1.1 Moleculen


Een blokje heeft een massa van 56 gram en volume van 32 cm3. Bereken met het stappenplan de dichtheid van deze stof. 
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les


Een blokje heeft een massa van 56 gram en volume van 32 cm3. Bereken met het stappenplan de dichtheid van deze stof. 

Slide 1 - Tekstslide

Wat betekent macroniveau?

Slide 2 - Open vraag

Vliegveld Macroniveau

Slide 3 - Tekstslide

Wat betekent microniveau?

Slide 4 - Open vraag

Vliegveld Microniveau

Slide 5 - Tekstslide

Opbouw suiker
(Groot → klein)

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Als een stof warmer wordt, gaan de deeltjes...
A
Stilstaan
B
Sneller bewegen
C
Langzamer bewegen
D
Er gebeurt niets

Slide 8 - Quizvraag


Als deeltjes sneller gaan bewegen...
A
Gaan de deeltjes verder uit elkaar
B
Gaan de deeltjes dichter naar elkaar toe
C
Gaan de deeltjes aan elkaar plakken
D
Knappen sommige deeltjes kapot

Slide 9 - Quizvraag

Mengsels scheiden op microniveau

Zie filmpjes in Noordhoff omgeving

Slide 10 - Tekstslide

Molecuulmodel

Slide 11 - Tekstslide

Stoffen op macro- en microniveau
Macro 
Macro 
Micro
zichtbaar
waarneming verklaren met moleculen

Slide 12 - Tekstslide

        mengsel        zuivere stof
Zuivere stof
Mengsel

Slide 13 - Tekstslide

Mengsel maken
Als je suiker en water mengt, lost de suiker op.
Op macroniveau neem je waar dat de vaste suiker verdwijnt. De opgeloste suiker is niet meer zichtbaar.
Op microniveau verklaar je dit als volgt. De suikermoleculen blijven niet meer bij elkaar als ze met de watermoleculen in aanraking komen. De kracht tussen de suikermoleculen onderling is kleiner dan de aantrekkingskracht tussen de water- en de suikermoleculen. Hierdoor komen de watermoleculen tussen de suikermoleculen. Na een tijdje zijn alle suikermoleculen helemaal omringd door watermoleculen. De suikermoleculen bewegen met de watermoleculen door de oplossing heen.

Slide 14 - Tekstslide

Wat is dit?
A
Zuivere stof
B
Mengsel

Slide 15 - Quizvraag

Wat gebeurt er op microniveau als suikermoleculen met watermoleculen in aanraking komen?
A
De suikermoleculen worden kleiner
B
De suikermoleculen worden zwaarder
C
De suikermoleculen worden zichtbaar
D
De suikermoleculen blijven niet meer bij elkaar

Slide 16 - Quizvraag

Wat gebeurt er op macroniveau als je suiker en water mengt?
A
De suiker lost op in het water
B
De suikermoleculen blijven bij elkaar
C
De vaste suiker verdwijnt
D
De suikermoleculen bewegen door de oplossing heen

Slide 17 - Quizvraag

Gedestilleerd water is ...
A
zuivere stof
B
mengsel

Slide 18 - Quizvraag

Aardgas is ...
A
zuivere stof
B
mengsel

Slide 19 - Quizvraag

Dit is een ...
A
mengsel, vaste stof
B
mengsel, vloeistof
C
zuivere stof, vaste stof
D
zuivere stof, vloeistof

Slide 20 - Quizvraag

Welke definitie pas het best bij het mengsel oplossing?
A
Vaste stof niet opgelost in een vloeistof
B
Vaste stof of vloeistof volledig opgelost
C
Vloeistof lost niet op (mengt niet) in een oplosmiddel.

Slide 21 - Quizvraag

Welke definitie pas het best bij het mengsel suspensie?
A
Vaste stof niet opgelost in een vloeistof
B
Vaste stof of vloeistof volledig opgelost
C
Vloeistof lost niet op (mengt niet) in een oplosmiddel.

Slide 22 - Quizvraag

Welke definitie pas het best bij het mengsel emulsie?
A
Vaste stof niet opgelost in een vloeistof
B
Vaste stof of vloeistof volledig opgelost
C
Vloeistof lost niet op (mengt niet) in een oplosmiddel.

Slide 23 - Quizvraag

Sleep de fase en faseovergang naar de juiste plek.
Smelten
Stollen
Condenseren
Vervluchtigen
Rijpen
Verdampen
gas
vloeistof
vaste stof

Slide 24 - Sleepvraag

Huiswerk
Eerst volgende les
  • Maken en nakijken §1.1
  • Opdracht 6 t/m 12

Slide 25 - Tekstslide