Les 2: Van stem naar . . .
DEMOCRATIE
&
RECHTSSTAAT
Actief! Burgerschap
Les 2: Van stem naar . . .
DEMOCRATIE
&
RECHTSSTAAT
Actief! Burgerschap
Les 2 uit de reeks Democratie & rechtsstaat. Lesduur: 50 minuten. Weinig tijd? Sla dan de meerkeuzevraag (slide 10) en de poll-schaal (slide 19) over: dan duurt de les ongeveer 45 minuten. Nog minder tijd? Laat dan ook de video (slide 7) weg.
Deze les bouwt voort op les 1 (Wie heeft de macht?). Heeft de klas die les niet gehad? Vertel dan bij slide 5 kort dat de wetgevende macht de wetten maakt: in Nederland de regering en het parlement samen.
Voorbereiden: zet een tabel op het bord met vier kolommen (de vier partijen) en de rijen stemmen en zetels. Die gebruik je bij slide 13.
Hoe werkt het?
Dit weet je al
Dit leer je nu
Doen
Terugkijken
Kijken
Klik hier
Afbeelding vergroten
Leg kort uit wat de symbolen betekenen. Rechtsboven op elke slide zie je wat je gaat doen.
Na de les:
kan je de route van stem naar wet in de goede volgorde vertellen.
kan je uitleggen wat een coalitie en een meerderheid zijn.
kan je samen met anderen een compromis sluiten, ook als je het niet helemaal eens bent.
Lees de leerdoelen samen.
Kerndoel 3, onderdeel democratische betrokkenheid (3A): inspraak en besluitvorming, standpunten uitwisselen, compromissen sluiten, meerderheid en minderheid. Kerndoel 1 (democratische oefenplaats): in de Klassenkamer oefenen de leerlingen zelf met stemmen, onderhandelen en samen beslissen.
Waar denk jij aan bij het woord VERKIEZINGEN?
Woordweb: laat de leerlingen één of twee woorden insturen. Verwacht woorden als stemmen, partijen, Tweede Kamer, premier, debat, campagne, 18 jaar, stemhokje.
Vraag door bij een paar woorden: wie mag er stemmen? Op wie stem je eigenlijk? Wat gebeurt er na de verkiezingen? Dat laatste weten veel leerlingen niet: daar gaat deze les over.
Zonder devices: leerlingen roepen een woord en jij schrijft het op het bord.
Dit weet je al
In les 1 zag je wat er gebeurt als één persoon alle macht heeft. Daarom is de macht in Nederland verdeeld over drie machten:
de trias politica.
De wetgevende macht maakt de wetten: de regering en het parlement samen. De Tweede Kamer wordt door ons gekozen.
Maar hoe wordt jouw stem eigenlijk een wet?
Voorkennis activeren. Verwijs naar les 1 (Wie heeft de macht?): wie weet de drie machten nog? Wie maakt in Nederland de wetten?
Antwoord: de regering en het parlement (de Tweede en de Eerste Kamer) samen. De leden van de Tweede Kamer kiezen we zelf, vanaf 18 jaar.
Van stem naar zetels
1. Verkiezingen. Iedereen met de Nederlandse nationaliteit mag vanaf 18 jaar stemmen voor de Tweede Kamer. Dat gebeurt meestal eens in de vier jaar.
2. Zetels. De Tweede Kamer heeft 150 zetels. Hoe meer stemmen een partij krijgt, hoe meer zetels.
3. Coalitie. Een meerderheid is minstens 76 zetels. Er is nog nooit één politieke partij in Nederland geweest die dat alleen heeft behaald. Partijen gaan daarom samenwerken in een coalitie en vormen samen een kabinet.
Klik de drie stappen één voor één tevoorschijn.
Goed om te weten: een Tweede Kamerlid zit er voor maximaal vier jaar. Valt het kabinet eerder, dan komen er eerder verkiezingen. De zetels worden verdeeld naar het aantal stemmen: ongeveer 1 zetel per 1/150 deel van alle stemmen. Een partij heeft dus ongeveer 70.000 stemmen nodig voor één zetel; het precieze aantal hangt af van de opkomst.
Na de verkiezingen onderhandelen partijen over een coalitie. Ze schrijven samen een coalitieakkoord: wat gaan we de komende jaren doen? Daarna wordt het kabinet gevormd, met de ministers en staatssecretarissen. Dat heet de kabinetsformatie en kan lang duren: in 2021-2022 duurde het ruim negen maanden. Image credit: Element5 Digital / Unsplash
Hoe werkt de politiek in Nederland?
Video, 4 minuten (3:39). Uitlegvideo van ProDemos, Huis voor democratie en rechtsstaat, gemaakt voor de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober 2025.
Kijkopdracht vooraf: let op drie dingen. Wat doet de Tweede Kamer? Wat doet het kabinet? Waarom werken partijen samen in een coalitie?
Bespreek na de video kort de drie vragen. Op de volgende slide zie je de stappen van wetsvoorstel naar wet.
Bron: ProDemos, https://www.youtube.com/watch?v=7ySYYt-wu7c
Van voorstel naar wet
4. Wetsvoorstel. Een minister schrijft een voorstel voor een nieuwe wet.
Een Kamerlid mag dat ook.
5. Tweede Kamer. De Kamerleden debatteren.
Ze mogen het voorstel veranderen met een amendement.
Daarna stemmen ze: een meerderheid is nodig.
6. Eerste Kamer. De Eerste Kamer controleert het voorstel nog een keer en stemt. Zij kan het alleen aannemen of verwerpen.
7. Wet. De koning en de minister ondertekenen. Daarna gaat de wet gelden.
Klik de stappen één voor één tevoorschijn.
Goed om te weten: de Eerste Kamer mag een wetsvoorstel niet veranderen. Ze kan het alleen aannemen of verwerpen. Een wetsvoorstel van een Kamerlid heet een initiatiefwet. Na de ondertekening wordt de wet gepubliceerd in het Staatsblad. Bij de meeste wetten adviseert de Raad van State eerst over het voorstel; dat laat deze slide weg om het overzichtelijk te houden.
Koppel terug naar les 1: hier zie je hoe de wetgevende macht werkt. De regering (minister) en het parlement (Tweede en Eerste Kamer) maken samen de wet. De uitvoerende macht voert hem daarna uit.
Van stem naar wet. Zet de stappen in de goede volgorde.
Sorteervraag. Met devices: klik op 'toon bij leerling'.
Zonder devices: schrijf de zes stappen door elkaar op het bord en laat leerlingen om de beurt een stap op de goede plek zetten.
Leerlingen verwisselen vaak "coalitie vormen" en "wetsvoorstel": ze denken dat er eerst wetten komen en dan pas een kabinet. Leg uit: het oude kabinet regeert demissionair door, en Kamerleden kunnen zelf een wet indienen.
Hoeveel zetels heeft een coalitie minstens nodig voor een meerderheid in de Tweede Kamer?
75 zetels
76 zetels
100 zetels
150 zetels
Meerkeuzevraag. Het goede antwoord is 76 zetels: de helft van 150 is 75, en een meerderheid is meer dan de helft.
Wie 75 kiest, denkt dat de helft al genoeg is. Bespreek: bij 75 tegen 75 is er geen meerderheid. Wie 100 kiest, denkt aan een grote meerderheid (twee derde), die alleen nodig is om de Grondwet te veranderen.
Zonder devices: leerlingen steken 1, 2, 3 of 4 vingers op.
Welkom in de Klassenkamer!
Vandaag is de klas een parlement met 15 zetels.
De school krijgt € 5.000 extra. Hoe besteden we dat?
Vier partijen doen mee:
Partij Groen Plein: een groen schoolplein met bomen en bankjes.
De Feestpartij: een groot schoolfeest en een uitje voor elke klas.
Partij Sport & Spel: nieuwe sportspullen en een voetbalkooi.
De Rustpartij: een stille studieruimte en een chill-hoek met zitzakken.
Kies de partij die het best bij jou past. Zo meteen is het verkiezingsdag!
De Klassenkamer: de klas speelt een mini-Tweede Kamer. Lees de vier partijen voor. Geef de leerlingen een minuut om na te denken: welk plan vind jij het beste, en waarom?
Goed om te weten: zo gaat het ook in het echt. Op Prinsjesdag, de derde dinsdag van september, presenteert het kabinet zijn plannen en de begroting voor het volgende jaar (de Miljoenennota). Daarna debatteert de Tweede Kamer over de begrotingen en stemt erover. Met een amendement kan de Kamer geld anders verdelen.
Tip: past het onderwerp niet bij je klas? Kies dan een ander onderwerp met vier standpunten, bijvoorbeeld de telefoon op school, hoe laat school begint, of huiswerk. Een geldbedrag werkt het best, omdat partijen het geld kunnen verdelen: zo ontstaat vanzelf een compromis.
Partij Groen Plein
De Feestpartij
Partij Sport & Spel
De Rustpartij
Het is verkiezingsdag! Op welke partij stem jij?
De verkiezing. De poll is geheim (anoniem), net als bij echte verkiezingen. Laat de uitslag pas zien als iedereen heeft gestemd.
Zonder devices: laat leerlingen een briefje met de partijnaam in een doos (de stembus) doen en tel samen.
Schrijf daarna per partij het aantal stemmen in de tabel op het bord. Op de volgende slide reken je de stemmen om naar zetels.
De uitslag in zetels
De Klassenkamer is 10 keer zo klein als de Tweede Kamer (150 zetels)
Zo reken je om: zetels = stemmen voor de partij ÷ alle stemmen × 15
Rond eerst naar beneden af. Zijn er dan nog zetels over? Die gaan naar de partijen met de grootste rest achter de komma.
Een meerderheid in de Klassenkamer is 8 zetels. Heeft geen partij er 8? Dan moeten partijen samenwerken: een coalitie.
Partijen die niet in de coalitie zitten, vormen de oppositie.
Reken samen met de klas de zetels uit, in de tabel op het bord.
Voorbeeld met 27 leerlingen: Partij Groen Plein 10 stemmen, De Feestpartij 8, Partij Sport & Spel 6, De Rustpartij 3.
10 ÷ 27 × 15 = 5,56. 8 ÷ 27 × 15 = 4,44. 6 ÷ 27 × 15 = 3,33. 3 ÷ 27 × 15 = 1,67.Naar beneden afgerond: 5 + 4 + 3 + 1 = 13 zetels. Er zijn nog 2 zetels over.De grootste resten zijn 0,67 (De Rustpartij) en 0,56 (Partij Groen Plein). De uitslag is dus 6, 4, 3 en 2 zetels.Mogelijke coalities met minstens 8 zetels: Groen Plein + Feestpartij (10), Groen Plein + Sport & Spel (9), Groen Plein + Rustpartij (8), Feestpartij + Sport & Spel + Rustpartij (9).
Goed om te weten: in het echt verdeelt de Kiesraad de restzetels op een andere manier, met de methode van de grootste gemiddelden. Die is lastiger uit te rekenen; voor de Klassenkamer is de grootste rest genoeg.
Heeft één partij in jouw klas al 8 zetels of meer? Laat haar dan toch een coalitie zoeken, met de regel dat een partij met een meerderheid ook rekening moet houden met de minderheid. Of verdeel de zetels opnieuw met een tweede stemronde.
Onderhandelen!
Ga bij je partij zitten. Jullie zijn nu een fractie.
Zoek een coalitie met samen minstens 8 zetels.
Schrijf samen één klassenwet: hoe verdelen jullie de € 5.000?
Werk in stappen van € 500. Elke partij in de coalitie moet iets
van haar plan terugzien: een compromis.
Oppositie: bereid twee kritische vragen voor,
en één verbetering van de wet (een amendement).
Jullie hebben 8 minuten.
minute
second
Opdracht: 3 minuten coalitie zoeken en 5 minuten de wet schrijven. De oppositie krijgt een eigen taak: een eigen verdeling maken en coalitiepartijen proberen over te halen. Start de timer.
Doe: laat de leerlingen bij hun partij zitten. Elke partij kiest een fractievoorzitter die namens de partij praat. De fractievoorzitters lopen rond en onderhandelen met de andere partijen. Zodra een coalitie van minstens 8 zetels rond is, schrijft ze samen één klassenwet: hoe wordt de € 5.000 verdeeld, in stappen van € 500? Controleer dat het totaal precies € 5.000 is.
Met device: de coalitie typt de klassenwet in bij de volgende slide.
Zonder device: de coalitie schrijft de klassenwet op het werkblad in de docentenhandleiding, of op het bord.
Tip: komt er geen coalitie? Laat dat dan gebeuren en bespreek het: in het echt duurt een formatie soms maanden. Geef na 8 minuten een extra minuut met de hint: welk deel van jullie plan vinden jullie het allerbelangrijkst, en wat kunnen jullie loslaten?
Onze klassenwet: zo verdelen we de € 5.000
Met device: één leerling van de coalitie typt de klassenwet in. Lees hem voor aan de hele Klassenkamer.
Debat (3 minuten): de oppositie stelt haar twee kritische vragen en stelt haar verbetering (amendement) voor. De coalitie antwoordt. Laat de Klassenkamer eerst over het amendement stemmen (handen opsteken), en daarna over de hele wet op de volgende slide.
Kijk of de wet echt een compromis is: krijgt elke coalitiepartij een deel van het geld? Een amendement van de oppositie kan bijvoorbeeld € 500 van het ene plan naar het andere verschuiven.
Voor
Tegen
Stemming in de Klassenkamer:
ben jij voor of tegen de klassenwet?
De stemming. Laat iedereen stemmen en kijk naar de uitslag.
Tel daarna ook op de manier van de Tweede Kamer: daar stemt elke fractie meestal als één blok. Tel de zetels van de partijen die voor zijn. Zijn dat er 8 of meer? Dan is de klassenwet aangenomen.
Vraag: kwamen de twee uitslagen overeen? Stemde iemand uit een coalitiepartij toch tegen? In de echte Kamer kan dat ook, maar het gebeurt niet vaak. Partijen spreken af dat ze als fractie samen stemmen (fractiediscipline).
Zonder devices: handen opsteken.
Klassenkamer en Tweede Kamer
Klassenkamer
15 zetels
Meerderheid: 8 zetels
Coalitie in een paar minuten
Alleen de Klassenkamer stemt
Tweede Kamer
150 zetels
Meerderheid: 76 zetels
Formatie van weken tot maanden
Daarna stemt ook de Eerste Kamer
Vergelijk de Klassenkamer met de echte Tweede Kamer.
Vraag: wat ging in de Klassenkamer makkelijker dan in het echt? Wat was hetzelfde? Leerlingen noemen vaak dat onderhandelen lastig is als je allemaal iets anders wilt. Dat is in het echt net zo.
Goed om te weten: sinds de invoering van het algemeen kiesrecht heeft nooit één partij alleen een meerderheid gehad in de Tweede Kamer. Nederland wordt dus altijd door een coalitie bestuurd.
Zat jouw partij in de coalitie of in de oppositie?
Hoe voelde dat?
Reflectie op meerderheid en minderheid (kerndoel 3A). Er is geen goed of fout antwoord.
Vraag door bij de oppositie: wat kun je doen als je in de minderheid zit? Antwoorden: kritische vragen stellen, een amendement indienen, andere partijen overtuigen, bij de volgende verkiezingen meer stemmen halen. Vraag bij de coalitie: waar moest je iets inleveren?
Zonder devices: laat de leerlingen het antwoord in tweetallen bespreken.
Ik kan het goed uitleggen aan een ander
Ik snap het grotendeels
Ik snap het een beetje
Ik snap het nog niet
Hoe goed kun jij nu uitleggen hoe jouw stem een wet wordt?
Terugkijken. De poll is anoniem.
Kiezen veel leerlingen voor "een beetje" of "nog niet"? Laat dan de sorteervraag (slide 9) nog eens zien en loop de stappen samen langs.
Begrippenlijst
Verkiezingen - de dag waarop je kiest wie jou vertegenwoordigt, bijvoorbeeld in de Tweede Kamer.
Zetel - een plek in het parlement. De Tweede Kamer heeft 150 zetels.
Meerderheid - meer dan de helft. In de Tweede Kamer minstens 76 zetels.
Coalitie - partijen die samenwerken en samen een meerderheid hebben.
Oppositie - de partijen die niet in de coalitie zitten. Zij controleren en geven kritiek.
Compromis - een afspraak waarbij iedereen iets toegeeft.
Wetsvoorstel - een plan voor een nieuwe wet. Het wordt pas een wet als beide Kamers voor stemmen.
De begrippen uit deze les. Laat leerlingen ze eventueel overnemen in hun schrift.
Cet élément n'a pas d'instructions