Uitvoeringspraktijk (Muziek havo), les 1: Uitleg

LUISTEREN · UITVOERING

UITVOERINGSPRAKTIJK

Examenstof muziek havo

1 / 24
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg over uitvoeringspraktijk voor havo: articulatie, speeltechnieken en effecten, stemgebruik, uitvoeringswijzen en tekens in de partituur, met drie luisterfragmenten.

Éléments de cette leçon

LUISTEREN · UITVOERING

UITVOERINGSPRAKTIJK

Examenstof muziek havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 h. Image credit: Tatiana El-Bakri / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

♪ LUISTEREN · UITVOERING

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan horen en benoemen hoe muziek wordt gespeeld of gezongen en ik kan tekens in een partituur lezen.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke woorden gebruik je om te beschrijven hoe iemand speelt of zingt?

Verwachte woorden: kort, lang, zacht, hard, tokkelen, strijken, mooi, ruw, schreeuwen, fluisteren. Zet ze op het bord en sorteer: gaat het over de noten zelf (articulatie), over de techniek (tokkelen, strijken) of over de manier van uitvoeren (met of zonder instrumenten)? Bij het examen beluister je fragmenten en benoem je zulke kenmerken met de juiste begrippen.

Een celliste speelt tijdens een concert in Moskou

♪ LUISTEREN · UITVOERING

ARTICULATIE EN FRASERING

  • Articulatie is de manier waarop je noten aan elkaar bindt of van elkaar scheidt.

  • Legato: aan elkaar gebonden, onder een boog. Staccato: kort en los, met een stip erboven.

  • Portato: iets tussen de twee in, licht losgemaakt: stippen onder een boog.

  • Frasering is het indelen van een melodie in zinnen, met een korte adempauze ertussen.

Syllabus A1/A2 h havo: articulatiewijzen legato, portato en staccato, plus frasering. Veelgemaakte fout: legato en zacht door elkaar halen. Legato gaat over de verbinding tussen noten, niet over het volume. Laat leerlingen een melodie die ze kennen (bijvoorbeeld een volkslied) in zinnen verdelen en vraag waar ze zouden ademen. Image credit: Tatiana El-Bakri / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

♪ LUISTEREN · UITVOERING

STRIJKEN, PIZZICATO EN GLISSANDO

  • Bij strijken gebruik je de strijkstok: de klank is lang en vol.

  • Bij pizzicato tokkel je de snaar met een vinger: de klank is kort en ploppend.

  • Een glissando is een glijdende beweging van de ene toon naar de andere, zonder losse stapjes.

  • Een glissando kan op een strijkinstrument, een trombone of een harp, en ook met je stem.

Syllabus: strijken/pizzicato en glissando als speeltechniek of effect. Veelgemaakte fout: pizzicato en staccato verwarren. Pizzicato is een techniek (tokkelen), staccato een articulatie (kort spelen). Een strijker kan ook staccato strijken.

Video: Johann en Josef Strauss: Pizzicato-Polka, Wiener Philharmoniker (kanaal: Vienna Philharmonic). Wat hoor je? De strijkers spelen de polka pizzicato: alle noten zijn kort, droog en getokkeld, er klinkt geen lange gestreken toon. Laat leerlingen meetellen met de polkamaat en vraag: hoe zou dit klinken met de strijkstok?

Een gitarist speelt elektrische gitaar op het podium

♪ LUISTEREN · UITVOERING

GITAAR EN BASGITAAR

  • Op de gitaar tokkel je snaren een voor een of sla je ze aan: alle snaren tegelijk.

  • De slaggitaar speelt akkoorden en ritme, de sologitaar (leadgitaar) de melodie en solo's.

  • Distortion is een vervormde, ruwe gitaarklank, door een versterker of pedaal.

  • Slappen is slaan op de snaren van de basgitaar: de klank is klapperend.

Syllabus: aanslaan en tokkelen (gitaar), distortion, slappen (basgitaar), slaggitaar en sologitaar. Veelgemaakte fout: elke elektrische gitaar distortion noemen. Distortion is een bewust vervormde klank; een elektrische gitaar kan ook schoon klinken. Image credit: PattayaPatrol / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Vul in: articulatie

Bij legato bind je de noten aan elkaar, bij staccato speel je ze kort en los van elkaar.

legato
staccato
portato
frasering

Veelgemaakte fout: legato en portato verwisselen. Portato ligt tussen legato en staccato in.

Boven vier noten staat één boog en onder elke noot een stip. Welke articulatie is dit?

A

Portato

B

Legato

C

Staccato

D

Glissando

Stippen onder een boog is portato. Wie legato kiest, let alleen op de boog; wie staccato kiest, let alleen op de stippen.

Een dj beweegt een plaat op de draaitafel, 2010

♪ LUISTEREN · UITVOERING

SLAGWERK EN SCRATCHEN

  • Slaginstrumenten kun je aanslaan (triangel), raspen (guiro) of schudden (maraca).

  • Een roffel is heel snel achter elkaar slaan, zodat de slagen in elkaar overlopen.

  • Bij scratchen beweegt een dj een plaat heen en weer op de draaitafel: een krassend ritme.

Syllabus: aanslaan, raspen en schudden (slaginstrumenten), roffel en scratchen. Veelgemaakte fout: scratchen en slappen verwarren omdat beide klapperend of krassend klinken. Scratchen doet een dj op een draaitafel, slappen een bassist op de snaren. Image credit: 黃 zero / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Het koor Olympia's Daughters zingt a capella

♪ LUISTEREN · UITVOERING

STEMGEBRUIK

  • A capella is zingen zonder instrumenten. De leadzanger zingt de hoofdmelodie.

  • Human beatbox: ritmes en drumgeluiden maken met alleen je mond. Rappen: ritmisch praten op een beat.

  • Scat vocal: zingen op klanken zonder betekenis, zoals 'doe-bie-doe-wa', vooral in jazz.

  • Vibrato is een lichte, snelle schommeling in de toonhoogte van een lange toon.

Syllabus: stemgebruik (human) beatbox, rappen, scat vocal en vibrato, plus a capella en leadzanger. Veelgemaakte fout: scat en rappen verwarren. Bij scat zing je toonhoogtes op klanken, bij rappen praat je ritmisch op woorden. Image credit: Tomwsulcer / Wikimedia Commons, CC0

Video: Ella Fitzgerald: How High the Moon, live in Berlijn 1960 (kanaal: Ella Fitzgerald). Wat hoor je? Ella Fitzgerald improviseert met haar stem op klanken zonder tekst, bij een swingende begeleiding: dat is scat. Laat leerlingen een eigen scatfrase nazingen. Af en toe klinkt een flard tekst door de scat heen, maar het grootste deel is woordloos.

♪ LUISTEREN · UITVOERING

MELISME, VERSIERING EN BLUESKLANK

  • Bij een melisme zing je één lettergreep van de tekst op meerdere tonen achter elkaar.

  • Een versiering is een korte extra noot of een paar snelle noten rond een melodietoon, zoals een triller of voorslag.

  • Een blue note is een toon in blues en jazz die iets lager klinkt dan in de gewone toonladder.

  • Bij dirty intonation speel of zing je een toon bewust een beetje te hoog of te laag, voor een ruwe, expressieve klank.

Syllabus: melismatisch/melisme, versiering, blue note en dirty intonation. Melisme komt terug in een luistervraag in de terugblik. Veelgemaakte fout: dirty intonation zien als vals zingen. Het is een bewuste expressieve keuze, geen onzuiverheid uit onkunde.

Sam slaat met de duim op de snaren van een basgitaar. Het klinkt klapperend. Welk woord past?

A

Scratchen

B

Slappen

C

Roffel

D

Pizzicato

Slaan op de snaren van de basgitaar is slappen. Wie scratchen kiest, hoort alleen het klapperende geluid; scratchen doet een dj met een plaat.

♪ LUISTEREN · UITVOERING

BEZETTING EN BEWERKING

  • Akoestisch: gewone instrumenten zonder versterking. Elektronisch: de klank komt uit synthesizers of computers.

  • Unplugged is een akoestische uitvoering van een nummer dat normaal elektrisch klinkt.

  • Instrumentatie is de keuze van de instrumenten en stemmen in een stuk.

  • Een arrangement is een bewerking van een nummer: nieuwe akkoorden, instrumenten of opbouw.

  • Een cover is een nieuwe uitvoering van een nummer dat al eerder door een ander is opgenomen.

Syllabus: akoestisch, elektronisch, unplugged, instrumentatie, arrangement en cover. Cover en unplugged worden alleen herkend, niet als antwoord gevraagd (meerkeuze mag). Veelgemaakte fout: een elektrische gitaar elektronisch noemen. Elektronisch is klank uit synthesizers of computers; een elektrische gitaar is wel versterkt, maar geen elektronische klankbron.

Het Liepāja Symphony Orchestra speelt samen met een pianist, Letland

♪ LUISTEREN · UITVOERING

SAMENSPEL: TUTTI, SOLO EN ANTWOORD

  • Bij tutti spelen alle spelers samen. Bij een solo speelt of zingt één persoon, met of zonder begeleiding.

  • Bij call-and-response (vraag-en-antwoord) beantwoordt een groep of instrument de regel van een solist.

  • Je hoort het in gospel, blues en jazz, en in liedjes waarin een koor terugroept.

Syllabus: tutti en solo, call-and-response/vraag-en-antwoord. Veelgemaakte fout: denken dat solo betekent dat er geen begeleiding is. Volgens de syllabus mag een solo met begeleiding. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0

Video: Harry Belafonte: Day-O (The Banana Boat Song) (kanaal: Harry Belafonte). Wat hoor je? Belafonte zingt een regel voor en het koor antwoordt: een duidelijk vraag-en-antwoordspel tussen solist en groep. Laat leerlingen zelf de rol van het koor spelen en vraag: wie begint, wie antwoordt?

♪ LUISTEREN · UITVOERING

TEKENS IN DE PARTITUUR

  • Een partituur toont de partijen van alle instrumenten en stemmen onder elkaar.

  • Een fermate boven een noot of rust: houd langer aan dan de waarde. Herhalingstekens: speel dit stuk nog een keer.

  • Da capo al fine (D.C.): terug naar het begin, spelen tot 'fine'. Dal segno (D.S.): terug naar het teken. Coda: het slot.

  • Een kleine 8 boven de sleutel: de noten klinken een octaaf hoger. Een 8 eronder: een octaaf lager.

Syllabus: partituur, fermate, herhalingstekens, da capo al fine, dal segno, coda, 8 boven of onder de sleutel. Veelgemaakte fout: een fermate zien als een teken voor stilte. Je houdt de noot of rust langer aan, hoe lang bepaalt de uitvoerder of dirigent. Leg bij D.C. en D.S. uit dat 'al fine' of 'al coda' aangeeft waar je stopt of springt.

Een band speelt een bekend elektrisch nummer akoestisch na, zonder stekker. Hoe heet dat?

A

Elektronisch

B

A capella

C

Tutti

D

Unplugged

Een akoestische uitvoering van een elektrisch nummer is unplugged. Unplugged wordt alleen herkend; vraag het niet als open antwoord.

Wat is het verschil tussen tutti en solo?

Goed: bij tutti spelen alle spelers samen, bij een solo speelt of zingt één persoon (met of zonder begeleiding). Veelgemaakte fout: solo zien als zonder enige begeleiding.

Wat vond je het lastigst om te onthouden?

1

Legato, portato en staccato

2

Speeltechnieken en effecten

3

Stemgebruik en melisme

4

Tekens in de partituur

Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.

Welke techniek hoor je vaak in jouw muziek?

Goed: elk voorbeeld waarbij de leerling de techniek echt kan benoemen, bijvoorbeeld distortion in rock, scat in jazz of een a-capellagroep. Vraag door: in welk nummer hoor je dat?

♪ LUISTEREN · UITVOERING

BEGRIPPEN (1/2)

  • legato: noten aan elkaar gebonden spelen

  • staccato en portato: kort en los, of licht losgemaakt

  • frasering: een melodie in zinnen indelen

  • pizzicato: de snaren van een strijkinstrument tokkelen

  • a capella: zingen zonder instrumenten

Cet élément n'a pas d'instructions

♪ LUISTEREN · UITVOERING

BEGRIPPEN (2/2)

  • call-and-response: een groep antwoordt op een solist

  • melisme: één lettergreep op meerdere tonen

  • tutti en solo: allemaal samen of één speler alleen

  • vibrato: lichte schommeling in toonhoogte

  • scat: zingen op klanken zonder betekenis

Cet élément n'a pas d'instructions