Oefenexamen VWO — Geschiedenis
Verlichting 1650-1900 — 10 vragen — ca. 27 punten
Oefenexamen VWO — Geschiedenis
Verlichting 1650-1900 — 10 vragen — ca. 27 punten
Verlichte ideeen (1650-1789)
Vraag 1 (2p)
In de 17e eeuw legden ontdekkingsreizen, ambachtelijke technieken en het rationalisme van Descartes de basis voor de wetenschappelijke revolutie.
a) Leg uit hoe de ontdekkingen van Newton leidden tot discussies over de positie van godsdienst. (1p)
b) Waarom werden godsdienst en geweten steeds meer als zaken van het individu gezien? (1p)
Vraag 2 (3p)
Bekijk de afbeelding van de Bestorming van de Bastille.
Koppel elke Verlichtingsdenker aan zijn belangrijkste idee en geef bij een van hen een voorbeeld van toepassing:
Locke
Montesquieu
Rousseau
Adam Smith
Vraag 3 (2p)
Sommige vorsten omarmden elementen van het verlichtingsdenken zonder het absolutisme los te laten. Dit wordt 'verlicht absolutisme' genoemd.
a) Leg uit wat verlicht absolutisme inhield. (1p)
b) Geef een voorbeeld van een verlicht absoluut vorst en een hervorming die hij/zij doorvoerde. (1p)
Democratische revoluties (1776-1813)
Vraag 4 (3p)
Bekijk de afbeelding van de Bestorming van de Bastille.
In de Britse koloniën in Noord-Amerika raakten verlichtingsideeën verspreid via literatuur en briefwisselingen.
a) Leg uit welk verlicht principe de slogan 'No taxation without representation' uitdrukt. (1p)
b) Noem twee verlichte ideeën die terugkomen in de Declaration of Independence (1776). (1p)
c) Leg uit waarom de 'universele rechten' in de praktijk niet voor iedereen golden. (1p)
Vraag 5 (3p)
In Frankrijk leidde de Verlichting tot de Franse Revolutie (1789).
a) Noem twee directe oorzaken van de Franse Revolutie. (1p)
b) Leg uit hoe de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger (1789) verlichte ideeën in de praktijk bracht. (1p)
c) In 1792 kwam er een tweede revolutie. Onder leiding van Robespierre en de jakobijnen werden vermeende tegenstanders vervolgd. Ook Olympe de Gouges werd terechtgesteld. Leg uit waarom haar lot de 'paradox van de Verlichting' illustreert. (1p)
Vraag 6 (2p)
Napoleon nam in 1799 de macht over en kroonde zichzelf tot keizer.
a) Noem twee revolutionaire ideeën die Napoleon vastlegde in de Code Napoléon. (1p)
b) Leg uit waarom Napoleon tegelijkertijd als verspreider en als tegenspreker van de Verlichting kan worden gezien. (1p)
Politieke cultuur in Europa (1813-1900)
Vraag 7 (3p)
Het Congres van Wenen (1814-1815) probeerde de situatie van voor de Franse Revolutie te herstellen (restauratie).
a) Leg uit wat de overwinnaars wilden bereiken. (1p)
b) Noem drie politieke stromingen die in de 19e eeuw ontstonden als reactie op de restauratie en de industrialisering. Beschrijf bij elk kort het kernidee. (2p)
Vraag 8 (2p)
De industriële revolutie veranderde de samenleving ingrijpend.
a) Leg uit wat de 'sociale kwestie' inhield. (1p)
b) Hoe reageerden socialisten en confessionelen verschillend op de sociale kwestie? (1p)
Vraag 9 (3p)
In de tweede helft van de 19e eeuw ontstonden feministische bewegingen.
a) Leg uit waarom het feminisme aanvankelijk weinig aanhang had. (1p)
b) Noem twee doelen van de feministische beweging in de 19e eeuw. (1p)
c) Aletta Jacobs speelde een belangrijke rol in Nederland. Noem een concrete bijdrage. (1p)