Arm en rijk (Economie vmbo), les 3: Terugblik quiz

INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN

Quiz

Terugblik: Arm en rijk

1 / 15
suivant
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblikquiz met twaalf vragen over onderontwikkeling, welvaartsverschillen, nationaal inkomen per hoofd, hulp en organisaties voor vmbo.

Éléments de cette leçon

INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN

Quiz

Terugblik: Arm en rijk

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: safaritravelplus / Wikimedia Commons, CC0

Welk kenmerk hoort bij onderontwikkeling?

A

Een hoog inkomen per hoofd van de bevolking

B

Een zeer lage bevolkingsgroei

C

Veel mensen die niet goed kunnen lezen

D

Een grote voorraad natuurlijke hulpbronnen

Laaggeletterdheid is een kenmerk. Alle leerwegen.

Vul in

Het IMF leent geld aan landen met geldproblemen. Een NGO is een particuliere hulporganisatie.

IMF
NGO
microkrediet
kwijtschelding

Alleen KB en GL/TL. IMF: geld en advies. NGO: niet-gouvernementele organisatie.

Nationaal inkomen per hoofd 5.000 euro, 2 miljoen inwoners. Nationaal inkomen?

A

10 miljoen euro

B

10 miljard euro

C

100 miljard euro

D

2.500 euro

5.000 x 2.000.000 = 10.000.000.000. Verwachte fout: een nul vergeten of delen in plaats van vermenigvuldigen.

Rijke landen heffen hoge invoerrechten op producten uit arme landen. Wat is dit?

A

Een vorm van noodhulp

B

Een vorm van kwijtschelding

C

Een gift aan arme landen

D

Een oorzaak van welvaartsverschillen

Invoerrechten maken producten uit arme landen duurder en moeilijker te verkopen. Alle leerwegen.

Zet op volgorde, van eerst naar laatst

1

Ze betaalt de lening terug

2

Ze verkoopt kleding en verdient geld

3

Een vrouw leent een klein bedrag

4

Ze koopt een naaimachine

Alleen KB en GL/TL. Voorbeeld van een microkrediet uit de uitleg.

Een organisatie bouwt een school en leidt leraren op. Welke hulp is dit?

A

Noodhulp

B

Een invoerrecht

C

Contingentering

D

Structurele hulp

Hulp voor de lange termijn is structurele hulp. Alle leerwegen.

Wat is ontwikkelingssamenwerking?

A

Arme landen sluiten hun grens voor invoer

B

Rijke en arme landen werken samen aan meer welvaart

C

Rijke landen kopen alle producten van arme landen

D

Een lening zonder rente aan één bedrijf

Samenwerking om de welvaart te laten groeien. Alle leerwegen.

Boeren eten wat ze zelf telen. Wat doet dat met het nationaal inkomen per hoofd?

A

Te hoog, want alles wordt dubbel geteld

B

Het verandert niet, want alles telt mee

C

Te laag, want zelfvoorziening wordt niet meegeteld

D

Te hoog, want zelf telen kost veel geld

Zelfvoorziening wordt niet verkocht en dus nauwelijks geregistreerd. Alle leerwegen.

Producenten en kopers spreken een stabiele prijs voor koffie af. Wat is dit?

A

Een grondstofovereenkomst

B

Een invoerrecht

C

Een zachte lening

D

Gebonden hulp

Alleen KB en GL/TL. Grondstofovereenkomst: afspraak over een stabiele prijs.

Noem een gevolg van onderontwikkeling.

Goed: armoede, werkloosheid of een lage levensverwachting (KB en GL/TL ook: schuldenproblematiek, politieke instabiliteit). Verwachte fout: een oorzaak noemen, zoals beperkte scholing.

Kim koopt vaker producten uit ontwikkelingslanden. Wat is een gevolg daar?

A

Minder werk en inkomen voor de producenten

B

Meer werk en inkomen voor de producenten

C

Alleen meer werk voor mensen in Nederland

D

Automatisch kwijtschelding van alle schulden

Meer vraag naar hun producten betekent meer inkomen en werk. Verwachte fout: denken dat kopen schadelijk is. Alle leerwegen.

Een rijk land schrijft een deel van de schuld van een arm land af. Wat is dit?

A

Contingentering

B

Een invoerrecht

C

Noodhulp

D

Kwijtschelding

Alleen KB en GL/TL. Kwijtschelding van schulden.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

INTERNATIONAAL · ONTWIKKELINGSLANDEN

Goed gedaan!

Je kent nu de kenmerken, oorzaken en gevolgen van onderontwikkeling en de maatregelen daartegen. Vraag bij elke examenvraag: wat is het begrip, en wat is het gevolg voor het land?

Cet élément n'a pas d'instructions