Hoofdstuk 3 - De samenleving en bindingen | VWO

Hoofdstuk 3
De samenleving en bindingen
1 / 99
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 99 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 19 videos.

time-iconLesduur is: 150 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3
De samenleving en bindingen

Slide 1 - Tekstslide

***
Goede bijpassende vragen bij de uitleg. Verder niets op aan te merken, net als havo h2 een goede LU. Goede toevoegingen t.o.v. havo h2. 
'Ik voel me verbonden met mijn klasgenoten.'
'Ik voel me verbonden met mijn klasgenoten' 
Eens
Oneens

Slide 2 - Poll

Deze stelling zet leerlingen aan om na te denken over groepsvorming en bindingen. 
Wat leer ik deze les?
  • ik weet wat sociale ongelijkheid is
  • ik kan macht en dwang onderscheiden en relateren
  • ik snap het begrip gezag
  • ik begrijp de tegenpolen samenwerking en conflict
  • ik ken de gevolgen van democratisering en globalisering
Vorige les...

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat leer ik deze les?
  • ik ken verschillende soorten bindingen en groepen
  • ik weet wat sociale cohesie is en hoe het ontstaat
  • ik weet wat sociale instituties zijn
  • ik ken de cultuurdimensies van Hofstede
  • ik begrijp de invloed van institutionalisering en globalisering op de bindingen van mensen


Leerdoelen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§3.1 Groepsvorming

Slide 5 - Tekstslide

Pagina 55

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Affectieve binding
Emotionele binding. Affectieve bindingen verwijzen naar gevoelens om ergens bij te horen, zoals familie, vrienden of een land.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Met wie heb jij een affectieve binding?

Met wie heb jij een affectieve binding?

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Cognitieve binding
Bindingen en afhankelijkheden die te maken hebben met kennisvorming en  kennisoverdracht 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Economische binding
Binding die te maken heeft met werk, met goederen die nodig zijn voor het bestaan.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voorbeeld van een economische binding.
Noem een voorbeeld van een economische 
binding.

Slide 11 - Open vraag

Voorbeelden zijn: werkgever-werknemer, verkoper-koper (zoals caissière en klant) en bouwvakker-opdrachtgever.
Politieke binding
Binding die te maken heeft met zaken die geregeld moeten worden op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs, zorg, verkeer en veiligheid.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'Bij je vriendengroep heb je vaak het gevoel dat je er wel bij hoort.'
Om welk soort binding gaat het hier?
'Bij je vriendengroep heb je vaak het gevoel dat je er wel bij hoort.'
Om welk soort binding gaat het hier?
A
Affectieve binding
B
Cognitieve binding
C
Economische binding
D
Politieke binding

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Om welk(e) soort(en) binding gaat het in de afbeelding?
Om welk(e) soort(en) binding gaat het in de afbeelding?
A
Affectieve binding
B
Cognitieve binding
C
Economische binding
D
Politieke binding

Slide 15 - Quizvraag

Bij een rijles is er zowel sprake van een cognitieve binding (kennisoverdracht) en een economische binding (de leerling betaalt de rij-instructeur).

Dit voorbeeld laat zien dat bindingen elkaar niet uitsluiten, maar soms ook hand in hand gaan.

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Groepsvorming
Bindingen tussen meer dan twee mensen die tot stand komen doordat ze elkaar beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Van welke groep of groepen en ben jij onderdeel?
Van welke groep of groepen en ben jij 
onderdeel?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Fasen van groepsvorming
1. Oriëntatiefase: onzekerheid overheerst
2. Conflictfase: verschillen in opvattingen worden duidelijk
3. Integratiefase: ontstaan van evenwicht
4. Uitvoeringsfase: samenwerking
5. Ordefase: institutionalisering van groepssamenwerking


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ingroup
De groep mensen die bij de groep horen
Outgroup
De groep mensen die niet bij de 
groep horen

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale controle
Wanneer mensen anderen ertoe bewegen (of dwingen) om zich te houden aan de normen van de groep.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(In)formele sociale controle
  • Informele sociale controle:  wanneer groepsleden elkaar wijzen op de waarden en normen van de groep. 
  • Formele sociale controle: wanneer iemand vanuit zijn beroep of functie iemand op de regels wijst.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Om welke vorm van sociale controle gaat het hier?
Om welke vorm van sociale controle gaat het op de afbeelding?
Informele sociale controle
Formele sociale controle

Slide 25 - Poll

Deze slide heeft geen instructies



Welke vrouw luister het liefste naar rockmuziek?
Welke vrouw luistert er het liefst naar rockmuziek?
A
B
C
D

Slide 26 - Quizvraag

Het antwoord van de leerlingen is waarschijnlijk gebaseerd op een vooroordeel: mensen met tattoos zijn stoer en luisteren naar rockmuziek
Stereotypen en vooroordelen
Cultureel aangeleerde beelden, gegeneraliseerde en veronderstellingen, bijvoorbeeld over bepaalde groepen mensen. 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Eventueel is ook het hele filmpje te bekijken, hier wordt dieper ingegaan op het ontstaan van vooroordelen en stereotypes en dat het kan leiden tot discriminatie.


Met welke vooroordelen heb jij weleens te maken gehad?
Met welke vooroordelen heb jij weleens te maken gehad?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Video

Dit filmpje laat pijnlijk zien wat de vooroordelen van kinderen op de basisschool zijn, maar ook dat vooroordelen twee kanten op werken. 
Groepsvorming
Een groep houdt niet altijd stand. Het kan zijn dat leden van de groep  niet meer tot de groep te willen, mogen of kunnen behoren. 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(In)formele groepen
Formele groepen
Informele groepen
  • Er is sprake van een hiërarchie
  • Alle leden van de groep hebben een rol
  • Regels zijn vastgelegd op papier
  • Er zijn doelen en normen voor de groep
  • Bijvoorbeeld: bedrijfsafdeling
  • Mensen kennen elkaar goed en  voelen zich emotioneel met elkaar verbonden.
  • Geen officiële of vastliggende afspraken
  • Rollenstructuur is flexibel
  • Bijvoorbeeld: vriendengroep

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Primaire en secundaire groepen
Primaire groepen
Secundaire groepen
  • Een groep met persoonlijke en emotionele banden, die elkaar steun biedt en loyaal is aan elkaar
  • Deze groepen zijn erg belangrijk bij socialisatie
  • Bijvoorbeeld: familie of vriendengroepen
  • Een groep die doelgericht, onpersoonlijk en functioneel is.
  •  Bijvoorbeeld: collega's bij een kantoor

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Om welke soort groep gaat het bij het Kabinet?
Om welk soort groep gaat het bij het Kabinet?
A
Informele groep
B
Formele groep
C
Primaire groep
D
Secundaire groep

Slide 34 - Quizvraag

Bij het kabinet is er zowel sprake van een formele als van een secundaire groep.
§3.2 Sociale cohesie

Slide 35 - Tekstslide

Pagina 60
Waardoor voel jij je verbonden met degene die naast je zit?
Waardoor voel jij je verbonden
met degene die naast je zit?

Slide 36 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Samenhang in een samenleving
Samenhang in de samenleving ontstaat door: 
- Gedeelde normen en waarden
- Wederzijdse afhankelijkheid
- Dwang


Samenhang en afhankelijkheid zorgt voor zorgzaamheid, bijvoorbeeld door hulp te bieden.

Slide 37 - Tekstslide

Benadruk bij wederzijdse afhankelijkheid dat dit te maken heeft met eigenbelang

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Ontgroeningen zorgen tot samenhang van leden van een studentenvereniging. Waar is deze samenhang volgens de video op gebaseerd?
Ontgroeningen zorgen tot samenhang van leden van een studentenvereniging. Waar is deze samenhang volgens de video op gebaseerd? 
A
Gedeelde normen en waarden
B
Wederzijdse afhankelijkheid
C
Dwang

Slide 39 - Quizvraag

Het juiste antwoord is dwang, want zoals uit het filmpje blijkt worden studenten gedwongen om bijvoorbeeld in de gracht te springen. Door met zijn allen zoiets mee te maken ontstaat er binding onder de leden van de studentenvereniging.
Hoe kan eigenbelang zorgen voor binding tussen mensen? Leg uit aan de hand van een voorbeeld.
Hoe kan eigenbelang zorgen voor binding tussen mensen? Leg uit aan de hand van een voorbeeld.

Slide 40 - Open vraag

Soms kan het streven naar voordelen leiden tot het deelnemen aan een groep om door samen te werken die voordelen te bereiken of nadelen te beperken. Denk aan collectieve inkoop van zonnepanelen, elektriciteit of andere zaken.

Sociale cohesie
Sociale cohesie is het aantal en de kwaliteit van de bindingen die mensen in een ruimer sociaal kader met elkaar hebben, het gevoel een groep te zijn, lid te zijn van een gemeenschap, de mate van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn en de mate waarin anderen daar ook een beroep op kunnen doen.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

§3.3 Sociale institutie

Slide 43 - Tekstslide

Pagina 62

Slide 44 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sociale institutie
Sociale institutie is een complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren. Bijvoorbeeld: het huwelijk.

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geformaliseerde regels
Welke min of meer geformaliseerde regels van het huwelijk herken je in het volgende filmpje?

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke geformaliseerde regels van het huwelijk zag je in het filmpje?
Welke geformaliseerde regels van
het huwelijk zag je in het filmpje?

Slide 48 - Woordweb

Voorbeelden van goede antwoorden zijn: dragen van corsages, boeket, trouwjurk, ceremonie, ringen, groepsfoto's, bruidsmeisjes en bruidsjonkers, trouwgelofte, speeches, taart, openingsdans 
5 kenmerken van sociale instituties
1. Ze bestaan buiten het individu om
2. Ze hebben vaak een lange traditie
3. Ze zijn vrij stabiel, maar wel veranderlijk door de samenleving
4.Ze berusten vaak op moreel gezag
5. Ze zijn dwingend

Slide 49 - Tekstslide

Pagina 63
Welk(e) kenmerk(en) passen bij dodenherdenking op 4 mei?
Welk(e) kenmerk(en) passen bij dodenherdenking op 4 mei? 
A
Dwingend
B
Moreel gezag
C
Stabiel en een lange traditie
D
Buiten individu

Slide 50 - Quizvraag

Dit voorbeeld kan dienen om alle kenmerken langs te gaan, want de 4 mei herdenking past binnen elk kenmerk. 

Welke andere voorbeelden van sociale instituties kun je bedenken?
Welke andere voorbeelden van sociale instituties kun je bedenken? 

Slide 51 - Open vraag

Voorbeelden van goede antwoorden zijn: het onderwijssysteem, het gezin, het rechtssysteem, de wetenschap, de media, rituelen rondom rouw, religie, taal etc.
§3.4 Cultuurdimensies

Slide 52 - Tekstslide

Pagina 65
Microniveau
Mesoniveau
Macroniveau
Gezin, families, individueel
School, werk, instellingen
Politiek, religie, instituties
Cultuurniveaus
Culturen zijn te verdelen in verschillende niveaus:

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 54 - Video

Deze slide heeft geen instructies



Om welk cultuurniveau gaat het in het onderzoek van Joris Luyendijk?
Om welk cultuurniveau gaat het in het onderzoek van Joris Luyendijk?
A
Microniveau
B
Mesoniveau
C
Macroniveau

Slide 55 - Quizvraag

Het onderzoek naar de bankenwereld in Londen van Luyendijk zit een beetje tussen meso- en macroniveau in. Het gaat om werk, maar niet om 1 instelling en valt daarom te beargumenteren als macroniveau. 
Geert Hofstede (1928-2020)

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dimensies van Hofstede
Een indeling op basis van 6 verschillende dimensies om culturen te kunnen onderscheiden en vergelijken. Hierbij wordt een score tussen 0 (laag) en 100 (hoog) gegeven. 

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 58 - Video

Let op! Het filmpje onderscheidt maar 5 dimensies van hofstede. In de methode worden er 6 genoemd. 
1. Kleine versus grote machtsafstand
De mate waarin de minder machtige leden in een cultuur verwachten en accepteren dat de macht ongelijk verdeeld is.

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 60 - Video

Deze slide heeft geen instructies

2.  Individualistisch versus collectivistisch
De manier waarop culturen omgaan met vrijheid voor het individu ten opzichte van de groep waar dat individu bij hoort.

Slide 61 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.  Individualistisch versus collectivistisch

Het individuele belang gaat voor het belang van de groep.
Individualistisch
Collectivistisch
De enkeling schikt zich naar de groep.

Slide 62 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 63 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Is Noord-Korea eerder een individualistische of een collectivistische samenleving denk je?
Is Noord-Korea eerder een individualistische of een collectivistische samenleving denk je?
Individualistisch
Collectivistisch

Slide 64 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Is Nederland een individualistisch of een collectivistisch land? Bedenk voor beide een argument
Is Nederland een individualistisch of een collectivistisch land? Bedenk voor beide een argument. 

Slide 65 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 66 - Video

Deze slide heeft geen instructies

3. Masculien versus feminien
De vraag of binnen een cultuur verwacht en geaccepteerd wordt dat genderrollen gescheiden zijn (masculien) of juist overlappen (feminien).

Slide 67 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Masculien versus feminien
Masuclien


- Genderrollen zijn gescheiden
- M: Buitenshuis presteren               V:  Zorgtaken
- M: Ambitieus, zakelijk.                     V: Relaties onderhouden
- Beide: assertief gedrag en zorgen dat je de sterkte of de beste bent
Feminiem
- Genderrollen overlappen
- Mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig
- Beide: samenwerken en hulpvaardigheid
- Doen wat je leuk vindt
- Ruimte voor seksuele diversiteit

Slide 68 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 69 - Video

Doorpraten over het onderwerp gender? De documentaire Genderbende van Sophie Dros vertelt het verhaal van vijf jonge mensen die zich geen man en geen vrouw voelen, maar iets daartussenin. Deze film viert het individu en kan het opening van een gesprek zijn over seksuele diversiteit: https://www.youtube.com/watch?v=z9L50imu0mg
Past de gendercompensatie school eerder bij een feminiene of een masculiene samenleving?
Past de gendercompensatie school eerder bij een feminiene of een masculiene samenleving?
Masculiene samenleving
Feminiene samenleving

Slide 70 - Poll

Deze slide heeft geen instructies



Op een schaal van 1 tot 10, vind je Nederland eerder feminien (1) of masculien (10)? Leg uit.
Op een schaal van 1 tot 10, vind je Nederland eerder feminien (1) of masculien (10)? Leg uit.

Slide 71 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 72 - Video

Deze slide heeft geen instructies

4. Zwakke versus sterke onzekerheidsvermijding
Hoe culturen omgaan met onzekere of onbekende situaties. Daarbij gaat het om de mate waarin mensen zich bedreigd voelen door onzekere of onbekende situaties. 

Slide 73 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 74 - Video

Deze slide heeft geen instructies

5. Lange versus korte termijngerichtheid
De verschillende manieren waarop culturen bezig zijn met het heden, verleden en de toekomst.

Slide 75 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5. Lange versus korte termijngerichtheid
Langetermijngerichtheid
Kortetermijngerichtheid
Streven naar een toekomstige beloning door middel van volharding en spaarzaamheid. 
Mensen hechten waarde aan deugden zoals respect voor traditie, het voorkomen van gezichtsverlies en het voldoen aan sociale verplichtingen.  

Slide 76 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de afbeeldingen naar het juiste begrip.
Kortetermijngerichtheid
Langetermijngerichtheid

Slide 77 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

6. Hedonisme versus soberheid
Hierbij gaat het over de vraag in hoeverre genieten van het leven en plezier maken in een samenleving centraal staat

Slide 78 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de uitspraken naar het juiste begrip
Soberheid
Hedonisme
Pluk de dag!
We leven om te werken
We werken om te leven
Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg!

Slide 79 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke kritiek heb je op de dimensies van Hofstede?
Welke kritiek heb je op de dimensies van Hofstede?

Slide 80 - Open vraag

Mogelijke antwoorden:
- De dimensies gaan alleen over de dominante cultuur in een land
- De dimensies zetten aan tot zwart-wit denken, terwijl de werkelijkheid vaak veel genuanceerder is. 

§3.5 Binding in een veranderende samenleving

Slide 81 - Tekstslide

Pagina 70

Slide 82 - Video

Deze slide heeft geen instructies

'Boeren in het openbaar is onbeleefd.'
Eens of oneens?
 'Boeren in het openbaar is onbeleefd.'
Eens of oneens?
Eens
Oneens

Slide 83 - Poll

Boeren is een voorbeeld van de manier waarop culturen relatief zijn. In het Westen is het laten van een boer over het algemeen ongepast, terwijl dat in China juist beleefd is en je laat zien dat het eten gesmaakt heeft.

Een ander voorbeeld: volgens antropoloog Franz Boas hebben de Inuit wel 60 verschillende woorden om (verschillende soorten) sneeuw aan te duiden, terwijl wij er veel minder kennen. Dit heeft dus te maken met je referentiekader.
Relativiteit
Culturen zijn relatief. Wat in de ene cultuur normaal is, hoeft dat in de andere cultuur niet te zijn. Wat 'normaal' is, heeft te maken met je referentiekader.

Slide 84 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 85 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Institutionalisering
Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd worden in standaard gedragspatronen.

Slide 86 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden van institutionalisering
- Voor de jaren '60: kostwinnersgezin en bevelshuishouding
- Verzuiling
- Verandering van wetten, zoals de wetswijziging in 1956 die ervoor zorgde dat vrouwen niet langer als handelingsonbekwaam werden gezien.

Slide 87 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Is institutionalisering volgens jou een positieve of een negatieve ontwikkeling? Leg uit.
Is institutionalisering volgens jou een positieve of een negatieve ontwikkeling? Leg uit.

Slide 88 - Open vraag

Mogelijke antwoorden:
- De dimensies gaan alleen over de dominante cultuur in een land
- De dimensies zetten aan tot zwart-wit denken, terwijl de werkelijkheid vaak veel genuanceerder is. 

Institutionalisering
Voordelen
Nadelen
- Het gedrag van mensen wordt voorspelbaar, wat leidt tot meer vrijheid. 
- Het kan zin geven aan het handelen van mensen. 
- Institutionalisering leidt tot het ontstaan van bindingen, bijvoorbeeld in organisaties.
- Er wordt vaak gehandeld vanuit regels, in plaats vanuit de mens.

Slide 89 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Globalisering
Globalisering kan zowel leiden tot meer binding (bijvoorbeeld: social media) als tot ontbinding (bijvoorbeeld: internationale criminaliteit). 

Slide 90 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

00:15
Waar bestaat sociale cohesie uit volgens jou?
Waar bestaat sociale cohesie
uit volgens jou?

Slide 91 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

00:30
Zat je in de buurt met jouw antwoord?
Zat je in de buurt met jouw antwoord?
A
Ja
B
Nee

Slide 92 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:28
Wat zouden negatieve kanten van sociale cohesie kunnen zijn?
Wat zouden negatieve kanten van
sociale cohesie kunnen zijn?

Slide 93 - Woordweb

Negatieve kanten:
- uitsluiten van anderen

Slide 94 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 95 - Link

Deze slide heeft geen instructies


Wat heb je geleerd deze les?

Slide 96 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat vind je nog lastig?

Slide 97 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les: onderzoeksvaardigheden
Leerdoelen
  • ik ken verschillende soorten bindingen en groepen
  • ik weet wat sociale cohesie is en hoe het ontstaat
  • ik weet wat sociale instituties zijn
  • ik ken de cultuurdimensies van Hofstede
  • ik begrijp de invloed van institutionalisering en globalisering op de bindingen van mensen


Slide 98 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Einde van hoofdstuk 3
De samenleving en bindingen

Slide 99 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies