MARKT · SURPLUS EN DOELMATIGHEID
Quiz
Terugblik: Surplus en doelmatigheid
MARKT · SURPLUS EN DOELMATIGHEID
Quiz
Terugblik: Surplus en doelmatigheid
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Rob Croes / Anefo (Nationaal Archief) / Wikimedia Commons, CC0
Wanneer heeft een vrager die koopt geen consumentensurplus?
Zijn betalingsbereidheid ligt 2 euro boven de marktprijs
Hij koopt het goed voor de laagste prijs van de markt
Zijn betalingsbereidheid is gelijk aan de marktprijs
Hij koopt meer eenheden dan hij nodig heeft
Consumentensurplus is betalingsbereidheid min marktprijs; bij gelijke bedragen is het nul.
Vul in
Door marktmacht daalt het totaal surplus: de Harberger-driehoek laat zien hoeveel surplus verloren gaat.
Marktmacht verkleint het totaal surplus; de Harberger-driehoek (deadweight loss) is het verloren deel.
Welke situatie is een voorbeeld van prijsdiscriminatie?
Een taxi rekent meer voor een langere rit
Dezelfde film kost studenten 6 en anderen 9 euro
Een bakker en een slager vragen andere prijzen
Een supermarkt verhoogt na hogere inkoop alle prijzen
Eén aanbieder, hetzelfde product, verschillende prijzen voor verschillende vragers. De taxirit verschilt in kosten, de andere voorbeelden hebben twee aanbieders of een prijs voor iedereen.
Welke uitspraak over een Pareto-efficiënte uitkomst klopt?
Alle partijen houden evenveel surplus over
Het consumentensurplus is zo groot mogelijk
De prijs is zo laag mogelijk voor vragers
De verdeling van het surplus kan zeer ongelijk zijn
Pareto-efficiëntie zegt iets over de grootte van het totaal surplus, niet over de verdeling.
Evenwicht Q = 30. Totaal surplus, laag naar hoog
Het totaal surplus stijgt tot het evenwicht. In het lopende voorbeeld: Q = 10 geeft 50, Q = 20 geeft 80, Q = 25 geeft 87,5 en Q = 30 geeft 90.
De prijs stijgt van 9 naar 11 euro bij 40 eenheden. Surplus naar de aanbieder?
40 euro
360 euro
440 euro
80 euro
De rechthoek: 40 x (11 - 9) = 80. Verwachte fouten: de driehoek (40), basis x oude prijs (360) of basis x nieuwe prijs (440).
Totaal surplus daalt door marktmacht van 200 naar 180. Hoeveel procent is verloren?
20%
10%
5%
90%
Verlies 20 : 200 x 100 = 10%. Verwachte fouten: het verlies zelf als percentage opvatten (20), of 180 : 200 = 90% als verlies lezen.
Waarom is de Harberger-driehoek een verlies voor de samenleving?
Aanbieders maken minder winst dan bij concurrentie
De hogere prijs verdwijnt uit de economie
Eenheden die meer opleveren dan ze kosten, komen er niet
Vragers kopen meer dan ze eigenlijk willen
Bij marktmacht worden eenheden niet gemaakt waarvan de betalingsbereidheid boven de kosten ligt. De hogere prijs is een overdracht naar de aanbieder, geen verlies.
Wat geeft de Harberger-driehoek aan?
Goed antwoord: het verloren surplus (deadweight loss) door marktmacht, dus de daling van het totaal surplus. Verwachte fout: zeggen dat het de winst van de monopolist is.
Welke oppervlakte in de grafiek is het producentensurplus?
Tussen marktprijs en aanbodlijn, tot de verhandelde Q
Tussen marktprijs en vraaglijn, tot de verhandelde Q
Tussen vraaglijn en aanbodlijn, tot de verhandelde Q
Onder de aanbodlijn, tot de verhandelde Q
PS is de driehoek boven de aanbodlijn en onder de marktprijs. Tussen vraaglijn en aanbodlijn is het totaal surplus, onder de aanbodlijn zijn de kosten.
Welke maatstaf gebruik je voor economische doelmatigheid?
De hoogte van de marktprijs
De omvang van het totaal surplus
De winst van de aanbieders
Het consumentensurplus alleen
Doelmatigheid wordt gemeten met de omvang van het totaal surplus.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
MARKT · SURPLUS EN DOELMATIGHEID
Goed gedaan!
Je kunt nu surplus berekenen, doelmatigheid beoordelen en de gevolgen van marktmacht uitleggen.
Cet élément n'a pas d'instructions