MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Aanbod en marktevenwicht
Examenstof economie vwo
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Aanbod en marktevenwicht
Examenstof economie vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: D1.10-1.13, 1.18, 1.22-1.24. Image credit: RobThinks / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Wat ga je kunnen?
Ik kan uitleggen en berekenen hoe aanbod, heffingen en subsidies samen met de vraag het marktevenwicht en de evenwichtsomzet bepalen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Welke woorden komen bij je op bij: wat bepaalt hoeveel een aanbieder wil verkopen?
Verwacht: prijs, kosten, winst, productie, concurrentie, belasting, subsidie, technologie. Groepeer ze rond kosten en prijs; zo komen marginale kosten, heffingen en subsidies vanzelf aan bod.
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Individuele aanbodlijnen A en B en de collectieve aanbodlijn Qa totaal
De individuele aanbodlijn
De individuele aanbodlijn toont hoeveel één aanbieder bij elke prijs wil aanbieden.
Een hogere prijs maakt meer aanbieden aantrekkelijk: de lijn stijgt.
Zie de grafiek: bij P = 20 biedt aanbieder A 20 stuks aan en aanbieder B 30 stuks.
Hoeveelheden Q staan in duizenden stuks, prijzen P in euro.
Syllabus D1.10: De individuele aanbodlijn die het verband weergeeft tussen de aangeboden hoeveelheid van één aanbieder bij uiteenlopende prijzen. In de grafiek hoort bij A de lijn Qa = 2P - 20 en bij B Qa = 3P - 30; beide beginnen bij P = 10. Veelgemaakte fout: de aangeboden hoeveelheid van één aanbieder verwarren met die van de hele markt. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Individuele aanbodlijnen A en B en de collectieve aanbodlijn Qa totaal
De collectieve aanbodlijn
De collectieve aanbodlijn is de aangeboden hoeveelheid van alle aanbieders samen.
Je telt de hoeveelheden bij dezelfde prijs horizontaal op, nooit de prijzen.
Bij P = 20: 20 + 30 = 50. Bij P = 30: 40 + 60 = 100.
Dit is de lijn Qa = 5P - 50 die we verderop als marktaanbod gebruiken.
Syllabus D1.11: Het verband tussen de individuele aanbodlijn en de collectieve aanbodlijn. (1) De beperking (1) is: alleen grafisch, dus laat leerlingen aflezen en optellen in de grafiek, niet formules optellen. Controle voor de docent: Qa = (2P - 20) + (3P - 30) = 5P - 50; bij P = 30 geeft dat 100. Veelgemaakte fout: de prijzen optellen in plaats van de hoeveelheden. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
De MK-lijn van een aanbieder is zijn individuele aanbodlijn: bij P = 20 hoort q = 20
Marginale kosten en aanbodlijn
De marginale kosten (MK) zijn de extra kosten van één extra stuk.
Een aanbieder breidt uit zolang de prijs boven de MK ligt, en stopt waar MK = P.
De individuele aanbodlijn volgt daarom de stijgende MK-lijn.
Voorbeeld: MK = 0,5q + 10 en P = 20 geeft q = 20, dus q = 2P - 20.
Syllabus D1.18: Het verband tussen de individuele aanbodlijn en het verloop van de marginale kosten(lijn) bij hoeveelheidsaanpassing. Controle: 0,5q + 10 = P geeft q = 2P - 20; bij P = 20 is q = 20. De ondergrens van de aanbodlijn (waar de aanbieder verlies lijdt en stopt) hoort bij het onderwerp kosten, opbrengsten en winst. Veelgemaakte fout: uitbreiden terwijl de MK al boven de prijs ligt. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Hoe ontstaat de collectieve aanbodlijn uit de individuele aanbodlijnen?
Prijzen bij dezelfde hoeveelheid optellen
Het gemiddelde van alle lijnen nemen
Hoeveelheden bij dezelfde prijs optellen
De steilste individuele lijn kiezen
Horizontaal optellen. Verwachte fout: de prijzen optellen of middelen.
Aanbieder E heeft MK = 0,25q + 5. Hoeveel produceert hij bij P = 15?
40 stuks
10 stuks
60 stuks
20 stuks
MK = P: 0,25q + 5 = 15, dus 0,25q = 10 en q = 40. Verwachte fouten: 10 (alleen 15 - 5) of 60 (15 x 4).
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Tomatenteelt in een moderne kas: technologie verlaagt de kosten
Wat verschuift de aanbodlijn?
Een andere prijs van het product zelf geeft een beweging langs de aanbodlijn.
Duurdere productiefactoren (loon, grondstof, energie): de lijn verschuift naar links.
Technische ontwikkeling verlaagt de kosten: de lijn verschuift naar rechts.
Meer aanbieders: naar rechts. Minder aanbieders: naar links.
Syllabus D1.12: De verschuiving van de collectieve aanbodlijn als gevolg van een verandering van de prijzen van productiefactoren, technische ontwikkeling en aantal aanbieders. (1) De beperking (1) is: alleen grafisch, dus geen berekeningen bij deze oorzaken. Veelgemaakte fout: een verschuiving verklaren met de prijs van het product zelf. Image credit: Lance Cheung (USDA) / Wikimedia Commons, publiek domein
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Tankstation in Rotterdam, 2022: in de brandstofprijs zit accijns, een heffing per liter
Heffing: de aanbodlijn naar links
Een heffing is een bedrag per stuk dat aanbieders aan de overheid betalen.
Bij marktprijs P houden aanbieders P - t over en bieden aan wat bij die prijs past.
Qa = 5P - 50 en heffing t = 4: nu Qa = 5(P - 4) - 50 = 5P - 70.
De lijn verschuift naar links: bij elke hoeveelheid is de prijs 4 hoger.
Syllabus D1.13: De verschuiving van de collectieve aanbodlijn als gevolg van heffingen of subsidies. Controle: bij P = 30 is Qa = 5 x 30 - 70 = 80; bij dezelfde Q = 80 was de prijs eerst 26 (5 x 26 - 50 = 80), nu 30, dus 4 hoger. Veelgemaakte fout: P + t invullen in plaats van P - t. Image credit: Donald Trung Quoc Don / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Zonnepanelen op een woonhuis bij Boston (VS): een subsidie maakt zulke productie goedkoper
Subsidie: de aanbodlijn naar rechts
Een subsidie is een bedrag per stuk dat aanbieders van de overheid ontvangen.
Bij marktprijs P ontvangen aanbieders P + s en bieden meer aan.
Qa = 5P - 50 en subsidie s = 2: nu Qa = 5(P + 2) - 50 = 5P - 40.
De lijn verschuift naar rechts: bij elke hoeveelheid is de prijs 2 lager.
Syllabus D1.13 (zie vorige dia). Controle: bij Q = 60 was de prijs eerst 22 (5 x 22 - 50 = 60), nu 20 (5 x 20 - 40 = 60), dus 2 lager. Een subsidie voor kopers verschuift juist de vraaglijn; dat valt buiten deze les. Image credit: Gray Watson / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Zet de redenering op volgorde (de vraag blijft gelijk)
Oorzaak, gevolg voor aanbieders, verschuiving, nieuw evenwicht. Verwachte fout: het nieuwe evenwicht voor de verschuiving zetten.
Welke gebeurtenis verschuift de collectieve aanbodlijn naar rechts?
De prijs van het product stijgt
Een goedkopere productietechniek
De overheid voert een heffing in
De lonen van de werknemers stijgen
Technische ontwikkeling verlaagt de kosten: naar rechts. Verwachte fout: een prijsstijging als verschuiving zien (dat is een beweging langs de lijn).
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Bij P = 40 een overschot van 100, bij P = 20 een tekort van 100
De markt als coördinatiemechanisme
De markt is een coördinatiemechanisme: de prijs brengt vraag en aanbod op elkaar af.
Boven de evenwichtsprijs is Qa > Qv: een overschot, en de prijs daalt.
Onder de evenwichtsprijs is Qv > Qa: een tekort, en de prijs stijgt.
Met Qv = -5P + 250 en Qa = 5P - 50: bij P = 40 een overschot van 100, bij P = 20 een tekort van 100.
Syllabus D1.22: De betekenis van de markt als coördinatiemechanisme van vraag en aanbod. Controle: P = 40 geeft Qv = 50 en Qa = 150; P = 20 geeft Qv = 150 en Qa = 50. De vraaglijn is hier gegeven; die komt uitgebreid aan bod bij vraag en elasticiteit. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Evenwicht E bij P = 30 en Q = 100: de evenwichtsomzet is het gekleurde vlak
Marktevenwicht en evenwichtsomzet
Marktevenwicht: de gevraagde hoeveelheid is gelijk aan de aangeboden hoeveelheid (Qv = Qa).
Qv = -5P + 250 en Qa = 5P - 50: gelijkstellen geeft 300 = 10P.
Evenwichtsprijs P = 30, evenwichtshoeveelheid Q = 100 (controle: 5 x 30 - 50 = 100).
Evenwichtsomzet = P x Q = 30 x 100 = 3.000 (x 1000 euro), het gekleurde vlak.
Syllabus D1.23: Marktevenwicht als zijnde de gelijkheid van de gevraagde en aangeboden hoeveelheid bij de evenwichtsprijs. Controle: Qv(30) = -150 + 250 = 100 en Qa(30) = 150 - 50 = 100. Veelgemaakte fout: de prijs (30) of de hoeveelheid (100) als omzet opschrijven, of niet teruginvullen. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Heffing van 4: Qa0 wordt Qa1 en het evenwicht gaat van E0 naar E1
Verschuiving geeft nieuw evenwicht
Heffing t = 4 (Qa = 5P - 70): 320 = 10P, dus P = 32 en Q = 90.
Subsidie s = 2 (Qa = 5P - 40): 290 = 10P, dus P = 29 en Q = 105.
Evenwichtsomzet: eerst 3.000, met heffing 32 x 90 = 2.880, met subsidie 29 x 105 = 3.045.
De evenwichtsomzet verandert mee, want evenwichtsprijs en hoeveelheid veranderen allebei.
Syllabus D1.24: De invloed van veranderingen in vraag en aanbod op de evenwichtsprijs, de evenwichtshoeveelheid en de totale evenwichtsopbrengst (omzet). Controle heffing: Qv(32) = 90 en Qa(32) = 160 - 70 = 90. Controle subsidie: Qv(29) = 105 en Qa(29) = 145 - 40 = 105. Veelgemaakte fout: denken dat de prijs precies met de heffing stijgt (hier 2 in plaats van 4). Surplus en welvaartsverlies komen later. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Video: Marktevenwicht tekenen en berekenen (OsAcademie). Kijkvraag: welke stappen gebruikt de uitlegger om het evenwicht te berekenen en hoe controleert hij het antwoord? Let op het gelijkstellen van Qv en Qa en het terug invullen.
Qv = -3P + 180 en Qa = 2P - 20. Wat is de evenwichtsprijs?
60 euro
32 euro
200 euro
40 euro
Gelijkstellen: 200 = 5P, dus P = 40. Q = -120 + 180 = 60 en Qa = 80 - 20 = 60. Verwachte fouten: 60 (de hoeveelheid noemen), 32 (160/5 door een rekenfout) of 200 (niet delen).
Vul in
Bij marktevenwicht is de gevraagde hoeveelheid gelijk aan de aangeboden hoeveelheid bij de evenwichtsprijs.
De drie kernbegrippen van dit evenwicht.
Wat vond je het lastigst in deze les?
Individuele en collectieve aanbodlijn
Marginale kosten en aanbod
Heffing en subsidie
Evenwicht en omzet berekenen
Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.
Welke stap was het lastigst, en waarom?
Gebruik de antwoorden om te kiezen welk vraagtype je in de training als eerste herhaalt.
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Begrippen (1/2)
individuele aanbodlijn: De aangeboden hoeveelheid van één aanbieder bij elke prijs.
collectieve aanbodlijn: De hoeveelheden van alle aanbieders bij dezelfde prijs opgeteld.
marginale kosten (MK): De extra kosten van één extra stuk.
productiefactoren: Arbeid, grondstoffen, energie en kapitaal; hun prijs verschuift het aanbod.
heffing: Bedrag per stuk dat aanbieders betalen: aanbodlijn naar links.
Cet élément n'a pas d'instructions
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Begrippen (2/2)
subsidie: Bedrag per stuk dat aanbieders ontvangen: aanbodlijn naar rechts.
coördinatiemechanisme: De prijs brengt vraag en aanbod op elkaar af.
marktevenwicht: De gevraagde hoeveelheid is gelijk aan de aangeboden hoeveelheid.
evenwichtsprijs: De prijs waarbij Qv = Qa.
evenwichtsomzet: P x Q in het marktevenwicht.
Cet élément n'a pas d'instructions