Aanbod en marktevenwicht (Economie vwo), les 1: Uitleg

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Aanbod en marktevenwicht

Examenstof economie vwo

1 / 23
suivant
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 23 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg van de individuele en collectieve aanbodlijn, marginale kosten, verschuivingen door heffing en subsidie, marktevenwicht en evenwichtsomzet, met rekenvoorbeelden.

Éléments de cette leçon

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Aanbod en marktevenwicht

Examenstof economie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: D1.10-1.13, 1.18, 1.22-1.24. Image credit: RobThinks / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Wat ga je kunnen?

Ik kan uitleggen en berekenen hoe aanbod, heffingen en subsidies samen met de vraag het marktevenwicht en de evenwichtsomzet bepalen.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke woorden komen bij je op bij: wat bepaalt hoeveel een aanbieder wil verkopen?

Verwacht: prijs, kosten, winst, productie, concurrentie, belasting, subsidie, technologie. Groepeer ze rond kosten en prijs; zo komen marginale kosten, heffingen en subsidies vanzelf aan bod.

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Individuele aanbodlijnen A en B en de collectieve aanbodlijn Qa totaal

De individuele aanbodlijn

  • De individuele aanbodlijn toont hoeveel één aanbieder bij elke prijs wil aanbieden.

  • Een hogere prijs maakt meer aanbieden aantrekkelijk: de lijn stijgt.

  • Zie de grafiek: bij P = 20 biedt aanbieder A 20 stuks aan en aanbieder B 30 stuks.

  • Hoeveelheden Q staan in duizenden stuks, prijzen P in euro.

Syllabus D1.10: De individuele aanbodlijn die het verband weergeeft tussen de aangeboden hoeveelheid van één aanbieder bij uiteenlopende prijzen. In de grafiek hoort bij A de lijn Qa = 2P - 20 en bij B Qa = 3P - 30; beide beginnen bij P = 10. Veelgemaakte fout: de aangeboden hoeveelheid van één aanbieder verwarren met die van de hele markt. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Individuele aanbodlijnen A en B en de collectieve aanbodlijn Qa totaal

De collectieve aanbodlijn

  • De collectieve aanbodlijn is de aangeboden hoeveelheid van alle aanbieders samen.

  • Je telt de hoeveelheden bij dezelfde prijs horizontaal op, nooit de prijzen.

  • Bij P = 20: 20 + 30 = 50. Bij P = 30: 40 + 60 = 100.

  • Dit is de lijn Qa = 5P - 50 die we verderop als marktaanbod gebruiken.

Syllabus D1.11: Het verband tussen de individuele aanbodlijn en de collectieve aanbodlijn. (1) De beperking (1) is: alleen grafisch, dus laat leerlingen aflezen en optellen in de grafiek, niet formules optellen. Controle voor de docent: Qa = (2P - 20) + (3P - 30) = 5P - 50; bij P = 30 geeft dat 100. Veelgemaakte fout: de prijzen optellen in plaats van de hoeveelheden. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

De MK-lijn van een aanbieder is zijn individuele aanbodlijn: bij P = 20 hoort q = 20

Marginale kosten en aanbodlijn

  • De marginale kosten (MK) zijn de extra kosten van één extra stuk.

  • Een aanbieder breidt uit zolang de prijs boven de MK ligt, en stopt waar MK = P.

  • De individuele aanbodlijn volgt daarom de stijgende MK-lijn.

  • Voorbeeld: MK = 0,5q + 10 en P = 20 geeft q = 20, dus q = 2P - 20.

Syllabus D1.18: Het verband tussen de individuele aanbodlijn en het verloop van de marginale kosten(lijn) bij hoeveelheidsaanpassing. Controle: 0,5q + 10 = P geeft q = 2P - 20; bij P = 20 is q = 20. De ondergrens van de aanbodlijn (waar de aanbieder verlies lijdt en stopt) hoort bij het onderwerp kosten, opbrengsten en winst. Veelgemaakte fout: uitbreiden terwijl de MK al boven de prijs ligt. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Hoe ontstaat de collectieve aanbodlijn uit de individuele aanbodlijnen?

A

Prijzen bij dezelfde hoeveelheid optellen

B

Het gemiddelde van alle lijnen nemen

C

Hoeveelheden bij dezelfde prijs optellen

D

De steilste individuele lijn kiezen

Horizontaal optellen. Verwachte fout: de prijzen optellen of middelen.

Aanbieder E heeft MK = 0,25q + 5. Hoeveel produceert hij bij P = 15?

A

40 stuks

B

10 stuks

C

60 stuks

D

20 stuks

MK = P: 0,25q + 5 = 15, dus 0,25q = 10 en q = 40. Verwachte fouten: 10 (alleen 15 - 5) of 60 (15 x 4).

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Tomatenteelt in een moderne kas: technologie verlaagt de kosten

Wat verschuift de aanbodlijn?

  • Een andere prijs van het product zelf geeft een beweging langs de aanbodlijn.

  • Duurdere productiefactoren (loon, grondstof, energie): de lijn verschuift naar links.

  • Technische ontwikkeling verlaagt de kosten: de lijn verschuift naar rechts.

  • Meer aanbieders: naar rechts. Minder aanbieders: naar links.

Syllabus D1.12: De verschuiving van de collectieve aanbodlijn als gevolg van een verandering van de prijzen van productiefactoren, technische ontwikkeling en aantal aanbieders. (1) De beperking (1) is: alleen grafisch, dus geen berekeningen bij deze oorzaken. Veelgemaakte fout: een verschuiving verklaren met de prijs van het product zelf. Image credit: Lance Cheung (USDA) / Wikimedia Commons, publiek domein

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Tankstation in Rotterdam, 2022: in de brandstofprijs zit accijns, een heffing per liter

Heffing: de aanbodlijn naar links

  • Een heffing is een bedrag per stuk dat aanbieders aan de overheid betalen.

  • Bij marktprijs P houden aanbieders P - t over en bieden aan wat bij die prijs past.

  • Qa = 5P - 50 en heffing t = 4: nu Qa = 5(P - 4) - 50 = 5P - 70.

  • De lijn verschuift naar links: bij elke hoeveelheid is de prijs 4 hoger.

Syllabus D1.13: De verschuiving van de collectieve aanbodlijn als gevolg van heffingen of subsidies. Controle: bij P = 30 is Qa = 5 x 30 - 70 = 80; bij dezelfde Q = 80 was de prijs eerst 26 (5 x 26 - 50 = 80), nu 30, dus 4 hoger. Veelgemaakte fout: P + t invullen in plaats van P - t. Image credit: Donald Trung Quoc Don / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Zonnepanelen op een woonhuis bij Boston (VS): een subsidie maakt zulke productie goedkoper

Subsidie: de aanbodlijn naar rechts

  • Een subsidie is een bedrag per stuk dat aanbieders van de overheid ontvangen.

  • Bij marktprijs P ontvangen aanbieders P + s en bieden meer aan.

  • Qa = 5P - 50 en subsidie s = 2: nu Qa = 5(P + 2) - 50 = 5P - 40.

  • De lijn verschuift naar rechts: bij elke hoeveelheid is de prijs 2 lager.

Syllabus D1.13 (zie vorige dia). Controle: bij Q = 60 was de prijs eerst 22 (5 x 22 - 50 = 60), nu 20 (5 x 20 - 40 = 60), dus 2 lager. Een subsidie voor kopers verschuift juist de vraaglijn; dat valt buiten deze les. Image credit: Gray Watson / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Zet de redenering op volgorde (de vraag blijft gelijk)

1

De collectieve aanbodlijn verschuift naar links

2

De evenwichtsprijs stijgt, de evenwichtshoeveelheid daalt

3

De overheid voert een heffing per stuk in

4

Aanbieders houden bij elke prijs minder over

Oorzaak, gevolg voor aanbieders, verschuiving, nieuw evenwicht. Verwachte fout: het nieuwe evenwicht voor de verschuiving zetten.

Welke gebeurtenis verschuift de collectieve aanbodlijn naar rechts?

A

De prijs van het product stijgt

B

Een goedkopere productietechniek

C

De overheid voert een heffing in

D

De lonen van de werknemers stijgen

Technische ontwikkeling verlaagt de kosten: naar rechts. Verwachte fout: een prijsstijging als verschuiving zien (dat is een beweging langs de lijn).

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Bij P = 40 een overschot van 100, bij P = 20 een tekort van 100

De markt als coördinatiemechanisme

  • De markt is een coördinatiemechanisme: de prijs brengt vraag en aanbod op elkaar af.

  • Boven de evenwichtsprijs is Qa > Qv: een overschot, en de prijs daalt.

  • Onder de evenwichtsprijs is Qv > Qa: een tekort, en de prijs stijgt.

  • Met Qv = -5P + 250 en Qa = 5P - 50: bij P = 40 een overschot van 100, bij P = 20 een tekort van 100.

Syllabus D1.22: De betekenis van de markt als coördinatiemechanisme van vraag en aanbod. Controle: P = 40 geeft Qv = 50 en Qa = 150; P = 20 geeft Qv = 150 en Qa = 50. De vraaglijn is hier gegeven; die komt uitgebreid aan bod bij vraag en elasticiteit. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Evenwicht E bij P = 30 en Q = 100: de evenwichtsomzet is het gekleurde vlak

Marktevenwicht en evenwichtsomzet

  • Marktevenwicht: de gevraagde hoeveelheid is gelijk aan de aangeboden hoeveelheid (Qv = Qa).

  • Qv = -5P + 250 en Qa = 5P - 50: gelijkstellen geeft 300 = 10P.

  • Evenwichtsprijs P = 30, evenwichtshoeveelheid Q = 100 (controle: 5 x 30 - 50 = 100).

  • Evenwichtsomzet = P x Q = 30 x 100 = 3.000 (x 1000 euro), het gekleurde vlak.

Syllabus D1.23: Marktevenwicht als zijnde de gelijkheid van de gevraagde en aangeboden hoeveelheid bij de evenwichtsprijs. Controle: Qv(30) = -150 + 250 = 100 en Qa(30) = 150 - 50 = 100. Veelgemaakte fout: de prijs (30) of de hoeveelheid (100) als omzet opschrijven, of niet teruginvullen. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Heffing van 4: Qa0 wordt Qa1 en het evenwicht gaat van E0 naar E1

Verschuiving geeft nieuw evenwicht

  • Heffing t = 4 (Qa = 5P - 70): 320 = 10P, dus P = 32 en Q = 90.

  • Subsidie s = 2 (Qa = 5P - 40): 290 = 10P, dus P = 29 en Q = 105.

  • Evenwichtsomzet: eerst 3.000, met heffing 32 x 90 = 2.880, met subsidie 29 x 105 = 3.045.

  • De evenwichtsomzet verandert mee, want evenwichtsprijs en hoeveelheid veranderen allebei.

Syllabus D1.24: De invloed van veranderingen in vraag en aanbod op de evenwichtsprijs, de evenwichtshoeveelheid en de totale evenwichtsopbrengst (omzet). Controle heffing: Qv(32) = 90 en Qa(32) = 160 - 70 = 90. Controle subsidie: Qv(29) = 105 en Qa(29) = 145 - 40 = 105. Veelgemaakte fout: denken dat de prijs precies met de heffing stijgt (hier 2 in plaats van 4). Surplus en welvaartsverlies komen later. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Video: Marktevenwicht tekenen en berekenen (OsAcademie). Kijkvraag: welke stappen gebruikt de uitlegger om het evenwicht te berekenen en hoe controleert hij het antwoord? Let op het gelijkstellen van Qv en Qa en het terug invullen.

Qv = -3P + 180 en Qa = 2P - 20. Wat is de evenwichtsprijs?

A

60 euro

B

32 euro

C

200 euro

D

40 euro

Gelijkstellen: 200 = 5P, dus P = 40. Q = -120 + 180 = 60 en Qa = 80 - 20 = 60. Verwachte fouten: 60 (de hoeveelheid noemen), 32 (160/5 door een rekenfout) of 200 (niet delen).

Vul in

Bij marktevenwicht is de gevraagde hoeveelheid gelijk aan de aangeboden hoeveelheid bij de evenwichtsprijs.

marktevenwicht
gevraagde hoeveelheid
aangeboden hoeveelheid
evenwichtsomzet
overschot

De drie kernbegrippen van dit evenwicht.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Individuele en collectieve aanbodlijn

2

Marginale kosten en aanbod

3

Heffing en subsidie

4

Evenwicht en omzet berekenen

Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.

Welke stap was het lastigst, en waarom?

Gebruik de antwoorden om te kiezen welk vraagtype je in de training als eerste herhaalt.

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Begrippen (1/2)

  • individuele aanbodlijn: De aangeboden hoeveelheid van één aanbieder bij elke prijs.

  • collectieve aanbodlijn: De hoeveelheden van alle aanbieders bij dezelfde prijs opgeteld.

  • marginale kosten (MK): De extra kosten van één extra stuk.

  • productiefactoren: Arbeid, grondstoffen, energie en kapitaal; hun prijs verschuift het aanbod.

  • heffing: Bedrag per stuk dat aanbieders betalen: aanbodlijn naar links.

Cet élément n'a pas d'instructions

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Begrippen (2/2)

  • subsidie: Bedrag per stuk dat aanbieders ontvangen: aanbodlijn naar rechts.

  • coördinatiemechanisme: De prijs brengt vraag en aanbod op elkaar af.

  • marktevenwicht: De gevraagde hoeveelheid is gelijk aan de aangeboden hoeveelheid.

  • evenwichtsprijs: De prijs waarbij Qv = Qa.

  • evenwichtsomzet: P x Q in het marktevenwicht.

Cet élément n'a pas d'instructions