1: Amsterdam stapelmarkt van de wereld

De Gouden Eeuw

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

De Gouden Eeuw

Slide 1 - Tekstslide

Tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600)
Tijd van regenten en vorsten (1600-1700)

Slide 2 - Tekstslide

Planning
Week 2: H1 Amsterdam, stapelmarkt van de wereld
Week 3-4: H2 de Oost en de VOC
Week 4-5: H3 Suriname en de WIC
Week 5-7: H4 Geloof, tolerantie en onderzoeksopdracht.
Week 8-9: herhaling stof en proefwerk Gouden Eeuw.



Proefwerk Gouden Eeuw: dinsdag 27 februari!

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet jij van de Gouden Eeuw?

Slide 4 - Woordweb

Onderwerpen
  1. Rijke en arme Amsterdammers gaan apart van elkaar wonen
  2. Import uit het Oostzee gebied
  3. De handel met het Oostzee gebied breidt zich steeds verder uit
  4. De stapelmarkt
  5. De moedernegotie
  6. Antwerpen als grootste handelsstad van Europa
  7. De gevolgen van de val van Antwerpen voor Amsterdam.
  8. Boeren in de Republiek gaan zich specialiseren?
  9. Het verschil tussen korte en lange termijn
  10. Het verschil tussen bedoeld en onbedoeld

Slide 5 - Tekstslide

De vraag van deze week!
Hoe werd Amsterdam de stapelmarkt van Europa en welke gevolgen had dat voor de landbouw in de Republiek?

Slide 6 - Tekstslide









In de Gouden Eeuw komt 
er meer bevolking in de Republiek

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Waarom gaan tussen 1610 en 1620 rijke en arme Amsterdammers apart van elkaar wonen?

A
Er werden nieuw grachtengordels bijgebouwd
B
Er kwamen steeds meer mensen in Amsterdam wonen.
C
Ze waren elkaar helemaal zat
D
Er kwamen nieuwe etagewoningen in Jordaan

Slide 9 - Quizvraag

De bevolking groeit enorm in de Republiek.
Wat heb je nodig?

Slide 10 - Open vraag

Handel Oostzee en de moedernegotie



    De handel met landen rond de Oostzee werd moedernegotie genoemd.

    Vraag en aanbod:
    Nederlandse handelaren slaan goedkoop graan of andere goederen op (stapelmarkt) en verkopen het daarna weer door aan andere landen. 

    Slide 11 - Tekstslide

    Stapelmarkt

    Slide 12 - Tekstslide

    Omdat alles tijdelijk in Amsterdamse pakhuizen en op zolders werd ‘opgestapeld’, werd de stad de stapelmarkt van Europa



    Slide 13 - Tekstslide

    Slide 14 - Tekstslide

    Antwerpen 
    Amsterdammers vervoerden veel vracht voor de havenstad Antwerpen. Van de Antwerpenaren leerden ze hoe je meer kon verdienen aan handelsgoederen.

    Voorbeeld handelskapitalisme : 
    Antwerpse handelaren kochten wol in Engeland. Vlaamse spinners, wevers en ververs bewerkten die voor hen tot gekleurde lakense stoffen. De kooplieden exporteerden die dan weer. Dit leverde hun meer op dan wolhandel alleen. Hun kapitaal groeide en daar ging het om. Dat is dus handelskapitalisme


    Slide 15 - Tekstslide

    Oorzaak en Gevolg
    In de geschiedenis kun je onderscheid maken tussen verschillende oorzaken en gevolgen. 

    Een oorzaak is een verklaring waarom iets gebeurt. Oorzaken kunnen onderscheiden worden in: politiek, economisch, sociaal, cultureel, godsdienstig en militair.

    Een gevolg komt altijd na de gebeurtenis. De gebeurtenis zelf is in dit geval de oorzaak.


    Slide 16 - Tekstslide

    Val van Antwerpen 1585
    Hande

    Slide 17 - Tekstslide

    Opdrachten
    Maak opdracht 1 t/m 4
    doe dit in stilte
    timer
    20:00

    Slide 18 - Tekstslide

    De vraag van deze week!
    Hoe werd Amsterdam de stapelmarkt van Europa en welke gevolgen had dat voor de landbouw in de Republiek?

    Slide 19 - Tekstslide

    De Gouden Eeuw

    Slide 20 - Tekstslide

    Tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600)
    Tijd van regenten en vorsten (1600-1700)

    Slide 21 - Tekstslide

    Planning
    Week 2: H1 Amsterdam, stapelmarkt van de wereld
    Week 3-4: H2 de Oost en de VOC
    Week 4-5: H3 Suriname en de WIC
    Week 5-7: H4 Geloof, tolerantie en onderzoeksopdracht.
    Week 8-9: herhaling stof en proefwerk Gouden Eeuw.



    Proefwerk Gouden Eeuw: dinsdag 27 februari!

    Slide 22 - Tekstslide

    Onderwerpen
    1. Rijke en arme Amsterdammers gaan apart van elkaar wonen
    2. Import uit het Oostzee gebied
    3. De handel met het Oostzee gebied breidt zich steeds verder uit
    4. De stapelmarkt
    5. De moedernegotie
    6. Antwerpen als grootste handelsstad van Europa
    7. De gevolgen van de val van Antwerpen voor Amsterdam.
    8. Boeren in de Republiek gaan zich specialiseren?
    9. Het verschil tussen korte en lange termijn
    10. Het verschil tussen bedoeld en onbedoeld

    Slide 23 - Tekstslide

    Beurs 
    Stapelmarkt

    Slide 24 - Tekstslide

    Handelskapitalisme
    • Handelskapitalisme verspreidde snel in de Republiek
    • Boeren stapten van over op veeteelt: kaas, boter, melk
    • ontstaan commerciële landbouw

    Slide 25 - Tekstslide

    Specialisatie in steden

    • Ambachtslieden gaan voor de export werken.
    • Steden gaan zich specialiseren op 1 tak van nijverheid.

    Specialisatie op het platteland

    • Er is genoeg graan door de moedernegotie, dus gaan boeren zich specialiseren.
    • Voor de hele republiek
    • De commerciële landbouw ontstaat.

    Slide 26 - Tekstslide

    Slide 27 - Tekstslide

    Slide 28 - Tekstslide

    Slide 29 - Tekstslide

    Slide 30 - Tekstslide

    Waarom is specialisatie goed voor economische groei?
    A
    Betere producten op de markt
    B
    Kleine groep kan meer produceren en dus meer winst
    C
    Het is prettig om iets goed te kunnen
    D
    Er wordt meer gekocht

    Slide 31 - Quizvraag

    Opdrachten
    Maak opdracht 5 t/m 7
    doe dit in stilte
    timer
    20:00

    Slide 32 - Tekstslide

    De vraag van deze week!
    Hoe werd Amsterdam de stapelmarkt van Europa en welke gevolgen had dat voor de landbouw in de Republiek?

    Slide 33 - Tekstslide

    Antwoord op de deelvraag: Hoe werd Amsterdam de stapelmarkt van Europa en welke gevolgen had dat voor de landbouw in de Republiek?
    De Nederlandse boeren konden de bevolking in de steden niet meer voeden. Daarom importeerde Amsterdam graan uit landen rond de Oostzee, zoals Polen. De Nederlandse boeren legden zich toe op commerciële producten, zoals boter, kaas of hennep. De landbouw werd commercieel. Het werd opgeslagen in graanpakhuizen. Als er ergens in Europa tekort aan graan was steeg de graanprijs en verkochten de Amsterdammers dat weer. Ze namen meteen ijzer uit Zweden of hout voor de scheepsbouw. De Amsterdamse graanschepen brachten daar Franse of Duitse wijn en laken van wol uit Vlaanderen. Later ook specerijen, zijde en thee uit Azië. Ze profiteerden van het handelsnetwerk van gevluchte kooplui uit Antwerpen. Dat was een onbedoeld gevolg van de val van Antwerpen. Zo groeide de stad en moest de grachtengordel en de Jordaan worden aangelegd. Omdat de import- en exportgoederen tijdelijk in Amsterdamse pakhuizen werden ‘opgestapeld’ werd Amsterdam de stapelmarkt van Europa.

    Slide 34 - Tekstslide