INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Arm en rijk
Examenstof economie vmbo
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Arm en rijk
Examenstof economie vmbo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: EC/K/7.3a, 7.3b, 7.4, 7.5. Image credit: safaritravelplus / Wikimedia Commons, CC0
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan kenmerken, oorzaken en gevolgen van onderontwikkeling uitleggen en maatregelen tegen armoede beoordelen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Waar denk je aan bij ontwikkelingslanden?
Verwacht: arm, Afrika, hulp, honger, droogte, goedkope kleding. Groepeer de woorden en vraag wat landen zelf doen: ondernemers, scholen, groei. Zo voorkom je een eenzijdig beeld. Alle leerwegen; maatregelen zoals kwijtschelding, grondstofovereenkomsten, organisaties en microkrediet zijn alleen KB en GL/TL.
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Kenmerken van onderontwikkeling
Een ontwikkelingsland heeft weinig welvaart. We noemen dat onderontwikkeling: de welvaart groeit er langzaam.
Een laag inkomen per hoofd van de bevolking: mensen verdienen gemiddeld weinig.
Grote werkloosheid en ondervoeding: weinig werk en te weinig eten.
Snelle bevolkingsgroei: er komen elk jaar veel mensen bij, dus er is meer werk en voedsel nodig.
Veel mensen zijn laaggeletterd: ze kunnen niet goed lezen en schrijven (analfabetisme).
Alle leerwegen: de vijf kenmerken op deze dia. Elk ontwikkelingsland is anders en veel landen groeien juist snel; de kenmerken zijn gemiddelden, geen oordeel over mensen. Laat leerlingen ook noemen wat landen zelf al doen (ondernemers, scholen, groei). Veelgemaakte fout: onderontwikkeling gelijkstellen aan 'dom' of 'lui'. De voorbeeldlanden in de training zijn verzonnen.
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Koffiebessen plukken in Oeganda
Eenzijdige economie en monocultuur
Veel ontwikkelingslanden leven van weinig producten: een eenzijdige economische structuur.
Verbouwt een land vooral één gewas, zoals koffie, dan is dat een monocultuur.
De wereldmarktprijs bepaalt dan het inkomen. Daalt die prijs, dan verdienen boeren minder.
Vaak is er door beperkte technische ontwikkeling weinig kennis en techniek voor andere producten.
Alleen KB en GL/TL. Eenzijdige economische structuur, monocultuur en beperkte technische ontwikkeling zijn alleen KB en GL/TL; de wereldmarktprijs komt voor alle leerwegen terug bij welvaartsverschillen. Het voorbeeld toont het mechanisme: niet elke koffieboer of elk koffieland is arm. Veelgemaakte fout: denken dat een daling van de prijs het inkomen niet raakt. Image credit: Denis kasozi / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Vul in
Een land dat vooral één product verbouwt, heeft een monocultuur. Daalt de wereldmarktprijs, dan verdienen de boeren minder.
Alleen KB en GL/TL. Monocultuur: vooral één gewas. De wereldmarktprijs bepaalt het inkomen. Verwachte fout: invoerrecht kiezen (een belasting van een land op invoer).
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Jongeren halen water bij een waterpomp in een dorp in Rwanda
Oorzaken van onderontwikkeling
Een tekort aan natuurlijke hulpbronnen, zoals vruchtbare grond, water of delfstoffen.
Beperkte scholing en technische kennis: weinig mensen kunnen een vak leren.
Gebrekkige infrastructuur: te weinig goede wegen, havens, stroom en schoon water.
Snelle bevolkingsgroei: de productie groeit minder snel dan het aantal mensen.
Alle leerwegen. Dit zijn voorbeelden van oorzaken; een land heeft vaak meerdere oorzaken tegelijk. Op de foto halen jongeren water bij een pomp in een dorp in Rwanda: infrastructuur zoals schoon water en leidingen is niet overal aanwezig. Veelgemaakte fout: kenmerken (zoals laaggeletterdheid) en oorzaken (zoals beperkte scholing) door elkaar halen. Image credit: Rwejo / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Meer oorzaken en gevolgen
Rijke landen beschermen hun eigen markt: dat heet protectionisme. Arme landen kunnen er minder verkopen.
Arme landen hebben vaak schulden aan het buitenland: ze moeten rente en aflossing betalen.
Rampen en conflicten en politieke instabiliteit (een onrustig bestuur) houden een land arm.
Gevolgen van onderontwikkeling: armoede, werkloosheid en een lage levensverwachting.
Ook een gevolg: een geldstroom van arm naar rijk. Veel geld gaat naar schulden, niet naar scholen en wegen.
Alleen KB en GL/TL. Alleen KB en GL/TL: protectionisme, schulden, rampen en conflicten, politieke instabiliteit (oorzaken) en de internationale schuldenproblematiek en geldstroom van arm naar rijk (gevolgen). Voor alle leerwegen: armoede, werkloosheid en lage levensverwachting als gevolgen. Kinderarbeid als gevolg van armoede: zie de les Ondernemingen en MVO, hier niet herhalen.
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
De vicieuze cirkel
Onderontwikkeling is vaak een vicieuze cirkel: een cirkel die je moeilijk kunt doorbreken.
1. Het inkomen per hoofd is laag.
2. Mensen kunnen weinig sparen en bedrijven kunnen weinig investeren.
3. De productiecapaciteit (wat je maximaal kunt maken) groeit nauwelijks.
4. Het inkomen per hoofd blijft laag en de cirkel begint opnieuw.
Alle leerwegen. Dit is het voorbeeld uit de syllabus. Teken de cirkel op het bord met vier pijlen. Vraag: waar kun je de cirkel doorbreken? Bijvoorbeeld met hulp, scholing of een lening. Veelgemaakte fout: de pijl terug naar het begin vergeten.
Zet de cirkel op volgorde, start bij laag inkomen
Laag inkomen, weinig sparen en investeren, nauwelijks groei van de productiecapaciteit, inkomen blijft laag. Verwachte fout: de productiecapaciteit voor het sparen zetten.
Weinig wegen, havens en stroom in een land: welke oorzaak is dit?
Een tekort aan natuurlijke hulpbronnen
Beperkte scholing en technische kennis
Snelle bevolkingsgroei
Gebrekkige infrastructuur
Wegen, havens en stroom horen bij de infrastructuur. Verwachte fout: tekort aan natuurlijke hulpbronnen kiezen. Alle leerwegen.
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Welvaartsverschillen
De welvaart is ongelijk verdeeld: in rijke landen groeit die snel, in ontwikkelingslanden langzaam.
Oorzaak: lage wereldmarktprijzen voor wat arme landen verkopen, zoals koffie of grondstoffen.
Oorzaak: invoerrechten van rijke landen. Een invoerrecht is een belasting op producten uit het buitenland.
Gevolg: emigratie uit arme landen en immigratie in rijke landen, op zoek naar werk en een beter leven.
Ruilvoet: door lage prijzen kan een land met dezelfde export minder import betalen.
Alle leerwegen: de ongelijke verdeling, lage wereldmarktprijzen, invoerrechten en immigratie. Alleen KB en GL/TL: de ruilvoet (geen berekening), emigratie en de geldstroom van arm naar rijk vanwege schulden. Mensen vertrekken om uiteenlopende redenen. Veelgemaakte fout: emigratie en immigratie verwisselen: emigratie is vertrekken, immigratie is aankomen.
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Een marktkraam met tropisch fruit
Nationaal inkomen per hoofd
Het nationaal inkomen is al het inkomen van alle inwoners samen in een jaar.
Nationaal inkomen per hoofd = nationaal inkomen : aantal inwoners.
Voorbeeld: 100 miljard euro en 10 miljoen inwoners. 100 miljard : 10 miljoen = 10.000 euro per hoofd.
Zo vergelijk je landen: een hoger bedrag per hoofd betekent meestal meer welvaart.
Alle leerwegen. Controle: 100.000.000.000 : 10.000.000 = 10.000. Laat leerlingen zelf nog een som met ronde getallen maken. Veelgemaakte fout: het nationaal inkomen zelf vergelijken tussen een groot en een klein land, zonder te delen door het aantal inwoners. Image credit: safaritravelplus / Wikimedia Commons, CC0
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Een lerares schrijft op het bord in een klaslokaal
Een gebrekkige maatstaf
Mensen die hun eigen eten verbouwen (zelfvoorziening) tellen nauwelijks mee in het inkomen.
Ongelijke inkomensverdeling: het gemiddelde zegt niet hoeveel arme en rijke mensen er zijn.
Onbetaalde productie, zoals vrijwilligerswerk, telt niet mee.
Het zegt ook niets over gezondheidszorg, laaggeletterdheid en het prijspeil: wat je voor je geld kunt kopen.
Alle leerwegen. Het nationaal inkomen per hoofd is dus een gebrekkige maatstaf om de welvaart van landen te vergelijken. Het prijspeil: in een land met lage prijzen kun je met hetzelfde bedrag meer kopen. Veelgemaakte fout: denken dat een hoog gemiddeld inkomen betekent dat iedereen veel verdient. Image credit: AMISOM Public Information / Wikimedia Commons, CC0
Waarom zegt nationaal inkomen per hoofd niet alles over welvaart?
Het telt alleen de inkomens van de rijksten mee
Het telt alleen het inkomen uit export mee
Het is altijd te hoog door de zelfvoorziening
Het zegt niets over de verdeling van het inkomen
Het is een gemiddelde: de verdeling blijft onzichtbaar. Zelfvoorziening maakt het cijfer juist te laag. Alle leerwegen.
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Containers op een terminal in de haven van Rotterdam
Maatregelen tegen armoede
Ontwikkelingssamenwerking: rijke en arme landen werken samen om de welvaart te laten groeien.
Lagere invoerrechten en minder contingentering (een maximum aan invoer) in rijke landen.
Eigen activiteiten: giften geven en producten uit ontwikkelingslanden kopen.
Ook: kwijtschelding van schulden en een grondstofovereenkomst: afspraken over een stabiele prijs.
Alle leerwegen: ontwikkelingssamenwerking, lagere invoerrechten, contingentering, giften en producten kopen. Alleen KB en GL/TL: kwijtschelding en grondstofovereenkomsten (ook buffervoorraden). Let op de effecten: lagere invoerrechten geven meer werk en inkomen in het ontwikkelingsland, maar kunnen de werkgelegenheid in Nederland raken. Kinderarbeid en mvo: zie de les Ondernemingen en MVO. Image credit: Guilhem Vellut / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Een trainer geeft boeren uitleg in Nyando, Kenia
Soorten hulp
Noodhulp is hulp op korte termijn, bijvoorbeeld eten en tenten na een ramp.
Structurele hulp is hulp op lange termijn, zoals scholen, wegen en kennis voor boeren.
Bilaterale hulp gaat direct van het ene land naar het andere.
Gebonden hulp moet je uitgeven aan producten van het gevende land; ongebonden hulp is vrij te besteden.
Alle leerwegen: noodhulp en structurele hulp. Alleen KB en GL/TL: bilaterale, gebonden en ongebonden hulp. Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid bestaat uit noodhulp, financiële hulp en kennis; de overheid is verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerking, particulieren doen eigen activiteiten, en NGO's werken daar ook aan. Veelgemaakte fout: structurele hulp zien als 'meer geld sturen'; het gaat om de lange termijn. Image credit: Climate Change, Agriculture and Food Security (CCAFS) / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Organisaties die helpen
Organisaties rond de Verenigde Naties (VN) werken aan vrije wereldhandel en tegen armoede.
Het IMF (Internationaal Monetair Fonds) leent geld aan landen met geldproblemen en geeft advies.
De Wereldbank geeft leningen en hulp voor projecten, zoals wegen, scholen en schoon water.
De WTO (Wereldhandelsorganisatie) maakt regels voor de handel tussen landen en wil de handel vrijer maken.
Een NGO (niet-gouvernementele organisatie) is een particuliere hulporganisatie, zoals het Rode Kruis.
Alleen KB en GL/TL. De syllabus noemt de Wereld Handels Organisatie met de afkorting WHO; bedoeld is de WTO. Kernpunt: wat doet elke organisatie? IMF: geld en advies bij betalingsproblemen. Wereldbank: leningen voor ontwikkeling. WTO: regels voor de wereldhandel. Veelgemaakte fout: de WTO verwarren met de gezondheidsorganisatie.
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Zachte leningen en microkrediet
Een zachte lening is een lening met gunstige voorwaarden: lage rente en veel tijd om terug te betalen.
Zo hoeft een arm land niet te veel geld kwijt te zijn aan rente en aflossing.
Een microkrediet is een kleine lening voor een kleine ondernemer die geen geld van een gewone bank krijgt.
Voorbeeld: een vrouw leent een klein bedrag voor een naaimachine, verkoopt kleding en betaalt de lening terug.
Zo groeit een eigen bedrijfje en komt er werk en inkomen bij. Let op de kredietkosten: wat kost de lening?
Alleen KB en GL/TL. Zachte leningen: gunstige voorwaarden bij kredietverlening. Microkrediet: kleine leningen voor kleine ondernemers; het helpt bij de strijd tegen armoede, maar kijk ook naar de kredietkosten. Het voorbeeld is verzonnen en dient om de volgorde te leren. Veelgemaakte fout: een microkrediet zien als een gift; het moet worden terugbetaald.
Welke organisatie maakt regels voor de handel tussen landen?
Het IMF
De WTO
De Wereldbank
Een NGO
Alleen KB en GL/TL. De WTO maakt handelsregels. Verwachte fout: het IMF of de Wereldbank kiezen, die lenen geld.
Wat vond je het lastigst in deze les?
Kenmerken, oorzaken en vicieuze cirkel
Welvaartsverschillen en nationaal inkomen
Soorten hulp en maatregelen
IMF, WTO, zachte leningen en microkrediet
Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.
Noem een maatregel tegen onderontwikkeling.
Goed: ontwikkelingssamenwerking, lagere invoerrechten, giften, producten kopen, kwijtschelding of een microkrediet. Verwachte fout: alleen 'geld geven' zonder te zeggen waarvoor.
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Begrippen (1/2)
onderontwikkeling: De welvaart van een land is laag en groeit langzaam.
vicieuze cirkel: Laag inkomen leidt tot weinig sparen en investeren, dus blijft het inkomen laag.
monocultuur: Een land verbouwt vooral één gewas.
wereldmarktprijs: De prijs van een product op de wereldmarkt.
nationaal inkomen per hoofd: Het nationaal inkomen gedeeld door het aantal inwoners.
Cet élément n'a pas d'instructions
INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN
Begrippen (2/2)
ontwikkelingssamenwerking: Rijke en arme landen werken samen aan meer welvaart.
noodhulp en structurele hulp: Hulp op korte termijn en hulp op lange termijn.
gebonden en ongebonden hulp: Hulp die je moet besteden aan producten van het gevende land, of vrij te besteden.
microkrediet: Een kleine lening voor een kleine ondernemer.
IMF en Wereldbank: Organisaties die leningen en advies geven aan landen.
Cet élément n'a pas d'instructions