Nederland en het buitenland (Economie vmbo), les 1: Uitleg

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Nederland en het buitenland

Examenstof economie vmbo

1 / 22
suivant
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg over Nederland als open economie: import, export, doorvoer, handelspartners, de betalingsbalans en wisselkoersen, met voorbeelden als de haven van Rotterdam en Goudse kaas. Docent: protectionisme, vrijhandel, exportsubsidie, handelsconsulaat, quotes, dekkingsgraad, ruilvoet, globalisering en internationale arbeidsverdeling zijn alleen KB en GL/TL.

Éléments de cette leçon

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Nederland en het buitenland

Examenstof economie vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: EC/K/7.1. Image credit: Spielvogel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Wat ga je kunnen?

Ik kan uitleggen hoe Nederland handel drijft met het buitenland en wat import, export en wisselkoersen daarmee te maken hebben.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke spullen in jouw huis komen uit het buitenland?

Verwacht: telefoon, kleding, koffie, bananen, auto, speelgoed. Groepeer ze in grondstoffen en eindproducten, en vraag waarom we ze uit het buitenland halen: dat is de opbouw van blok 1. Alle leerwegen: open economie, import, export, doorvoer, handelspartner, betalingsbalans, wisselkoers, werkgelegenheid en concurrentiepositie. Alleen KB en GL/TL: protectionisme, vrijhandel, exportsubsidie, handelsconsulaat, importquote, exportquote, dekkingsgraad, ruilvoet, globalisering en internationale arbeidsverdeling.

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Containerterminal op de Maasvlakte bij Rotterdam

Nederland is een open economie

  • Een open economie doet veel handel met het buitenland. Nederland is zo'n land.

  • Wat we kopen uit het buitenland heet import. Wat we verkopen aan het buitenland heet export.

  • Voor onze consumptie: veel spullen in de winkel komen uit het buitenland, zoals koffie en telefoons.

  • Voor onze productie: bedrijven verwerken buitenlandse grondstoffen, aangevoerd via havens zoals Rotterdam.

Alle leerwegen. Het tegenovergestelde is een gesloten economie: een land dat vrijwel geen handel met het buitenland drijft. Veelgemaakte fout: denken dat een open economie geen regels of grenzen heeft. Het gaat om de grote hoeveelheid handel. Image credit: Spielvogel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Vrachtvliegtuig van Singapore Airlines Cargo op Schiphol, 2025

Import: wat halen we binnen?

  • Import bestaat uit grondstoffen (aardolie, koffiebonen) en eindproducten (telefoons, kleding).

  • Je importeert goederen (spullen) en diensten (bijvoorbeeld een buitenlandse streamingdienst).

  • Waarom? Door het assortiment, de kosten (soms goedkoper) of kwaliteitsverschillen.

  • Door de natuur groeit hier geen koffie of cacao: dat is noodzakelijke import.

Alle leerwegen. Voorbeelden per factor: assortiment (fruit dat hier niet groeit), kosten (kleding uit Azië is vaak goedkoper), kwaliteitsverschillen (een product dat elders beter is), natuur (klimaat en delfstoffen: koffie, cacao, ertsen). Veelgemaakte fout: denken dat import alleen uit spullen bestaat; ook diensten tellen mee. Image credit: hans m. / Wikimedia Commons, publiek domein

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Kaasmarkt in Gouda, 2019

Export en doorvoer

  • Nederland verwerkt buitenlandse grondstoffen en verkoopt eindproducten aan het buitenland.

  • Export is ook goederen en diensten: kaas, bloemen, machines en transport.

  • Landen kopen van ons door het assortiment, lage kosten of kwaliteitsverschillen.

  • Doorvoer: goederen reizen via Nederland naar een ander land, zoals van Rotterdam naar Duitsland.

Alle leerwegen. Bij doorvoer verdient Nederland aan havenbedrijven, opslag en transport; de goederen worden niet in Nederland gebruikt. Voorbeeld van verwerking: cacaobonen worden hier chocola en gaan als eindproduct weer naar het buitenland. Het begrip wederuitvoer staat niet in de syllabus; laat het weg uit toetsvragen. Veelgemaakte fout: doorvoer en export door elkaar halen. Image credit: Kgbo / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een supermarkt koopt bananen uit Ecuador. Wat is dat voor Nederland?

A

Export

B

Doorvoer

C

Import

D

Vrijhandel

Kopen uit het buitenland is import. Verwachte fout: doorvoer, omdat de bananen via een haven komen.

Waarom importeert Nederland koffie?

Goed: de natuur, koffie groeit hier niet (te koud). Verwachte fout: zeggen dat koffie hier te duur is om te maken.

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Handelspartners en betalingsbalans

  • Een handelspartner is een land waarmee je veel handel drijft. Voor Nederland zijn dat vooral buurlanden zoals Duitsland en België.

  • Een relatief groot deel van onze handel is met landen in de Europese Unie (EU).

  • In de betalingsbalans staan de betalingen tussen Nederland en het buitenland, ook voor import en export.

  • Is de export groter dan de import? Dan komt er meer geld Nederland binnen dan er naar het buitenland gaat.

Alle leerwegen. Duitsland is al jaren de belangrijkste handelspartner van Nederland (CBS). De EU en de euro komen uitgebreid terug in de les over de Europese Unie. Veelgemaakte fout: denken dat de betalingsbalans alleen over belasting gaat.

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Euromunten en eurobiljetten

Wisselkoersen

  • Veel landen hebben een andere munt, zoals de dollar. Zo'n munt heet vreemde valuta.

  • De wisselkoers is de prijs van een vreemde valuta in euro's.

  • Wordt de euro meer waard? Dan worden buitenlandse spullen voor ons goedkoper: de import wordt goedkoper.

  • Dan worden Nederlandse spullen duurder voor het buitenland. Wordt de euro minder waard, dan is het andersom.

Alle leerwegen, zonder getallen: de syllabus vraagt niet naar kwantitatieve effecten van wisselkoersen. Binnen de eurolanden is er geen wisselkoers tussen die landen, omdat ze dezelfde munt gebruiken. Veelgemaakte fout: de richting omdraaien. Meer waard betekent dat je met een euro meer buitenlandse munt koopt. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Quotes, dekkingsgraad en ruilvoet (KB, GL/TL)

  • Het nationaal inkomen is wat alle inwoners samen verdienen. Importquote = import : nationaal inkomen x 100%.

  • Exportquote = export : nationaal inkomen x 100%. Dekkingsgraad = export : import x 100%.

  • Verzonnen land: nationaal inkomen 500 miljard euro, import 200 miljard euro, export 250 miljard euro.

  • Importquote: 200 : 500 x 100% = 40%. Exportquote: 250 : 500 x 100% = 50%. Dekkingsgraad: 250 : 200 x 100% = 125%.

  • De ruilvoet is de verhouding tussen exportprijzen en importprijzen. Stijgen de exportprijzen harder, dan verbetert de ruilvoet.

Alleen KB en GL/TL. Controle: 200 : 500 = 0,4; 250 : 500 = 0,5; 250 : 200 = 1,25. Onder de 100% is de import groter dan de export. Veelgemaakte fout: de som omdraaien of vergeten met 100% te vermenigvuldigen. BB slaat deze dia over.

De euro stijgt in waarde. Wat gebeurt er met de prijs van import uit de VS?

A

Die daalt, de import wordt goedkoper

B

Die stijgt, want de euro is meer waard

C

Die blijft gelijk, de wisselkoers speelt geen rol

D

Die stijgt, want de dollar is meer waard

Meer waard betekent dat de dollar goedkoper wordt voor ons, dus de import ook. Verwachte fout: de richting omdraaien.

Vul in

Een handelspartner is een land waarmee je veel handel drijft. De betalingsbalans laat de betalingen met het buitenland zien.

handelspartner
betalingsbalans
wisselkoers
dekkingsgraad

Handelspartner en betalingsbalans staan op de eerste dia van dit blok.

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Containerschip voor de kust van Rotterdam

Protectionisme en vrijhandel (KB, GL/TL)

  • Bij protectionisme beperkt de overheid de import om eigen bedrijven en banen te beschermen.

  • Invoerrechten: een belasting op buitenlandse producten. Ze worden daardoor duurder.

  • Een importquotum is een maximum aantal stuks dat het land in mag. Bij een invoerverbod mag het niet.

  • Tegenover protectionisme staat vrijhandel: handel zonder zulke beperkingen.

Alleen KB en GL/TL. Het doel van protectionisme is werkgelegenheid in het eigen land beschermen. Nadeel: de prijzen voor consumenten stijgen en andere landen kunnen terugslaan. Veelgemaakte fout: invoerrechten en importquotum door elkaar halen. Rechten zijn een belasting, een quotum is een maximum aantal. Image credit: Alfvanbeem / Wikimedia Commons, CC0

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Bloemenveiling in Aalsmeer

Export bevorderen en concurrentie

  • Een exportsubsidie is geld van de overheid, zodat producten voor het buitenland goedkoper worden.

  • Een handelsconsulaat helpt bedrijven in het buitenland aan klanten en contacten.

  • De concurrentiepositie is hoe sterk je bedrijven zijn tegenover buitenlandse bedrijven.

  • Concurrentievervalsing is oneerlijke concurrentie door landen en bedrijven, zoals prijsafspraken.

Exportsubsidie, handelsconsulaat en concurrentievervalsing: alleen KB en GL/TL. De concurrentiepositie en de invloed op werkgelegenheid gelden voor alle leerwegen en staan ook op de volgende dia. Veelgemaakte fout: denken dat een handelsconsulaat geld geeft; het geeft hulp en contacten. Image credit: Orangee / Wikimedia Commons, CC0

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Werk, milieu en globalisering

  • Export zorgt voor werk in Nederland. Een sterke concurrentiepositie betekent meer verkoop en dus meer banen.

  • Veel import van goedkope spullen kan banen kosten, omdat Nederlandse bedrijven dan minder verkopen.

  • Meer productie voor het buitenland geeft meer investeringen en banen, maar vaak ook meer vervoer en uitstoot voor het milieu.

  • Alleen KB en GL/TL: globalisering betekent dat landen steeds meer met elkaar verbonden raken door handel en verkeer.

  • Alleen KB en GL/TL: bij internationale arbeidsverdeling maakt elk land waar het goed in is. Dat kan de welvaart verhogen.

Werkgelegenheid, concurrentiepositie en milieu: alle leerwegen. Globalisering en internationale arbeidsverdeling: alleen KB en GL/TL. Veelgemaakte fout: denken dat import altijd slecht is voor de werkgelegenheid; veel bedrijven hebben buitenlandse grondstoffen nodig om te kunnen produceren.

De overheid zet een belasting op buitenlandse schoenen. Wat is dat?

A

Een exportsubsidie

B

Invoerrechten

C

Een importquotum

D

Een invoerverbod

Een belasting op import is invoerrechten. Alleen KB en GL/TL. Verwachte fout: importquotum.

Wat is meestal het gevolg van meer export voor de werkgelegenheid?

A

Minder werk, omdat producten het land verlaten

B

Geen verandering, export gaat buiten Nederland om

C

Meer werk, maar alleen in het buitenland

D

Meer werk in Nederlandse bedrijven

Meer verkoop aan het buitenland betekent meer werk in Nederland. Verwachte fout: denken dat export banen wegvoert.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Import, export en doorvoer

2

Wisselkoersen

3

Quotes en dekkingsgraad

4

Protectionisme en concurrentie

Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.

Noem één product dat Nederland exporteert.

Goed: bijvoorbeeld kaas, bloemen, tomaten, machines of havendiensten. Verwachte fout: een product noemen dat Nederland importeert, zoals koffie.

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Begrippen (1/2)

  • open economie: Een land met veel handel met het buitenland.

  • import en export: Wat je koopt uit en verkoopt aan het buitenland.

  • doorvoer: Goederen die via Nederland naar een ander land gaan.

  • betalingsbalans en handelspartner: Betalingen met het buitenland, en een land waarmee je veel handelt.

  • wisselkoers: De prijs van een vreemde valuta in euro's.

Cet élément n'a pas d'instructions

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Begrippen (2/2)

  • protectionisme en vrijhandel: Import beperken met invoerrechten, importquotum of invoerverbod, of juist niet.

  • exportsubsidie en handelsconsulaat: Geld van de overheid en hulp in het buitenland om export te bevorderen.

  • importquote en exportquote: Import of export als percentage van het nationaal inkomen.

  • dekkingsgraad en ruilvoet: Export gedeeld door import, en exportprijzen tegenover importprijzen.

  • concurrentiepositie en globalisering: Hoe sterk je bent tegenover het buitenland, en steeds meer verbondenheid.

Cet élément n'a pas d'instructions