cross

Nijntje de film

Nijntje de Film
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
FilmeducatieKunstzinnige oriëntatieBasisschoolGroep 1,2

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Introductie

Dit is een activerende les boordevol speelse (klassikale) opdrachten om vooraf aan het kijken van 'Nijntje de film' te doen. Samen film kijken en hieraan plezier beleven staat voorop. Het gaat om ervaren, ontdekken, stimuleren van de eigen fantasie en een verbinding maken met het verhaal en de personages. Na de les wordt de film niet meer nabesproken. Synopsis: Nijntje, Nina, Knorretje, vader en moeder Pluis en hun hondje Snuffie zitten in de trein op weg naar de dierentuin. Vader en moeder hebben een speurtocht uitgezet met een schat aan het eind. Deze les richt zich op kinderen van groep 1 en 2 in het basisonderwijs. De filmfragmenten zijn in deze les geïntegreerd. Nijntje de film is in zijn geheel gratis te bekijken op: https://schooltv.nl/film-in-de-klas/ Film in de Klas is altijd benieuwd naar de manier waarop het lesmateriaal in de klas is behandeld. Heb je tips en/of aanvullingen voor ons of voor andere docenten? Laat het ons weten via: netwerkfilmeducatie@eyefilm.nl Bedankt!

Instructies

In deze klassikale les van ongeveer 50 minuten komen verschillende aspecten van film aan bod: personages, muziek en geluid, en kleur. 

Deze les kun je het best doen een dag of een dagdeel voorafgaand aan het samen kijken naar de film. 

De les bestaat uit fragmenten, gerichte kijk- en luistervragen en klassikale opdrachten. Ook is er een individuele creatieve verwerkingsopdracht. 

De bijgevoegde notities zijn bedoeld als handleiding en bevatten toelichtingen, tips, vragen en opdrachten. 

Let op: als je in de les de notities aanklikt dan zien de kinderen deze ook verschijnen op het digiboard. Het is daarom handig de instructies vooraf uit te printen.
De les en de toelichtingen per slide kunnen geprint worden door middel van de knop 'Printen' onder de rode knop 'Geef les'.

Leerdoelen:
De leerling leert: 
-dat je film op verschillende manieren kan beleven (thuis, op school, in een bioscoop);
-op een eenvoudige manier te beschrijven wat hij ziet en hoort;
-wat een personage is, welke eigenschappen een personage kan hebben en op welke manier personages worden vormgegeven;
-op een informele en eenvoudige manier de rol van geluid en muziek in film te onderzoeken;
-onderzoekend te kijken en te luisteren.

De leerdoelen van deze les sluiten sluiten aan op de vaardigheden uit de doorlopende leerlijn film van het Netwerk Filmeducatie: beleven, verwoorden, onderzoeken, reflecteren en creëren

Veel plezier!

Onderdelen in deze les

Nijntje de Film

Slide 1 - Tekstslide

Vooraf

(Luister: Terwijl de kinderen klaar gaan zitten voor de les, kun je het liedje van Nijntje afspelen.)

Vertel: Vandaag gaan we met elkaar stukjes kijken uit Nijntje de Film. We gaan met elkaar praten over wat we zien en horen. Later gaan we ook de hele film kijken.
Wie kent Nijntje?

Slide 2 - Tekstslide

Vooraf

Vraag: Wie kent Nijntje? Wie heeft weleens een boek gelezen van Nijntje? Of een aflevering uit de serie op televisie gezien? Wat is het verschil tussen Nijntje in een boek en Nijntje op tv of in de film?

(Toelichting: kinderen ontdekken het verschil tussen een boek en film. Tussen stilstaand beeld en bewegend beeld.)
Wie is er wel eens naar de bioscoop geweest?
Wat gaan we doen?

Slide 3 - Tekstslide

Vooraf

Vertel: Nijntje speelt behalve in het boek en de tv serie ook in een film. We gaan straks stukjes uit deze film kijken. Later gaan we met elkaar de hele film kijken. De film was te zien in de bioscoop.

Vraag: Wie weet wat een bioscoop is? Wie heeft er weleens een film in de bioscoop gezien? (Of: wat is het verschil tussen een film kijken in de bioscoop of thuis op de televisie of tablet? Is het filmscherm in de bioscoop groter of kleiner dan de televisie bij jullie thuis? Wat gebeurde er met het licht toen de film begon? Was er ook een gordijn net als bij Nijntje? En was dat open of dicht? Zaten jullie alleen in de bioscoop of waren er nog meer mensen? Wat is er bijzonder aan de stoelen in de bioscoop?)

(Toelichting: stilstaan bij de beleving van een film in de bioscoop ten opzichte van thuis op tv of tablet.)
Vraag of opdracht
Luister
Tip
Kijk

Slide 4 - Tekstslide

Vooraf: vragen en opdrachten
  • Er zijn kijk- en luistervragen, reflectievragen en extra opdrachten.
  • Er zijn geen goede of foute antwoorden.
  • Je kunt kiezen voor verschillende werkvormen: individueel, in groepjes of klassikaal.
  • N.B.: Ons advies is om bij deze les niet te werken met 'devices in de klas'. Je kunt dit uitzetten door het vinkje onderin het scherm van de lespresentatie te deactiveren.

Slide 5 - Video

Scène uit de film kijken

Vertel: Ik laat jullie nu een stukje van de film zien. Daarna zet ik de film op pauze en gaan we met elkaar praten over wat we hebben gezien en gehoord.

(Zet de video aan met de play-knop. De video player stopt automatisch.)
Praten over de film

Slide 6 - Tekstslide

Scène nabespreken

Vraag: Wat zagen en hoorden jullie allemaal in dit stukje? (Klik eventueel op het vraagteken bij 'Praten over de film' om het gesprek te beginnen. Ik zag dat Nijntje, samen met Nina (in de rode jurk), Knorretje (in de gele jurk), Snuffie de hond en de papa en mama van Nijntje met de trein naar de dierentuin gingen. Ze waren heel blij. Ik vond het leuk dat Nijntje ons vroeg om mee te gaan naar de dierentuin! Ik kreeg ook zin in een uitstapje.)

Vraag: Heb je iets gezien en gehoord wat je grappig vond? Of juist een beetje zielig? En waar zag en hoorde je dat aan? (Ik vond het zielig toen Snuffie niet naar binnen mocht. Snuffie maakte een verdrietig geluidje. Ook hoorde ik in de muziek dat het verdrietig was. Gelukkig mocht Snuffie uiteindelijk wel naar binnen!)
Praten over de film

Slide 7 - Tekstslide

Scène nabespreken: personages

Vertel: Iedereen die in de film voorkomt noem je een personage. En ieder personage is anders. De een is slim, de ander is snel, dapper, grappig, stoer, verlegen of altijd vrolijk. 

Vraag: Wat voor iemand is Nijntje? En waar zie en hoor je dat aan? (Is Nijntje slim? Is Nijntje sterk? Is Nijntje snel bang?)

Vraag: Ben jij ook zoals Nijntje? Waarom wel? Waarom niet? Op wie lijk jij het meest? 

Vraag: Zien alle personages er hetzelfde uit of toch anders? Op welke manier zijn de personages verschillend van elkaar? (Ze hebben allemaal andere stemmen, ze hebben verschillende soorten kleren en lopen ook allemaal op een andere manier.)

(Toelichting: door over de personages te praten zullen kinderen karaktereigenschappen herkennen en zich beter kunnen verbinden met de verschillende personages in de film.)
Praten over de film

Slide 8 - Tekstslide

Scène nabespreken: de plek waar de scène of film zich afspeelt (de 'setting')

Vraag: Wie van jullie is er zelf weleens in de dierentuin geweest? Welke dieren wonen er in de dierentuin? Naar welk dier in de dierentuin zou jij het eerste toegaan?

(Toelichting: kinderen ontdekken dat de plaats waar het verhaal zich afspeelt een belangrijke invloed heeft op het filmverhaal. 
Deze opdracht helpt ook om kinderen zich vooraf meer te laten verbinden met de film, door hen te laten vertellen over hun eigen dierentuin bezoek. Ook voor kinderen die nog niet in de dierentuin zijn geweest helpt dit omdat ze zich vooraf een voorstelling zullen maken over hoe dit zal zijn.) 

Slide 9 - Video

Scène uit de film kijken

Vertel: We gaan weer een stukje uit de film kijken. In de film hebben de papa en mama van Nijntje een speurtocht bedacht voor in de dierentuin. Nijntje, Nina en Knorretje gaan op zoek naar de schat. Maar: om bij de schat te komen moeten ze éérst vijf dieren vinden.

Vertel: In de film zit een liedje over de schat. Daar gaan we nu naar luisteren. Straks gaan we het liedje nog een keertje luisteren en dan gaan we meedansen! Maar eerst: een stukje film kijken.

(Zet de video aan met de play-knop. De video player stopt automatisch.)
Schatzoek lied
Ga met ons mee en zoek de schat,
Hoe vind je dat, een mooie schat,
Ga met ons mee en zoek de schat
iedereen!
Ja doe maar mee en zoek de schat,
Ga op pad en zoek de schat,
En los de 5 raadsels op één voor één!

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht: dansen met Nijntje! 

Je kunt met de kinderen bewegingen bedenken bij het liedje zodat ze samen met Nijntje kunnen dansen. Maak bijvoorbeeld met je handen konijnenoren boven je hoofd; doe alsof je door een verrekijker speurt door kokertjes van je handen te maken; of bij de regel 'Ga met ons mee' te wenken met je handen.

Extra opdracht: verstop een knuffel van een dier dat je in de dierentuin kunt vinden in de klas. Laat een groepje zoeken. De andere kinderen weten de verstopplek en mogen helpen door te zeggen warm of koud als de ‘schatzoekers’ dichtbij de verstopte knuffel zijn of juist ver weg. Je kunt ze ook dieren laten roepen die op warme of koude plekken leven. IJsbeer/pinguïn of kameel/hagedis.

(Toelichting: Doordat de kinderen zich vooraf inleven in de film kunnen ze zich makkelijker verbinden met de film. Het dansje met bewegingen zorgt voor herkenning en helpt bij de spanningsboog.)
Welke kleuren zie je hier?

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht: Speuren naar kleuren

Vertel: Nijntje en haar vriendjes moeten bij de speurtocht op zoek naar dieren in de dierentuin. De eerste opdracht is: zoek een dier met de kleur geel. 

Opdracht: Wij gaan ook speuren naar kleuren! Welke kleuren zie je op dit plaatje uit de film? Welke kleuren zie je niet? 

Vraag: Nijntje moet op zoek naar een dier dat geel is. Kennen jullie een dier dat geel is?
 
(Toelichting: Kleur speelt een belangrijk rol in de boeken en de film van Nijntje. Dick Bruna gebruikte veel primaire kleuren. Indirect leren de kinderen over de keuze van kleuren in de film door ze zelf te laten speuren naar kleuren op de afbeelding.)

Slide 12 - Video

Scène uit de film kijken

Vertel: Ik laat jullie nu weer een stukje van de film zien. Daarna zet ik de film op pauze en gaan we met elkaar praten over wat we hebben gezien en gehoord.

(Zet de video aan met de play-knop. De video player stopt automatisch.)
Praten over de film

Slide 13 - Tekstslide

Scène nabespreken: muziek

Vraag: Wat gebeurde er hier allemaal? Wat zagen en hoorden jullie allemaal in dit stukje film? Waren er dingen die je grappig vond? Waarom vond je het grappig? Was het grappig door wat je zag, of ook door wat je hoorde? Bijvoorbeeld door de muziek(vb.: grappig dat de apen pas gingen bewegen toen Nijntje en haar vriendjes niet naar ze keken en weer stil gingen zitten toen Nijntje en haar vriendjes wel naar ze keken. Dat hoorde je ook in de muziek: snelle vrolijke muziek als de apen bewogen en helemaal geen muziek als ze stil zaten. De muziek maakte het extra grappig!)

(Toelichting: leerlingen ontdekken zo dat het gebruik van muziek het beeld sterker kan maken: muziek kan elementen uit het beeld benadrukken.)
Aap maar na!

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht: na-apen

Vertel: Nijntje, Nina en Knorretje zingen in dit stukje film een liedje. Het liedje gaat ook over na-apen. 

Vraag: Wie weet wat na-apen is? 

Opdracht: Voor deze opdracht is het fijn als jullie de ruimte hebben zodat iedereen goed kan bewegen. 
Noem een dier uit de dierentuin en ‘aap het na’. Begin met een makkelijk dier, bijvoorbeeld een aap. Hoe beweegt een olifant? (Je bent zwaar en groot.) En een luiaard? (Alles gaat heel langzaam.) Noem dieren op die heel verschillend zijn van elkaar.

(Kinderen mogen ook om de beurt zelf een dier bedenken en laten zien hoe het beweegt. De anderen mogen het daarna ook uitbeelden.)

Slide 15 - Video

Scène uit de film kijken

Vertel: we gaan weer een stukje film kijken.
Praten over de film

Slide 16 - Tekstslide

Scène nabespreken en opdracht: 'papegaaien'

Vertel: Wat zagen en hoorden jullie in dit stukje film? Waren jullie ook in de war, net als Nina en Knorretje? Nina dacht dat Knorretje haar aan het na-apen was! (Ik was wel in de war! Ik hoorde de stemmen wel, maar ik zag niet waar ze vandaan kwamen. Dat zorgde ervoor dat ik net als Nina en Knorretje in de war was. Pas later zag je de papegaaien op de tak, toen je iedereen tegelijk in beeld zag! Dat was heel verrassend en grappig! Wat vonden jullie?)

Vertel: Iemand nadoén noem je na-apen, dat hebben we net al ontdekt. Iemand napráten noem je ook wel ‘papegaaien’.

(Opdracht: Speel samen met de kinderen de scène na. Jij zegt de eerste zin. De kinderen mogen dat zinnetje nazeggen.)

Dialogen 
Wie zei dat? 
Wie zei dat? 
Wie zei dát! 
Wie zei dát! 
Dat! 
Dat!
Knorretje je moet mij niet steeds napraten!
Knorretje je moet mij niet steeds napraten!
Knorretje! 
Knorretje! 
Dat was ik niet? 
Dat was ik niet?

(Je kunt hierbij spelen met emoties. Zeg het eens heel blij, heel verdrietig of heel boos. Kunnen de kinderen de emoties nadoen? En kunnen ze de emoties herkennen? Hoe vond Nina het toen ze dacht dat Knorretje haar napraatte? Hoe vind je het zelf als andere kinderen je napraten?)

(Toelichting: Door emoties toe te voegen aan het papegaaienspel wordt het napraten al meer acteren. Onbewust leren de kinderen hierbij dat je een film niet alleen kunt zien maar ook kunt voelen door mee te leven met de emoties van de personages in de film.)

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht: kijken met je oren

Vertel: We gaan nog èèn laatste keer naar stukjes uit de film kijken. Maar nu gaan we kijken met onze oren! 
Want film kijken doe je niet alleen met je ogen, maar ook met je oren. Geluiden zijn belangrijk in film. Weet je nog, van die muziek bij de apen? Muziek en geluid zijn bijna net zo belangrijk als de dingen die je ziet. 

Opdracht: Jullie mogen straks je ogen dichtdoen. Dan laat ik drie verschillende dierengeluiden horen. Weet je bij welk dier het geluid hoort?

(De geluiden die de kinderen moeten raden zijn het zoemen van de bij, het roepen van de uilen en het blaffen van Snuffie.)

(Toelichting: Door de kinderen hun ogen te laten sluiten luisteren ze bewuster naar de geluiden die ze horen. Onbewust leren ze hierbij dat film niet alleen beeld maar ook geluid is.)
Veel plezier met het kijken naar Nijntje de Film!

Slide 18 - Tekstslide

Einde van de les

Vertel: Dit was alweer het einde van deze les over Nijntje de Film! We gaan de film later helemaal kijken. Vraagje: nu je allemaal stukjes uit de film gezien hebt, waar ben je nu het meest nieuwsgierig naar? Ik ben zelf wel benieuwd naar de speurtocht en welke vijf dieren Nijntje en haar vriendjes moeten vinden! En natuurlijk wat de schat is!

Vraag: Wat vonden jullie het leukst aan deze les? Als je iemand anders iets moest vertellen over wat je in deze les hebt gezien en gehoord, wat zou je dan vertellen?
Extra opdracht

Slide 19 - Tekstslide

Creatieve verwerkingsopdracht (zie PDF in bijlage les)

Vertel: dieren hebben allemaal een verschillende vacht of veren, een huid of schubben. De ene is zacht, de ander juist ruw en weer een ander prikt. Sommige dieren hebben een egale vacht met één kleur maar er zijn ook dieren met stippen, strepen of vlekken.

Opdracht: Weet jij een dier met een mooie vacht? Hoe ziet die eruit? Welke vacht zou jij zelf het liefste willen hebben? En welke vacht zou je bij Nijntje bedenken?

(Toelichting: download hiervoor de PDF van Nijntje: Teken met potlood, krijt of stift de vacht van Nijntje met een patroon dat je zelf bedenkt. Heeft Nijntje stippen of strepen? Of is ze paars met gele bloemetjes? Je kunt de kinderen ook laten werken met verschillende stofjes die ze erop kunnen plakken. Zo ontstaat er een bonte verzameling van allerlei verschillende soorten Nijntjes.)
Meer films in de klas?  

Slide 20 - Tekstslide

Ga naar Schooltv