Ontdek kunst en erfgoed in Amersfoort
Mondriaanhuis, Museum Flehite en Kunsthal KAdE

Weven Voorbereidingsles

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Kunstzinnige oriëntatieBasisschoolGroep 5,6

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Binnenkort gaat jullie groep naar Museum Flehite en volgen ze een workshop weven.

Wie weet wat dat is?
Vraag de leerlingen wat zij al weten over weven.


Ga staan als...

Slide 2 - Tekstslide

Hoe zit dat met de kleding van de leerlingen? Is dat allemaal van geweven stof gemaakt?

De volgende 2 slides achter elkaar laten zien. met de opdracht:
("ga staan als je dit aanhebt")

Slide 3 - Tekstslide

spijkerbroeken zijn gemaakt van geweven stof

Slide 4 - Tekstslide

joggingbroeken en leggings zijn gemaakt van gebreide stof

Slide 5 - Tekstslide

Dit is het verschil tussen gebreide en geweven stof:
Bij geweven stof gaat een draad steeds wisselend onderdoor en bovenlangs een andere draad.
De stof is niet echt rekbaar, tenzij er elastiek in geweven is.
Spijkerbroekenstof is bijvoorbeeld geweven.

Bij gebreide stof zijn, met 1 hele lange draad, lusjes gemaakt, waar die draad dan later weer inhaakt.
Deze stof kun je uit-rekken. 
T-shirts en joggingbroeken zijn bijvoorbeeld van gebreide stof gemaakt. Die stof noem je ook wel tricot. 


gebreide stof
geweven stof

Slide 6 - Sleepvraag

Bekijk de afbeeldingen en vraag de leerlingen.  Is het geweven of gebreid?
Sleep de afbeeldingen naar het juiste vak:

Door op de afbeelding te klikken, kan je ze uitvergroot bekijken.

Misschien hebben ze het kledingstuk zelf aan. laat ze het dan goed bekijken. Kunnen ze ontdekken wat het is.
Geweven of gebreid

NB: het vaatdoekje is niet gebreid en niet geweven: het is samengeperst. 
gebreide stof

Slide 7 - Tekstslide

even samengevat.

Dit zijn gebreide stoffen
geweven stof

Slide 8 - Tekstslide

en dit geweven stoffen.

In deze les gaat het over geweven stoffen.
Weven in de geschiedenis

Slide 9 - Tekstslide

Weven is een van de oudste technieken die er bestaan! Stoffen worden al sinds de prehistorie op een weefgetouw geweven. 

Dit is een heel kort overzicht van de geschiedenis van het weefgetouw, om de leerlingen een indruk te geven. 

de pijlen volgend:
prehistorie >  egyptische oudheid > middeleeuwen > 17e eeuw > 19e eeuw > heden.


(foto heden: Tommy de Lange commissioned by TextielMuseum[/caption])
weven over de wereld

Slide 10 - Tekstslide

Over de hele wereld werd en wordt geweven: 
van linksboven met de klok mee:
Afrika, Marokko, Amerika (Indianen), Peru, Roemenië, India, Nepal, Turkije.
het patroon
ingeweven patroon
bedrukt patroon
de achterkant
hoe gemaakt

Slide 11 - Tekstslide

Patronen en figuren kunnen op stof worden gedrukt, maar ze kunnen ook worden ingeweven!
Hoe kun je het verschil zien?

Bij ingeweven stof (bovenste drie afb.) zie je de kleuren per draadje verspringen. Aan de achterkant zie je dezelfde afbeelding, maar dan in omgekeerde kleuren (zie teckeltjes-stof)

Bij bedrukte stof (onderste drie afb.) zie je de kleuren dwars over de draden heen. Aan de achterkant van de stof zie je niets of bijna niets. Je ziet daar alleen vaag het patroon als de stofverf iets is doorgedrukt. (zie stof met blauw motief)

ingeweven
bedrukt

Slide 12 - Sleepvraag

vraag de leerlingen:
Wat denken zij? Is het patroon of de print ingeweven of is de stof bedrukt?

Sleep de voorbeeld foto's naar het juiste vak en druk op controleren.
Weefworkshop in Museum Flehite!

Slide 13 - Tekstslide

Binnenkort gaan de leerlingen naar museum Flehite voor een weefworkshop!

Voor die workshop gaan ze op school eerst oefenen in weven met met papier en ze gaan een eigen weefpatroon ontwerpen!
Dit heb je nodig.

Volg daarna de stappen:
oefenen in weven met papier
Vouw en knip

Slide 14 - Tekstslide

Nu gaan de leerlingen zelf oefenen met het weven, eerst nog met papier.
N.B.: Als de leerlingen al vaker hebben geweven, kan deze stap worden overgeslagen.

Wat hebben ze nodig:
  • een A4 vel geprint met lijnen (zie pdf. Kies zelf voor 1 cm of 1,5) 
  • een schaar
  • stroken gekleurd papier (1 cm of 1,5 cm breed)
Stap 1
  • vouw het vel A4 dubbel
  • knip de lijnen.
  • vouw het papier weer open.
stap 2
  • pak een strook papier en steek het onderlangs en bovenlangs door de stroken van het A4 vel. 
  • pak een tweede strook en herhaal dit, maar nu begin je met bovenlangs en dan onderlangs.
  • Zie het voorbeeld.
  • Herhaal dit met ca 10 stroken. en ga dan door naar de volgende dia.


een ander patroon kan ook
Zie jij hoe je dat doet?

Slide 15 - Tekstslide

Zien de leerlingen hoe dit patroon is gemaakt?

  • De eerste gekleurde strook gaat 2x onderdoor, 2 x bovenlangs enz.
  • Bij de tweede gekleurde strook ga je 1x onderdoor. Daarna 2x bovenlangs, 2x onderlangs enz.
  • De derde strook gaat 2x bovenlangs, 2x onderdoor, enz.

laat ze dit ook met ongeveer 10 stroken doen en dan pas naar de volgende dia.



verschillende patronen:
Kunnen jullie ontdekken hoe ze zijn gemaakt?

Slide 16 - Tekstslide

Je kan dus veel verschillende patronen maken. 
Bespreek met de leerlingen het eerste plaatje. (rood met blauw)

Wat is er gebeurt?
  • Eerst gaat de gekleurde strook 1x onderdoor, daarna 3x over de stroken heen, 3x onder, 3x over enz.
  • de volgende strook gaat 3x over, 3x onder, 3x over.
Bespreek nog een van de voorbeelden met de leerlingen.

Maar hoe ontwerp je een patroon?


teken het patroon eerst
dit heb je daarvoor nodig:

Slide 17 - Tekstslide

Je kan van tevoren een patroon tekenen. Dit is dan het voorbeeld voor wanneer je gaat weven.

Hiervoor gebruik je een ruitjespapier en een potlood.

Bij een leeg vakje ga je dan later met je strook papier (of met een draad) onder de eerste lijn door. Bij de gekleurde vakjes ga je met een strook papier (of draad) er overheen. 

Dit patroon neem je mee naar het museum en kan je gebruiken voor wat je gaat weven in het museum.
tot ziens in Museum Flehite en...
vergeet je ontwerp niet mee te nemen!

Slide 18 - Tekstslide

De leerlingen zetten hun naam op de 
A4 tjes met daarop het ontwerp. 
Deze gaan mee naar het museum en kunnen de leerlingen gebruiken bij de workshop in Museum Flehite.