Uitvoeringspraktijk (Muziek vmbo), les 1: Uitleg

LUISTEREN · UITVOERING

UITVOERINGSPRAKTIJK

Examenstof muziek vmbo

1 / 23
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 23 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg over uitvoeringspraktijk voor vmbo: legato, staccato, pizzicato, glissando, slappen, scratchen, a capella, human beatbox, akoestisch, elektronisch, tutti en solo, met luisterfragmenten.

Éléments de cette leçon

LUISTEREN · UITVOERING

UITVOERINGSPRAKTIJK

Examenstof muziek vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: MU/K/3 2.1.h. Image credit: Tatiana El-Bakri / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

♪ LUISTEREN · UITVOERING

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan horen hoe muziek wordt gespeeld of gezongen: legato of staccato, welke speeltechniek en welke uitvoeringswijze.

Cet élément n'a pas d'instructions

Op hoeveel manieren kun je één toon spelen of zingen?

Verwachte woorden: hard, zacht, kort, lang, tokkelen, strijken, blazen, slaan, schreeuwen, fluisteren, met je mond. Zet de woorden op het bord en vraag: hoort een leerling het verschil als dezelfde toon op een andere manier wordt voortgebracht? Dat is de rode draad: bij het examen luister je naar hoe een fragment wordt uitgevoerd. Luister dus mee bij elk fragment.

Een celliste speelt tijdens een concert in Moskou

♪ LUISTEREN · UITVOERING

LEGATO: AAN ELKAAR GEBONDEN

  • Articulatie is de manier waarop je noten speelt of zingt: aan elkaar of los van elkaar.

  • Bij legato zijn de noten aan elkaar gebonden: je hoort één vloeiende lijn.

  • Legato klinkt zingend en rustig, zoals een cello in een langzaam stuk.

Syllabus MU/K/3 2.1.h: articulatiewijzen herkennen en benoemen, legato en staccato. Veelgemaakte fout: legato en zacht door elkaar halen. Legato gaat over de verbinding tussen de noten, niet over het volume. Een legato melodie kan ook hard klinken. Image credit: Tatiana El-Bakri / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Video: Saint-Saëns: De zwaan uit Le carnaval des animaux, Yo-Yo Ma (cello) en Kathryn Stott (piano) (kanaal: YoYoMaVEVO). Wat hoor je? De cello speelt een rustige melodie waarin de noten aan elkaar vastzitten, zonder korte stiltes ertussen. Dat is legato. Laat leerlingen met hun hand een vloeiende lijn in de lucht tekenen terwijl ze luisteren.

♪ LUISTEREN · UITVOERING

STACCATO: KORT EN LOS

  • Bij staccato speel je elke noot kort en los van de volgende.

  • Tussen de noten hoor je kleine stiltes: het klinkt licht en springerig.

  • Staccato is het tegenovergestelde van legato.

  • In notenschrift staat bij staccato een stipje boven of onder de noot.

Veelgemaakte fout: staccato en pizzicato verwarren. Bij staccato bepaal je zelf hoe kort een noot klinkt, bij pizzicato tokkel je de snaar. Een strijker kan ook staccato strijken. Laat leerlingen met korte klapjes meeklappen op de noten.

Video: Haydn: Symfonie nr. 94 (Surprise), tweede deel, Lucerne Festival Orchestra o.l.v. Andris Nelsons (kanaal: DW Classical Music). Wat hoor je? De strijkers spelen zacht een eenvoudig thema met korte, losse noten. Dat is staccato. Kort betekent hier niet hard: het klinkt juist zacht en lichtvoetig. Het fragment stopt voor het harde akkoord dat later komt.

Een celliste speelt tijdens een concert in Moskou

♪ LUISTEREN · UITVOERING

STRIJKEN EN PIZZICATO

  • Strijkers zijn bijvoorbeeld de viool, de cello en de contrabas.

  • Bij strijken gebruik je de strijkstok: de klank is lang en vol.

  • Bij pizzicato tokkel je de snaren met je vingers: de klank is kort en zacht.

  • Dezelfde cello klinkt dus heel anders met strijkstok of met vingers.

Syllabus 2.1.h: speeltechnieken en effecten, pizzicato en strijken bij strijkinstrumenten. Pizzicato komt in de examentraining als luistervraag terug. Veelgemaakte fout: denken dat pizzicato alleen bij een viool hoort. Het kan op alle strijkinstrumenten, ook op de cello en de contrabas. Image credit: Tatiana El-Bakri / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Tim speelt elke noot kort en los van de volgende. Welk woord past?

A

Staccato

B

Legato

C

Glissando

D

Fermate

Goed: staccato. Wie legato kiest, draait het om: legato is juist aan elkaar gebonden.

♪ LUISTEREN · UITVOERING

GLISSANDO EN VERSIERING

  • Bij een glissando glijd je in één beweging van de ene toon naar de andere.

  • Je hoort geen losse stapjes, maar een glijdende lijn omhoog of omlaag.

  • Dat kan op een trombone, een viool of een harp, en ook met je stem.

  • Een versiering is een paar snelle extra noten rond een melodietoon, zoals een triller.

Syllabus 2.1.h: glissando als speeltechniek of effect. Veelgemaakte fout: glissando en crescendo door elkaar halen. Bij een glissando verandert de toonhoogte vloeiend, bij een crescendo het volume.

Video: Gershwin: Rhapsody in Blue, hr-Sinfonieorchester o.l.v. Alain Altinoglu (kanaal: hr-Sinfonieorchester, Frankfurt Radio Symphony). Wat hoor je? De klarinet begint met een lange triller en glijdt dan in één beweging omhoog. Dat is een glissando. Het is het beroemde begin van Rhapsody in Blue. Laat leerlingen met hun hand mee omhoog glijden.

Een basgitarist op het podium, Pattaya 2020

♪ LUISTEREN · UITVOERING

GITAAR EN BASGITAAR

  • Bij een gitaar kun je de snaren tokkelen (een voor een) of aanslaan (alle snaren tegelijk).

  • Bij slappen sla je op de snaren van de basgitaar: het klinkt klapperend.

  • Slappen hoor je vaak in funk.

Syllabus 2.1.h: aanslaan en tokkelen bij de gitaar, slappen bij de basgitaar. Bij het examen hoor je het verschil tussen een rustig getokkelde bas en een bas die klapperend wordt geslagen. Slappen komt in de examentraining als luistervraag terug. Image credit: PattayaPatrol / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een dj beweegt een plaat op de draaitafel, 2010

♪ LUISTEREN · UITVOERING

SLAGWERK EN SCRATCHEN

  • Een slaginstrument kun je aanslaan (triangel), raspen (guiro) of schudden (maraca).

  • Bij scratchen beweegt een dj een vinylplaat met de hand heen en weer op de draaitafel.

  • Daardoor ontstaat een krassend, ritmisch geluid.

  • Scratchen hoor je vooral in hiphop.

Syllabus 2.1.h: aanslaan, raspen en schudden bij slaginstrumenten, en scratchen. Scratchen is volgens de syllabus het met de hand ritmisch heen en weer bewegen van een vinylplaat of cd. Veelgemaakte fout: scratchen en slappen verwarren omdat beide klapperend klinken. Scratchen doet een dj op een draaitafel, slappen een bassist op de snaren. Image credit: 黃 zero / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Wat doe je met een gitaar bij tokkelen?

A

Je strijkt over de snaren met een strijkstok

B

Je plukt de snaren een voor een met je vingers

C

Je slaat met een stok op de klankkast

D

Je schuift een metalen buisje over de snaren

Goed: de snaren een voor een plukken. Wie 'alle snaren tegelijk' denkt, bedoelt aanslaan (strummen).

Het koor Olympia's Daughters zingt a capella

♪ LUISTEREN · UITVOERING

A CAPELLA EN STEMGEBRUIK

  • Bij a capella zingen zangers zonder instrumenten erbij.

  • Bij human beatbox maak je ritmes en drumgeluiden alleen met je mond.

  • Bij rappen praat je ritmisch op de maat, meestal op een beat.

  • Je stem is dus ook een instrument.

Syllabus 2.1.h: a capella, human beatbox en rappen onder stemgebruik. Veelgemaakte fout: denken dat a capella 'koor' betekent. Een solozanger zonder begeleiding is ook a capella. Human beatbox komt in de examentraining als luistervraag terug. Image credit: Tomwsulcer / Wikimedia Commons, CC0

Video: Pentatonix: Daft Punk, a-capellagroep (kanaal: PentatonixVEVO). Wat hoor je? Alle geluiden komen van stemmen, er speelt geen instrument mee. Dat is a capella. Laat leerlingen zeggen welke stemmen ze horen: hoog, laag, begeleidend.

Een gitarist speelt elektrische gitaar op het podium

♪ LUISTEREN · UITVOERING

AKOESTISCH EN ELEKTRONISCH

  • Bij akoestisch klinken gewone instrumenten zonder stekker, zoals piano en viool.

  • Bij elektronisch komt de klank uit elektrische apparaten, zoals een synthesizer.

  • Instrumentatie is de keuze van de instrumenten en stemmen in een stuk.

  • Een cover is een nummer van een ander dat je opnieuw uitvoert. Unplugged is een akoestische uitvoering van een nummer dat normaal elektrisch klinkt.

Syllabus 2.1.h: akoestisch, elektronisch, instrumentatie en cover (cover wordt alleen herkend, niet actief bevraagd). Unplugged is een uitvoering in overwegend akoestische bezetting en wordt ook alleen herkend. Veelgemaakte fout: een elektrische gitaar elektronisch noemen. Voor het examen: elektronisch is vooral synthesizer en computer. Image credit: PattayaPatrol / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Het Liepāja Symphony Orchestra speelt samen met een pianist, Letland

♪ LUISTEREN · UITVOERING

TUTTI, SOLO EN FERMATE

  • Bij tutti spelen alle spelers van het orkest of de band tegelijk.

  • Bij een solo speelt of zingt één persoon alleen, soms met begeleiding.

  • Een sologitaar speelt de melodie of de solo, een slaggitaar de akkoorden en het ritme.

  • Een fermate boven een noot of rust betekent: houd hem langer aan. Herhalingstekens (twee puntjes bij een dubbele maatstreep) betekenen: speel dit deel nog een keer.

Syllabus 2.1.h: tutti en solo, slaggitaar en sologitaar, fermate. Volgens de syllabus is solo 'alleen, of solomoment met begeleiding'. Veelgemaakte fout: een fermate zien als een teken voor stilte. Je houdt de noot of rust langer aan, hoe lang bepaalt de dirigent of de speler. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0

Vul in: uitvoeringswijzen

Bij a capella wordt er gezongen zonder instrumenten. De instrumentatie van een stuk is de keuze van de instrumenten en stemmen.

a capella
instrumentatie
tutti
fermate

Veelgemaakte fout: a capella en akoestisch verwarren. Akoestisch kan wel instrumenten hebben, a capella niet.

Wat vond je het lastigst?

1

Legato en staccato horen

2

Speeltechnieken zoals pizzicato en slappen

3

A capella, akoestisch en elektronisch

4

Tutti, solo en fermate

Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.

Welke techniek hoor je in jouw muziek?

Goed: elk voorbeeld waarbij de leerling de techniek echt kan benoemen, bijvoorbeeld scratchen in hiphop, slappen in funk of een a-capellagroep. Vraag door: in welk nummer hoor je dat?

♪ LUISTEREN · UITVOERING

BEGRIPPEN (1/2)

  • legato: noten aan elkaar gebonden spelen

  • staccato: noten kort en los van elkaar spelen

  • glissando: glijden van de ene naar de andere toon

  • pizzicato: de snaren van een strijkinstrument tokkelen

  • scratchen: een plaat met de hand heen en weer bewegen

Cet élément n'a pas d'instructions

♪ LUISTEREN · UITVOERING

BEGRIPPEN (2/2)

  • slappen: op de snaren van de basgitaar slaan

  • a capella: zingen zonder instrumenten

  • human beatbox: ritmes met alleen de mond maken

  • tutti en solo: allemaal tegelijk of één speler alleen

  • akoestisch en elektronisch: gewone instrumenten of elektrische klank

Cet élément n'a pas d'instructions