Nederland en het buitenland (Economie vmbo), les 3: Terugblik quiz

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Quiz

Terugblik: Nederland en het buitenland

1 / 15
suivant
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblikquiz met twaalf vragen over open economie, wisselkoers, protectionisme, quotes en werkgelegenheid voor vmbo.

Éléments de cette leçon

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Quiz

Terugblik: Nederland en het buitenland

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Spielvogel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Wat bedoelen we met een open economie?

A

Een land waar winkels altijd open zijn

B

Een land zonder belasting

C

Een land zonder import

D

Een land met veel handel met het buitenland

Open economie is veel handel met het buitenland.

Vul in

De export is wat we verkopen aan het buitenland, de import is wat we kopen.

export
import
doorvoer
betalingsbalans

Export is verkopen aan het buitenland, import is kopen.

Wat staat er in de betalingsbalans?

A

De prijzen in de supermarkt

B

De betalingen tussen Nederland en het buitenland

C

De belasting die burgers betalen

D

De lonen in Nederland

De betalingsbalans laat de betalingen met het buitenland zien.

Zet op volgorde: van koffiebonen tot export

1

Een schip voert de bonen in via Rotterdam

2

De verpakte koffie wordt naar Duitsland geëxporteerd

3

Een Nederlands bedrijf brandt en verpakt de koffie

4

Koffiebonen groeien in Brazilië

Eerst de bonen, dan import, dan verwerken en dan export.

Wat is de wisselkoers?

A

De prijs van een product in de winkel

B

Een belasting op import

C

De prijs van een vreemde valuta in euro's

D

Het verschil tussen import en export

De wisselkoers is de prijs van een vreemde munt.

Welke maatregel bevordert de export?

A

Een exportsubsidie

B

Invoerrechten

C

Een invoerverbod

D

Een importquotum

Alleen KB en GL/TL. De andere maatregelen beperken de import.

Exportquote 60%, importquote 50%. Wat klopt er?

A

De import is groter dan de export

B

De export is groter dan de import

C

Export en import zijn even groot

D

Het land heeft een tekort op de handel

Beide quotes delen door hetzelfde nationaal inkomen: 60% is meer dan 50%, dus de export is groter.

Een dekkingsgraad is 80%. Wat betekent dat?

A

De export is groter dan de import

B

Export en import zijn gelijk

C

Het land heeft geen import

D

De export is kleiner dan de import

Export : import = 0,8, dus minder export dan import. Alleen KB en GL/TL.

Welke maatregel hoort bij protectionisme?

A

Invoerrechten op buitenlandse auto's

B

Een handelsconsulaat openen

C

Alle invoerrechten afschaffen

D

Meer vrijhandel toestaan

Protectionisme beperkt de import. Alleen KB en GL/TL.

Noem een gevolg van meer export voor banen.

Goed: meer werkgelegenheid in Nederland. Verwachte fout: zeggen dat er banen verdwijnen.

Wat is globalisering?

A

Landen sluiten hun grenzen

B

Landen stoppen met handel

C

Landen raken steeds meer met elkaar verbonden

D

Landen maken alles zelf

Alleen KB en GL/TL.

De exportprijzen stijgen sterker dan de importprijzen. Wat verbetert er?

A

Het assortiment

B

De doorvoer

C

De ruilvoet

D

De handelspartner

Ruilvoet is de verhouding tussen export- en importprijzen. Alleen KB en GL/TL.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Goed gedaan!

Je kent nu import, export, wisselkoersen en protectionisme. Vraag bij elke examenvraag: wat gaat er het land in, wat gaat eruit, en wat doet de prijs of de regel daarmee?

Cet élément n'a pas d'instructions