cross
Vogelbescherming Nederland
Samen voor vogels en natuur

Nesten onderbouw: wonen en nestelen in de lente

nesten
wonen en nestelen in de lente
groep
1 t/m 4
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieBasisschoolGroep 1-4

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Introductie

Leerlingen leren in deze les de verschillen tussen nesten en nestkasten en waarom bepaalde vogels hun voorkeur daarin hebben. Extra: Maak met je klas ook nestjes voor in je klas. Open de bijlage om te zien hoe je deze kunt maken. Benodigdheden: papieren bordjes, verf, kwasten, gekleurd papier, stiften, schaar, materiaal om het nest mee te vullen/warm te houden voor de vogels.

Onderdelen in deze les

nesten
wonen en nestelen in de lente
groep
1 t/m 4

Slide 1 - Tekstslide

Introductieslide
Vertel: Het is lente! In deze tijd gaan veel planten bloeien. Ook is het het broedseizoen: het seizoen waarin vele vogels eieren leggen, uitbroeden en opgroeien tot ze kunnen (uit)vliegen. Maar om een ei veilig uit te laten komen, heeft een vogel eerst een nest nodig. In deze les leren wij wat vogels allemaal doen en nodig hebben om een nest te kunnen maken.
kringgesprek: nesten

Slide 2 - Woordweb

Kringgesprek

Houd een kort gesprek over vogelnestjes.
- Wie heeft er wel eens één gezien?
- Hoe zag die eruit?
- Waar was het nestje gebouwd?
- Waren er vogels bij?
- Heb je gezien of er jonge vogeltjes in zaten of eieren?

Hiermee activeer je de bestaande kennis van de leerlingen over nesten. Benoem/ vat samen aan het eind van het gesprek wat jullie gezamenlijk als klas al allemaal weten over nesten.

2

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:32
sleep de vogel naar het juiste nest

Slide 4 - Sleepvraag

Sleepvraag
Vertel: Zojuist zagen jullie een paar vogels. Allen hadden zij verschillende nesten. Welke vogels waren dit ook alweer?
Antwoord: (v.l.n.r. slechtvalk, reiger, fuut, ooievaar)
Vraag: Welke vogel hoort bij welk nest?
Doe: Sleep (klassikaal of individueel) de vogels naar hun juiste nest.
01:14

op welke manieren kun je
een ei warm houden?

Slide 5 - Open vraag

Openvraag
Vertel: In de video zagen we verschillende manieren hoe vogels hun eieren proberen warm te houden.
Vraag: Wie kan mij één of meerdere manieren vertellen hoe zij dat deden?
Antwoord:
- Door erop te zitten. (uil) 
- Een nestje bouwen met zachte, warme materialen. (koolmees)
- Vaker het nest aan te vullen met nieuwe takjes (ooievaar).
- De eieren  zo nu en dan heel voorzichtig om draaien, zodat alle kanten warm blijven. (slechtvalk)
gekke nestplaatsen

Slide 6 - Tekstslide

Kijkafbeelding
Vertel: Niet alle vogels nesten in bomen, struiken, nestkasten of tussen het gewas. Soms kiezen ze hele leuke, maar aparte nestplaatsen uit. 
Doe: Bekijk de foto's. Klik op de hotspot met de verrekijker voor de volgende foto. Kunnen jullie herkennen waarin deze vogels hun nestjes hebben gemaakt?
Antwoord: Brievenbus, onder een fietszadel, kastenlades tussen de petunia's, tussen de bloemen van de magnolia.
ooievaars en nesten

Slide 7 - Tekstslide

Informatieve slide
Vertel: Dit zijn ooievaars. Ooievaars leggen meestal 3 tot 5 eieren. (Hebben jullie het al over maanden gehad? Vertel dan dat ze broeden tussen maart en juli. Vertel in welke maand jullie nu zijn). Daarvoor moeten ze een groot nest hebben, want ooievaars zijn grote vogels.
Vraag: Wat vind je opvallen aan dit nest van de ooievaar? (rommelig, netjes, groot, klein, waarvan het is gemaakt)
Doe: Klik op de hotspot met een 'i'. Er verschijnt dan een foto van een kippenei (links) en een ooievaarsei (rechts). 
Vertel: Hier zie je een kippenei links en een ooievaarsei rechts. Ondanks dat een ooievaar veel groter is dan een kip, is het ei niet veel groter. (Natuurlijk is het ene ei net iets groter dan de ander. Dit geldt zowel bij kippen als bij ooievaars).
Doe: Klik op de hotspot met een 'i'. Er verschijnt dan een foto van een ooievaarsnest die op een schoorsteen staat.
Vertel
: Dit ooievaarsnest staat op een schoorsteen. Ooievaarsnesten staan vaak op hoge plekken. 
Vraag: Waar zou je op moeten letten als je een ooievaarsnest maakt?
Antwoord
  • Er moet voedsel in de buurt zijn. (Thuis wil je ook graag niet  dat je heel ver naar de koelkast moet lopen). 
  • Genoeg ruimte om in en uit te vliegen voor de ouders. (Het is thuis ook niet handig wanneer er iets in de weg staat zodat je niet naar binnen kan). 
  • Op tijd beginnen met bouwen. Ooievaars zijn er al vanaf februari en broeden vanaf maart. 
  • Het nest moet groot genoeg zijn voor de eieren en voor de baby ooievaars. Voordat ze uitvliegen, moeten de ooievaars er nog inpassen. De meeste nesten zijn daarom wel bijna 1,5e meter breed.
  • Materiaal nesten zijn meestal gemaakt van wilgentakken. Die kun je namelijk goed ombuigen.


Extra: Klik op de hotspot met het geluidsteken om de zang van de ooievaar te horen.
Extra informatie: Ooievaars broeden één keer per jaar één leg. Ze leggen maar één keer in dat seizoen dat jaar eieren. Meestal leggen ooievaars 3-5 eieren. Het vrouwtje zit wel 33 tot 34 dagen op de eieren voordat ze uitkomen.
uil

Slide 8 - Tekstslide

Informatieve slide
Vertel: Herken je deze twee pluizige bollen? Dit zijn twee uilskuikens van de bosuil. Uilen hebben vaak hun nest in een boomholte, maar ook in nestkasten of ruimtes in gebouwen. Zou het lekker zitten in zo'n boomholte? Met welke materialen zou een uil een zacht, warm nest kunnen maken voor zijn eieren?
Antwoord: wol, stro, veren, droog gras, touw, mos, haren van huisdieren, ook takjes in allerlei soorten, maten en diktes.

Extra informatie: Bosuilen leggen maar één keer per jaar eieren. Dit doen zij vanaf februari. Meestal leggen ze er 2 tot 4. Als de uilen dat jaar te weinig hebben gegeten, hebben ze geen leg.

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

huismussen en nestkasten

Slide 10 - Tekstslide

Informatieve slide:
Vertel: Hier zie je een mannetjes en vrouwtjes huismus. Huismussen maken hun nesten vaak onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in nestkasten zoals hier rechts op de foto. 
Vraag: Waarom zouden we nestkasten ophangen?
Antwoord:  Een nestkast is een kast gemaakt door mensen om vogels te helpen. Om vogels te helpen aan een droge plek om eieren te broeden. Mensen maken hun huizen steeds beter. Ze vullen alle gaten, maken alles schoon. Vogels zoals de huismus hebben daardoor weinig kieren en holtes om hun nestjes in te maken.
Vraag: Welke vogels help je daarmee?Antwoord: Vogels die normaal gesproken in holtes broeden (holle bomen, rotsspleten of bij mensen tussen de dakpannen). Voorbeelden van bekende holenbroeders: koolmees, pimpelmees, huismus, spreeuw.
Vertel: Vogels zoeken in de buurt van het nest of de nestkast naar materiaal om hun nestjes van te maken. Vogels zijn slimme beesten. Ze zoeken materialen uit, die hun goed warm houdt.
Vraag: Wat trek jij aan als je het warm wil hebben? Waarvan is dat gemaakt? Waarvan zouden vogels hun nesten maken om warm te blijven? Welke materialen gebruiken zij?

Extra: Om te zorgen dat leerlingen enig idee hebben wat het effect is van het nestmateriaal, moeten ze weten wat isolatie is. Bijvoorbeeld dat een ‘warme jas’ niet van zichzelf warm is, maar alleen goed warmte vasthoudt. En dat een ‘warme jas’ net zo goed helpt
om iets kouds koud te houden. Het is ook handig dat ze weten hoe isolatie werkt: dat je iets isoleert door een laagje stilstaande lucht te maken tussen hetgeen je wilt isoleren en de omgeving.
Dat ‘warme jassen’ vaak zijn opgevuld met een vulling waar veel lucht tussen blijft hangen, zoals haren van dieren (wol) of plastic.


maak je eigen nestje

Slide 11 - Tekstslide

Knutselen.
Bij deze les zit een bijlage waarin je met de klas je eigen nestjes kunt knutselen.