MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN
Quiz
Terugblik: Overheid en markten
MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN
Quiz
Terugblik: Overheid en markten
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Hubertl / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
De vraaglijn is steiler dan de aanbodlijn (P verticaal). Wie draagt de heffing vooral?
De consumenten, via een hogere prijs
De aanbieders, via een lagere ontvangen prijs
Beide partijen evenveel
De overheid, via lagere belastingopbrengst
De kant met de steilste lijn (minder prijselastisch) draagt het meeste. Verwachte fout: de aanbieder die de heffing afdraagt, betaalt hem ook.
Vul in
Een heffing verlaagt de verhandelde hoeveelheid; daardoor wordt het totale surplus kleiner dan zonder heffing.
Heffing: minder verhandeld, dus welvaartsverlies.
Qv = -P + 100, Qa = P en maximumprijs 40. Wat is het CS?
1.800
400
1.600
1.250
Bij 40: Qa = 40, Qv = 60; verhandeld 40, Pv(40) = 60. CS = ((100 - 40) + (60 - 40)) : 2 x 40 = 1.600. Fouten: 1.800 (driehoek tot Q = 60), 400 (alleen de driehoek) en 1.250 (CS in het evenwicht).
Je weet dat een minimumprijs boven de evenwichtsprijs ligt. Wat is dan zeker waar?
Het producentensurplus stijgt altijd
Het CS daalt en er ontstaat welvaartsverlies
Het totale surplus blijft gelijk, alleen verdeeld
De verhandelde hoeveelheid stijgt
Kopers betalen meer en kopen minder: CS daalt en er wordt minder verhandeld dan in het evenwicht: WVL. Het PS kan stijgen of dalen (bij een erg hoge minimumprijs daalt het).
Een octrooihouder heeft P = 100 - Q en MK = 20. Wat is het welvaartsverlies?
1.600
3.200
400
800
MO = 100 - 2Q = 20 geeft Q = 40 en P = 60. Bij concurrentie Q = 80. WVL = ½ x (60 - 20) x (80 - 40) = 800. Fouten: 1.600 (winst of CS), 3.200 (CS bij concurrentie), 400 (verkeerde hoogte).
Zet de gevolgen van een minimumprijs op volgorde
Ingreep, reactie van vragers en aanbieders, aanbodoverschot, gevolg voor de verhandelde hoeveelheid.
Het octrooi van een medicijn loopt af. Wat verwacht je?
De prijs stijgt, want het monopolie verdwijnt
De prijs blijft gelijk, want de vraag verandert niet
De hoeveelheid daalt, want de winst verdwijnt
Generieke aanbieders komen: lagere prijs, meer Q
Concurrentie drukt de prijs richting MK en de hoeveelheid stijgt.
Waarom daalt het PS bij een maximumprijs?
Aanbieders krijgen een lagere prijs en verkopen minder (kortste kant). Verwachte fout: alleen de lagere prijs noemen.
Welke twee grootheden vormen samen het marktresultaat?
Het CS en het PS
De prijs en de verhandelde hoeveelheid
De vraag en het aanbod
De omzet en de winst
Marktresultaat = prijs en verhandelde hoeveelheid; een ingreep verandert beide.
Bij welke ingreep ligt de verhandelde hoeveelheid boven het evenwicht?
Een heffing op aanbieders
Een maximumprijs onder het evenwicht
Een subsidie voor aanbieders
Een minimumprijs boven het evenwicht
Subsidie: Qa naar rechts, Q groter. De andere ingrepen verlagen Q.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN
Goed gedaan!
Je kunt nu berekenen wat heffingen, subsidies, prijsgrenzen en octrooien doen met het marktresultaat en de verdeling van het surplus.
Cet élément n'a pas d'instructions