ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Examentraining
Neurale regulatie: zo pak je examenvragen aan
ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Examentraining
Neurale regulatie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: NIAID, Ryan Kissinger / Wikimedia Commons, publiek domein
ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Wat ga je kunnen?
Ik kan in een situatie de weg van een signaal volgen en de bouw en werking van het zenuwstelsel gebruiken om een antwoord te onderbouwen.
Cet élément n'a pas d'instructions
ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is de prikkel en wat moet je beschrijven, verklaren of berekenen?
2. Volg: de weg van de impuls: receptor, gevoelszenuwcel, CZS, bewegingszenuwcel, spier of klier.
3. Koppel: elk onderdeel aan zijn bouw en taak, met de juiste vaktaal.
4. Schrijf: een kort antwoord met een reden: omdat ...
Cet élément n'a pas d'instructions
ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Vraagtype 1: de weg van een impuls
Zoek eerst de receptor en de prikkel.
Volg de impuls door gevoelszenuwcel, schakelzenuwcel en bewegingszenuwcel.
Bij een reflex ligt de schakelzenuwcel vaak in het ruggenmerg.
Noem altijd het soort zenuwcel, niet alleen zenuwcel.
Cet élément n'a pas d'instructions
Je trekt je hand weg van een hete pan. Welke cel prikkelt de armspier?
Gevoelszenuwcel
Schakelzenuwcel
Cel van Schwann
Bewegingszenuwcel
De spier krijgt de impuls van een bewegingszenuwcel. Verwachte fout: gevoelszenuwcel kiezen omdat je de hitte voelt.
Pijnreflex: waar ligt de schakelzenuwcel?
Goed antwoord: in het ruggenmerg (CZS). Verwachte fout: in de hersenen of in het been.
ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Vraagtype 2: rekenen met gegevens
Lees de tabel: let op eenheden zoals m/s en µm.
Vergelijk twee rijen die in één ding verschillen.
Tijd = afstand : snelheid.
Geef de eenheid bij je antwoord.
Cet élément n'a pas d'instructions
Vergelijk P en Q. Wat is het effect van de myelineschede?
De impuls gaat 2 keer zo snel
De impuls gaat 30 keer zo snel
De impuls gaat 60 keer zo snel
De impuls gaat 120 keer zo snel
60 m/s : 2 m/s = 30. De dikte is gelijk, dus het verschil komt door de myelineschede. Verwachte fout: 60 kiezen, de snelheid van P zelf. De getallen in de tabel zijn verzonnen. Image credit: Eigen afbeelding
Tijd voor 1,2 m bij 2 m/s? Geef in seconden.
1,2 m : 2 m/s = 0,6 s. Verwachte fout: vermenigvuldigen en 2,4 s antwoorden.
ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Vraagtype 3: uitval en functioneren
Bij uitval van een deel kijk je welke taak wegvalt.
Kleine hersenen: bewegingen en evenwicht.
Myeline: de impuls gaat trager of komt niet aan.
Receptor: de prikkel wordt niet meer opgemerkt.
Cet élément n'a pas d'instructions
Na een val kan Sam geen evenwicht meer houden. Wat is beschadigd?
De kleine hersenen
De hersenstam
De hersenschors
Het ruggenmerg
Evenwicht en coördinatie zijn taken van de kleine hersenen. Verwachte fout: de hersenstam kiezen, die regelt ademhaling en hartslag.
Bij MS raakt de myeline beschadigd. Wat is een gevolg?
Er wordt meer neurotransmitter afgegeven
De zenuwcellen delen sneller
Impulsen gaan trager of komen niet aan
De receptoren geven geen prikkel meer door
Zonder goede myeline is er geen snelle sprongsgewijze geleiding. Verwachte fout: denken dat de receptoren zelf uitvallen.
Een synaps tussen twee cellen (schema)
ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Vraagtype 4: verklaren met de synaps
Beschrijf de stappen: impuls, blaasjes, neurotransmitter, receptoreiwit.
Zoek wat er in de situatie verandert.
Kijk welke stap dan niet meer lukt.
Koppel de bouw aan de werking.
Image credit: Eigen afbeelding
Een gif blokkeert de receptoreiwitten van spiercellen. Wat gebeurt er?
De bewegingszenuwcel maakt geen impuls meer
De spier ontvangt geen signaal en blijft slap
De neurotransmitter wordt niet meer aangemaakt
De spier trekt voortdurend samen
De neurotransmitter komt vrij maar kan niet binden. Verwachte fout: denken dat de zenuwcel zelf geen impuls meer maakt.
Waarom werkt een synaps maar één kant op?
Goed antwoord: alleen het uiteinde van de eerste cel heeft blaasjes met neurotransmitter en alleen de volgende cel heeft receptoreiwitten. Verwachte fout: zeggen dat de impuls niet terug kan zonder te noemen waarom.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
De weg van een impuls volgen
Rekenen met gegevens
Uitval van een hersendeel
Verklaren met de synaps
Cet élément n'a pas d'instructions
ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Tips voor op het examen
Noem bij een zenuwcel altijd het soort: gevoels-, schakel- of bewegingszenuwcel.
Gebruik de richting van de impuls: van receptor naar CZS naar spier of klier.
Bij rekenen: schrijf de eenheid erbij.
Onderbouw met omdat: koppel bouw aan werking.
Cet élément n'a pas d'instructions