Laat maar groeien!
Laat maar groeien!
Ontdek de kracht van oefenen, fouten maken en hulp vragen.
Laat maar groeien!
Laat maar groeien!
Ontdek de kracht van oefenen, fouten maken en hulp vragen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Deze les ga je ontdekken dat je ergens beter in kunt worden door:
te oefenen
fouten te maken
hulp te vragen
Laat maar groeien!
Laat maar groeien!
Cet élément n'a pas d'instructions
Wat heb je nodig om in deze pot iets moois te laten groeien?
Wat heb je nodig om in deze pot iets moois te laten groeien?
Docenteninstructie:
Vraag de leerlingen wat er nodig is om een plant te laten groeien; water, licht, aarde, een zaadje, aandacht, zorg, geduld.
Benoem dat voor het aanleren van nieuwe dingen eigenlijk precies hetzelfde geldt. Je brein heeft zorg, geduld, aandacht, licht, water en voeding nodig om te groeien en dingen te leren.
En dat gaat niet in één keer goed, dat gaat met vallen en opstaan.
Luka wilde dolgraag meedoen aan de Grote Plantenwedstrijd in de stad.
Zijn buurvrouw wilde hem wel helpen. Ze gaf een zakje met heel bijzondere zaadjes: Regenboog-Zevensprong-zaden.
"Deze plantjes groeien niet zomaar," zei ze. "Je zult goed voor ze moeten zorgen."
De Grote Plantenwedstrijd
De Grote Plantenwedstrijd
Cet élément n'a pas d'instructions
Toen zijn opa van het plan hoorde, moest hij lachen.
"Maar Tim, jij hebt helemaal geen groene vingers! Weet je zeker dat je mee wilt doen?."
Tim keek naar zijn vingers en zag dat zijn opa gelijk had. Zijn vingers waren zelfs niet een beetje groen! "Ik kan die wedstrijd nooit winnen.", dacht hij verdrietig.
Docenteninstructie:
Als de leerlingen de uitspraak 'Groene vingers hebben' niet kennen, is het verstandig ze deze uit te leggen.
Vraag in de klas: Wat bedoelde opa met 'groene vingers'? Ken jij iemand met groene vingers?
Welke gedachte past het best bij hoe Tim zich voelt?
Welke gedachte past het best bij hoe Tim zich voelt?
"Ik kan het nog leren!"
"Ik kan het niet".
Docenteninstructie:
Bespreek met de klas welke van de twee gedachtes je het meest helpen. En waarom denken de leerlingen dat? Wat zijn ze zelf geneigd te denken in zo'n situatie?
Hij besloot te oefenen met een plant van zijn moeder. Als hij die kon laten groeien, dan zou het hem ook met zijn eigen plant lukken!
"Water! Een plant heeft water nodig!", dacht Tim. Hij gaf de plant heel veel water.
De volgende dag hingen alle blaadjes slap.
Cet élément n'a pas d'instructions
Tim wilde stoppen. Maar bedacht toen wat zijn juf had gezegd: "Fouten laten je zien wat je nog leren kunt."
"Te veel water was een fout! Dat doe ik niet meer! En planten hebben ook licht nodig!" dacht Tim.
Hij zette een volgende plant vol in de zon. Twee dagen later waren al die blaadjes bruin en uitgedroogd.
Cet élément n'a pas d'instructions
Tim moet stoppen.
Tim moet doorgaan.
Wat vind jij? Moet Tim stoppen of doorgaan?
Wat vind jij? Moet Tim stoppen of doorgaan?
Docenteninstructie:
Ga met de leerlingen het gesprek aan.
Optie 1: Think - Pair - Share
Laat de leerlingen eerst hun eigen antwoord bedenken.
Vervolgens gaan zij in tweetallen over elkaars mening praten en proberen tot een gezamenlijk standpunt te komen.
Uiteindelijke delen ze hun standpunt met de groep.
Optie 2: Denk twee keer na.
Dupliceer deze slide. Laat de leerlingen antwoord geven op de eerste vraag.
Geef ze vervolgens even de tijd om te reflecteren op het resultaat van de poll. Laat dat hen twijfelen over hun keuze? Wat vragen ze zich af? Wat willen ze weten van hun klasgenoten?
Vervolgens stel je dezelfde vraag nog een keer. Is het percentage over de antwoorden veranderd? Zo ja, hoe komt dat? Wat heeft leerlingen doen besluiten hun antwoord aan te passen?
"Een plant heeft water en zonlicht nodig, maar van beide niet te veel.", bedacht Tim. "Maar hoe weet ik nu wanneer ik precies genoeg water en licht geef? Heeft een plant nog meer nodig? En wie zou me kunnen helpen?"
Tim ging bij verschillende mensen vragen hoe zij hun planten zo groen en gezond hielden!
Cet élément n'a pas d'instructions
Tim pakte de Regenboog Zevensprong-zaadjes en stopte ze in een pot. Hij gaf een beetje water, zette de pot op tijd in de zon en keek goed naar het plantje dat na een paar dagen te voorschijn kwam.
Hij zag steeds beter wat zijn plantje nodig had en het groeide stevig door!
Cet élément n'a pas d'instructions
Wat deed Tim om zijn plant te laten groeien?
Wat deed Tim om zijn plant te laten groeien?
Docenteninstructie:
Goede antwoorden kunnen zijn:
Proberen, leren, water geven, zonlicht geven, advies vragen, niet opgeven
Zo werkt groeien:
Planten groeien van water, licht, tijd en verzorgen.
Jij groeit van oefenen, fouten maken en hulp vragen, opnieuw proberen en geduld.
Je hoeft iets dus niet meteen te kunnen, geef jezelf de kans om te groeien!
Wat helpt jou om te groeien?
Wat helpt jou om te groeien?
Niet helpend
Helpend
Ik probeer het opnieuw
Ik kan dit niet
Ik vraag om hulp
Ik stop ermee
Het lukt nooit
Ik oefen stap voor stap
Nog even doorzetten
Dit is veel te moeilijk
Docenteninstructie:
Sleep de zinnen naar het juiste vak.
Welke gedachtes zijn helpend en laten je groeien. En welke gedachtes laten je verpieteren?
Op de dag van de wedstrijd liet Tim vol trots zijn kleurige plant zien.
Hij wist de wedstrijd helaas niet te winnen, maar had wel geleerd hoe je zaadjes kan laten groeien tot een echte plant!
Cet élément n'a pas d'instructions
Laat maar groeien!
Laat maar groeien!
Net als de plant van Tim kan jij ook groeien. Als je maar fouten durft te maken, blijft oefenen, hulp durft te vragen en jezelf de tijd gunt!
Waar zou jij in willen groeien?
Volg de stappen in de hotspots:
Docenteninstructie
Je boodschap bij deze opdracht kan zijn: Niemand begint ergens meteen goed in. Groeien kost tijd. Fouten betekenen niet dat je iets niet kunt.
Ze laten zien wat je nog kunt leren.
Misschien kun je het nog niet.
Maar met oefenen, proberen en hulp vragen kun je steeds beter worden.
Wat zou jij willen leren of waar wil jij beter in worden?
Wat ga jij deze week helpen groeien?
Wat ga jij deze week helpen groeien?
Docenteninstructie:
Vraag de leerlingen wat er nodig is om een plant te laten groeien; water, licht, aarde, een zaadje, aandacht, zorg, geduld.
Benoem dat voor het aanleren van nieuwe dingen eigenlijk precies hetzelfde geldt. Je brein heeft zorg, geduld, aandacht, licht, water en voeding nodig om te groeien en dingen te leren.
En dat gaat niet in één keer goed, dat gaat met vallen en opstaan.
Cet élément n'a pas d'instructions