorten van thema I en thema II
Contrastwerking vaststellen
Een hoofdvorm volgen met de partituur
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.
Hoe herken je de reprise in een partituur?
Een goed antwoord: thema I keert terug in de beginstoonsoort en thema II staat daarna ook in de beginstoonsoort. Let op leerlingen die alleen noemen dat het thema terugkeert.
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
BEGRIPPEN (1/2)
symfonie: meerdelig werk voor symfonieorkest, klassiek met vierdeling en menuet als derde deel
ouverture: orkeststuk dat een opera of toneelstuk opent
hoofdvorm: opbouw van het eerste deel, ook sonatevorm genoemd
inleiding: vaak langzaam begin voor de expositie
expositie: thema I, overgangszin, thema II en slotgroep
Cet élément n'a pas d'instructions
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
BEGRIPPEN (2/2)
slotgroep: afsluitend onderdeel van de expositie (en van de reprise)
doorwerking: bewerking van het materiaal uit de expositie, met veel modulaties
reprise: terugkeer van thema I, verbindingszin, thema II en slotgroep
coda: naspel dat het deel afsluit
contrastwerking: verschil tussen delen, ook tonica-dominant, tutti-solo en hard-zacht
Cet élément n'a pas d'instructions