Hoofdstuk 2 - De samenleving en bindingen | HAVO

Hoofdstuk 2
De samenleving en bindingen
1 / 75
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 75 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 17 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2
De samenleving en bindingen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Binnen de samenleving kun je maar tot één groep behoren en die bepaalt je identiteit.
Binnen de samenleving kun je maar tot één groep behoren en die bepaalt je identiteit.
Eens
Oneens

Slide 2 - Poll

Deze stelling zet leerlingen aan om na te denken over groepsvorming en sociale cohesie in relatie tot het onderwerp van vorige les, identiteit.

Het juiste antwoord is oneens en dit is gelijk een bruggetje naar de verschillende soorten identiteiten die in de vorige les besproken zijn.
Het beeld dat iemand van zichzelf heeft.
Het deel dat past bij de groepen waar iemand deel van uitmaakt.
Het beeld dat de samenleving heeft van een groep en het beeld dat ze blijvend kenmerkend vindt voor die groep.
Persoonlijke identiteit
Sociale identiteit
Collectieve identiteit

Slide 3 - Sleepvraag

Terugblik op de vorige les over identiteit en cultuur.
Wat leer ik deze les?
  • verschillende soorten bindingen en groepen.
  • wat sociale cohesie is en hoe het ontstaat.
  • wat sociale instituties zijn.
  • de cultuurdimensies van Hofstede.


Ik leerde...

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§2.1 Groepsvorming

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Economische binding
Binding die te maken heeft met werk, met goederen die nodig zijn voor het bestaan.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Noem een voorbeeld van een economische binding.
Noem een voorbeeld van een economische 
binding.

Slide 8 - Open vraag

Voorbeelden zijn: werkgever-werknemer, verkoper-koper (zoals caissière en klant) en bouwvakker-opdrachtgever.
Politieke binding
Binding die te maken heeft met zaken die geregeld moeten worden op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs, zorg, verkeer en veiligheid.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cognitieve binding
Bindingen en afhankelijkheden die te maken hebben met kennisvorming en  kennisoverdracht. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Affectieve binding
Emotionele binding. Affectieve bindingen verwijzen naar gevoelens om ergens bij te horen, zoals familie, vrienden of een land.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Met wie heb jij een affectieve binding?

Met wie heb jij een
affectieve binding?

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies




'Bij je vriendengroep heb je vaak het gevoel dat je er wel bij hoort.'
Om welk soort binding gaat het hier?
'Bij je vriendengroep heb je vaak het gevoel dat je er wel bij hoort.'
Om welk soort binding gaat het hier?
A
Affectieve binding
B
Cognitieve binding
C
Economische binding
D
Politieke binding

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Om welk(e) soort(en) binding gaat het in de afbeelding?
Om welk(e) soort(en) binding gaat het in de afbeelding?
A
Affectieve binding
B
Cognitieve binding
C
Economische binding
D
Politieke binding

Slide 15 - Quizvraag

Bij een rijles is er zowel sprake van een cognitieve binding (kennisoverdracht) en een economische binding (de leerling betaalt de rij-instructeur).

Dit voorbeeld laat zien dat bindingen elkaar niet uitsluiten, maar soms ook hand in hand gaan (pagina 30).

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Groepsvorming
Bindingen tussen meer dan twee mensen die tot stand komen doordat ze elkaar beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Van welke groep of groepen en ben jij onderdeel?
Van welke groep of groepen ben jij 
onderdeel?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Ingroup
De groep mensen die bij de groep horen.
Outgroup
De groep mensen die niet bij de 
groep horen.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale controle
Wanneer mensen anderen ertoe bewegen (of dwingen) om zich te houden aan de normen van de groep.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(In)formele sociale controle
  • Informele sociale controle:  wanneer groepsleden elkaar wijzen op de waarden en normen van de groep. 
  • Formele sociale controle: wanneer iemand vanuit zijn beroep of functie iemand op de regels wijst.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Om welke vorm van sociale controle gaat het op de afbeelding?
Om welke vorm van sociale controle gaat het op de afbeelding?
Informele sociale controle
Formele sociale controle

Slide 24 - Poll

Antwoord voor docent:
Formele sociale controle. Een scheidsrechter heeft controle door de functie die hij of zij heeft.



Welke vrouw luistert het liefste naar rockmuziek?
Welke vrouw luistert het liefst naar rockmuziek?
A
B
C
D

Slide 25 - Quizvraag

Het antwoord van de leerlingen is waarschijnlijk gebaseerd op een vooroordeel: mensen met tattoos zijn stoer en luisteren naar rockmuziek

Slide 26 - Video

Eventueel is ook het hele filmpje te bekijken, hier wordt dieper ingegaan op het ontstaan van vooroordelen en stereotypes en dat het kan leiden tot discriminatie.


Stereotypen en vooroordelen
Cultureel aangeleerde beelden, gegeneraliseerde en veronderstellingen, bijvoorbeeld over bepaalde groepen mensen. 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Met welke vooroordelen heb jij weleens te maken gehad?
Met welke vooroordelen heb jij weleens te maken gehad?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Groepsvorming
Een groep houdt niet altijd stand. Het kan zijn dat leden van de groep  niet meer tot de groep te willen, mogen of kunnen behoren. 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(In)formele groepen
Formele groepen
Informele groepen
  • Er is sprake van een hiërarchie
  • Alle leden van de groep hebben een rol
  • Regels zijn vastgelegd op papier
  • Er zijn doelen en normen voor de groep
  • Bijvoorbeeld: bedrijfsafdeling
  • Mensen kennen elkaar goed en  voelen zich emotioneel met elkaar verbonden
  • Geen officiële of vastliggende afspraken
  • Rollenstructuur is flexibel
  • Bijvoorbeeld: vriendengroep

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§2.2 Sociale cohesie

Slide 32 - Tekstslide

Pagina 34
Waardoor of wanneer  voelen Nederlanders zich met elkaar verbonden?
Waardoor of wanneer voelen Nederlanders
zich met elkaar verbonden?

Slide 33 - Woordweb

Bijvoorbeeld:
Als Nederland in een voetbalwedstrijd wint.
Dezelfde normen en waarden binnen tradities, bijvoorbeeld de Gay Pride
Samenhang in een samenleving
Gedeelde waarden en normen
Dwang
Samenhang en afhankelijkheid zorgt voor zorgzaamheid. Mensen bieden elkaar bijvoorbeeld hulp aan.
Wederzijdse afhankelijkheid
door:

Slide 34 - Tekstslide

Benadruk bij wederzijdse afhankelijkheid dat dit te maken heeft met eigenbelang


Hoe kan eigenbelang zorgen voor binding tussen mensen?
Leg dit uit aan de hand van een voorbeeld.
Hoe kan eigenbelang zorgen voor binding tussen mensen? Leg dit uit aan de hand van een voorbeeld.

Slide 35 - Open vraag

Soms kan het streven naar voordelen leiden tot het deelnemen aan een groep om door samen te werken die voordelen te bereiken of nadelen te beperken. Denk aan collectieve inkoop van zonnepanelen, elektriciteit of andere zaken.

Sociale cohesie
Sociale cohesie is het aantal en de kwaliteit van de bindingen die mensen in een ruimer sociaal kader met elkaar hebben, het gevoel een groep te zijn, lid te zijn van een gemeenschap, de mate van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn en de mate waarin anderen daar ook een beroep op kunnen doen.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat zouden negatieve kanten van sociale cohesie kunnen zijn?
Wat zouden negatieve kanten van
sociale cohesie kunnen zijn?

Slide 38 - Woordweb

Negatieve kanten:
- uitsluiten van anderen

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

§2.3 Sociale institutie

Slide 40 - Tekstslide

Pagina 37

Slide 41 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sociale institutie
Sociale institutie is een complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Video

Deze slide heeft geen instructies

5 kenmerken van sociale instituties
1. ze bestaan buiten het individu om
2. ze hebben vaak een lange traditie
3. ze zijn vrij stabiel, maar wel veranderlijk door de samenleving
4. ze berusten vaak op moreel gezag
5. ze zijn dwingend

Slide 44 - Tekstslide

pagina 39



"Om 20:00 op 4 mei is het respectloos om niet 2 minuten stil te zijn."
Bij welk kenmerk past dit?
"Om 20:00 op 4 mei is het respectloos om niet 2 minuten stil te zijn."
Bij welk kenmerk past dit?
A
Dwingend
B
Moreel gezag
C
Vrij stabiel/lange traditie
D
buiten individu

Slide 45 - Quizvraag

Dit voorbeeld kan dienen om alle kenmerken langs te gaan, want de 4 mei herdenking past binnen elk kenmerk
§2.4 Cultuurdimensies

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Culturen kunnen op verschillende niveaus van elkaar verschillen
Microniveau
Macroniveau
Mesoniveau
gezin/familie/individu
school/werk/etc.
politiek/religie/instituties

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dimensies van Hofstede
Geert Hofstede heeft een indeling gemaakt om verschillende culturen in kaart te brengen.
Per dimensie kan een cultuur een score scoren van 1 tot 100.

We lopen nu alle zes dimensies af

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 50 - Video

Deze slide heeft geen instructies

1. Dimensie machtsafstand
Hierbij gaat het om de mate waarin de minder machtige leden in een land verwachten en accepteren dat de macht ongelijk verdeeld is.

Het gaat daarbij niet om de letterlijke machtsverdeling, maar om hoe normaal of terecht mensen dat vinden.

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 52 - Video

Deze slide heeft geen instructies

2. Dimensie individualistisch versus collectivistisch
Hierbij gaat het erom hoe culturen omgaan met vrijheid voor een individu ten opzichte van de groep waar dat individu bij hoort.
Individualistisch: het individuele belang gaat voor het belang van de groep.
Collectivistisch: de enkeling schikt zich naar de groep. 

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Is Nederland een individualistisch of een collectivistisch land?
Bedenk voor beide een argument.
Is Nederland een individualistisch of een collectivistisch land? Bedenk voor beide een argument.

Slide 54 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 55 - Video

Deze slide heeft geen instructies

3. Dimensie masculien versus feminien
Hierbij gaat het erom hoe culturen omgaan met sekse en verschillende rollen van mannen en vrouwen.

Bepaalde vormen van gedrag worden als meer passend voor mannen gevonden en andersom

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Dimensie masculien versus feminien
Masculien

mannelijk > verschillende rolopvattingen mannen vrouwen:
Over het algemeen worden van mannen prestaties buiten huis verwacht en van vrouwen wordt verwacht dat ze bezig zijn met zorgen. Van zowel mannen als vrouwen wordt competitie en assertiviteit verwacht. 

Feminien

vrouwelijk > mannen en vrouwen worden als gelijkwaardig beschouwd. Van zowel mannen als vrouwen wordt een samenwerkende en hulpvaardige houding verwacht. 

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zou een feminiene samenleving
eruit zien?
Hoe zou een feminiene
samenleving
eruit zien?

Slide 58 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 59 - Video

Deze slide heeft geen instructies

4. Dimensie onzekerheidsvermijding
Hierbij gaat het erom hoe culturen omgaan met onzekere of onbekende situaties. Daarbij gaat het om de mate waarin mensen zich bedreigd voelen door onzekere of onbekende situaties. 

Slide 60 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 61 - Video

Deze slide heeft geen instructies

5. Dimensie termijnsgerichtheid
Hierbij gaat het erom hoe culturen met het verleden, heden en de toekomst omgaan.

Slide 62 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5. Dimensie termijnsgerichtheid
Langetermijngerichtheid: streven naar een toekomstige beloning (door te sparen en vol te houden).

Kortetermijngerichtheid: gericht op het in stand houden van tradities uit het verleden (om gezichtsverlies te voorkomen).

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Ben jij meer langetermijn- of kortetermijngericht?
Ben jij meer langetermijn- of kortetermijngericht?
Langetermijn
Kortetermijn

Slide 64 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 65 - Video

Deze slide heeft geen instructies

6. Dimensie hedonisme versus soberheid
Hierbij gaat het over de vraag in hoeverre genieten van het leven en plezier maken in een samenleving centraal staat.

Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Passen de uitspraken bij soberheid of hedonisme?
Soberheid
Hedonisme
Pluk de dag!
We leven om te werken
We werken om te leven
Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg!

Slide 67 - Sleepvraag

Pagina 45



Wat voor kritiek kan je bedenken op de dimensies van Hofstede?
Wat voor kritiek kan je bedenken op de dimensies van Hofstede?

Slide 68 - Open vraag

Mogelijke antwoord:
- de dimensies gaan alleen over de dominante cultuur in een land

pagina 46

Slide 69 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 70 - Link

Optioneel als extra materiaal bij de les.

Slide 71 - Link

Optioneel als samenvatting van het hoofdstuk.

Wat heb je geleerd deze les?
Wat heb je geleerd deze les?

Slide 72 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat vind je nog lastig?
Wat vind je nog lastig?

Slide 73 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les Hoofdstuk 3: De samenleving en verschillen
  • verschillende soorten bindingen en groepen.
  • wat sociale cohesie is en hoe het ontstaat.
  • wat sociale instituties zijn.
  • de cultuurdimensies van Hofstede.


Ik leerde...

Slide 74 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Einde van hoofdstuk 2
De samenleving en bindingen

Slide 75 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies