KLANKKLEUR · ENSEMBLES
ORKESTEN EN ENSEMBLES
Examenstof muziek vwo
KLANKKLEUR · ENSEMBLES
ORKESTEN EN ENSEMBLES
Examenstof muziek vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 i, m. Image credit: Nationaal Historisch Museum / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan orkesten, koren en kamermuziek aan de bezetting herkennen, een partituurindeling lezen en klankprocessen in een ensemble interpreteren.
Cet élément n'a pas d'instructions
Welke ensembles ken je en wat is hun bezetting?
Verwachte woorden: symfonieorkest, strijkkwartet, bigband, koor, brassband, fanfare, harmonie, popgroep, dirigent, partituur. Zet de woorden op het bord en laat leerlingen per ensemble de bezetting noemen. In het vwo-examen herken je niet alleen het ensemble, je gebruikt ook de partituur en je interpreteert de klank. Dat is de rode draad van deze les.
Het Koninklijk Concertgebouworkest, Nationaal Concert 2011
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
SYMFONIEORKEST
Een symfonieorkest heeft vier groepen: strijkers, houtblazers, koperblazers en slagwerk.
De strijkers vormen de kern, blazers en slagwerk geven extra klankkleuren.
Een dirigent leidt het orkest.
Componisten mengen of contrasteren de groepen om de klank te sturen.
Syllabus vwo A1/A2 i: herkennen van orkesten en ensembles en interpreteren van klankprocessen. Boléro laat het orkest als palet horen: dezelfde melodie in steeds een andere bezetting. Veelgemaakte fout: symfonieorkest en strijkorkest verwarren. Als er blazers of slagwerk klinken, is het geen strijkorkest. Image credit: Nationaal Historisch Museum / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
Video: Ravel: Boléro, Berliner Philharmoniker (kanaal: Berliner Philharmoniker). Wat hoor je? Het thema klinkt in een grote bezetting: strijkers, houtblazers en koperblazers spelen samen, met continu slagwerk eronder. Laat leerlingen benoemen welke groepen ze horen en hoe vol de klank is vergeleken met het begin van het stuk. Antwoord: symfonieorkest.
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
DE PARTITUUR VAN EEN SYMFONIEORKEST
In de partituur staan de groepen onder elkaar, zodat je alle partijen tegelijk volgt.
Van boven naar beneden: houtblazers, koperblazers, slagwerk en strijkers.
Binnen de strijkers staan de violen bovenaan, dan altviolen, cello's en contrabassen.
Een rust in een balk betekent dat die groep op dat moment niet speelt.
Syllabus vwo: partituur of partij volgen. Laat een pagina uit een partituur zien (bijvoorbeeld uit een gratis editie) en laat leerlingen de groepen aanwijzen. De volgorde van boven naar beneden is de gebruikelijke indeling: hout, koper, slagwerk, strijkers. Veelgemaakte fout: de strijkers bovenaan zoeken, omdat ze de grootste groep zijn.
Een strijkorkest met violen en cello's onder leiding van een dirigent
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
STRIJKORKEST
Een strijkorkest speelt alleen met strijkers, ook wel strings genoemd.
Per partij spelen meerdere musici hetzelfde, bijvoorbeeld meerdere eerste violen.
Dat verschilt van een strijkkwartet, waar elke partij één speler heeft.
Zonder blazers en slagwerk klinkt het orkest gelijkmatig.
Syllabus: strijkorkest, strijkers, strings. Luistertip: klinkt er een fluit, hoorn of pauk, dan is het geen strijkorkest. Het verschil met een strijkkwartet hoor je aan de volheid van de klank: een orkest klinkt breder dan vier solisten. Veelgemaakte fout: elk stuk met alleen strijkers een strijkkwartet noemen. Image credit: Rycy / Wikimedia Commons, CC0
Video: Elgar: Serenade voor strijkers, Academy of St Martin in the Fields (kanaal: Academy of St Martin in the Fields). Wat hoor je? Alleen strijkers, met meerdere musici per partij. Er klinken geen blazers en geen slagwerk. Antwoord: strijkorkest.
Zet in partituurvolgorde, van boven naar onder
De gebruikelijke indeling is hout, koper, slagwerk, strijkers. Veelgemaakte fout: het slagwerk onderaan zetten, omdat het achterin het orkest zit.
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
BAROKORKEST EN CONCERTO GROSSO
Een barokorkest is klein: vooral strijkers, met continuo als begeleiding.
De begeleiding (basso continuo) speelt bijvoorbeeld een klavecimbel of orgel samen met een cello.
In een concerto grosso staat een kleine groep solisten tegenover het hele orkest.
Veel barokorkesten spelen op instrumenten uit de barok, met een lichtere klank.
Syllabus vwo: concerto grosso of barokorkest, en basso continuo. De concerterende structuren (concertino en tutti) komen in een ander onderwerp. Hier gaat het om de bezetting. Veelgemaakte fout: een barokorkest voor een symfonieorkest houden. Het barokorkest is kleiner en heeft geen koper en slagwerk.
Video: Vivaldi: De vier jaargetijden, Winter (deel 1), Il Giardino Armonico (kanaal: Il Giardino Armonico - Topic). Wat hoor je? Een klein ensemble van strijkers met een begeleidend akkoordinstrument (continuo), zonder blazers en zonder slagwerk. Antwoord: barokorkest. Dit stuk is een solo-concerto, geen concerto grosso. Dat verschil hoort bij het onderwerp concerterende structuren.
Klarinettisten in een symfonisch blaasorkest, Montevideo
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
HARMONIE, FANFARE EN BRASSBAND
Een harmonie heeft houtblazers (fluiten, klarinetten, hobo's, fagotten), saxofoons, koper en slagwerk.
Een fanfare heeft koper, saxofoons en slagwerk, zonder klarinetten en fluiten.
Een brassband heeft alleen koper en slagwerk, zonder saxofoons.
Je onderscheidt ze aan de houtblazers en aan de saxofoons.
Syllabus: harmonie, fanfare en brassband. Op het examen vergelijk je de bezettingen. Zoek eerst naar klarinetten of fluiten (harmonie), dan naar saxofoons (fanfare) en anders naar een zuivere koperklank (brassband). Veelgemaakte fout: fanfare en brassband door elkaar halen. Image credit: Intendencia de Montevideo / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Het Budapest String Quartet tijdens een concert, Library of Congress
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
KAMERMUZIEK: DUO, TRIO EN KWARTET
Kamermuziek speelt een klein ensemble met één musicus per partij.
Een duet of duo heeft twee musici, een trio drie en een kwartet vier.
Een strijkkwartet bestaat uit twee violen, een altviool en een cello.
Je hoort elke stem afzonderlijk, anders dan in een strijkorkest.
Syllabus vwo: kleinere ensembles en kamermuziek. Het strijkkwartet is de bekendste vorm. Vraag leerlingen te vertellen wat het verschil is tussen een strijkkwartet en een strijkorkest (één speler per partij of meer). Veelgemaakte fout: een kwartet altijd als strijkkwartet zien. Een kwartet kan ook uit andere instrumenten bestaan. Image credit: U.S. Office of War Information / Wikimedia Commons, publiek domein
Vul in
Een barokorkest is klein en speelt vaak met een klavecimbel als continuo-instrument.
Veelgemaakte fout: symfonieorkest invullen. Een symfonieorkest is groot en heeft koper en slagwerk.
Een bigband met rijen trompetten en trombones tijdens een concert
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
BIGBAND EN SECTIES
Een bigband is een groot jazzorkest.
De melodiesectie bestaat uit saxofoons, trompetten en trombones.
De ritmesectie bestaat uit piano, gitaar, bas en drums.
Solisten staan voor het orkest, de secties spelen antwoord of begeleiding.
Syllabus vwo: secties (melodiesectie en ritmesectie) en bigband. In een bigband spelen de blazersecties vaak in dialoog (call and response) en houdt de ritmesectie de maat en de akkoorden vast. Veelgemaakte fout: de piano bij de melodiesectie rekenen. In de bigband hoort de piano bij de ritmesectie. Image credit: Lance Cpl. Maxwell Cook (US Marine Corps) / Wikimedia Commons, publiek domein
De popgroep Band of Gold op Piknik i Parken, Oslo 2017
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
JAZZCOMBO, POPGROEP EN ROCKGROEP
Een jazzcombo is een klein ensemble: een ritmesectie met een of meer melodie-instrumenten.
Een popgroep of rockgroep speelt met zang, elektrische gitaar, basgitaar, drums en vaak keyboard.
Elektrisch versterkte en elektronische instrumenten bepalen de klank van een popgroep.
Het verschil met een bigband: weinig spelers en geen rijen blazers.
Syllabus: jazzcombo en rockgroep/popgroep. Veelgemaakte fout: denken dat een jazzcombo altijd uit vier muzikanten bestaat. Het aantal wisselt, maar de bezetting blijft klein. Image credit: Tore Sætre / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Welke instrumenten vormen in een bigband de melodiesectie?
Piano, bas en drums
Trombones, bas en drums
Saxofoons, piano en bas
Saxofoons, trompetten en trombones
De melodiesectie bestaat uit de blazers. Piano, bas en drums vormen de ritmesectie. Wie piano kiest, rekent de piano ten onrechte bij de melodie.
Het Tensta Gospel Choir zingt meerstemmig, Zweden
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
KOREN
Een koor is een vocaal ensemble. Een gemengd koor heeft mannen- en vrouwenstemmen.
Een mannenkoor heeft alleen mannen, een vrouwenkoor alleen vrouwen.
Een kinderkoor zingt met kinderstemmen.
Een achtergrondkoor (backing vocals) ondersteunt de hoofdzanger in pop en soul.
Syllabus: koor, gemengd koor, kinderkoor, mannenkoor, vrouwenkoor en achtergrondkoor/backing vocals. De stemsoorten (sopraan, alt, tenor, bas) horen bij een ander onderwerp. Veelgemaakte fout: backing vocals zien als een volwaardig koor. Ze ondersteunen een solist. Image credit: Frankie Fouganthin / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
KLANKPROCESSEN
Een klankproces is een verandering van klankkleur, die je beschrijft en interpreteert.
Bij contrast wisselt de klankkleur plotseling, bijvoorbeeld van strijkers naar koper.
Bij menging klinken instrumenten samen en smelten hun klanken tot één nieuwe klank.
Bij verschuiving verandert de klankkleur geleidelijk, stap voor stap.
Interpreteren betekent: zeggen welk effect het heeft, bijvoorbeeld spanning of rust.
Syllabus vwo A1/A2 i: interpreteren van klankprocessen zoals contrast, menging en verschuiving. Laat leerlingen bij een bekend stuk aanwijzen waar de klank plotseling wisselt, waar instrumenten samensmelten en waar de klank geleidelijk verandert, en vraag welk effect de componist zo bereikt. Veelgemaakte fout: contrast en verschuiving verwisselen. Let op plotseling of geleidelijk.
Het klankbeeld wisselt plotseling van strijkers naar luid koper. Welk klankproces?
Menging
Contrast
Verschuiving
Herhaling
Een plotselinge wisseling van klankkleur is contrast. Wie verschuiving kiest, let niet op het woord plotseling.
Wat vond je het lastigst?
Barokorkest en strijkorkest
Blaasorkesten onderscheiden
Secties en kamermuziek
Klankprocessen interpreteren
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.
Noem een ensemble met een ritmesectie.
Goed: bigband, jazzcombo, popgroep of rockgroep. Vraag door: welke instrumenten vormen daar de ritmesectie?
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
BEGRIPPEN (1/2)
koor: vocaal ensemble: gemengd, mannen, vrouwen, kinderen of achtergrondkoor
strijkorkest: orkest met alleen strijkers (strings), met meerdere spelers per partij
symfonieorkest: groot orkest met strijkers, houtblazers, koperblazers en slagwerk
brassband: orkest van alleen koper en slagwerk, zonder saxofoons
fanfare: blaasorkest met koper, saxofoons en slagwerk, zonder klarinetten
Cet élément n'a pas d'instructions
♪ KLANKKLEUR · ENSEMBLES
BEGRIPPEN (2/2)
harmonie: blaasorkest met houtblazers, saxofoons, koper en slagwerk
strijkkwartet: kamermuziekensemble: twee violen, altviool en cello
bigband: groot jazzorkest met een melodiesectie van blazers en een ritmesectie
jazzcombo: klein jazzensemble met een ritmesectie en melodie-instrumenten
popgroep: band met zang, elektrische gitaar, basgitaar, drums en vaak keyboard
Cet élément n'a pas d'instructions