VORM · SYMFONIE EN SONATE
QUIZ
Terugblik: Symfonie en sonatevorm
VORM · SYMFONIE EN SONATE
QUIZ
Terugblik: Symfonie en sonatevorm
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0
Video: Mozart: Le nozze di Figaro, K. 492, Ouverture (kanaal: Wolfgang Amadeus Mozart - Topic). Leerlingen horen het allereerste begin van de ouverture. Er is geen langzame inleiding: het stuk begint meteen in het snelle tempo met thema I. Goede antwoord: thema I in de expositie. Verwachte fout: de inleiding kiezen, omdat het begin zacht is.
Je hoort het allereerste begin van een ouverture. Welk onderdeel hoor je?
Thema I in de expositie
Een langzame inleiding
De doorwerking
De coda
De ouverture van Le nozze di Figaro begint meteen met thema I in het snelle tempo. Verwachte fout: de inleiding kiezen, omdat het begin zacht is.
Video: Mozart: Symfonie nr. 40 in g-mineur, K. 550, III. Menuetto (kanaal: Deutsche Kammerphilharmonie Bremen - Topic). Leerlingen horen een menuet in driekwartsmaat met een accent op de eerste tel. Goede antwoord: het menuet, derde deel van de klassieke symfonie. Verwachte fout: de langzame variant kiezen omdat het karakter statig is; het tempo is gematigd, geen langzaam deel.
Welk deel van de klassieke symfonie is dit fragment, en waaraan hoor je dat?
Het eerste deel: snel tempo en thema's in hoofdvorm
Het tweede deel: langzaam en liedachtig
Het menuet: driekwartsmaat met danskarakter
Het slotdeel: vlot tempo in een gelijkmatige tel
De driekwartsmaat met accent op de eerste tel en het danskarakter wijzen op het menuet als derde deel. Wie het langzame deel kiest, laat zich leiden door het statige karakter; het tempo is gematigd.
Thema I staat in G-majeur en thema II in D-majeur. Welk contrast is dit?
Majeur tegenover mineur
Blazers tegenover strijkers
Tonica tegenover dominant
Tutti tegenover solo
D-majeur is de dominant van G-majeur, dus tonica-dominant. Beide toonsoorten zijn majeur, dus majeur-mineur klopt niet.
Waar komt de slotgroep voor?
Aan het eind van de expositie en van de reprise
Alleen voor de expositie
Alleen in de doorwerking
Alleen aan het eind van de coda
De slotgroep rondt zowel de expositie als de reprise af. Wie "alleen voor de expositie" kiest, verwart het met de inleiding.
Wat bedoel je met contrastwerking?
Een goed antwoord: het verschil tussen muzikale delen, zoals hard-zacht, majeur-mineur, tonica-dominant of tutti-solo. Let op leerlingen die alleen een voorbeeld noemen zonder het verschil.
Melodie met begeleiding, daarna thema-inzetten na elkaar. Welk contrast?
Unisono tegenover meerstemmigheid
Hard tegenover zacht
Snel tegenover langzaam
Homofoon tegenover polyfoon
Melodie met begeleiding is homofoon, instrumenten die om beurten hetzelfde thema spelen is polyfoon. Wie unisono-meerstemmigheid kiest, let niet op de structuur van de stemmen.
Vul in: doorwerking en reprise
In de doorwerking wisselen de toonsoorten snel; daarna volgt de reprise, waarin thema I terugkeert.
Doorwerking en reprise. Verwachte fout: coda invullen omdat die ook na de bewerking komt.
Wat verandert er voor thema II tussen expositie en reprise?
Het wordt vervangen door de overgangszin
Het staat nu in de beginstoonsoort
Het wordt door andere instrumenten gespeeld
Het komt niet meer terug in het deel
In de reprise staat thema II in de beginstoonsoort. De andere antwoorden noemen veranderingen die niet bij de hoofdvorm horen.
Zet de onderdelen op volgorde
Volgorde: inleiding, expositie, doorwerking, reprise, coda. Fout: de inleiding na de expositie zetten.
Wat is de rol van de verbindingszin in de reprise?
Hij leidt van thema I naar thema II zonder van toonsoort te veranderen
Hij leidt naar een nieuwe toonsoort voor thema II
Hij sluit het deel af als coda
Hij opent het deel als inleiding
De verbindingszin blijft in de beginstoonsoort, in tegenstelling tot de overgangszin in de expositie. Wie "nieuwe toonsoort" kiest, verwart verbindingszin en overgangszin.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
GOED GEDAAN!
Je kent nu de hoofdvorm met inleiding, slotgroep en coda, de toonsoortplanning, de ouverture en de contrasten uit de syllabus. Pak de volgende keer een partituur erbij en volg waar de reprise begint.
Cet élément n'a pas d'instructions