Symfonie en sonatevorm (Muziek vwo), les 3: Terugblik quiz

VORM · SYMFONIE EN SONATE

QUIZ

Terugblik: Symfonie en sonatevorm

1 / 15
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met quiz van 10 vragen over hoofdvorm, ouverture, toonsoorten en contrastwerking, waarvan 2 luistervragen met fragmenten van Mozart.

Éléments de cette leçon

VORM · SYMFONIE EN SONATE

QUIZ

Terugblik: Symfonie en sonatevorm

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0

Video: Mozart: Le nozze di Figaro, K. 492, Ouverture (kanaal: Wolfgang Amadeus Mozart - Topic). Leerlingen horen het allereerste begin van de ouverture. Er is geen langzame inleiding: het stuk begint meteen in het snelle tempo met thema I. Goede antwoord: thema I in de expositie. Verwachte fout: de inleiding kiezen, omdat het begin zacht is.

Je hoort het allereerste begin van een ouverture. Welk onderdeel hoor je?

A

Thema I in de expositie

B

Een langzame inleiding

C

De doorwerking

D

De coda

De ouverture van Le nozze di Figaro begint meteen met thema I in het snelle tempo. Verwachte fout: de inleiding kiezen, omdat het begin zacht is.

Video: Mozart: Symfonie nr. 40 in g-mineur, K. 550, III. Menuetto (kanaal: Deutsche Kammerphilharmonie Bremen - Topic). Leerlingen horen een menuet in driekwartsmaat met een accent op de eerste tel. Goede antwoord: het menuet, derde deel van de klassieke symfonie. Verwachte fout: de langzame variant kiezen omdat het karakter statig is; het tempo is gematigd, geen langzaam deel.

Welk deel van de klassieke symfonie is dit fragment, en waaraan hoor je dat?

A

Het eerste deel: snel tempo en thema's in hoofdvorm

B

Het tweede deel: langzaam en liedachtig

C

Het menuet: driekwartsmaat met danskarakter

D

Het slotdeel: vlot tempo in een gelijkmatige tel

De driekwartsmaat met accent op de eerste tel en het danskarakter wijzen op het menuet als derde deel. Wie het langzame deel kiest, laat zich leiden door het statige karakter; het tempo is gematigd.

Thema I staat in G-majeur en thema II in D-majeur. Welk contrast is dit?

A

Majeur tegenover mineur

B

Blazers tegenover strijkers

C

Tonica tegenover dominant

D

Tutti tegenover solo

D-majeur is de dominant van G-majeur, dus tonica-dominant. Beide toonsoorten zijn majeur, dus majeur-mineur klopt niet.

Waar komt de slotgroep voor?

A

Aan het eind van de expositie en van de reprise

B

Alleen voor de expositie

C

Alleen in de doorwerking

D

Alleen aan het eind van de coda

De slotgroep rondt zowel de expositie als de reprise af. Wie "alleen voor de expositie" kiest, verwart het met de inleiding.

Wat bedoel je met contrastwerking?

Een goed antwoord: het verschil tussen muzikale delen, zoals hard-zacht, majeur-mineur, tonica-dominant of tutti-solo. Let op leerlingen die alleen een voorbeeld noemen zonder het verschil.

Melodie met begeleiding, daarna thema-inzetten na elkaar. Welk contrast?

A

Unisono tegenover meerstemmigheid

B

Hard tegenover zacht

C

Snel tegenover langzaam

D

Homofoon tegenover polyfoon

Melodie met begeleiding is homofoon, instrumenten die om beurten hetzelfde thema spelen is polyfoon. Wie unisono-meerstemmigheid kiest, let niet op de structuur van de stemmen.

Vul in: doorwerking en reprise

In de doorwerking wisselen de toonsoorten snel; daarna volgt de reprise, waarin thema I terugkeert.

doorwerking
reprise
expositie
coda

Doorwerking en reprise. Verwachte fout: coda invullen omdat die ook na de bewerking komt.

Wat verandert er voor thema II tussen expositie en reprise?

A

Het wordt vervangen door de overgangszin

B

Het staat nu in de beginstoonsoort

C

Het wordt door andere instrumenten gespeeld

D

Het komt niet meer terug in het deel

In de reprise staat thema II in de beginstoonsoort. De andere antwoorden noemen veranderingen die niet bij de hoofdvorm horen.

Zet de onderdelen op volgorde

1

Reprise

2

Doorwerking

3

Coda

4

Inleiding

5

Expositie

Volgorde: inleiding, expositie, doorwerking, reprise, coda. Fout: de inleiding na de expositie zetten.

Wat is de rol van de verbindingszin in de reprise?

A

Hij leidt van thema I naar thema II zonder van toonsoort te veranderen

B

Hij leidt naar een nieuwe toonsoort voor thema II

C

Hij sluit het deel af als coda

D

Hij opent het deel als inleiding

De verbindingszin blijft in de beginstoonsoort, in tegenstelling tot de overgangszin in de expositie. Wie "nieuwe toonsoort" kiest, verwart verbindingszin en overgangszin.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE

GOED GEDAAN!

Je kent nu de hoofdvorm met inleiding, slotgroep en coda, de toonsoortplanning, de ouverture en de contrasten uit de syllabus. Pak de volgende keer een partituur erbij en volg waar de reprise begint.

Cet élément n'a pas d'instructions