Activiteit en halvering (Natuurkunde vwo), les 2: Examentraining

Reageerbuisje met radioactieve vloeistof (foto: Sahehco, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · B2 · ACTIVITEIT, HALVERING

Examentraining

Activiteit en halvering: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
suivant
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: activiteit en aantal kernen, rekenen met halveringstijd, halveringsdikte en een logaritmisch diagram aflezen. Acht rekenvragen in examenstijl, met stappen, een poll en tips.

Éléments de cette leçon

Reageerbuisje met radioactieve vloeistof (foto: Sahehco, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · B2 · ACTIVITEIT, HALVERING

Examentraining

Activiteit en halvering: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Sahehco / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · B2 · ACTIVITEIT, HALVERING

Wat ga je kunnen?

Ik kan activiteit, aantal kernen, halveringstijd en halveringsdikte berekenen, ook bij een niet-geheel aantal halveringstijden.

Cet élément n'a pas d'instructions

EXAMENSTOF · B2 · ACTIVITEIT, HALVERING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Noteer: wat is gegeven en gevraagd, met eenheden (N, A, t, t½, d, d½).

  • 2. Kies: de formule uit je informatieboek: A = -dN/dt, A = (ln2/t½)·N, A = A0·(½)^(t/t½) of I = I0·(½)^(d/d½).

  • 3. Reken: zet om naar SI-eenheden (d en h naar s) en gebruik een logaritme als t of d gevraagd wordt.

  • 4. Controleer: eenheid, significante cijfers en of het antwoord tussen twee halveringsstappen ligt.

Cet élément n'a pas d'instructions

Botscans met een tracer (afbeelding: Hg6996, CC BY-SA 3.0)

EXAMENSTOF · B2 · ACTIVITEIT, HALVERING

Vraagtype 1: activiteit en aantal kernen

  • A op één moment: raaklijn aan het (N,t)-diagram; de helling zonder minteken.

  • A = (ln2/t½)·N koppelt A, N en t½. Zet t½ om naar seconden.

  • Let op de macht van 10 bij de as en op de eenheid van t (d, h of s).

  • A is altijd positief: het minteken van -dN/dt valt weg.

Image credit: Hg6996 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Bepaal met de raaklijn de activiteit op t = 4,5 d.

A

7,1·10⁹ Bq

B

1,5·10¹⁰ Bq

C

5,8·10⁹ Bq

D

5,0·10¹⁴ Bq

De raaklijn gaat door (0 d; 80·10¹⁴) en (16 d; 0). A = 80·10¹⁴/(16,0·86 400 s) = 8,0·10¹⁵/1,382·10⁶ = 5,8·10⁹ Bq (twee keer nagerekend; met N = 57,6·10¹⁴ en t½ = 8,0 d: 5,77·10⁹ Bq). Verwachte fouten: gemiddelde activiteit van 0 tot 4,5 d (7,1·10⁹), N/t in plaats van de helling (1,5·10¹⁰) of dagen niet omrekenen (5,0·10¹⁴). Syllabus B2.2 en A12. Image credit: LessonUp, eigen figuur

Een bron met t½ = 5,0 d heeft A = 2,0·10⁹ Bq. Bereken het aantal kernen N.

A

1,2·10¹⁵

B

1,4·10¹⁰

C

6,0·10¹⁴

D

8,6·10¹⁴

N = A·t½/ln2 met t½ = 5,0 · 86 400 = 4,32·10⁵ s: N = 2,0·10⁹ · 4,32·10⁵ / 0,693 = 8,64·10¹⁴/0,693 = 1,2·10¹⁵ (twee keer nagerekend). Verwachte fouten: dagen niet omrekenen (1,4·10¹⁰), vermenigvuldigen met ln2 (6,0·10¹⁴) of ln2 vergeten (8,6·10¹⁴). Syllabus B2.2, B2.3.

EXAMENSTOF · B2 · ACTIVITEIT, HALVERING

Vraagtype 2: rekenen met halveringstijd

  • A = A0·(½)^(t/t½): bereken eerst t/t½, ook als dat geen geheel getal is.

  • Zijn A en A0 gegeven en zoek je t? Gebruik t = t½·ln(A/A0)/ln(½).

  • Reken t en t½ in dezelfde eenheid; hier hoeft het niet naar seconden.

  • Controle: het antwoord ligt tussen de twee dichtstbijzijnde halveringsstappen.

Cet élément n'a pas d'instructions

Een tracer heeft t½ = 6,0 h en A0 = 8,0·10² MBq. Bereken A na 2,5 h.

A

1,5·10² MBq

B

4,0·10² MBq

C

6,3·10² MBq

D

6,0·10² MBq

t/t½ = 2,5/6,0 = 0,417; (½)^0,417 = 0,749; A = 8,0·10² · 0,749 = 6,0·10² MBq (twee keer nagerekend via 2^-0,417 = e^-0,289). Verwachte fouten: de exponent omdraaien, 6,0/2,5 = 2,4 (1,5·10²), afronden naar één t½ (4,0·10²) of lineair interpoleren (6,3·10²). Syllabus B2.3.

Voor een stof is t½ = 6,0 h. Na hoeveel uur is A gedaald tot 10 % van A0?

A

60 h

B

20 h

C

18 h

D

24 h

0,10 = (½)^(t/t½) geeft t/t½ = ln(0,10)/ln(0,5) = 3,32, dus t = 6,0 · 3,32 = 20 h (twee keer nagerekend: log2(10) = 3,32). Verwachte fouten: 10 · 6,0 = 60 h, en afronden op hele halveringstijden (18 h is 12,5 %, 24 h is 6,3 %). Syllabus B2.3, A12.2.

EXAMENSTOF · B2 · ACTIVITEIT, HALVERING

Vraagtype 3: halveringsdikte

  • Lees d½ af waar I tot 50 % van I0 daalt, of gebruik de gegeven d½.

  • I = I0·(½)^(d/d½): bereken d/d½, ook als dat geen geheel getal is.

  • Gevraagd d bij een gegeven I: d = d½·ln(I/I0)/ln(½).

  • Let op de eenheid van d en d½: beide in cm, of beide in mm.

Cet élément n'a pas d'instructions

Bepaal d½ met de figuur en bereken I achter 7,0 cm.

A

8,8 % van I0

B

13 % van I0

C

6,3 % van I0

D

29 % van I0

In de figuur is I = 50 % bij d = 2,0 cm, dus d½ = 2,0 cm. n = 7,0/2,0 = 3,5 en I = 100 · (½)^3,5 = 8,8 % (twee keer nagerekend: 100/2³·0,707 = 12,5 · 0,707). Verwachte fouten: afronden op n = 3 (13 %) of n = 4 (6,3 %), of d½/d = 0,29 (29 %). Syllabus B2.3, A12. Image credit: LessonUp, eigen figuur

Een plaat met d½ = 0,50 cm moet I tot 5,0 % van I0 verminderen. Hoe dik moet de plaat zijn?

A

2,5 cm

B

2,0 cm

C

2,2 cm

D

10 cm

0,050 = (½)^(d/d½) geeft d/d½ = ln(0,050)/ln(0,5) = 4,32, dus d = 4,32 · 0,50 = 2,2 cm (twee keer nagerekend: 0,50 · log2(20)). Verwachte fouten: n = 5 (2,5 cm), n = 4 (2,0 cm, dan is er nog 6,3 % over) of 20 · 0,50 = 10 cm. Syllabus B2.3.

EXAMENSTOF · B2 · ACTIVITEIT, HALVERING

Vraagtype 4: logaritmisch diagram aflezen

  • Op een logaritmische as is verval een rechte lijn: lees t½ af als de tijd waarin de lijn een factor 2 daalt.

  • Beginwaarde A0 lees je af bij t = 0; reken daarna met A = A0·(½)^(t/t½).

  • De rasterlijnen op de as zijn niet even ver uit elkaar: lees ze bij elke decade opnieuw af.

  • Interpoleren en extrapoleren kan langs de rechte lijn.

Cet élément n'a pas d'instructions

Bepaal t½ van deze stof.

A

8,0 h

B

4,0 h

C

2,0 h

D

24 h

De lijn gaat van 800 MBq bij t = 0 naar 400 MBq bij t = 4,0 h, en van 400 naar 200 MBq bij 8,0 h: elke stap van 4,0 h is een factor 2. Verwachte fouten: het eindpunt van de lijn (24 h), de tijd bij 200 MBq (8,0 h) of de helft van t½ (2,0 h). Syllabus A12.2, B2.3. Image credit: LessonUp, eigen figuur

Bereken met de figuur de activiteit op t = 10 h.

A

2,0·10² MBq

B

3,2·10² MBq

C

1,0·10² MBq

D

1,4·10² MBq

A0 = 800 MBq en t½ = 4,0 h: A = 800 · (½)^(10/4,0) = 800 · 0,177 = 1,4·10² MBq (twee keer nagerekend: 800/2^2,5 = 800/5,66). In de figuur ligt de lijn bij 10 h tussen 200 en 100 MBq. Verwachte fouten: A bij 8 h (2,0·10²), delen door 2,5 (3,2·10²) of afronden op drie halveringstijden (1,0·10²). Syllabus A12.2, B2.3. Image credit: LessonUp, eigen figuur

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Activiteit en aantal kernen

2

Rekenen met halveringstijd

3

Halveringsdikte

4

Logaritmisch diagram aflezen

Kies na de uitslag een vraagtype om klassikaal door te nemen.

EXAMENSTOF · B2 · ACTIVITEIT, HALVERING

Tips voor op het examen

  • Reken d en h om naar s zodra een formule A of Bq bevat.

  • Een niet-geheel aantal halveringstijden mag: gebruik de exponent t/t½ of d/d½ en een logaritme.

  • Controleer of je antwoord tussen de twee dichtstbijzijnde hele halveringsstappen ligt.

  • Lees bij een diagram eerst de assen: eenheid, macht van 10 en lineair of logaritmisch.

Cet élément n'a pas d'instructions